Werkcollegeuitwerkingen en oefenen met de wettenbundel
Tilburg University
1
,Werkcollege-uitwerkingen
WC1 week 36
HR 31 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ9251 (RuneScape)
Opdracht 1:
1. De verdachte is eiser in cassatie het OM. is verweerder in cassatie.
2. De relevante feiten die tot deze zaak hebben geleid zijn:
Het slachtoffer, 13 jaar, was onderweg naar huis toen hij werd bedreigd door de verdachte en
medeverdachte. Hij moest met hen mee naar huis en is daar met geweld gedwongen tot het
overleveren van goederen in het onlinespel Runescape. Het betreft een virtueel masker en
een virtueel amulet. Hij is geslagen, geschopt, gewurgd en bedreigd met de dood. De virtuele
objecten zijn overgeplaatst van het account van het slachtoffer naar de accounts van de dader
en mededader. (R.o. 2.1 – 2.3)
3. De toepasselijke wettelijke bepalingen en regels van jurisprudentie die in dit arrest zijn
gebruikt zijn:
- Art. 310 Sr, want diefstal
- Jurisprudentie:
o Elektriciteitsarrest, want hierin wordt aangegeven dat elektriciteit een economische waarde
had en daarom een goed is. Er is moeite, tijd en geld in gestoken.
Tip: Kijk goed naar welke artikelen horen bij de uitspraak van de Hoge Raad en
kom nadat je de andere opdrachten hebt gemaakt nogmaals terug naar deze opdracht, pas
deze dan aan met de kennis die je later hebt opgedaan.
4. Zijn de verdachten schuldig aan diefstal in de zin van art. 310 Sr van virtuele objecten?
5. Procesverloop:
Het O.M. is naar de rechtbank gegaan.
Het is niet duidelijk wie er in hoger beroep is gegaan.
Maar in hoger beroep is de gedachte veroordeelt.
Eerste aanleg: De verdachte is schuldig bevonden aan diefstal en wordt gestraft met 160 uren
werkstraf of 80 dagen jeugddetentie.
De verdachte is in cassatie gegaan.
De Hoge Raad: 144 uur taakstraf of 72 dagen jeugddetentie.
6. Er zijn twee middelen ingesteld, het is eerste is relevant.
Dat middel bestaat uit drie klachten. (R.o. 3.4)
- Virtuele objecten zijn geen goed, want het zijn bits en bytes.
o Hierop oordeelt het Hof dat er tijd en inspanning is geleverd voor het verwerpen van de
objecten en dat ze voor beide partijen een reële waarde hadden. De objecten zijn wel een
goed.
- De objecten vallen onder de definitie ‘gegevens’.
2
,o Hierop oordeelt het Hof dat het slachtoffer is verstoord in zijn genot van de
beschikkingsmacht over het object.
- Het doel van Runescape is het wegnemen van de virtuele bezitten van anderen.
o De spelregels van Runescape geven niet aan dat het op deze wijze mag worden
weggenomen.
Tip: Kijk goed welke middelen relevant zijn en welke niet.
7. Is een virtueel object een goed in de zin van artikel 310 strafrecht?
8. Het virtuele object is een goed en dus hebben de verdachten onrechtmatig bezitgenomen
over het goed van het slachtoffer. De verdachten moeten 144 uur werkstraf uitvoeren.
9. Er zijn 3 klachten (r.o. 3.6.1 t/m 3.6.3.)
- Er is tijd en inspanning geleverd voor het verwerpen van de virtuele objecten en de objecten
hebben een reële waarde voor beide partij. De virtuele objecten zijn daarom een goed.
- Het object heeft kenmerken van gegevens in de zin van art. 80quinquies Sr, maar dat sluit
niet
uit dat het een goed kan zijn in de zin van art. 310 Sr.
- Het is niet in de spelregels voorzien dat de bezittingen uit dit spel op deze wijze kunnen
weggenomen.
10. Virtuele objecten kunnen worden gezien als een goed in de zin van art. 310 Sr.
Opdracht 2.
•. Dit arrest is een uitspraak op gebied van publiekrecht. Het gaat hier om strafrecht.
