Vloeistof compartimenten in organisme
distribu(evolume van een molecule te berekenen door toediening van een indicator (molecule)
ð concentra4e berekenen na homogene verdeling over bewuste compar4ment
door (deuteriumoxide,
D2O D2O (deuteriumoxide,
zwaar
water)water)
zwaar of aminopyrine
of aminopyrine
inuline
1
, De celmembraan
- Fosfolipiden dubbellaag
o Fosfaatgroep gericht naar waterig milieu
§ Hydrofiel, polair
o Vetzuurketens gericht naar het apolaire midden van het membraan
§ Hydrofoob, apolair
- Proteïnen: onderbreken celmembraan en oefenen diverse func4es uit:
o Structureel bouwelement
o Transportproteïnen (carriers)
o Ionenkanalen
o Receptoren: hierop binden neurotransmiBers, hormonen en geneesmiddelen
ð Intracellulaire processen die leiden tot bepaald fysiologisch effect op de cel.
o Enzymen: katalyseren omzeEngen ter hoogte van de celmembraan
Transport doorheen celmembraan:
I. Passieve diffusie – volgens concentra9egradiënt!
Membraan is permeabel, maar niet voor …
o Grote moleculen (eiwi%en, vele geneesmiddelen)
o Geladen moleculen
o Sterk polaire moleculen! H2O wel doorgelaten (klein en ongeladen)
II.
Gespecialiseerde mechanismen
a) Transport van kleine moleculen volgens concentra4e- en/of elektrisch gradiënt
PASSIEF § Via carrier gefaciliteerde diffusie (glucose vanuit ISV naar ICV)
§ Via openen ionkanaal
• Ligand-gated: ligand moet binden op receptor
• Spanningevoelige/ voltage-gated: onder invloed wijziging in
membraanpoten4aal
ACTIEF b) Transport van kleine moleculen tegen concentra4e- en/of elektrisch gradiënt
E vereist Enzymen nodig die E halen uit aUraak ATP voor transport
§ Na+/K+ - ATP-ase (membraanpot.)
§ H+/K+ - ATP – ase (maagmucosa)
§ CA2+ - ATP – ase (spiercellen)
Verschillende types transporteiwiMen
uniports symports an(ports
Transport van 1 substan4e Transport van meerdere Uitwisseling van substan4es
substan4es in 1zelfde rich4ng tussen ICV en ECV
Na+/glucose in darmmucosa Na+/K+ - ATP-ase
2