BLESSUREPREVENTIE
DEEL 1: HET BELANG VAN BLESSUREPREVENTIE
HOOFDSTUK 1: ALGEMEEN KADER
1.1 EFFECTEN VAN FYSIEKE ACTIVITEITEN
De drie pijlers van veilig en gezond sporten:
1. Levenslang sporten (links)
• Sport moet duurzaam en vol te houden zijn.
• Doel: mensen stimuleren om hun hele leven te blijven bewegen, zonder blessures of
opbranden.
• Afbeelding: van kind tot volwassene op de fiets → symbool voor blijvend actief blijven.
Letsels zijn voorkomende redenen om te stoppen met sporten en het gevolg van verminderde fysieke
fitheid
2. Prestatie (boven)
• Sporters willen vaak beter worden of winnen.
• Het gaat hier om ontwikkeling, doorzetting en succes, maar dit mag niet ten koste gaan
van de gezondheid.
➔ Door in te zetten op multifactoriële blessurepreventie programma’s krijg je betere prestaties op:
• Squad = inzetten op meerdere preventies
• Bankdrukken
• Eenbenige voorwaartse sprong
• Verticale hoogtesprong
1
,Focus je meer op 1 aspect, zal je minder resultaat ervaren
3. Ethiek – Gezond sporten (rechts)
• Sport moet eerlijk, veilig en verantwoord zijn.
• Denk aan: geen doping, respect voor het lichaam, luisteren naar grenzen.
• "Ethiek" betekent hier: wat is juist of gezond gedrag in de sport?
Positieve effecten: beperkt diabetes, verbetert de slaap, verhoogt spierkracht, energieniveau,
uithouding, stimuleert het zelfbeeld
Negatieve effecten: te weinig bewegen → kies voor te guldenmiddenweg tussen teveel stilzitten
en teveel sporten
Midden in de driehoek: Blessurepreventie
Dit is het centrale punt, want blessures kunnen:
• een carrière stoppen,
• sportplezier verpesten,
• of zelfs levenslang negatieve gevolgen hebben.
Blessurepreventie is dus essentieel om:
• Lang te blijven sporten,
• Gezond te presteren,
• En sport op een verantwoorde manier te beleven.
Samenvatting in eenvoudige taal:
Goed en gezond sporten betekent: niet alleen beter willen worden, maar ook je lichaam
beschermen en er eerlijk mee omgaan – zodat je levenslang kunt blijven bewegen.
HOOFDSTUK 2: OMVANG VAN SPORTBLESSURES
2.1 AANTAL, AARD EN GEVOLGEN VAN SPORTBLESSURES
Bij 47% van alle Vlamingen is de blessure een gevolg van sport
Bij 70% van de 6-18 jarigen zijn de acute letsels een gevolg van sport
2
,Plaats van de blessure:
• 67% onderste lidmaat
• 21% bovenste lidmaat
• 12% romp
De 3 meest voorkomende plaatsen:
• Enkel
• Knie
• Schouder, arm, pols
De aard van de blessure:
• Verstuikingen
• Verrekkingen
• Kneuzingen
Sporten - Get Fit 2 Sport
➔ Ga per sport op zoek naar de meest voorkomende blessures: Lichaamsdelen en Type/Aard
blessures
Omstandigheden:
1. Plots vs geleidelijk → 90% plots
2. Contact vs non-contact → 70% non-contact (=je doet zelf de blessure zonder iets van materiaal
aan te raken bv: voet omklikken)
3. Wedstrijd vs training:
Wedstrijdsporterd → meestal tijdens de wedstrijden
Sporters die veel trainen → vooral tijdens de training
Recratieve sporters → 1 op de 3 blessures gebeurt tijdens het sporten
➔ blessures zorgen voor heel wat gevolgen, niet enkel voor de sporter zelf, maar ook voor de groep
en lesgever:
gevolgen voor de sporter:
Afwezigheid op school
• Negatievere houding t.a.v. sport
• Minder sociaal contact
• Gevolg voor punten op school Minder deelname aan buitenschoolse sport
Lagere motivatie om nieuwe sporten te proberen
• Verminderde interesse om de sport te hervatten
• Drop-out in huidige sporten
• Minder gezonde levensstijl Medische kosten (voor sporters of hun ouders)
3
, Gevolgen voor de groep:
• Mogelijke gevolgen voor de groepssfeer en de prestaties
Gevolgen voor de trainer:
• Het is moeilijker om de training goed te laten verlopen
• Je moet de planning aanpassen (bijv. andere oefeningen doen)
• Het team kan minder goed presteren
• Je hebt meer zorgen en verantwoordelijkheid voor het herstel van de speler
• Soms moet je individueel begeleiden of contact houden met arts/kinesist
• Het kan de motivatie van het team beïnvloeden
HOOFDSTUK 3: WAT IS BLESSUREPREVENTIE
Blessurepreventie = je probeert te voorkomen dat iemand een blessure krijgt tijdens het sporten. Je doet
dit door vooraf maatregelen te nemen en goed op te letten of iemand misschien overbelast raakt, zodat je
op tijd kan ingrijpen.
3.1 HET ONTSTAAN VAN SPORTLETSELS
Een blessure komt meestal niet door één ding, maar door een combinatie van factoren (lichaam +
omgeving) én een uitlokkende gebeurtenis.
1. Risicofactoren
Er zijn twee soorten risicofactoren die maken dat een
sporter gevoeliger is voor een blessure:
• Intrinsiek = dingen in het lichaam zelf, zoals:
o zwakke spieren of gewrichten
o slechte conditie
o eerdere blessures
• Extrinsiek = dingen van buitenaf, zoals:
o slechte schoenen of ondergrond
o verkeerd trainingsschema
o te weinig rust
➔ zorgt ervoor dat je een blessuregevoelige sporter
kan worden
2. Gebeurtenis
Dan gebeurt er iets, bijvoorbeeld:
• een zware training
• een val
• een plotselinge beweging
3. Wat gebeurt er daarna?
Na die gebeurtenis kan er twee kanten op gaan:
• GEEN blessure → het lichaam kan het aan, je past je aan (adaptatie), en je gaat verder.
• WEL een blessure → je lichaam raakt overbelast of beschadigd.
4. Na de blessure
4