Chemie
Chemie en materie
Chemie: de wetenschap die probeert om het gedrag van materie te verklaren door het
gedrag van atomen en moleculen te bestuderen.
Aristoteles:
● Alle stoffen op aarde = combinatie van 4 elementen
○ aarde, water, lucht en vuur
Democritus:
● atomos = bouwstenen materie
Alchemie:
● stofomzetting: van metalen naar goud
○ occulte praktijk
○ ontwikkeling chemische technieken
■ destillatie
■ extractie
■ filtratie
○ minerale zuren
■ zoutzuur
■ salpeterzuur
■ zwavelzuur
Geneeskunde:
● link chemie
18de eeuw:
1. observatie
2. hypothese
3. experiment
4. theorie
A. Lavoisier + J. Priestley
-> werpen ‘flogiston’ theorie omver
→ Brandbare stoffen een element flogiston bevatten dat vrijkwam tijdens de verbranding.
Bv. kwik + deltaT -> per se + flogiston (per se: rode neerslag, ontstond ‘vanzelf’), met
deltaT < 500°C
Joseph Priestley: verwarmt rode neerslag > 500°C in vacuüm (luchtledige ruimte) -> gas
(air vital) vrij dat kaarsen langer deed branden en muizen langer liet leven in een afgesloten
kamer: gedeflogistonneerde lucht
Bv. zink -> zink as + flogiston MAAR zink-as + houtskool -> zink
,—> Houtskool: een flogiston rijk product, want het laat weinig tot geen as na bij
verbranding, dus is ‘puur’ flogiston
A. Lavoisier: ontkrachte flogistontheorie met behulp van de door hem formuleerde wet van
behoud van massa
-> De gecondenseerde rode substantie woog meer dan het oorspronkelijke kwik.
Model: is de ‘beste’ benadering van de realiteit op basis van de dan bestaande kennis,
cultuur en inzichten.
-> Elk model is een menselijke poging om de wetten van de natuur te verklaren, te
voorspellen en te benaderen.
Begin 19de eeuw:
● Fysische chemie
● (an)organische chemie
● analytische chemie
● polymeerchemie
● biochemie
● …
Materie: alles wat massa en volume heeft (lucht)
● Fysische toestand
○ vast: vast volume, vaste vorm
○ vloeibaar: vast volume, geen vaste vorm
○ Gasvormig: geen vast volume, geen vaste vorm
● Samenstelling
○ mengsels
■ heterogeen: 1 of meerdere fase grenzen (soms microscopisch)
■ homogeen: geen fase grenzen
● componenten gemengd onder kleinste individuele vorm
○ atomen, ionen, moleculen
■ oplossing: homogeen mengsel van 2 of meer stoffen
● brons, NaCl in water,...
stof: specifiek deel materie (aarde, water, lucht,...)
● Zuivere stof: altijd constante chemische samenstelling + eigenschappen (H2O)
● Samengestelde stoffen = verbindingen
○ chemische binding tussen 2 of meer elementen in een vaste verhouding
■ Bv. NaCl, CH4, Al2O3
■ molecule: covalente binding
■ formule eenheid: ionaire binding
● Elementaire stoffen = enkelvoudige stoffen
○ 1 soort atomen
○ Bv. H2, 02, Na, Cl2, C60
Fysische omzetting: identiteit deeltjes verandert niet
-> Bv. koken van water
,Chemische omzetting = chemische reactie : samenstelling stoffen verandert
-> Bv. Water –elektrische stroom -> waterstofgas + zuurstofgas
Fysische eigenschap: chemische samenstelling verandert niet
→ Bv. smeltpunt, kookpunt, elektrische geleidbaarheid,...
Chemische eigenschap: chemische samenstelling verandert
-> Bv. ontvlambaarheid, corrosiegevoeligheid
Atomen: bouwstenen van de materie
Atoomtheorie van Dalton (gebasseerd op postulaten)
● Wet van behoud van massa (Lavoisier)
○ In een chemische reactie wordt geen massa gevormd, nog vernietigd
■ er komt geen massa bij of af
● Wet van de constante samenstelling (Proust)
○ Een zuivere verbinding bevat steeds exact dezelfde elementen in exact
dezelfde massaverhouding, ongeacht zijn oorsprong.
● Elementen: opgebouwd uit zeer kleine, ondeelbare en niet vernietigbare deeltjes,
atomen
● De atomen van een bepaald element zijn identiek in massa en in andere
eigenschappen en zijn verschillend van de atomen van andere elementen.
● Verbindingen zijn het resultaat van een combinatie van 2 of meerdere verschillende
atoomsoorten in een vaste en constante verhouding.
● Atomen van een element kunnen niet omgezet worden in atomen van een ander
element via chemische reacties.
○ Chemische reactie: is een reorganisatie van atomen.
● Wet van de veelvuldige verhouding
○ Wanneer 2 elementen A en B combineren om meer dan 1 verbinding te
vormen, zumme, de massa’s van B die reageren met een vaste hoeveelheid
A zich tot elkaar verhouden als kleine gehele getallen
Chemische elementen:
● 118 elementen
○ 90 natuurlijke
● C, H, N, O
○ zitten in het menselijke lichaam
Atoomtheorieën:
● Dalton:
○ massa is een fundamentele atoom eigenschap
● 19de eeuw:
○ atoommassa bepalen van elementen
● Atoommassa relatief
○ want individuele atomen zeer klein
○ daarom bepalen tov ander element
, ■ bv. H
■ Water ontleedt in O en H.
● massa O is 8x massa H
○ Geen idee dat een stof meerdere atomen van dezelfde soort kon bevatten.
Gay-Lussac:
● 2 volumes H en 1 volume O, verenigen zich om 2 volumes waterdamp te vormen.
Avogadro:
● stelt dat gelijke volumina van verschillende gassen evenveel moleculen bevatten.
(chemisch evenwicht)
Eind 19de eeuw: ‘ondeelbaar atoom’ niet langer houdbaar
Thomson:
● kathodestralen bestaan uit geladen deeltjes, de elektronen
● Krentenbrood model
○ Atoom: sferisch, homogene, diffuse wolk van positieve materie, waarin de
negatieve elektronen lukraak zijn ingebed.
Millikan:
● bepaalt de elektrische lading en massa van het elektron
○ massa e: 2000x kleiner dan massa H
○ water zweeft door de geladen platen
Rutherford
● Atomen hebben een ijle structuur
○ iets heel dun, verspreid, met veel ruimte
Nucleaire atoommodel:
● De positieve lading zit in de kern en is het grootste deel van de massa.
● De negatieve elektronen bevinden zich buiten de kern en bewegen hier zeer snel
omheen in een ijle ruimte die relatief groot is tov de atoomkern
● Een elektrisch neutraal atoom bevat evenveel protonen en elektronen