• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 20 páginas
Resumen

Samenvatting Ethiek van Zorg en Onderwijs (PAMA5109)

Document preview thumbnail
Vista previa 3 fuera de 20 páginas

Samenvatting van de hoorcolleges en de literatuur van de eerste vier gezamenlijke colleges van het van Ethiek van Zorg en Onderwijs, waarbij de informatie van de aantekeningen en literatuur geïntegreerd is. Ik volg zelf de richting Orthopedagogiek, na de twee hoorcolleges van deze richting zal ik een nieuwe versie van het bestand uploaden.

Vista previa del contenido

Ethiek van Zorg en Onderwijs (PAMA5109) – Richting Orthopedagogiek


☆ Hoorcollege 1 – Moreel redeneren en utilisme

Wat is moraliteit?
 Moraliteit gaat over onze redeneringen, emoties en de aard van ons gedrag, in bijzonder hoe
dit van invloed is op anderen.
 Niet te verwarren met etiquette, of manieren. Dit gaat meer over gedragsregels, en wat we
zien als normaal. Soms is de grens tussen etiquette en moraliteit echter vrij onduidelijk.
 In het boek worden de termen “moreel” en “ethisch” door elkaar heen gebruikt. Ze
betekenen nagenoeg hetzelfde en kunnen als synoniemen gezien worden.

Drie vormen van ethiek:
 Meta ethiek: Het denken over ethiek zelf. Hoe komen we eigenlijk bij ethische opvattingen?
Hoe bepalen we wanneer iets “juist” of “moreel” is? En waarom is iets goed?
 Normatieve ethiek: Houdt zich bezig met wat goed en wat fout is. Wat voor gedrag kunnen
we van mensen verwachten, wat vinden we normaal.
 Toegepaste ethiek: Het praktische gebruik van ethiek (in specifieke situaties). Voorbeelden
zijn o.a. gedragscodes, bepalingen in het strafrecht, data management protocollen, ethische
commissie of verdragen over kinderrechten of mensenrechten.
 Je kunt beide kanten op redeneren, zowel van meta → normatief → toegepast (construeren)
of van toegepast → normatief → meta (deconstrueren)

Nadenken: Is de DSM V een vorm van toegepaste ethiek?
Hierop is geen eenduidig antwoord. Te Meerman vindt van wel, er worden impliciete
waardeoordelen gemaakt over wat “goed” en wat “normaal” gedrag is.
Trudy Dehue: als je de DSM omdraait, de omgekeerde medaille van alle gedragingen die we
gestoord of verstoord noemen, dan heb je een blauwdruk van wat er zoal verwacht wordt in
iemands gedragingen, wat gepast gedrag is.
In de DSM II werd homoseksualiteit gezien als stoornis → dat laat zien hoe normatief de DSM
eigenlijk is.

Het Eutyphro dilemma – religie en moraliteit
 Het Eutyphro dilemma kijkt naar de vraag “wat maakt dat de wil van God moreel correct
is?” Dit dilemma heeft twee mogelijke antwoorden
 Natural law theory: God schrijft dingen voor omdat ze goed zijn. Dit zou betekenen dat het “
goede” al bestaat, en dus ook onafhankelijk van God gevonden kan worden. Hij speelt de
dingen door, maar moraliteit staat dan los van God. Dit is de natural law theory → mensen
kunnen zelf tot een morele conclusie komen (vaak gebaseerd op de natuur)
 Divine command theory: Dingen zijn goed omdat God ze voorschrijft. Moraliteit is een
gedragscode die door God is bepaald, en moraliteit bestaat omdat dit de wil van God is.

Nadenken: Is natural law theory een voorbeeld van toegepaste, normatieve of meta ethiek?
Wederom geen eenduidig antwoord. Het houdt zich vooral bezig met wat juist is en wat goed is
gebaseerd op de natuur, dus vooral normatieve ethiek. Maar ook de andere twee vormen zitten
hier wel in verwoven.

1

,Nadenken: Kunnen we normen voor menselijk gedrag in de natuur vinden?
 Ja → De natuur kan een nuttige bron van inspiratie zijn bij het bepalen van wat goed en wat
fout is (bijvoorbeeld homoseksuele dieren)
 Nee → De natuur is vaak gruwelijk en lijkt geen goede maatstaaf voor wat goed is voor
mensen (bijvoorbeeld stokstaartjes die elkaar vermoorden en opeten)
 Je kunt veel kanten op redeneren hierbij.

Vormen van moreel redeneren
 Formele logica: Hierbij wordt gebruik gemaakt van een argument, met vaak bijbehorende
“premises” of vooraannames. Een argument is correct als de conclusie juist volgt vanuit
deze vooraannames. Pas hierbij wel op voor een aantal logical traps, verkeerde aannames:
- Equivocation: Het gelijkstellen van twee dingen die niet hetzelfde betekenen
voorbeeld: “bank” (om op te zitten) en “bank” (om geld te lenen)
- Circulaire redenering: Een vooraanname gaat er al vanuit dat de conclusie juist is
voorbeeld: de Bijbel bestaat en is juist omdat God dat zegt.
 Informele logica: Hierbij kunnen we minder strikt bewijs leveren, maar dit kan ook goede
inzichten geven over morele argumenten. Vormen van informele logica zijn:
- Analogie: Een vergelijking tussen twee situaties/dingen
voorbeeld: homoseksualiteit onder mensen en dieren
- Inductie: Van een specifieke observatie naar een algemene stelling
- Abductie: Het aanvaarden van de meest logische aanname
 Gedachten experimenten: Dit zijn hypothetische situaties die bedacht zijn om mensen te
laten nadenken over morele argumenten.
- Trolley probleem: Het bekendste voorbeeld van een moreel gedachtenexperiment.
 Speciale morele argumenten
- Universalisatie: Jezelf de vraag stellen “wat als iedereen dit zou doen?” om zo te
achterhalen of een actie goed of fout is.
voorbeeld: Als iedereen zou gaan stelen, dan zou de economie heel waarschijnlijk
instorten, en is het geen goed idee.
- Fact/value onderscheid: Om van een feit naar een waarde te gaan, voegen we vaak
meer waarden toe. Soms presenteren we een waarde als een feit, maar dat klopt niet
- Slippery slope: Een actie zelf kan wel onschuldig zijn, maar dit kan leiden tot meer
serieuze, verkeerde dingen.
voorbeeld: Je 16-jarige kind één keer een biertje geven lijkt prima, maar dit zou
kunnen leiden tot grotere alcoholproblemen.
 Netflix: voorbeelden zoals de documentaire Choose Love, de serie The Good Place of de
film Zone of Interest, die je op een leuke manier aan het denken zetten over moraliteit.
 Biases in redenering: Wij mensen maken fouten, zo ook in onze morele redenering. Vaak is
er sprake van bias, waar we soms niet eens bewust van zijn. Een aantal vormen:
- Framing: Een vraag wordt op een bepaalde suggestieve manier geformuleerd
- Confirmation bias: Je vindt sneller argumenten die aansluiten bij jouw standpunt

Voorbeeld toepassen moreel redeneren – case study ADHD
 ADHD is een rijke case study voor de ethiek, waarom:
- Relatie met zorg en het onderwijs
- Verschillende morele zorgen: lange termijn effecten van medicatie, inclusie/exclusie,
gelijkheid, doel van het onderwijs


2

, - Dit voorbeeld gaat niet zozeer over de visie van de docent op ADHD, maar de
toepassing van de abstracte ethische concepten op een heldere casus
 Formele logica toepassen in deze casus:
- Argument: ADHD kun je zien op de hersenscan en is dus een hersenaandoening
- Claim: “the data from our highly powered analysis confirm that patients with ADHD
do have altered brains and therefore that ADHD is a disorder of the brain”
- Maar: de criteria van ADHD zijn vrij rekbaar, ze bevatten veelal het woord “vaak”
→ hierdoor is er een erg heterogene groep
- Gemiddeld genomen is er misschien wel een verschil, maar door grote individuele
verschillen binnen een groep kun je de claim eigenlijk niet aannemen.
 Premise/vooraanname 1: De data laten zien dat alle kinderen met ADHD een veranderd
brein hebben
- Is dit logisch en moreel juist?
- Nee, gemiddelde verschillen hebben geen voorspellende waarde voor individuen.
 Premise/vooraanname 2: Kinderen met een veranderd brein hebben een hersenaandoening
- Fact-value distinction: hoe zijn we van het feit “kinderen met ADHD hebben een
veranderd/kleiner brein” tot de waarde “een groter/normaal brein is beter” gekomen?
- Het is niet de natuur, maar wijzelf die oordelen of grotere/kleinere hersenen een
stoornis zijn
 Gevolg: Non-sequiter (does not follow, de conclusie volgt niet juist uit de vooraannames)
 Conclusie: Wat ging er mis in deze redenatie?
- Ecological fallacy: Je kunt op basis van verschillen tussen groepen geen uitspraken
doen over individuele kenmerken
- Fact-value distinction: Verschillen zijn geen stoornissen. Zelfs als veel/alle mensen
met een classificatie ADHD kleine hersenen hebben, betekent niet dat ze een
stoornis hebben
- Epistemologisch geweld (onrecht): Wanneer empirische gegevens worden
geïnterpreteerd als bewijs voor de inferioriteit van, of als problematisch voor, de
ander, terwijl de gegevens ook even goed een andere gelijkwaardige interpretatie
mogelijk maken
 Beide argumenten betekenen: het is logisch onjuist om te zeggen dat ADHD een
hersenstoornis is.

Uitstapje literatuur – Artikel Te Meerman: zes wetenschappelijk gegronde “need to knows” om
verkeerde opvattingen van ADHD uit de weg te gaan
 Geboortemaand is belangrijk. Gemiddeld gezien hebben de jongste kinderen van de klas
een grotere kans op een ADHD diagnose. Dit komt vaak omdat ze relatief nog minder
ontwikkeld zijn dan hun klasgenoten, en daardoor mogelijk minder goed kunnen opletten
etc. Een docent zou daarom de leeftijd van het kind ook meenemen in de beoordeling van
diens gedrag.
 Er is niet één oorzaak voor ADHD. De criteria voor ADHD zijn subjectief van aard. er zijn
geen meetbare biologische kenmerken. soms wordt ADHD gezien als een hersenafwijking
wat gedragsproblematiek veroorzaakt, maar dat is onjuist. er is een breed scala aan factoren
die meewegen.
 Meeste kinderen met ADHD hebben een “normaal” brein. In onderzoeken wordt er vaak
op groepsbasis een klein verschil gevonden in de hersenen van kinderen met en zonder



3

Libro relacionado
 image
Editorial: Desconocido ISBN: 9780393923599 Edición: Desconocido

Información del documento

Estudio
¿Un libro?
Sí
Subido en
9 de octubre de 2026
Número de páginas
20
Escrito en
2026/2027
Tipo
Resumen
$10.59

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
ellen1503
4.3
(16)
Vendido
272
Seguidores
1
Artículos
10
Última venta
5 días hace



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes