• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 46 páginas
Resumen

Motivatie en de zelfsturende mens | UU | Samenvatting I 2025/2026

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 46 páginas

Volledige tentamenstof van het vak 'Motivatie en de Zelfsturende Mens'. Gehaald met een 8, op basis van deze samenvatting.

Vista previa del contenido

Hoofdstuk 1: introductie
Motivatie = willen  een staat in ons dat een verandering wil of hiernaar verlangt (iets willen
veranderen) – een intern proces
- De studie van motivatie is een gedragswetenschap

Invloed = het sociale proces waarin iemand vraagt om een verandering in manier van
denken of gedragingen van iemand anders

Een goed ontwikkelde studie moet:
- Relaties indentificeren tussen waarneembare dingen (wat heeft het één met het
ander te maken, en hoe verschillen ze?)
- Uitleggen waarom die relaties bestaan
Welzijn lijkt op blijdschap, maar is niet helemaal hetzelfde. Waarom is welzijn iets anders
dan alleen blijdschap?




Motivatie probeert de oorzaken van gedrag te verklaren, aan de hand van:
- Waarom begint gedrag?
- Waarom wordt gedrag vastgehouden?
- Waarom is gedrag gericht op sommige doelen, maar juist weg van andere?
- Waarom verandert de richting van gedrag?
- Waarom verandert de intensiteit van gedrag
- Waarom stopt gedrag?

Interne motivatie = een innerlijk proces dat ons gedrag aandrijft, stuurt en volhoudt.
Het ontstaat uit drie bronnen:
- Behoeften: wat we nodig hebben om te leven, te groeien en ons goed te voelen
- Cognities: mentale processen, beïnvloeden motivatie via de manier waarop we
denken en keuzes maken
- Emoties: reacties op belangrijke gebeurtenissen  helpen ons aanpassen en
effectief te reageren. Bestaan uit 4 aspecten:
 Gevoel (subjectieve ervaring)
 Arousal (lichamelijke activering)
 Doel (motivatie)
 Expressie (non-verbaal uiten)
De interne motivatie wordt beïnvloed door externe gebeurtenissen en contexten.

Uitingen van motivatie kan je zien a.d.h.v.:
- Gedrag (inspanning, doorzettingsvermogen etc.)
- Betrokkenheid:

, Drie vormen van engagement (betrokkenheid) die
de kwaliteit van motivatie bevorderen:
- Gedragsmatige betrokkenheid (zichtbaar
gedrag)
- Cognitieve betrokkenheid (mentale inzet)
- Agency (eigen initiatief nemen)

Je kunt iemands motivatie afleiden door te kijken
naar dus gedrag, cognitie en agency.




- Psychofysiologie: het proces waarbij motivatie en emoties veranderingen
veroorzaken in het lichaam en de biologie.
- Hersenactiviteit: activatie van hersengebieden liggen ten grondslag aan elke
motivationele en emotionele staat (afschuw  insulaire cortex en boosheid 
amygdala)
- Zelfrapportage (verschil tussen wat mensen zeggen of voelen en wat ze
daadwerkelijk voelen)

Samengevat:
Motivatie wordt bepaald door behoeften, cognitie en emoties.
Motivatie wordt geuit in gedrag, betrokkenheid, psychofysiologie, hersenactiviteit en
zelfrapportage.




Tien verenigende thema’s:
- Motivatie en emotie maken effectief functioneren mogelijk
- Motivatie en emotie interfereren met het primaire proces, zijn dus geen
hoofdvariabelen.
- Er bestaan verschillende typen motivatie.
- Motivatieonderzoek laat de menselijke natuur zien – wat mensen echt willen.
- We zijn ons niet altijd bewust van de motivationele basis van gedrag.
- Motivationele en emotionele toestanden zijn dynamisch en vaak wederzijds
gerelateerd aan de uitkomsten die ze veroorzaken.
Gemotiveerde student  aanmoedigende leraar
- Om te bloeien heeft motivatie ondersteunende condities (educatie, werk, therapie)
nodig.

, - Sommige strategieën van motivatie werken beter dan andere strategieën
- Behoeften, emoties, cognities en welzijn beïnvloeden elkaar onderling.
- Er is niets zo praktisch als een goede theorie.

Hoofdstuk 2: motivatie en emotie in een historisch
perspectief
De studie van motivatie begon bij de Griekse Oudheid (Socrates, Plato en Aristoteles).
Volgens hen kwam motivatie uit verschillende delen van de ziel/psyche:
- Lichamelijk deel (behoeften en verlangens)
- Sociaal deel (competitie, eer)
- Rationeel deel (redeneren en keuzes maken)
 Lijken later op Freud’s onderscheid tussen id, ego en superego.

Descartes maakte in de middeleeuwen en renaissance onderscheid tussen lichaam en geest
= dualisme
 Dacht dat als hij de wil begreep, het begrip motivatie automatisch zou komen

Twee richtingen in het motivatieonderzoek:
- Fysiologie: gericht op het lichaam en passieve reacties
- Filosofie: gericht op geest, wil en actieve motivatie

‘De wil motiveert alle acties’ is een belangrijke theorie van motivatie.

Darwin kwam met het idee van instinct: motivationele wil komt vanuit de genen
 Stelde dat enkel een passende stimulus nodig was om een instinct naar actie te
laten gaan.

mcDougall: zonder instinct, geen actie

Freuds drive theorie:
Het doel van gedrag is om biologische behoeften van het lichaam te bevredigen.
Een drift (drive) ontstaat als een soort alarm wanneer het lichaam iets nodig heeft. Deze drift
activeert gedrag. Het gedrag stopt pas, als het de drift is bevredigd. Dus: driften sturen
gedrag om het lichaam weer in balans te brengen.

Bron: een lichamelijk tekort
Aanzet: de innerlijke driftkracht om
het tekort op te heffen  de
motivatie
Object: juiste object vinden om de
behoefte te vervullen
Doel: het tekort weg te nemen en de
balans te herstellen


Een lichamelijk tekort (bron) veroorzaakt innerlijke spanning (aanzet), die je motiveert om
een geschikt object te zoeken, met als doel het herstellen van evenwicht.

Hull’s drive theorie:
Stelt dat gedrag gemotiveerd wordt door biologische behoeften die spanning (drives)
veroorzaken, zoals honger of dorst. Deze spanning motiveert een individu om actie te
ondernemen die gericht is op het verminderen van die spanning. Wanneer het gedrag
effectief is in het verlagen van de behoefte (bijvoorbeeld eten als men honger heeft), wordt
dit gedrag versterkt en waarschijnlijk herhaald  E = f(H × D × K)

, E = de sterkte van het gedrag (response)
H = habit strength (gewoonte, gebaseerd op eerdere leerervaringen)
D = drive (de sterkte van de biologische behoefte)
K = incentive value (de aantrekkelijkheid van de beloning)
Het idee is dus dat gedrag ontstaat en in stand blijft door een combinatie van biologische
drijfveren, aangeleerde gewoontes en de aantrekkelijkheid van de verwachte beloning.

3 assumpties bij beide theorieën:
- Drive komt voort uit lichamelijke tekorten (bleek echter niet zo te zijn)
- Drive drijft energiek gedrag aan (externe bronnen kunnen ook aanzetten tot gedrag)
- Reductie van drive was versterkend en bevordert leren (Je voelt honger (drive) → je
eet een banaan → je voelt je beter → je leert: “Als ik honger heb, helpt het om een
banaan te eten.”)

De theorieën probeerden te verklaren waarom mensen positieve prikkels benaderde en
negatieve prikkels vermeden.




Er ontstonden mini-theorieën van motivatie, omdat:
- De actieve natuur van de persoon (mensen hebben geen motivatie nodig om in actie
te komen, ze doen altijd iets)
- Cognitieve revolutie
- Sociaal-relevante vraagstukken (onderzoekers kregen aandacht voor vraagstukken
die relevant waren om motivatieproblemen die mensen in het dagelijks leven tegen
kwamen op te lossen).

Er ontstond een crisis (jaren 50/60), omdat veel theorieën te simplistisch waren en te veel
zich baseerden op laboratoriumonderzoek met dieren.
Gevolgen crisis:
- Kritiek op bestaande theorieën: onvoldoende rekening werd er gehouden met
cognitieve, sociale en emotionele factoren die menselijk gedrag beïnvloeden
- Opkomst van nieuwe benaderingen: er ontstond meer aandacht voor cognitieve
processen (verschuiving naar cognitieve motivatie- en emotietheorieën).

Conclusie crisis: einde biologische en mechanistische theorieën  begin mensgerichte
psychologie

Korte geschiedenis van de studie van emoties:
Emotie als concept zoals we dat vandaag kennen, kwam voor het eerst op door Descartes.
Wat Descartes een passie noemen, noemen we nu een emotie. Een passie werd
aangewakkerd door contact met mensen, objecten of gebeurtenissen. Er ontstond een debat
of emotie biologisch of een sociaal aangeleerd fenomeen is.
Een tweede belangrijke vraag is hoe specifiek versus algemeen emoties zijn.

Información del documento

Estudio
Subido en
5 de octubre de 2026
Número de páginas
46
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$10.37

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
2
Última venta
-



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes