1- Wat is literatuur
Literatuur = alle fictionele teksten (verhalen, gedichten, toneel)
Proza = verhalen, novellen, romans
Novellen = verhaal van minder dan 100 blz.
Roman = boek
Lectuur = tegenovergestelde van literatuur. Doel is amuseren
4 kenmerken van literariteit
1. origineel
2. onvoorspelbaar
3. (complexe) schrijfstijl
4. diepere laag ( extra betekenis )
2- Personages
Hoofdpersoon = belangrijkste speler in het verhaal
Bij personen = minder belangrijke overige personages
Tegenspeler = bij persoon die tegenovergesteld is aan hoofdpersoon. Dan valt
hoofdpersoon meer op.
Typen = achtergrond spelers
Karikatuur = overdrijving van een personage
Een hoofdpersoon ontwikkeld zich altijd volgens het conflictmodel ( 4 fases )
1. Een evenwicht ( een stabiele situatie )
2. Conflict ( er gebeurd iets )
3. Ontwikkeling ( er veranderd iets )
4. Nieuw evenwicht of oplossing ( nieuwe situatie )
3- Perspectief
Perspectief = door wiens ogen jij het verhaal meemaakt
4 perspectieven:
- Ik-perspectief: alles staat in ik-vorm. Je weet alles over de ik-persoon
(hoofdpersoon). Je weet niet alles over de bij persoon
- Hij/zij-perspectief / personaal perspectief: de schrijver verteld over hij en
zij… leest makkelijk en je weet over iedereen een beetje.
- Auctoriaal perspectief / alwetende verteller: de schrijver weet alles. De
lezer weet meer dan de personages in het verhaal. (denk aan programma
de verraders)
- Wisselend perspectief: alle drie bovenstaande perspectieven wisselen
elkaar af.