• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 32 páginas
Resumen

Samenvatting Aantekeningen Onderzoeksmethoden | Boek | UU | Research Methods and Statistics Morling

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 32 páginas

Aantekeningen bij hoorcollege 2 voor het vak 'Kennismaking met onderzoeksmethoden en statistiek' aan de Universiteit Utrecht, gebaseerd op het studieboek. Deze aantekeningen behandelen kwalitatieve onderzoeksmethoden zoals diepte-interviews, focusgroepen, etnografie, en verschillende steekproefmethoden (purposive sampling, sneeuwbalsteekproef). Ook komen fundamentele concepten aan bod zoals empirisch onderzoek, hypotheses, data en de drie typen onderzoeksvragen. Ideaal voor het begrijpen van kwalitatieve methoden in de sociale wetenschappen en voorbereiding op toetsen over onderzoeksmethodologie.

Vista previa del contenido

Aantekeningen uit het boek

Hoorcollege 2 bijbehorende aantekeningen boek

In-depth interviewing/directe observaties/diepte interview is een
kwalitatieve methode waarbij de onderzoeker open vragen stelt om zo veel
mogelijk details van de participant zijn ervaringen, gevoelens en gedachtes over
het onderwerp te verkrijgen. Daarna wordt het interview vaak overgeschreven
(transcribed) en geanalyseerd. In een focusgroep worden participanten in een
groep geïnterviewd. De interviewer/moderator komt met vragen/stellingen en de
participanten gaan daarover discussiëren.

Diepte interviews geven geen antwoord op hoe wijdverspreid een bepaald idee of
gedrag is (hoeveel hoge inkomens- vs lage inkomens studenten worden
toegelaten tot een bepaalde universiteit) maar ze geven meer antwoord op hoe
of waarom vragen (waarom willen sommige studenten in een andere stad
studeren/ hoe bepalen studenten bij welke school ze zich aanmelden).

 Dus: niet gebruiken om bijvoorbeeld te weten hoeveel studenten zich voor
een bepaalde school inschrijven, maar waarom ze zich voor een bepaalde
school inschrijven.

Bedrijven en non-profit organisaties maken ook gebruik van diepte interviews.
Een bedrijf kan na de verkregen informatie d.m.v. bijvoorbeeld framing in de
reclame ervoor zorgen dat meer mensen het product kopen. Framing is een
overtuigingstechniek die het onbewuste van de ontvanger aanspreekt.

Surveys zijn heel erg gestructureerd. Veel multiple-choice vragen en in de
open vragen alleen korte antwoorden.

Diepte interviews zijn niet gestructureerd.

2 types:

1. Semi-gestructureerde interviews. Vaststaande lijst (interview
schedule) met vragen en vervolgvragen etc. maar mag wel op een random
volgorde gevraagd worden en er mogen ook vragen gesteld worden die
niet van te voren al zijn bedacht.
2. Ongestructureerd interview. Interviewer heeft een lijst met
onderwerpen, maar de vragen zijn flexibel en kunnen verschillen van
participant tot participant. Geen vaststaande vragen.

Informeel interview = informeel gesprek met iemand die achtergrond
informatie heeft over het onderzoek.

Oral history = ongestructureerd of semi-gestructureerd interview waarin
mensen worden gevraagd bepaalde ervaringen bij een specifieke gebeurtenis in
het verleden te vertellen. Deze mensen zijn ooggetuigen.
Informant is iemand die speciale kennis heeft over een onderzoeksonderwerp door zijn
of haar professionele positie en respondenten zijn gewone mensen.

Etnografie (Ethnography)> is een methode van de etnologie en culturele antropologie
om etniciteit in kaart te brengen. In de sociolinguïstiek duidt het woord op een

,systematische methode om door bestudering van plaatselijke attitudes, en niet het minst
talige attitudes, verschillende bevolkingsgroepen te onderscheiden.

Doelgerichte steekproef/Purposive sampling: onderzoekers in staat stelt zich te
concentreren op specifieke kenmerken die van belang zijn.

Case study logic: onderzoeksmethode waarbij het het doel is een persoon of zaak goed
op zich te begrijpen en niet als representatie voor een grotere groep.

Sample for range: onderzoeker gaat opzoek naar een zo breed mogelijke scala aan
ervaringen.

