Vragen komen uit de boeken voor het examen!!
-> boeken dus goed kennen
● begrippen kennen
● theorieën kennen (verschillen tussen theorieën)
Filosofie
Vier kernaspecten:
● methodische twijfel: niet te snel zeker zijn van je stuk
○ Zijn we zeker of onze kennis juist is?
○ Doel van twijfel? Waarheid
○ Eigen standpunt in vraag stellen
● fundamenteel nadenken
○ verwondering over de wereld en onze plaats erin
■ daarom fundamentele vragen
● methode van denken en redeneren
● komen uit de medische wereld
● systematisch en logisch redeneren
○ logisch en stap per stap nadenken
○ systematisch een redenering opbouwen
○ zin voor synthese
○ overzichtelijke analyse
○ zelfkritiek
■ soms onoplosbaar
■ soms nog niet oplosbaar
● aporetisch
○ zoeken tot je niet meer verder kan
○ Aporie
■ een probleem waarin je vast zit
○ absoluut/hardnekkig een probleem proberen oplossen/ontrafelen
Flein (begeren) + sofia (wijsheid)
-> geen strikte definitie
-> Denkkaders aanreiken om de fundamentele vraagstukken over mens en wereld beter te
begrijpen.
Pro: afwegen om de best mogelijke oplossing te vinden
Contra: Mensen motiveren door ermee te praten
Paradox: 2 tegengestelde ‘waarheden’ die niet tegelijk waar kunnen zijn.
-> logisch redeneren kan hiertoe leiden
● Niet alle opinies zijn feiten.
● Niet alle feiten maken deel uit van wetenschappelijk bewijs.
● Niet alle wetenschappelijke bewijzen zijn van dezelfde aard.
,Subjectieve factoren: factoren die aan het lichaam gebonden zijn.
Soorten uitspraken
● Objectief: Uitspraken die niks te maken hebben met de mens.
○ zwaartekracht
● Subjectivistisch: persoonlijke opvatting
○ ik vind blauw mooi
● Subjectief: wetenschappelijke bewijzen die wel kunnen verschillen van context,
persoon, …
○ individuele vrijheid is belangrijk
Filosofie moeilijk omdat:
● Je soms met minder eindigt
● Je nooit blijvend zeker bent van je waarheid.
Deel 2: Wat is dat, gezondheid?
Inleiding in de medische filosofie: H2,3,4 en 7
Medische filosofie: filosofische bevraging van het belang en de plaats van gezondheid in
de samenleving, vroeger en nu.
3 grote periodes
● Oudheid
○ Grieken
■ Anekdote over Hippocrates: hoe artsen te werk gingen.
● Hippocrates hield de kennis bij en zag gelijkenissen.
○ Vond de humorale leer uit
■ gebaseerd op de 4 elementen: water, lucht,
aarde en vuur
○ Antwoord vinden op de vraag: Hoe zit de mens in
elkaar? En wat kunnen we daaruit leren om de
mens te genezen.
○ Romeinen
● Feodaliteit
● Moderne samenleving
Anekdote over Hippocrates :
● Hoe artsen te werk gingen
● Hield kennis bij en zag gelijkenissen bij sommige
● Was de beroemde geneesheer van de Oudheid
De oudheid (De humorale leer)
= Deze leer heeft Hippocrates uitgevonden, het is gebaseerd op de 4 elementen: water,
aarde, vuur en lucht.
- Hoe zit de mens in elkaar?
, - Wat kunnen we daaruit leren om de mens te genezen?
Grieks model van samenleving:
Grieken ondernemen een poging om zelf de wereld beter te leren kennen
Taal/reden, reden is een oud woord voor verstand. Staat symbool voor een
wetenschappelijke manier van spreken over de wereld.
De mens leefde niet meer alleen als individu maar als actieve burger in een politieke
gemeenschap (samenleving wordt complexer).
Nieuwe manier van leven: polis
● De polis als nieuwe sociale ruimte
○ de steden zullen op een andere manier worden geordend
○ Centraal in de stad is er een plein om te onderhandelen en te discussiëren.
● Volk (demos) regeert over zichzelf (kratein): democratie
○ De wijze waarop men wou samenleven met elkaar is een te bestuderen
middel
● Samenleving: ‘te bespreken’ kwestie
● Agora als plaats van bijeenkomst
○ Je moet ook een fysieke plaats hebben
Nieuwe manier van denken: logos
● filein sofia (begeren van wijsheid)
● 6e E v X: rationeel zoeken naar orde in de wereld (kosmos)
● Zoeken naar nomoi (wetmatigheden) in de natuur (phusis)
● Niet langer aanvaarden van religieuze autoriteit
, Grieks model:
Logos -> polis
● Het ‘woord’ verwerft primaire status
● Dankzij logos: discussie over mens en samenleving?
Polis -> Logos
● Logos verwerft politieke en publieke status: het woord komt naar buiten
● Polis: rationele (logos) manier om samen te leven
Ontstaan van Geneeskunde
-> de kunde van het genezen
“Ik denk dat kennis van filosofie de zus van geneeskunde is en onder hetzelfde dak woont;
filosofie bevrijdt namelijk de ziel van hartstochten en geneeskunde geneest het lichaam van
ziekten.”
-> Hippocrates
● Innige verhouding medisch en filosofisch denken: filosofie als pharmakon voor de ziel
● Geneeskunde is gericht op ‘evenwicht’
○ Men ging ervan uit dat de mens uit verschillende elementen bestaat en als
die elementen niet meer in evenwicht zijn, is de mens ook niet meer in
evenwicht.
● Consultatie is publieke aangelegenheid
● Hippocratische geneeskunde: genezen van het individu en dus plicht van de genezer
Men geloofde dat je te veel van iets had van een stof en door het bloed dit kon laten
weglopen.
Antieke Griekse filosofen: ‘zijn’ en ‘zijnde’
● zijn
○ al wat is
○ vb. da is (filosofische uitspraak)
● zijnde
○ iets binnen de totaliteit van al wat is
○ vb. menselijk wezen, stoel, tafel,...
Natuurfilosofen = men bestudeerde de natuur
● Rationele zoektocht naar inzicht in wereld
○ Wat was er eerst?
● Wkhd: vertoont ‘orde’ die mens moet ontrafelen