• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 10 fuera de 118 páginas
Resumen

Samenvatting Familiaal Vermogensrecht | Prof. Verbeke | KU Leuven |

Document preview thumbnail
Vista previa 10 fuera de 118 páginas

Samenvatting van alle lessen, gastcolleges en het gehele boek geïntegreegd - van het vak Familiaal Vermogensrecht in de Master Rechten aan KU Leuven, gegeven door Prof. A-L. Verbeke. GESLAAGD EERSTE ZIT. Het document behandelt klassieke horizontale affectieve relaties (huwelijk), moderne relaties (ongehuwde samenwoning) en postmoderne intimiteitsvormen, aangevuld met appendices over solidariteit en een modulair relatievermogensrecht-model.

Vista previa del contenido

FAMILIAAL
VERMOGENSRECHT
Prof. A-L. Verbeke




MASTER RECHTEN
KU LEUVEN
2025-2026

, INHOUDSOPGAVE

PRAKTISCH .................................................................................................................................. 1

INLEIDING .................................................................................................................................... 1

DEEL 1. KLASSIEKE HORIZONTALE AFFECTIEVE RELATIES: HET HUWELIJK ...................................... 5
§1. Evolutie van het huwelijk: van instituut naar partnerschap ............................................................. 5
§2. Blijvende bijzondere status van het huwelijk: wettelijke bescherming en privileges ......................... 6
§3. Huwelijk naar Belgisch recht ....................................................................................................... 8

DEEL 2. MODERNE HORIZONTALE AFFECTIEVE RELATIES: ONGEHUWDE SAMENWONING ............. 10

DEEL 3. POSTMODERNE HORIZONTALE AFFECTIEVE RELATIES: ECLECTISCHE RELATIEVORMEN OF
‘ANDERE’ INTIEME SAMENLEVINGSRELATIES ............................................................................... 11
§1. Op weg naar een 'post-familiale familie', met 'ontkoppeling' van het familierecht ..........................11
§2. Criteria voor de omschrijving van 'andere' intieme horizontale affectieve relaties ..........................12

§3. Wettelijke solidariteit bij 'andere intieme samenlevingsrelaties' ....................................................16

DEEL 4. EVALUATIE EN VOORSTELLEN VOOR INTIEME SAMENLEVINGSRELATIES. .......................... 17

§1. De vele gradaties van bescherming van intieme samenlevingsrelaties in het Belgische recht .........17
§2. Het paradigma van de autonomie als grondslag van bescherming ................................................21
§3. De aannames van het autonomie-paradigma: een vrije en onderhandelde autonomie ...................23
§4. De onderhandelde autonomie in twijfel getrokken: van paradigma naar tegenbewijs .....................23
§5. De ware autonomie en bescherming verzoend. Naar een billijk default-systeem van aanvullende
regels met uitstap via een versterkte opt-out.....................................................................................27
§6. De onderhandelde of versterkte opt-out. Wettelijke vorm- en geldigheidsvereisten voor
onderhandelde autonomie in samenwoningsrelaties ........................................................................29
§7. Function over Form. Gelijke behandeling van samenwoningsrelaties ............................................32
§8. Naar een inclusief relatievermogensrecht: modulair familierecht of familierecht à la carte ............34

§9. Concreet voorstel voor intieme samenlevingsrelaties van caring en sharing-raamwerk met vier
modules – Modulaire default-regels voor samenwoningsrelaties, met versterkte opt-out – Modulaire
opt-in voor 'andere intieme samenlevingsrelaties' .............................................................................36
§10. Criteria voor toekenning van wettelijke intimiteits- en economische privileges in het publieke
domein ...........................................................................................................................................41

APPENDIX 1 – SOLIDARITEIT BIJ HUWELIJK, NAAR VIGEREND BELGISCH RECHT............................. 44

§1. Solidariteit tijdens het huwelijk ...................................................................................................44
§2. Solidariteit bij echtscheiding .......................................................................................................51
§3. Solidariteit bij overlijden .............................................................................................................53

