Kinderen & Jongeren:
Gebaseerd op de tekst voor oefensessie 1 vh vak “Psychodiagnostiek in de hulpverlening &
het onderwijs aan kinderen en jongeren” ~ Prof. Karine Verschueren
1. Onderzoeksfase
Doel: onderzoeksvragen beantwoorden
Fase is vraagstellingsgericht aka op maat (geen standaardbatterij)
6 stappen
1.1. Stap 1: Begrippen
Begrippen uit de onderzoeksvraag omschrijven gaat uit van theoretisch referentiekader
en/of gesystematiseerde ervaringskennis
1.2. Stap 2: Operatonalisering van begrip of kenmerk
Begrip of kenmerk omzetten in objectief observeerbare gedragingen = kiest voor
onderzoeksmiddel (testen, vragenlijsten, observaties, interviews, tekeningen...)
Welke kiezen? Laat je leiden door 2 soorten criteria
o Praktische en psychometrische criteria
1.2.1. Psychometrische criteris
Verschillende organisaties houden zich bezig met de psychometrische kwaliteiten van
verschillende onderzoeksmethoden/testen na te gaan
Nederland: Documentatie van Tests en Testresearch in Nederland vd COTAN
(Commissie voor Testaangelegenheden Nederland) vh NIP
Vlaanderen: CLB-sector gebruikt het CAP-Vademecum van diagnostische instrumenten
& methoden van CAP
Welk psychometrische criteria belangrijk is, hangt ad van welk onderzoeksmiddel men wil
gebruiken
Betrouwbaarheid
= mate van nauwkeurigheid/geloofwaardigheid vd onderzoeksuitkomsten
Uitgedrukt in betrouwbaarheidscoëfficiënt geeft weer hoeveer afwijking er is indien
de test herhaaldelijk afgenomen wordt
o Helpt Standaard meetfout (smf) schatten
= grootte vd foutencomponent in de testscores
= √ 1−betrouwbaarheids−coëfficiënt∗σ
↓ betrouwbaarheidscoëfficiënt = ↑ smf = ↑ onnauwkeurige testscores
smf geeft BI met x% kans dat ware testscore in BI valt
Soorten: hertestingsmethode, paralleltestmethode, splitsingsmethode & methode van
interne consistentie
o ook interbeoordelaarsbetrouwbaarheid bestaat (vnl voor interviews, open
vragen...)
Validiteit
= geldigheid, doelmatigheid
= mate waarin het onderzoeksmiddel de beoogde kenmerken of eigenschappen meet
5 soorten
Face-validiteit = uitelijke validiteit
= waardering die de onderzochte cliënt hecht aan de test lijkt
, de test te onderzoeken wat het moet onderzoeken
Inhoudsvaliditeit = expertvaliditeit
= mate waarin de inhoud vh instrument representatief is voor
het gebied dat moet onderzocht worden (inhoud vh
onderzoeksdomein)
Constructievalidit = begripsvalitideit (BV)
eit = mate waarin een uitkomst kan beschouwd worden als een
maat v/e theoretisch construct ingebed in geheel van andere
constructen
evidentie voor deze vorm wordt bepaalt via congruente/
convergerende validiteit EN dicriminante/divergerende
validiteit
Dit is een noodzakelijke, maar geen voldoende
voorwaarde voor BV
Predictieve = mate van voorspelbaarheid van toekomstig gedrag dat buiten
validiteit het instrument (= criterium) ligt
Vorm van criteriumvaliditeit
Gelijktijdige = samenhang tussen test- & criteriumuitslagen op 1 moment
validiteit Vorm van criteriumvaliditeit
Ijking en normering
= testuitkomsten vergelijkbaar maken binnen de beoogde doelgroep
Ruwe uitslagen worden omgezet in normscores obv vergelijking met de scores uit de
normgroep
Normscores gebaseerd op rangorde of op standaardscores (gemiddelde met spreiding,
normaalverdeling)
o Rangorde: ruwe scores omgezet in centielscores (bv percentielen, decielen etc.)
via homogeniserende transformatie
Interpretatie: nde centiel = die ruwe score waarvoor n% vd personen een
even hoge of lagere score behalen
o Standaardscore met normaalverdeling via
normaliserende transformatie
Verschillende scores met normaalverdeling:
z-score, T-score...
zelfde verdeling, maar ander gemiddelde en
SD
1.2.2. Praktische criteria
tijd nodig voor afnamen & verwerking
Kosten
Verkrijgbaarheid vh isntrument
Belasting vd afname voor het kind, de leraar, de ouders of diagnosticus
De diagnostische waare vh onderzoeksmiddel & de waarde vd advisering
o De diagnostische waarde = mate dat de info die men verkrijgt obv het
onderzoeksmiddel relevant is voor het beantwoorden vd onderzoeksvragen
Hoe meer vragen men ermee kan beantwoorden, hoe hoger de
diagnostische waarde
Belangrijk voor ALLE typen van vraagstelling (onderkennende,
verklarende & indicerende)
o Waarde vd advisering = in hoeverre kunnen de uitkomsten aanwijzingen
bieden voor het handelen in de klas, thuis of in een individueel
hulpverleningscontact
In welke mate leidt het onderzoeksmiddel tot handelingssuggesties
Relevant voor indicerende vragen