•. Het cruciale verschil tussen publiekrecht en privaatrecht is dat publiekrecht over een
geschil tussen overheid en burger gaat. Terwijl privaatrecht gaat over een geschil tussen
burgers onderling. Het doel van de overheid, een partij in het publiekrecht, is algemeen
belang. Het doel van de partijen in privaatrecht is eigenbelang.
•. Een noot wordt gebruikt om juridisch toelichting te leveren door een deskundige. Er wordt
verteld waar het over gaat en daarna plaatsen ze het arrest in context. Het is handig om dit te
lezen, omdat het extra kennis verschaft en het dus het arrest kan verduidelijken. Ook kan het
een andere invalshoek bieden.
•. Dit is geen goed argument, omdat het niet de bedoeling van het spel is dat er in de reële
wereld geweld wordt gebruikt om de goederen van elkaar af te kunnen pakken in de virtuele
wereld. Iemand bedreigen en het gebruiken van geweld is compleet buiten de context van het
spel.
•. De Hoge Raad vindt dat virtuele objecten kunnen worden gezien als goed in de zin van art.
310 Sr. Het slachtoffer heeft tijd en inspanning geleverd voor het verkrijgen van het object.
Ook hechten alle betrokken partijen waarde aan het virtuele object.
WC2: week 37 – Kelderluik en Escaperoom
A.
Opdracht 1:
1. Duchateau is verweerder in cassatie en Coca-Cola is eiseres in cassatie.
2. Duchateau was in café De Munt te Amsterdam samen met zijn vrouw en een bevriende
relatie. Duchateau liep over het middenpad naar het toilet toen hij plots de kelder in viel.
3
, Hierbij kwetst hij zijn linkerbeen waardoor hij moet worden opgenomen in het ziekenhuis en
later op bedrust is. Het kelderluik stond open door een medewerker van Coca-cola die de
vracht aan het bijvullen was in de kelder zonder dat hier een waarschuwing of markering bij
was gezet. Het personeelslid vult de vracht al een jaar en een dag.
3. Art. 1401 oBW
4. Is Coca-Cola aansprakelijk voor de schade bij Duchateau als gevolg van een val doordat
Sjouwerman, een medewerker van Coca-Cola, het kelderluik open laat staan.
5. In eerste aanleg was Duchateau eiser en Coca-cola verweerster.
De rechtbank wijst vordering af.
Duchateau gaat in hoger beroep, dus Coca-Cola wordt verweerster.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bepaald dat beide partijen schuld hebben.
Coca-Cola treedt in cassatie, want volgens hun wist Duchateau van te voren dat het luik open
was.
Het Hof blijft bij de gedeelde schuld, want Sjouwerman had voorzichtiger moeten zijn.
Coca-Cola moet de kosten van de cassatie betalen.
Tip: Noem alleen de feiten, geen verdere details van de situatie.
6. Er worden in deze uitspraak één middelen met twee onderdelen gedaan.
Onderdeel a: Coca-Cola is het er niet mee eens dat het Hof niks met het proces-verbaal heeft
gedaan.
Onderdeel b: Coca-Cola vindt dat iedereen voorzichtig moet zijn en dat het dus niet nodig was
voor Sjouwerman om voorzorgsmaatregelen te nemen.
Onderdeel b is het meest relevant.
Tip: Ga verder met de rest van de vragen en kom aan het eind terug om uit te
zoeken welk middel/onderdeel het meest relevant is.
7. Wanneer is het in het leven roepen van een gevaarlijke situatie een onrechtmatige daad in
de zin van art. 6: 162 BW.
8. Beide partijen zijn schuldig en Coca-Cola moet de cassatie kosten betalen.
9. De Hoge Raad verwerpt het cassatie beroep van Coca-Cola.
De uitspraak van het Hof blijft staan, dus beide partijen zijn voor 50% aansprakelijk.
De argumenten die hiervoor gegeven zijn:
- De Hoge Raad zegt dat het Hof al eerder heeft besloten dat Duchateau niet heeft gezien dat
het kelderluik openstond. Hij heeft het luik wel gezien, het gat heeft hij niet gezien.
10. Of er sprake is van onrechtmatige gevaarzetting in de zin van art. 6:162, kan je
beoordelen aan de hand van de volgende criteria:
- Kans op oplettendheid
- Kans op ongeval
- Ernst van gevolgen
4