,APPENDIX 2 – SOLIDARITEIT BIJ ONGEHUWDE SAMENWONING, NAAR VIGEREND BELGISCH RECHT
................................................................................................................................................... 62
§1. Solidariteit tijdens de relatie .......................................................................................................62

§2. Solidariteit bij relatiebreuk ..........................................................................................................63
§3. Solidariteit bij overlijden .............................................................................................................65

DEEL 5. VIJVENTWINTIG SAMENVATTENDE STELLINGEN ............................................................... 68

GASTCOLLEGE 1: VERREKENING VAN AANWINSTEN ..................................................................... 72
Inleiding..........................................................................................................................................72
Nadere analyse van het verrekenregime ...........................................................................................73

GASTCOLLEGE 2: RECENTE ONTWIKKELINGEN INZAKE VERGOEDINGEN TUSSEN ECHTGENOTEN EN
SAMENWONERS .......................................................................................................................... 82
Inleiding..........................................................................................................................................82
1) Vergoedingen in een gemeenschapsstelsel ..................................................................................82

2) Vergoedingen in een scheidingsstelsel .........................................................................................85

GASTCOLLEGE 3: SCHENKEN EN VERERVEN VAN DIGITALE ASSETS .............................................. 89

Inleiding..........................................................................................................................................89
Feitelijk-functioneel ........................................................................................................................90
Juridisch-functioneel .......................................................................................................................93
Conclusie .......................................................................................................................................97

“De Civielrechtelijke Kwalificatie en Overdracht van Cryptoschenkingen in België” (discussienota RRDI-
seminar) .........................................................................................................................................98

GASTCOLLEGE 4: SOLIDARITEIT IN AANWINSTENSTELSELS ........................................................ 102
Inleiding........................................................................................................................................ 102
Analyse van 4 stelsels Belgisch GS (1) en optioneel stelsel (2), Duits WS (3) en NL WS (4).................. 103
Globaal overzicht .......................................................................................................................... 114

, Familiaal vermogensrecht
📑


PRAKTISCH
Handboek: Billijk en inclusief relatievermogensrecht + andere bijkomende artikelen uit tijdschriften

Examen (3u): gesloten boek met open vragen
- Je moet aantonen dat je Prof Verbeke zijn redenering begrijpt, maar er mag ook onderbouwd kritiek
op worden gegeven
- Leerstof: Zowel boek als alle lesnotities (incl. gastcolleges)




INLEIDING

Wat is de titel van het HB “billijk en inclusief relatievermogensrecht”?
Er is huwelijksvermogensrecht voor mensen die met elkaar trouwen en zo vermogen gaan regelen maar er
is ook het relatievermogensrecht.

Het boek is ontstaan uit een préadvies -> onderwerp autonomie en bescherming in affectieve relaties.
Prof Verbeke geeft in dit boek zijn mening en voorstellen

Het is vernauwd naar horizontale intieme affectieve relaties. De verticale (ouder-kind) relaties + tussen
minderjarigen wordt niet behandeld. Hoe krijgt de verhouding tussen autonomie en bescherming het best
een vorm hier?
Wat is een intieme relatie?
- Huwelijk ✓
- Welke situaties van samenwonen ofz nog? In welke mate zijn die intiem?
- Is seksuele relatie constitutieve voorwaarde? NEE
- => !!! Dit wordt dus nog open gehouden

De aanleiding voor het boek was dus préadvies, dat op voorhand werd gepubliceerd voor het congres
Het boek bevat voorstellen en opties van de prof die hij wil voorleggen aan de wetgever


“Billijk”
Hoe wordt op een billijke manier aan relatievermogensrecht gedaan in de 3 types van
samenwoningsrelaties
- Soorten samenwoningen
o Gehuwde samenwoning (hierna soms: H)
o Ongehuwde samenwoning
§ Wettelijke samenwoning (hierna: WSW)
§ Feitelijke samenwoning (hierna: FWS)



