1.RECHTSFILOSOFIE WAT EN WAAROM
1.1 SITUERING RECHTSFILOSOFIE
noodzaak van het recht:
• Ordening van de samenleving
1.2 CONFLICT
• Conflict voorwaarden: 3 mogelijke oplossingen
o Veelheid: maakt interactie mogelijk
oplossing eenheid en consensus : verschillende mensen
samen 1 collectiviteit : vb communisme: eenheid beslist wat
zal gebeuren maar dan wel veel minder vrijheid:
afgedwongen door onderwerping individu aan staat
verstikkende sociale controle zorgt ervoor dat burgers
idealen samenleving internaliseren: via opvoeding en
onderwijs,..
o Diversiteit
Oplossing consensus: pas als iedereen akkoord gaat oplossen
o Schaarste
Schaarste: oplossing overvloed ? => luilekkerland
Aanpakken door:behoeften van individuen strikt te
controleren en te beperken : alleen meest essentiële
behoeften worden vervuld
o vrije toegang
oplossing recht
=>4 vwd = cumulatief : volstaat 1 voorwaarde uit te schakelen om conflict te
vermijden
utopische samenleving specifieke dynamiek en structuur:
o idee rationele maakbaarheid maatschappij: strenge hiërarchische
structuur : eenheid,consensus,overvloed: controleerbaarheid maatschappij
o => alomvattend: alle maatschappelijke structuren zoals
opvoeding,onderwijs,.. volledig en tot in detail worden hervormd= radicale
breuk met verleden
o : ongelijkheid = geaccepteerd: vrouwen meestal ondergeschikte positie:
voortdurende uitzuivering = individuen niet ideale beeld voldoen worden
heropgevoed of uitgesloten
=>het maatschappelijke ideaal in utopische samenleving vervangt
uiteindelijk zelfs god als grondslag van moraal
,1.4 RECHT
1.4.1 FUNCTIE VAN HET RECHT: BLIJFT NOODZAKELIJK
o Veel conflicterende belangen, sociale en economische uitdagingen en
psychologische factoren zoals agressie hebzucht : kunnen zelfs in
utopische samenleving opduiken
o Belang individuen verantwoordelijk te houden : schade aan anderen
toebrengen: zodat sociale orde en vertrouwen binnen gemeenschap
worden behouden
1. Samenleving mogelijk maken met respect voor veelheid en
diversiteit in wereld van schaarste
Ø centrale waarde van vrijheid, individualiteit, zelfrealisatie
2. Vrijheid enkel beperken door toegang tot schaarse middelen te
reguleren: hanteren schaarse middelen waartoe je zelf toegang
hebt
Ø eenieder kan vrij beschikken over wat hen toekomt
Ø KANT: “Recht is het geheel van de voorwaarden waaronder
de vrijheid van de ene persoon kan worden verenigd met de
vrijheid van de andere persoon.”
3. Niet nodig om vrijheid ook nog op andere wijze te beperken
1.4.2 VERHOUDING MET MORAAL?
1. Moraal te vrijblijvend (innerlijke overtuiging; niet bindend)
2. Morele aannames te heterogeen en te gedetailleerd: kan je niet
gewoon in rechtssysteem overzetten
Ø moeilijk universeel afdwingbaar te maken
Ø recht creëert gemeenschappelijke basis van normen
Ø recht biedt kader waarbinnen mensen met verschillende
morele overtuigingen vreedzaam kunnen samenleven
3. Discussie over hoe relatie recht – moraal er voor de rest uitziet
Ø Natuurrecht(: beweren recht en moral onlosmakelijk
verbonden) vs rechtspositivisme(recht onafhankelijk van
moraal)
Ø Begrenzing van vrijheid: schadebeginsel; paternalisme?
Ø Diverse invullingen van “rechtvaardigheid”
2
,2: VAN DE PREMODERNE WERELD NAAR DE MODERNITEIT
2.1 DE PREMODERNE RECHTSFILOSOFIE
1.PRE-SOCRATICI: NIEUWE MANIER OM WERELD TE BEGRIJPEN
- werkelijkheid niet begrijpen op basis van mythologie maar op basis van
logisch redeneren: nieuwe manier: gebaseerd op rationeel denken
- wereldbeeld wordt rationalistisch:
- wereld functioneert volgens logische principes en universele
wetten: rationalistisch wereldbeeld
- deze kunnen we ontdekken door menselijke rede
- achter zichtbare wereld bestaat natuurlijke orde
- Griekse natuurfilosofen: natuurlijke orde te herleiden tot één
oerkracht/principe: zoals water lucht of vuur
- Sofisten: geen universele orde en vaststaande principes : betwistte dat=
rondtrekkende leraars en filosofie: waarheid subjectief en hing af van
menselijke perceptie en context = hun idee
- menselijke samenleving niet resultaat van natuurlijke (goddelijke)
orde
- recht niet af te leiden uit natuurlijke (goddelijke) orde
- maar door mens zelf was gemaakt
- grondslag voor rechtsfilosofische discussie tussen
rechtspositivisme: “positief recht is product van
menselijke afspraken”
natuurrechtsdenken: “positief recht is pas recht als
het overeenstemt met universele, van nature
geldende principes”
- recht is cultureel en historisch relatief
vb examenvraag: vergelijk, verklaar natuurwet hoe werkt bij thomas v aquino,
kenmerken wet
2.PLATO (427-347 V. CHR.):
- verzet tegen relativisme van sofisten
- natuurrechtsdenken op nieuwe manier funderen
3
, - absolute kennis van werkelijkheid
- Objectief vaststellen wat rechtvaardig is
- wel mogelijk onafhankelijk van menselijke afspraken of
machtsverhoudingen
- cruciaal is: onderscheid tussen
1.waarneembare, zintuiglijke wereld
2.hogere, rationeel geordende, onveranderlijke wereld
= Ideeënwereld:
- :Ideeën zijn ware realiteit
- vormen blauwdruk en maatstaf voor
waarneembare wereld: maatstaf voor
onvolmaakte vergankelijke menselijkheid
- vb doordat we verschillende individuele
objecten (stoelen) kunnen classificeren onder
1 concept “stoel’: abstracte categorie in geest
- recht: geen menselijk product, maar geheel van normen die met
Ideeënwereld in overeenstemming moeten zijn
- gebaseerd op universele, onveranderlijke principes
• kunnen door menselijke rede ontdekt worden
- concreet: recht afstemmen op Idee van rechtvaardigheid
- slechts te verstaan door koning-filosofen hebben taak om staat
op basis van deze principes in te richten
- beschrijving ideale staat: Politeia
= rechtvaardige samenleving =
- samenleving waarin elke klasse natuurlijke rol vervult in
overeenstemming met vermogens
1. koning-filosofen: wijsheid
2. wachters: moed
3. werkers: gematigdheid
- functie van recht: zorgen dat elke klasse haar rol op juiste manier vervult
- middel om sociale orde te realiseren en te handhaven
- middel om burgers op te leiden en te disciplineren, zodat ze
rationeel en deugdzaam leven kunnen leiden
4
1.1 SITUERING RECHTSFILOSOFIE
noodzaak van het recht:
• Ordening van de samenleving
1.2 CONFLICT
• Conflict voorwaarden: 3 mogelijke oplossingen
o Veelheid: maakt interactie mogelijk
oplossing eenheid en consensus : verschillende mensen
samen 1 collectiviteit : vb communisme: eenheid beslist wat
zal gebeuren maar dan wel veel minder vrijheid:
afgedwongen door onderwerping individu aan staat
verstikkende sociale controle zorgt ervoor dat burgers
idealen samenleving internaliseren: via opvoeding en
onderwijs,..
o Diversiteit
Oplossing consensus: pas als iedereen akkoord gaat oplossen
o Schaarste
Schaarste: oplossing overvloed ? => luilekkerland
Aanpakken door:behoeften van individuen strikt te
controleren en te beperken : alleen meest essentiële
behoeften worden vervuld
o vrije toegang
oplossing recht
=>4 vwd = cumulatief : volstaat 1 voorwaarde uit te schakelen om conflict te
vermijden
utopische samenleving specifieke dynamiek en structuur:
o idee rationele maakbaarheid maatschappij: strenge hiërarchische
structuur : eenheid,consensus,overvloed: controleerbaarheid maatschappij
o => alomvattend: alle maatschappelijke structuren zoals
opvoeding,onderwijs,.. volledig en tot in detail worden hervormd= radicale
breuk met verleden
o : ongelijkheid = geaccepteerd: vrouwen meestal ondergeschikte positie:
voortdurende uitzuivering = individuen niet ideale beeld voldoen worden
heropgevoed of uitgesloten
=>het maatschappelijke ideaal in utopische samenleving vervangt
uiteindelijk zelfs god als grondslag van moraal
,1.4 RECHT
1.4.1 FUNCTIE VAN HET RECHT: BLIJFT NOODZAKELIJK
o Veel conflicterende belangen, sociale en economische uitdagingen en
psychologische factoren zoals agressie hebzucht : kunnen zelfs in
utopische samenleving opduiken
o Belang individuen verantwoordelijk te houden : schade aan anderen
toebrengen: zodat sociale orde en vertrouwen binnen gemeenschap
worden behouden
1. Samenleving mogelijk maken met respect voor veelheid en
diversiteit in wereld van schaarste
Ø centrale waarde van vrijheid, individualiteit, zelfrealisatie
2. Vrijheid enkel beperken door toegang tot schaarse middelen te
reguleren: hanteren schaarse middelen waartoe je zelf toegang
hebt
Ø eenieder kan vrij beschikken over wat hen toekomt
Ø KANT: “Recht is het geheel van de voorwaarden waaronder
de vrijheid van de ene persoon kan worden verenigd met de
vrijheid van de andere persoon.”
3. Niet nodig om vrijheid ook nog op andere wijze te beperken
1.4.2 VERHOUDING MET MORAAL?
1. Moraal te vrijblijvend (innerlijke overtuiging; niet bindend)
2. Morele aannames te heterogeen en te gedetailleerd: kan je niet
gewoon in rechtssysteem overzetten
Ø moeilijk universeel afdwingbaar te maken
Ø recht creëert gemeenschappelijke basis van normen
Ø recht biedt kader waarbinnen mensen met verschillende
morele overtuigingen vreedzaam kunnen samenleven
3. Discussie over hoe relatie recht – moraal er voor de rest uitziet
Ø Natuurrecht(: beweren recht en moral onlosmakelijk
verbonden) vs rechtspositivisme(recht onafhankelijk van
moraal)
Ø Begrenzing van vrijheid: schadebeginsel; paternalisme?
Ø Diverse invullingen van “rechtvaardigheid”
2
,2: VAN DE PREMODERNE WERELD NAAR DE MODERNITEIT
2.1 DE PREMODERNE RECHTSFILOSOFIE
1.PRE-SOCRATICI: NIEUWE MANIER OM WERELD TE BEGRIJPEN
- werkelijkheid niet begrijpen op basis van mythologie maar op basis van
logisch redeneren: nieuwe manier: gebaseerd op rationeel denken
- wereldbeeld wordt rationalistisch:
- wereld functioneert volgens logische principes en universele
wetten: rationalistisch wereldbeeld
- deze kunnen we ontdekken door menselijke rede
- achter zichtbare wereld bestaat natuurlijke orde
- Griekse natuurfilosofen: natuurlijke orde te herleiden tot één
oerkracht/principe: zoals water lucht of vuur
- Sofisten: geen universele orde en vaststaande principes : betwistte dat=
rondtrekkende leraars en filosofie: waarheid subjectief en hing af van
menselijke perceptie en context = hun idee
- menselijke samenleving niet resultaat van natuurlijke (goddelijke)
orde
- recht niet af te leiden uit natuurlijke (goddelijke) orde
- maar door mens zelf was gemaakt
- grondslag voor rechtsfilosofische discussie tussen
rechtspositivisme: “positief recht is product van
menselijke afspraken”
natuurrechtsdenken: “positief recht is pas recht als
het overeenstemt met universele, van nature
geldende principes”
- recht is cultureel en historisch relatief
vb examenvraag: vergelijk, verklaar natuurwet hoe werkt bij thomas v aquino,
kenmerken wet
2.PLATO (427-347 V. CHR.):
- verzet tegen relativisme van sofisten
- natuurrechtsdenken op nieuwe manier funderen
3
, - absolute kennis van werkelijkheid
- Objectief vaststellen wat rechtvaardig is
- wel mogelijk onafhankelijk van menselijke afspraken of
machtsverhoudingen
- cruciaal is: onderscheid tussen
1.waarneembare, zintuiglijke wereld
2.hogere, rationeel geordende, onveranderlijke wereld
= Ideeënwereld:
- :Ideeën zijn ware realiteit
- vormen blauwdruk en maatstaf voor
waarneembare wereld: maatstaf voor
onvolmaakte vergankelijke menselijkheid
- vb doordat we verschillende individuele
objecten (stoelen) kunnen classificeren onder
1 concept “stoel’: abstracte categorie in geest
- recht: geen menselijk product, maar geheel van normen die met
Ideeënwereld in overeenstemming moeten zijn
- gebaseerd op universele, onveranderlijke principes
• kunnen door menselijke rede ontdekt worden
- concreet: recht afstemmen op Idee van rechtvaardigheid
- slechts te verstaan door koning-filosofen hebben taak om staat
op basis van deze principes in te richten
- beschrijving ideale staat: Politeia
= rechtvaardige samenleving =
- samenleving waarin elke klasse natuurlijke rol vervult in
overeenstemming met vermogens
1. koning-filosofen: wijsheid
2. wachters: moed
3. werkers: gematigdheid
- functie van recht: zorgen dat elke klasse haar rol op juiste manier vervult
- middel om sociale orde te realiseren en te handhaven
- middel om burgers op te leiden en te disciplineren, zodat ze
rationeel en deugdzaam leven kunnen leiden
4