Meest gebruikte methode om aan steekproef te komen diepte interview is
sneeuwbalsteekproef. Methode waarbij een participant voldoet aan de voorwaarden
voor het onderzoek en je die persoon iemand anders laat aanraden die ook aan de
voorwaarden voldoet. Veel voordelen want persoon raadt iemand aan die diegene kent
dus zal goed erover nadenken. Nadelen > je weet niet zeker hoe representatief iedereen
is en als alle participanten uit een sociaal netwerk worden gehaald zouden er
vooroordelen kunnen ontstaan, daarom belangrijk om maar één iemand die is
aangeraden te gebruiken zodat je zo veel mogelijk personen uit verschillende sociale
netwerken haalt.

Saturation/saturatie: wanneer je uit gesprekken met nieuwe mensen geen nieuwe
informatie meer krijgt.

P 4 – 21 inleiding:

Empirisch = gebaseerd op systematische waarnemingen. Waarnemingen met zintuigen
(oren, ogen etc) of instrumenten (thermometers, timers etc).

Theorie = een uitspraak over een causale relatie tussen bepaalde verschijnselen.

Hypothese = een specifieke uitspraak over wat de onderzoeker verwacht waar te zullen
nemen in het onderzoek. Hypothese wordt van te voren opgesteld. Nadat het onderzoek
is ontworpen, maar voordat er data is verzameld.

Data = observaties.

Onderzoeken bewijzen geen theorieën, omdat onderzoekers empiristen zijn en je nooit
alles geobserveerd kan hebben voor een onderzoek (alle kraaien zwart > nooit alle
kraaien kunnen observeren). Onderzoekers zeggen dat hun theorie wordt
ondersteund (supported or well established) i.p.v. bewezen.

3 soorten onderzoeksvragen:

Toegepast (applied): bestaande wetenschappelijke kennis toegepast op het analyseren
en oplossen van praktijkproblemen.

Fundamenteel (basic): start met een nieuw kennisprobleem van de wetenschap en is
gericht op het genereren van nieuwe wetenschappelijke kennis.

Toegepast > echte problemen aanpakken. Fundamenteel > een fenomeen
proberen te begrijpen.

Translationeel (translational): het gebruik van lessen uit fundamenteel onderzoek om
voor gezondheidszorg, psychotherapie of andere behandelingsvormen een interventie te
ontwikkelen of een toepassing te testen. Het is eigenlijk de brug van fundamenteel
onderzoek naar toegepast onderzoek.’

,Onderzoekers publiceren hun bevindingen altijd in wetenschappelijke artikelen ‘scientific
journals’. En die worden altijd ‘peer-reviewed’ door onderzoekers uit hetzelfde
onderzoeksveld.

Een goede weteschappelijke manier moet falsifieerbaar zijn. Falsifieerbaarheid een
eigenschap van een wetenschappelijke of andere theorie, en wel dat er criteria kunnen
worden aangegeven op grond waarvan de theorie zou moeten worden verworpen.

H2 p.23 – 53 informatiebronnen

Waarom onderzoek niet op ervaringen baseren:

 Experience doesn’t have a comparison group. Comparison group: group used in
research studies to compare the effects of a treatment or intervention. Zo weet je
beter of een theorie in andere gevallen ook klopt.
 Experience is confounded. Als je conclusies op eigen ervaringen baseert en er
veranderd iets, weet je vaak niet wat deze verandering precies veroorzaakt heeft.
Confounds Alternative explanations ( In real-world situations, there are several
possible explanations for an outcome). Confounded can also mean
Confused.betekenis confound: een variabele die zowel de afhankelijke variabele
als de onafhankelijke variabele beïnvloedt
 Onderzoek is betrouwbaarder dan ervaringen zijn.
 Uitkomsten van onderzoek zijn probabilistisch. Dit houdt waarschijnlijkheid in.
Wat betekent dat de bevindingen niet bij alles altijd geldt (?)

Conclusies op intuïtie baseren kan bevooroordeeld zijn. 5 voorbeelden van
bevooroordeelde/onjuiste conclusies op intuïtie:

1. Tot een conclusie komen alleen maar omdat het logisch klinkt of voelt.
2. Availibility heuristic (Overtuigd worden door wat gemakkelijk voor de geest
komt).Dingen die gemakkelijk in onze gedachten opduiken, hebben de neiging ons
denken te beïnvloeden(availibility heuristiek). Bij gebeurtenissen of herinneringen
levendiger, recenter of gedenkwaardiger zijn, komen ze in je op gemakkelijker,
waardoor we overschatten hoe vaak dingen voorkomen gebeuren. (voorbeeld >
amerikanen hebben meer kans om dood te gaan aan een hartziekte dan aan
kanker, maar ze googles meer informatie over kanker dan over hartziekten, omdat
er over kanker meer gesproken wordt in bijvoorbeeld het nieuws.)
3. Niet denken aan de dingen die er niet zijn/die je niet ziet. Hier hoort ook present-
bias > het niet Bij het beslissen of er een patroon is of bij het testen van relaties
doen we dat vaak als we niet op zoek gaan naar afwezigheden, is het gemakkelijk
om op te merken wat er aanwezig is. Mensen vergeet de informatie op te zoeken
die er niet is (present-bias). (voorbeeld > als je bijvoorbeeld denkt aan iemand en
diegene stuurt je precies op dat moment een berichtje kun je denken dat je
helderziend bent/dingen kunt manifesteren, maar je denkt dan niet aan de
duizenden andere keren dat je aan iemand dacht maar diegene je niet meteen een
berichtje stuurde). Present-bias zorgt er dus voor dat je niet aan het absente denkt
en daarom is een conclusie trekken op basis van intuïtie dus niet betrouwbaar hier.
4. Focussen op de informatie die voor jou het best uitkomt. Confirmation bias > de
neiging om alleen te kijken naar de informatie die overeenkomt met wat jij wilt dat
de uitkomst van je onderzoek gaat zijn.
5. ‘bias about being biased’ > bias blind spot > wanneer je er van overtuigd bent
dat de vorige vier punten niet op jou van toepassing zijn.

Niet altijd meteen er van uitgaan dat wat een autoriteit zegt/uitbrengt juist is, want zij
kunnen ook hun conclusies op ervaringen of hun intuïtie baseren. Als een autoriteit direct

, refereert naar ‘research evidence in their own area of expertise’ dan grotere kans dat het
klopt.

Je wilt dus uitgaan van empirisch bewijs en niet intuïtie, ervaring of een autoriteit.
Daarom moet je onderzoek lezen.

Scientific journals:

 Empirical journal articles: schrijven voor de eerste keer over de uitkomsten van
een wetenschappelijk onderzoek
 Review journal articles: vatten samen en verenigen alle gepubliceerde
onderzoeken die in een onderzoeksgebied zijn gedaan. Soms maken review journal
articles gebruik van meta-analysis > combineert de resultaten van vele studies
en geeft een getal wat de grote van een bepaald onderzocht iets weergeeft.

Psychologen schrijven niet vaak een heel boek, maar vaker een hoofdstuk in ‘edited
book’. Dit is een collectie van hoofdstukken over een bepaald onderwerp waarbij elk
hoofdstuk door een andere onderzoeker is geschreven. De hoofdstukken worden niet
peer-reviewd maar de editor zorgt er wel voor dat alleen experts mee mogen schrijven
aan het boek. Deze boeken worden vaak geleden door andere psychologen en
psychologie studenten.

PsychINFO > een soort google maar dan met bronnen in de psychologie.

Google scholar

De meeste journals zijn legitiem, maar als ze ‘predatory’ genoemd worden, is het niet
zeker hoe erg alles klopt, omdat deze journals bestaan om geld te maken.
Wetenschappers mogen hun werk hierin publiceren tegen een betaling aan de uitgever
dus kan het ook slecht-onderzocht werk bevatten.

Waar empirical journal uit bestaat:

Abstract > samenvatting aan eind van het artikel waarin kort de hypothese,
methode en grote lijnen van de resultaten worden beschreven.

Introductie > eerste stukje waar onderwerp van onderzoek in beschreven wordt
en de redenen en uitleg enzo.

Method en results spreken voor zich.

Discussion > beschreven of resultaten met hypothese overeen kwamen en de
belangrijkheid van het onderzoek en soms aanraders voor verder onderzoek.

References > bronnen.

Reading with a purpose. Niet heel artikel lezen. Vooral zorgen dat je de vragen
kunt beantwoorden: 1) wat is het argument? 2) wat is het bewijs dat het
argument support?

 Abstract lezen. Daarna onderste deel introductie met de doelen en
hypothese. Daarna rest introductie. Als je weet wat argument is > zoeken
naar het bewijs. Staat bij empirisch artikel vaak bij method en results deel.

Disinformation (fake news).

 Motieven: kan voor politek, propaganda, voor de lol.

Información del documento

Estudio
Subido en
5 de octubre de 2026
Número de páginas
32
Escrito en
2024/2025
Tipo
Resumen
$8.02

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
6
Última venta
-




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes