Prof. Nicolas Verhaert – 2024-2025
Inleiding en onderzoek van het oor ...................................................................................................................2
1. Inleiding......................................................................................................................................................2
2. Onderzoek van het oor: otoscopie ............................................................................................................2
Aandoeningen van het buitenoor ......................................................................................................................4
1. Aandoeningen van de oorschelp en de gehoorgang .................................................................................4
Aandoeningen van het middenoor ....................................................................................................................9
1. Acute en chronische ontstekingen van het middenoor ............................................................................9
2. Geleidingsslechthorendheid ....................................................................................................................21
3. Dysfunctie van de Eustachiusbuis ............................................................................................................30
4. Traumata (= hoog energetische fracturen ...............................................................................................33
5. Algemene bemerkingen bij geleidingsslechthorendheid ........................................................................34
Aandoeningen van het binnenoor ...................................................................................................................35
1. Aangeboren slechthorendheid = congenitaal gehoorverlies...................................................................35
2. Perceptieslechthorendheid ontstaan op kinderleeftijd ..........................................................................53
3. Perceptieslechthorendheid ontstaan op volwassen leeftijd ...................................................................55
3. 1 Vestibularis Schwannoma (acusticusneurinoom) .............................................................................55
3.2 Ototoxiciteit .......................................................................................................................................58
3.3 Ideopathische plotse doofheid of “sudden deafness” ......................................................................58
3.4 Auto-immuun slechthorendheid .......................................................................................................63
3.5 Lawaaitrauma ....................................................................................................................................63
3.6 Presbyacusis (=ouderdomsslechthorendheid) = age related hearing loss ........................................71
Gehoorrevalidatie ............................................................................................................................................75
Tinnitus (basis inzichten) .................................................................................................................................83
Facialislijden .....................................................................................................................................................87
Vestibulair stelsel .............................................................................................................................................89
1. Anatomie en werking ...............................................................................................................................89
2. Evenwichtsonderzoek ..............................................................................................................................89
2.1 Nystagmusanalyse .............................................................................................................................89
2.2 Soorten nystagmus ............................................................................................................................90
2.3 Klassiek evenwichtsonderzoek ..........................................................................................................90
2.4 Uitgebreid evenwichtsonderzoek ......................................................................................................94
EXAMEN ...........................................................................................................................................................96
1
,Inleiding en onderzoek van het oor
1. Inleiding
➢ Vlakken
o
➢ Terminologie
o -itis
▪ Verwijst naar inflammatie/infectie
o Acuut < 4 weken; chronisch > 12 weken; subacuut ertussenin
o Pathofysiologie (→ fysiologie en anatomie) → symptomen, diagnose, behandeling
o Afkortingen in medische verslagen
▪ A = anamnese
▪ D = diagnose
▪ R = behandeling/therapie
2. Onderzoek van het oor: otoscopie
❖ Gebruikte materialen
➢ Oorspecula, lusje (wegnemen cerumen), haakje (voorwerp in oor wegnemen, bijvoorbeeld oorbel),
wattenstaafje (bv irritatie op trommelvlies aanstippen)
❖ Anatomie gehoor
➢ Eerste deel gehoorgang niet zo gevoelig (kraakbenig), maar tweede deel wel (benig) want periost (=vlies op
bot) zit direct onder huid
▪ 1/3e kraakbenig, 2/3e benig
▪ In gehoorgang lopen zenuwen -> n. cochlearis, n. facialis, n. vestibularis
▪ Bescherming zodat mensen niet te diep in oor gaan
▪ Takjes van craniale zenuwen verbonden met hoestcentrum liggen in die buurt
• Als je oren te diep kuist krijg je prikkelhoest
▪ Op gehoorgang verhoornd squameus epitheel: migratoire eigenschappen
➢ Boven en achter uitwendige gehoorgang zitten luchtgevulde cellen = mastoïd
▪ Hierboven hersenen
▪ In mastoïd: n. facialis (aangezichtszenuw) -> groot bloedvat die bloed vd hersenen nr het hart brengt (=
sigmoid sinus)
➢ Boven cochlea evenwichtssysteem + nervus vestibularis (superieure en inferieure tak) en nervus cochlearis
▪ Daarboven nervus facialis (loopt door middenoor naar hals)
➢ Blauwe buis = vena jugularis
▪ Draineert bloed van hersenen naar hals
▪ Ervoor ligt arteria carotis
➢ Trommelvlies bestaat aan buitenkant uit huid = epitheellaag
▪ Vernieuwt zich in soort cirkelbeweging in tegenwijzerzin
• Schilfert af en er komt nieuwe huid op
➢ Kaakgewricht bevindt zich voor meatus acusticus externus
❖ Otoscopie
➢ Meestal handotoscoop
2
, ▪ Bevat speculum, lichtbron en microscoop (vergroting)
▪ Oor is gevoelig van 16Hz tot 20.000Hz
❖ Oto-endoscopie
➢ Wordt steeds meer gedaan
➢ Met camera
➢ Zie PowerPoint dia 10 voor beeld
▪ Te zien: onderbreking tussen aambeeld en stijgbeugel
➢ Hiermee ook ergologisch opereren
▪ Beter voor nek chirurg om op scherm te kijken
❖ Onderdelen trommelvlies
➢ Pars tensa
▪ 3 lagen
• 1) buitenkant: epitheellaag
• 2) tussenin: bindweefsellaag (=connective tissue)
• 3) binnenkant: mucosalaag
➢ Pars flaccida
▪ 2 lagen
▪ Minder stevig door minder stevige bindweefsellaag
▪ Kan makkelijker naar binnen trekken
▪ Boven processus lateralis van hamer
➢ 4 kwadranten
▪ 1ste kwadrant: VB
▪ 2: VO
• Hierin lichtreflex
▪ 3: AO
• Hierachter: ronde venster -> zwarte schijn, want ligt achter vlies dus zien we niet
▪ 4: AB
• Hierin stapes
➢ Mesotympanon: middelste gedeelte middenoorholte
➢ Epitympanon: bovenste gedeelte middenoorholte
➢ Hypotympanon = onderste gedeelte middenoorholte
3
, Aandoeningen van het buitenoor
1. Aandoeningen van de oorschelp en de gehoorgang
❖ Otitis externa
➢ 2 vormen
▪ Droge vorm
• Schilfers, soort van eczeem
Kan omdat er huid aanwezig is in gehoorgang
Jeuk
Gehoorgang bedekt met huid
▪ Vochtige vorm
• Gezwollen, rood, pijnlijk, jeuk
• Behandeling
Reinigen: microscopisch of endoscopisch met zuigertje
Lokale ontsmetting (antibiotica oordruppels of zure oordruppeltjes)
Wanneer zeer ernstig ook algemene antibiotica via mond en pijnstilling
Preventie
➢ = belangrijk, want ontsteking komt vaak terug
➢ Oren laten verluchten door hoorapparaat ’s avonds uit te doen
➢ Gehoorgang chirurgisch breder maken = meatoplastie
➢ Uitlokkende factoren
▪ Nauwe gehoorgang
• Hoe smaller de ghg, hoe sneller een ontsteking
▪ Frequent zwemmen en hoge vochtigheid omgeving (tropisch klimaat, zomer)
▪ Te veel reinigen en peuteren in oor → beschadiging beschermlaag
• Oorsmeer wordt enkel geproduceerd aan buitenste deel gehoorgang waar er nog haartjes zijn, met
oorstokje kunnen we oorsmeer achter bocht duwen en krijgt oor dit niet meer gereinigd vanwege
andere migratoire eigenschappen ➔ opstopping oorsmeer
Uitspuiten (huisarts), zuigertje (NKO-arts)
➢ Steeds minder uitspuiten want pijnlijk en mag niet bij perforatie
• In ernstige gevallen kunnen we plug krijgen van keratine (=huidschilfers)
en geraakt bot ontstoken = osteitis
Osteitis heel slecht voor personen met slechte algemene toestand (bv
diabetes, lymfoom) waardoor ook hun bot verzwakt is ➔ ontstaan
necrotiserende otitis externa
➢ Kan ervoor zorgen dat bot verder aangevreten wordt, maar kan vaak niet behandeld worden
met antibiotica want bv ouderen met diabetes
▪ Osteitis vh rotsbeen -> wnr niet behandeld: infectie kan uitbreiden nr schedel ->
schedelbasisinfectie
➢ Nervus facialis (gezichtszenuw) kan dan aangevreten worden, doofheid
➢ Dus heel moeilijk om te keren en te genezen, zelfs enkelen al eraan gestorven
▪ Blijft zich uitbreiden in schedel waardoor meningitis ontstaat
➢ Moet dus chirurgisch aangepakt worden
• Oren eig niet reinigen
Wattenstaafjes zijn eig ontwikkeld om uw navel te kuisen, niet voor uw oren
Wattenstaafjes mag je zeker niet de diep duwen
Wnr oorsmeer in kraakbenige deel -> als je oorsmeer dieper duwt, tot achter benige uitstulpsel
in de ghg en dan blijft dat daarachter vastzitten
▪ Afsluiting gehoorgang met hoorapparaat, geluidsdrager, lawaaibeschermer
▪ Aanwezige huidaandoeningen bv. eczeem
❖ Herpes zoster oticus
➢ Herpes kan zorgen voor winterpokken of koortsblaasjes, maar ook zona in bepaalde huidregio’s
4