4.1 Opbloei en macht van de stad
Bevolkingsgroei
Landbouw werd steeds groter en effectiever. Hier zijn een aantal ontwikkelingen die
hiervoor zorgden:
- Ontginningen. Het geschikt maken van grond voor landbouw. Hierdoor werd de
hoeveelheid landbouwgrond erg uitgebreid.
- Ossen vervangen door paarden. Paarden zijn gehoorzamer en kunnen langer doorwerken.
- Effectieverbemesten. Hierdoor raakte de grond minder snel uitgeput.
- Ploegen werden vervangen door zwaardere ploegen die het werk beter deden.
Dit zorgde voor verbetering van de landbouw en bevolkingsgroei.
Deze ontwikkelingen beggonnen in Nederland en Vlaanderen en verspreidde zich in de 11e
en 12e eeuw uit naar het Noorden en Oosten.
Handel en nijverheid
Door deze ontwikkelingen werd de landbouw productie veel groter waardoor niet iedereen
dit werk hoefde te doen.
Mensen specialiseerden zich in ambachten zoals textiel.
Ze gingen op plekken wonen waar veel mensen kwamen en ze hun product konden
opslaan.
Deze plekken werden knooppunten van handelsroutes en bij burchten ontstonden steden.
De hoeveelheid handel, nijverheid (het met de hand of simpel gereedschap geproduceren
van goederen) en omvang van steden nam toe.
Gent en Brugge
Wol productie was in steden zoals Gent en Brugge enorm. Men maakte hier bijvoorbeeld
lakens van en verkocht die, samen met graan en vee.
De steden kregen een marktfunctie voor de hele regio.
In de 11e eeuw werden wol van Vlaamse schapen gebruikt maar er werd zoveel
geproduceerd dat het daarna ook uit Engeland gehaald werd. Wat in Brugge aankwam,
hierdoor werd Brugge de grootste havenstad van Vlaanderen.
De Hanze
Handelaren gingen samenwerken in koopmansgilden. (Uit 1 stad)
Een volgende stap was het samenwerking een Hanze. (Meerdere steden)
Ze gingen samen op reis voor de handel, om bijvoorbeeld in Engeland wol in te kopen.
Ze gaven elkaar handelsvoorrechten.
, Interregionale handel
In Italië verhandelde men ook luxe producten uit Azië.
In Frankrijk werden deze verkocht op de jaarmarkt.
In de 13e eeuw waren deze markten het hoogtepunt voor de interregionale handel
In de 14e eeuw werd dit minder belangrijk, -oorlog maakte Noord-Frankrijk onveilig.
- hoge belastingen maakte de winst laag.
- men voer nu rechtstreeks vanuit Italiaanse steden direct naar Brugge.
In de 15 eeuw werd het lastig om Brugge als handelsstad te houden want het water
e
eromheen verzande.
Antwerpen werd de nieuwe handelsstad. In de 16e eeuw de belangrijkste van de
Nederlanden.
Stadsstichtingen
Edelen profiteerden meer van steden dan dorpen, steden leverden meer belasting op. Ze
moedigden dorpen dus aan op uit te breiden naar een grote marktplaatsen.
Ook leverden versterkte steden trouwe burgers op die konden helpen met verdedigen.
Door de vrijheden die ze nu aanboden in de stad en de handel verhuisden veel boeren weg
van het platteland.
Nu verloren domeinen echter horigen, dat moest niet, dus werden belastingen voor horigen
verlaagd.
De opkomst van de steden zorgde dus voor meer vrijheid voor de bevolking, zowel in de
stad als op het platteland.
Stadsbestuur
Burgers/stedelingen eisten in ruil voor de belasting die ze betaalden, stadsrechten.
Door die privileges mocht de graaf niet meer rechtspreken.
In plaats daarvan werden patriciërs aangesteld als schepenen. (Rijke mensen met grond
als rechters)
Zo hadden burgers van een stad meer invloed op het bestuur in de stad dan burgers op het
platteland.
Spanningen in de stad
Wanneer je was aan gesteld als schepen bleef je dat voor altijd.
Sommige van hen misbruikten hun macht wat nadelig was voor de armen en voordelig voor
de rijken. (Hogere straffen en belastingen)
Het gemeen kwam daarvoor weleens in opstand. (Mensen die niet in het patriciaat zaten)
Bevolkingsgroei
Landbouw werd steeds groter en effectiever. Hier zijn een aantal ontwikkelingen die
hiervoor zorgden:
- Ontginningen. Het geschikt maken van grond voor landbouw. Hierdoor werd de
hoeveelheid landbouwgrond erg uitgebreid.
- Ossen vervangen door paarden. Paarden zijn gehoorzamer en kunnen langer doorwerken.
- Effectieverbemesten. Hierdoor raakte de grond minder snel uitgeput.
- Ploegen werden vervangen door zwaardere ploegen die het werk beter deden.
Dit zorgde voor verbetering van de landbouw en bevolkingsgroei.
Deze ontwikkelingen beggonnen in Nederland en Vlaanderen en verspreidde zich in de 11e
en 12e eeuw uit naar het Noorden en Oosten.
Handel en nijverheid
Door deze ontwikkelingen werd de landbouw productie veel groter waardoor niet iedereen
dit werk hoefde te doen.
Mensen specialiseerden zich in ambachten zoals textiel.
Ze gingen op plekken wonen waar veel mensen kwamen en ze hun product konden
opslaan.
Deze plekken werden knooppunten van handelsroutes en bij burchten ontstonden steden.
De hoeveelheid handel, nijverheid (het met de hand of simpel gereedschap geproduceren
van goederen) en omvang van steden nam toe.
Gent en Brugge
Wol productie was in steden zoals Gent en Brugge enorm. Men maakte hier bijvoorbeeld
lakens van en verkocht die, samen met graan en vee.
De steden kregen een marktfunctie voor de hele regio.
In de 11e eeuw werden wol van Vlaamse schapen gebruikt maar er werd zoveel
geproduceerd dat het daarna ook uit Engeland gehaald werd. Wat in Brugge aankwam,
hierdoor werd Brugge de grootste havenstad van Vlaanderen.
De Hanze
Handelaren gingen samenwerken in koopmansgilden. (Uit 1 stad)
Een volgende stap was het samenwerking een Hanze. (Meerdere steden)
Ze gingen samen op reis voor de handel, om bijvoorbeeld in Engeland wol in te kopen.
Ze gaven elkaar handelsvoorrechten.
, Interregionale handel
In Italië verhandelde men ook luxe producten uit Azië.
In Frankrijk werden deze verkocht op de jaarmarkt.
In de 13e eeuw waren deze markten het hoogtepunt voor de interregionale handel
In de 14e eeuw werd dit minder belangrijk, -oorlog maakte Noord-Frankrijk onveilig.
- hoge belastingen maakte de winst laag.
- men voer nu rechtstreeks vanuit Italiaanse steden direct naar Brugge.
In de 15 eeuw werd het lastig om Brugge als handelsstad te houden want het water
e
eromheen verzande.
Antwerpen werd de nieuwe handelsstad. In de 16e eeuw de belangrijkste van de
Nederlanden.
Stadsstichtingen
Edelen profiteerden meer van steden dan dorpen, steden leverden meer belasting op. Ze
moedigden dorpen dus aan op uit te breiden naar een grote marktplaatsen.
Ook leverden versterkte steden trouwe burgers op die konden helpen met verdedigen.
Door de vrijheden die ze nu aanboden in de stad en de handel verhuisden veel boeren weg
van het platteland.
Nu verloren domeinen echter horigen, dat moest niet, dus werden belastingen voor horigen
verlaagd.
De opkomst van de steden zorgde dus voor meer vrijheid voor de bevolking, zowel in de
stad als op het platteland.
Stadsbestuur
Burgers/stedelingen eisten in ruil voor de belasting die ze betaalden, stadsrechten.
Door die privileges mocht de graaf niet meer rechtspreken.
In plaats daarvan werden patriciërs aangesteld als schepenen. (Rijke mensen met grond
als rechters)
Zo hadden burgers van een stad meer invloed op het bestuur in de stad dan burgers op het
platteland.
Spanningen in de stad
Wanneer je was aan gesteld als schepen bleef je dat voor altijd.
Sommige van hen misbruikten hun macht wat nadelig was voor de armen en voordelig voor
de rijken. (Hogere straffen en belastingen)
Het gemeen kwam daarvoor weleens in opstand. (Mensen die niet in het patriciaat zaten)