verschillende
· zoekt ar de
J succes
0. Inleiding recepten tot
Als (sociaal) wetenschapper word je vaak geconfronteerd met een raadselachtige variatie
aan theoretisch, empirisch of inhoudelijk interessante fenomenen
1987: Charles Ragin introduceerde een hulpmiddel dat zulke raadselactige variaties kan
verklaren: Kwalitatieve vergelijkende methode (QCA)
o Wat? Systematisch een gemiddeld tot groot aantal gevallen vergelijken en de
verschillen identificeren tussen gevallen waarin een effect optrad en gevallen waarin
effect niet optradt
o Helpt om complexe causale verbanden bloot te leggen en te ontdekken welke
combinaties van omstandigheden consistent resulteren in een specifieke uitkomst
1. Belangrijkste kenmerken, debatten en historische ontwikkelingen (uit de tekst)
QCA geïntroduceerd door Amerikaanse socioloog Charles Ragin in 1987 boek: ‘The
Comparative Method’
o 65 % van de publicaties vonden plaats in de afgelopen 5 jaar en 90 % in de afgelopen
10 jaar wijst op toenemende populariteit
o In verschillende disciplines
Politicologie, bedrijfskunde, sociologie, interdisciplinaire sociale
wetenschappen, bestuurskunde
QCA in voorbije jaren heel wat vernieuwingen door gemaakt bv. introductie van fuzzy set-
versie
o Er zijn verschillende benaderingen + debatten over wat het juiste is
o Wij: crisp-set-versie
o Ontologisch en epistemologisch positioneert dit hoofdstuk zich in neopositivistische
begrip van wetenschap
Gaat ervan uit dat sociale fenomenen worden beheerst door waarneembare
regelmatigheden
o QCA is gekoppeld aan andere metatheoretische perspectieven, zoals kritisch realisme
Doel: blootleggen van complexe causale verbanden
2. Wat is QCA?
Doel?
o Beantwoorden van de onderzoeksvraag geschikt voor één specifieke
onderzoeksvraag
Tekst:
o QCA werd ontwikkeld als middenweg tussen kwalitatieve en kwantitatieve
benaderingen van vergelijkend onderzoek
Kwantitatief: repliceerbare analysetechnieken, meer dan een paar gevallen,
bescheiden generalisaties
Kwantitatief: mogelijk om specifieke gevallen te identificeren + diepgaande
casuskennis is belangrijk bij dichotomiseren en oplossen van contradictorische
configuraties
1
, o QCA hanteert een ‘oorzaak-van-gevolg’ benadering voor verklaringen
Doel is om de aanwezigheid van specifieke uitkomsten in de onderzochte zaken
te verklaren
Niet hetzelfde als de gevolg-van-oorzaken benadering die wordt gevolgd in
kwantitatief onderzoek en die probeert "het gemiddelde effect van een of meer
oorzaken in een populatie van gevallen te schatten"
Verschil tussen beide?
Manier waarop de algemene vraag wordt gesteld: “wat veroorzaakt het
electorale succes van radicaal-rechtse partijen?”
Kwalitatief: “wat verklaart het succes van radicaal-rechtse partijen bij
één of twee specifieke verkiezingen?”
Kwantitatief: “wat is het gemiddelde effect van werkloosheid op het
electorale succes van radicaal-rechtse partijen?”.
Middel?
o Comparatieve methode
Wat zijn verschillen cases uitkomst aanwezig/afwezig?
Resultaat?
o Informatie complexe causale relaties
Welke combinaties van factoren leiden tot een uitkomst?
Onderzoeksvraag QCA
o Waarom is “uitkomst” aanwezig in sommige cases, maar niet in andere?
o Voorbeeld:
Waarom zijn extreem-rechtse partijen succesvol tijdens sommige verkiezingen,
maar niet in andere?
Waarom krijgen sommige landen veel ontwikkelingshulp van de EU en andere
weinig?
Waarom nemen sommige landen deel aan militaire interventie en andere niet?
o Je zou hiermee kunnen verklaren hoe het komt dat radicaal rechtse partijen in
sommige landen wel populair zijn en andere niet.
Comparatieve methode
o Met comparatieve methode kan je cases op een heel systematische manier gaan
vergelijken
o Gebaseerd op twee comparatieve methoden ontwikkeld door Mill in de 18e eeuw
Methoden van Mill
QCA bouwt voort op methoden van Mill.
o Methode van verschil: op zoek gaan naar twee cases die zo gelijk mogelijk zijn,
behalve dat er in de ene het ene wel gebeurt en in de andere case gebeurt het niet.
Dan kijken wat de verschillen zijn tussen de twee cases, dan kan je gaan vermoeden
dat dat verschil de reden is van verschil.
Bv. Er zijn twee exact deze krijtjes, het ene valt en het andere niet?
2
, o QCA laat u toe om de methodes van Mill super systematisch toe te passen
Waarom gebeurt iets wel en gelijkaardige cases waarom soms iets niet?
o Deze methode ligt ook aan de basis van experimenten
o Methode van overeenkomst: verklaren waarom iets gebeurt. Je moet op zoek gaan
naar twee cases die zo verschillend mogelijk zijn, maar wel dezelfde uitkomst.
o QCA: kijken naar wat de verschillen zijn tussen cases waarin bepaalde uitkomst zich
voordoet en niet voordoet
En wat zijn de gelijkenissen tussen cases waarbij de uitkomst zich voordoet
Bv alle landen in NAVO bekijken. En kijken waarin landen verschillen die
veel hulp boden aan Oekraïne en landen die weinig hulp boden
o Waarin verschillen cases waarin uitkomst aanwezig is van cases waarin uitkomst
afwezig is?
Wat zijn gelijkenissen tussen cases waarin uitkomst aanwezig is?
o 8 tot 50 (of meer) cases, meestal een 50 tal cases als max, maar technisch gezien zou
je er veel meer kunnen opnemen. Deze cases kan je vergelijken met 3 tot 8
kenmerken.
o 3 tot 8 kenmerken of “conditions” = Mogelijke verklarende variabelen van de
uitkomst. de zaken die theoretisch zouden kunnen verklaren waarom de uitkopmst
zich soms wel voordoet of niet.
+- Onafhankelijke variabelen
o Belangrijke stap in CQA is op zoek gaan naar mogelijke verklarende factoren voor uw
uitkomst.
2.1. Complexe causale relaties
Noodzakelijke voorwaarde
o Is nodig voor zich iets kan voordoen
o X is noodzakelijk als X altijd aanwezig als uitkomst aanwezig
o Studeren is noodzakelijk om te slagen als iedereen die slaagt ook studeert
QCA gaat uit van een heel specifieke conceptie van causalitei die voorbouwt op de
concepten: noodzakelijke voorwaarde: (iets dat aanwezig moet zijn voordat de uitkomst er
is),
o
Voldoende voorwaarde
o Leidt altijd tot een uitkomst
o X is voldoende als uitkomst altijd aanwezig als X aanwezig is
o Studeren is voldoende om te slagen als iedereen die studeert ook slaagt
o Iets dat altijd leidt to tje uitkomst, telkens als je u voldoende voorwaarde hebt, heb je
u uitkomst.
o Stel studeren is goed genoeg om slagen voor de examen elke student die studeert
zal slagen.
3