Celbiologie en histologie
Histologie
Klierepithelen
-> Kunt kenmerken van epithelen hierop toepassen
Algemeen:
=gespecialiseerdvoor productie van secreet
Doel: secreet (=lichaamssubstanties) produceren en uitscheiden
Indeling op klieren op basis van:
- De ontstaanswijze
- De microscopische bouw
- Het type secreet
- De wijze waarop het secreetproduct de cel verlaat
1) ontstaanswijze en secretiewijze (=manier waarop secretieproduct klierdeel verlaat)
Klieren ontstaan altijd vanuit een bedekkende epithelen. -> treedt een lokale proliferatie
treedt op. Die proliferatie stulpt in het onderliggende bindingsweefsel => vermeerdering
van cellen. Daarna zijn er verschillende mogelijkheden:
• Cellen langs de buitenkant differentiëren tot secreetproducerende cellen.
o Doel: het geproduceerde epitheel in holte terecht (lumen). Lumen van
secreet-producerende cellen moet in contact staan met het lumen van
een afvoergang, zodat secreet terecht komt in opp. Van het
oorspronkelijke epitheel (lumen, organen, lichaamsopp.).
o Vb. speekselklier: heeft afvoergangen naar mondholte -> bij honger: veel
speeksel produceren om verteringsproces voor te bereiden
o Ook bloedvaten aanwezig, dienen voor ondersteuning weefsels en
voorzien de cellen van voedingsstoffen en zuurstoffen.
o ALTIJD afvoergangen nodig om secreten te vervoeren!
=> ontstaat een EXOCRIENE klier
, • Oorspronkelijke connectie met bedekkend epitheel gaat verloren
o Hebt klier-secreterende kliercellen die in nauw contact zijn met
bloedvaten. De structuur betekent dat de gevormde secreten onmiddelijk
in de bloedbaan terecht komen. => brengt niet echt iets naar buiten, maar
wordt opgenomen in bloedbaan (in ons lichaam)
o Hormonen worden ALTIJD door endocriene klieren geproduceerd
=> ontstaat een ENDOCRIENE klier
• Schildklier: secreet-vormende kliercellen vormen ‘balletjes’, waarbij in het
lumen van je holle balletje hormonen worden opgeslagen.
• Gemengde klieren: klieren met een exo- en endocrien gedeelte
o Bv. pancreas
® Endocriene gedeelte: eilandjes van Langerhans: produceren
insuline en glucagon.
® Exocriene gedeelte: pancreasenzymen wordt geproduceerd, moet
in spijsverteringsstelsel geraken
2) exocriene klieren: opdeling
• Ééncellige (unicellulaire) klieren
o Bestaat uit 1 cel in het epitheel die zorgt voor de vorming van bv. slijm
(slijmbekercellen)
o Vb. slijmbekercellen: apicaal deel van de cel zit vol met slijm, op deze
manier kan het slijm makkelijk afgevoerd worden naar het lumen. Aan de
basale kant bevinden zich celorganellen
• Meercellige (multicellulaire) klieren
o Bevat een gedeelte dat secreet gaat produceren =
secretoir gedeelte/kliercelgroep. De kliercelgroepen hebben een centraal
lumen, die in contact staat met het centrale lumen van de afvoergang.
Die afvoergangen zijn bedekt door een epitheel. Hoe verder weg je bent
van je klierdeeltjes, hoe breder de afvoergang zal worden.
o Geklasseerd op:
§ Vorm kliercelgroep: tubulair (overlangs of dwars), acinair
(trosvormig), alveolair (rond groot lumen)
§ Vorm en complexiteit afvoergangen
- Enkelvoudig: 1 afvoergang (kan wel gewonden zijn)
- Samengesteld: 2 of meer afvoergangen, met boomvormig
vertakt systeem
, • Sereuze kliercel: secreren een sereus product dat voornamelijk eiwitrijk is
• Muceuze kliecel: Kun je herkennen door cellen rondom het lumen van het
klierdeeltje. Er is een opstapeling van glycoproteïnen, ze zijn sterk aanwezig
zodat ze alle celorganellen incl. kern doen wegdrukken tegen basaalmembraan.
Het verschil tussen sereuze (ronde) en muceuze (afgeplatte) is de kern.
Secretiewijze: (manier waarop een secretieproduct de cel kan verlaten)
1) Exocriene klieren:
• Merocriene (=eccriene) (meest voorkomende)
o Product verlaat de cel via een proces van exocytose
o Wanneer cel signaal krijgen om hun product vrij te stellen, gaan de
vesikels samenvloeien met celmembraan -> inhoud komt vrij aan de
apicale delen van de cellen (apicaal deel wordt zo weinig mogelijk
aangetast -> cel kan continue secreteren)
• Holocriene
o Cel wordt samen met secreet dat ze produceren afgevoerd
o Cellen zorgen voor continue deling -> gedeelde cellen kunnen
differentiëren tot secreet-producerende cellen. Die cellen produceren
dan veel secreet - > opstapeling in cyttoplasma -> uiteindelijk barst de cel
open, en gaat je secreet samen met je cel naar buiten wordt gestort.
o Moeten steeds nieuwe cellen aangemaakt worden
• Apocriene
o Er worden in het apicaal deel van de cel eiwitten verzameld. Wanneer
nodig gaat het apicaal deel afgesplitst worden, en krijg je apicale celdelen
(binnenin veel eiwitten) in het lumen.
o Vb. Melkklieren
2) endocriene klieren:
• Kliercellen in strengen
o Produceren hormonen, en liggen in een nauwe band met de bloedvaten.
Op microsocoop zie je de cappilairen (bloedvat) met de hormoon-
producerende cellen er omheen. Die cellen bevatten vesikels waar de
hormonen opgeslagen worden.
, • Kliercellen rondom holte
o Vb. Schildklier
o Er is opslag van het schildklierhormoon, de cellen hierom heen kunnen
het schildklierhormoon produceren en afgeven aan het centraal gedeelde
van de follikel. Wanneer nodig kan het gerekruteerd worden en afgegeven
worden aan de bloedbaan, om dan door ons hele lichaam vervoerd te
worden. => reserve schildklierhormoon voor +- 3 maanden
Secretiewijze:
• Gereguleerde exocytose: cellen moeten altijd een signaal krijgen om hun
vezikels te laten samensmelten met vezikels van het celmembraan, en zo hun
hormonen te kunnen vrijstellen.
o Steroïdhormoon producerende cellen
§ Vb. Cellen van Leydig (produceren testosteron)
® Wanneer hormoon klaar is, gaat de cel het onmiddelijk
afgeven in de bloedbaan. Dit komt omdat ze vanuit
cholesterol het hormoon aanmaken. Ze gaan cholesterol
opslaan in de cel, zodat wanneer het nodig is ze de
grondstof kunnen gebruiken om het hormoon aan te
maken. Hormoon is vetachtig omdat cholesterol ook
vetachtig is. Celmembraan is ook gemaakt van vetten, dus
het is makkelijk om je hormoon doorheen het celmembraan
te krijgen naar de bloedbaan.
3) gespecialiseerde epithelen (ter informatie)
• Reukepitheel: bevatten zenuwcellen, die zenuwcellen vangen onze
reukmoleculen op, en een depolarisatie kunnen doen voor een actiepotentiaal.
• Neuro-epitheel: smaaktoppen vangen smaakmolecule op. Die moleculen
kunnen de cellen stimuleren voor het afgeven van producten en
neurotransmitters, die dan binden op de vezels.
• Myo-epitheel: eigenschappen van epithelen en spieren => kunnen samentrekken
en bevatten cytokeratines. Zorgen voor dat het aanwezig speeksel naar buiten
gaat.
Histologie
Klierepithelen
-> Kunt kenmerken van epithelen hierop toepassen
Algemeen:
=gespecialiseerdvoor productie van secreet
Doel: secreet (=lichaamssubstanties) produceren en uitscheiden
Indeling op klieren op basis van:
- De ontstaanswijze
- De microscopische bouw
- Het type secreet
- De wijze waarop het secreetproduct de cel verlaat
1) ontstaanswijze en secretiewijze (=manier waarop secretieproduct klierdeel verlaat)
Klieren ontstaan altijd vanuit een bedekkende epithelen. -> treedt een lokale proliferatie
treedt op. Die proliferatie stulpt in het onderliggende bindingsweefsel => vermeerdering
van cellen. Daarna zijn er verschillende mogelijkheden:
• Cellen langs de buitenkant differentiëren tot secreetproducerende cellen.
o Doel: het geproduceerde epitheel in holte terecht (lumen). Lumen van
secreet-producerende cellen moet in contact staan met het lumen van
een afvoergang, zodat secreet terecht komt in opp. Van het
oorspronkelijke epitheel (lumen, organen, lichaamsopp.).
o Vb. speekselklier: heeft afvoergangen naar mondholte -> bij honger: veel
speeksel produceren om verteringsproces voor te bereiden
o Ook bloedvaten aanwezig, dienen voor ondersteuning weefsels en
voorzien de cellen van voedingsstoffen en zuurstoffen.
o ALTIJD afvoergangen nodig om secreten te vervoeren!
=> ontstaat een EXOCRIENE klier
, • Oorspronkelijke connectie met bedekkend epitheel gaat verloren
o Hebt klier-secreterende kliercellen die in nauw contact zijn met
bloedvaten. De structuur betekent dat de gevormde secreten onmiddelijk
in de bloedbaan terecht komen. => brengt niet echt iets naar buiten, maar
wordt opgenomen in bloedbaan (in ons lichaam)
o Hormonen worden ALTIJD door endocriene klieren geproduceerd
=> ontstaat een ENDOCRIENE klier
• Schildklier: secreet-vormende kliercellen vormen ‘balletjes’, waarbij in het
lumen van je holle balletje hormonen worden opgeslagen.
• Gemengde klieren: klieren met een exo- en endocrien gedeelte
o Bv. pancreas
® Endocriene gedeelte: eilandjes van Langerhans: produceren
insuline en glucagon.
® Exocriene gedeelte: pancreasenzymen wordt geproduceerd, moet
in spijsverteringsstelsel geraken
2) exocriene klieren: opdeling
• Ééncellige (unicellulaire) klieren
o Bestaat uit 1 cel in het epitheel die zorgt voor de vorming van bv. slijm
(slijmbekercellen)
o Vb. slijmbekercellen: apicaal deel van de cel zit vol met slijm, op deze
manier kan het slijm makkelijk afgevoerd worden naar het lumen. Aan de
basale kant bevinden zich celorganellen
• Meercellige (multicellulaire) klieren
o Bevat een gedeelte dat secreet gaat produceren =
secretoir gedeelte/kliercelgroep. De kliercelgroepen hebben een centraal
lumen, die in contact staat met het centrale lumen van de afvoergang.
Die afvoergangen zijn bedekt door een epitheel. Hoe verder weg je bent
van je klierdeeltjes, hoe breder de afvoergang zal worden.
o Geklasseerd op:
§ Vorm kliercelgroep: tubulair (overlangs of dwars), acinair
(trosvormig), alveolair (rond groot lumen)
§ Vorm en complexiteit afvoergangen
- Enkelvoudig: 1 afvoergang (kan wel gewonden zijn)
- Samengesteld: 2 of meer afvoergangen, met boomvormig
vertakt systeem
, • Sereuze kliercel: secreren een sereus product dat voornamelijk eiwitrijk is
• Muceuze kliecel: Kun je herkennen door cellen rondom het lumen van het
klierdeeltje. Er is een opstapeling van glycoproteïnen, ze zijn sterk aanwezig
zodat ze alle celorganellen incl. kern doen wegdrukken tegen basaalmembraan.
Het verschil tussen sereuze (ronde) en muceuze (afgeplatte) is de kern.
Secretiewijze: (manier waarop een secretieproduct de cel kan verlaten)
1) Exocriene klieren:
• Merocriene (=eccriene) (meest voorkomende)
o Product verlaat de cel via een proces van exocytose
o Wanneer cel signaal krijgen om hun product vrij te stellen, gaan de
vesikels samenvloeien met celmembraan -> inhoud komt vrij aan de
apicale delen van de cellen (apicaal deel wordt zo weinig mogelijk
aangetast -> cel kan continue secreteren)
• Holocriene
o Cel wordt samen met secreet dat ze produceren afgevoerd
o Cellen zorgen voor continue deling -> gedeelde cellen kunnen
differentiëren tot secreet-producerende cellen. Die cellen produceren
dan veel secreet - > opstapeling in cyttoplasma -> uiteindelijk barst de cel
open, en gaat je secreet samen met je cel naar buiten wordt gestort.
o Moeten steeds nieuwe cellen aangemaakt worden
• Apocriene
o Er worden in het apicaal deel van de cel eiwitten verzameld. Wanneer
nodig gaat het apicaal deel afgesplitst worden, en krijg je apicale celdelen
(binnenin veel eiwitten) in het lumen.
o Vb. Melkklieren
2) endocriene klieren:
• Kliercellen in strengen
o Produceren hormonen, en liggen in een nauwe band met de bloedvaten.
Op microsocoop zie je de cappilairen (bloedvat) met de hormoon-
producerende cellen er omheen. Die cellen bevatten vesikels waar de
hormonen opgeslagen worden.
, • Kliercellen rondom holte
o Vb. Schildklier
o Er is opslag van het schildklierhormoon, de cellen hierom heen kunnen
het schildklierhormoon produceren en afgeven aan het centraal gedeelde
van de follikel. Wanneer nodig kan het gerekruteerd worden en afgegeven
worden aan de bloedbaan, om dan door ons hele lichaam vervoerd te
worden. => reserve schildklierhormoon voor +- 3 maanden
Secretiewijze:
• Gereguleerde exocytose: cellen moeten altijd een signaal krijgen om hun
vezikels te laten samensmelten met vezikels van het celmembraan, en zo hun
hormonen te kunnen vrijstellen.
o Steroïdhormoon producerende cellen
§ Vb. Cellen van Leydig (produceren testosteron)
® Wanneer hormoon klaar is, gaat de cel het onmiddelijk
afgeven in de bloedbaan. Dit komt omdat ze vanuit
cholesterol het hormoon aanmaken. Ze gaan cholesterol
opslaan in de cel, zodat wanneer het nodig is ze de
grondstof kunnen gebruiken om het hormoon aan te
maken. Hormoon is vetachtig omdat cholesterol ook
vetachtig is. Celmembraan is ook gemaakt van vetten, dus
het is makkelijk om je hormoon doorheen het celmembraan
te krijgen naar de bloedbaan.
3) gespecialiseerde epithelen (ter informatie)
• Reukepitheel: bevatten zenuwcellen, die zenuwcellen vangen onze
reukmoleculen op, en een depolarisatie kunnen doen voor een actiepotentiaal.
• Neuro-epitheel: smaaktoppen vangen smaakmolecule op. Die moleculen
kunnen de cellen stimuleren voor het afgeven van producten en
neurotransmitters, die dan binden op de vezels.
• Myo-epitheel: eigenschappen van epithelen en spieren => kunnen samentrekken
en bevatten cytokeratines. Zorgen voor dat het aanwezig speeksel naar buiten
gaat.