C.V 1

, o Een vierde type krijgt ruime aandacht: postmoderne relatievorming buiten het klassieke
familierecht (= de vraag naar een inclusief relatievermogensrecht)
- Het is een koppel: dat samen woont en samen hun leven deelt en organiseert
- Relatievermogensrecht van koppels: wat gebeurt er met geld en vermogen tijdens de relatie (1),
wat als de relatie stopt (2), en wat als iemand overleeft (3)? -> 3 hypotheses met antwoorden die
altijd moeten aanwezig zijn in een huwelijkscontract



Het klassieke model HUWELIJK
- De regels van bescherming zijn vooral voor gehuwde samenwoning
o De regels van fiscaal erfbelasting worden gelijk gesteld tussen gehuwden en ongehuwden
maar de bescherming is niet hetzelfde => Prof vindt dit onbillijk!
§ Prof Verbeke pleit voor dwingende participatie/aanwinsten dat moet zijn bij een
relatiebreuk of overlijden bij functioneel vergelijkbare relaties een verdeling: de
aanwinsten die samen zijn opgebouwd tijdens het huwelijk moeten gedeeld
worden
• !!! Dit betekent dat als je joint venture aangaat, je de aanwinsten gaat
verdelen en verrekenen erna
• Dit is een anchor geweest bij de correcties bij SVG
§ WEL met grenzen:
• 1ste cap van max. 250.000 euro per jaar (max. aantal jaren van relatie)
• 2de cap rechterlijke billijkheid in art. 2.3.83 BW): waar rechter tussen komt
(stel dat 1ste cap te veel al is), dan moet er niet-betrokkenheid worden
aangetoond, geen normale samenwoning,...

Aanwinsten
- = alle goederen die worden gerealiseerd door beroepsinkomsten, OOK de besparingen en
beleggingen hierop (goude munten, appa,...)
- De kern van het wettelijk stelsel (hierna WS) is het demarcatiecriterium: de beroepsinkomsten die
in het gemeenschappelijk vermogen vallen (als dit wordt uitgesloten is het het stelsel van SVG)
- Dit is echt de kern van het concept: delen in deze aanwinsten bij relatiebreuk of overlijden
o Het huwelijk is een joint venture, twee gelijkwaardige partners die hun leven samen
uitbouwen als twee gelijkwaardige met een taak en rolverdeling die ze hebben
afgesproken inkomen genereren. De inkomsten zijn gegenereerd door de partnership en
niet persee door een van de twee. Het is ingebed in een partnership die gelijk zijn dus het
gaat in 1 gemeenschappelijke pot die gebruikt wordt voor hun leven samen. De
beroepsinkomsten tijdens het huwelijk moet worden beschouwd als de opbrengst van het
partnership en is dus relatieaanwinst en moet worden verdeeld of verrekend.



Correcties op SVG
Het stelsel van (zuivere) scheiding van goederen (hierna SVG) zorgt ervoor dat iedere echtgenoot op het
einde van het stelsel krijgt wat op zijn naam staat: title principle. Toch vindt de pro
Prof pleit voor dwingende participatie ook bij SVG, maar dit wordt voorlopig niet aanvaard. Het principe van
de dwingende participatie is wel een anchor geweest voor correcties bij SVG.

Dit zijn de ideeën die intussen zijn aanvaard:
- Art 2.3.65 e.v. BW: verrekenbeding (bv verrekening van aanwinsten)


C.V 2

, o voorbeeld van anchoring sinds 2018 namelijk in de wet
o onderscheid
§ bij ES -> het vaakst 50-50 verrekening
• verrekenmassa: deze komen voor verrekening vatbaar en zijn meestal
alleen de aanwinsten
§ bij overlijden -> 100-0
• verekkenmassa: zelf hier wordt vaak ook de niet-aanwinsten betrokken
o Bv deze situatie + de verrekensleutel 100% is dan is er eig
hetzelfde zoals het verblijvingsbeding bij GVG maar dit gebeurt
niet veel want fiscaal niet handig
o Als het een huwelijksvoordeel is bij SVG, dan is het “onder
bezwarende titel” dus geen erfbelasting op verschuldigd <->
terwijl bij GVG wel op de helft belasting want er is het fictieartikel
o Dit is volledig onbelast in Brussel en Wallonië maar niet in
Vlaanderen, dus zeer interessante optie van horizontale
planning tussen echtgenoten

- Art 2.3.64 BW: correcties bij zuivere SVG
o De TIGV (§1 lid 2) is hier van een toepassing
o §1 lid 2 in fine -> is het licht voor de 4de piste gekomen, maar ⚠ Wat is de 4de piste?
§ in het HVR is er in de praktijk bij corrigeren zuivere SVG interne en externe
correcties (warme uitsluiting) voor billijke regeling te laten ontstaat
• vb: verrekening van aanwinsten (2.3.65 BW)
§ dit is een illustratie dat aantoont dat het FVR wordt gedetermineerd door het
fiscaal recht
§ de vordering is dan een huwelijksvoordeel hier bij SVG; dit is geen schenking
(behalve uitz het volkomen en onvolkomen huwelijksvoordeel)
• volkomen: dit deel is geen schenking en immuun tov de kinderen
• onvolkomen: het surplus boven het plafond: het blijft ook een niet-
schenking maar voor dat deel wordt wel stuk minder immuun door
kinderen hun reserve
§ Het verrekenbeding werd dus getorpedeerd in Vlaanderen en dan in de loop van
de jaren 2018-2019 was de prof een gat aan het zoeken
§ Hierna kwam het => onverdeeldheden maken bij SVG, daarna een
verblijvingsbeding zoals bij het GVG en dit gaat onbelast over bij overlijden
• Concreet: onverdeeldheid kiezen wat ze willen en dus het verblijft bij het
vermogen (dit is als het in het huwelijkscontract is) – bij overlijden komt
het dan ook toe aan de LLE zonder erfbelasting
o §3: notariële informatieplicht

- De 5de piste: een goed dat exclusief eigendom is van A gaan toekennen aan B, bij wijze van
huwelijksvoordeel = toekenningsbeding
o Vroeger aanvaarde opties:
§ Het is aanvaard dat je er geld voor geeft
§ ook dat je forfaitair bij ES of overlijden een bedrag geeft aan de ander
o Als zo’n beding integrerend wordt ingeschreven in het huwelijkscontract, kan dat er voor
zorgen dat het van A naar B gaat ONBELAST
§ Pas op: het beperkt A niet in zijn rechten want hij kan het altijd herroepen
o Deze ruling is dan goedgekeurd



C.V 3

, o Tussen echtgenoten is het niet fair dat er erfbelasting is volgens prof en heeft geen gêne
dat hij clausules ontwikkeld om dit te ontwijken
ð De 4de en 5de piste geeft zakelijke rechten dus die aanspraken terwijl andere maar
verbintenisrechtelijke aanspraken op het vermogen van de ander

- Art 2.3.84 BW (koude uitsluiting lauwer maken): rechterlijk billijkheidscorrectie
o Correctie die niet verder dan 1/3de kan gaan van de aanwinsten

- Heling

- Onwaardigheid

- Theorie van de huwelijksvoordelen




CONCLUSIE
Autonomie is belangrijk voor de wetgever. Er kan niet vanaf geweken worden: wat in contract staat, staat in
het contract <-> Maar prof wil dwingende participatie
=> Hoe kunnen we toch komen tot billijk systeem dan???




“Inclusief”
Hoe kunnen we een relatievermogensrecht maken dat meer inclusief is?
Je kan aan de ene kant niet overinclusief zijn en iedereen relatievermogensrecht laten hebben bv twee
vrienden maar er zouden ook geen uitsluitingen mogen zijn als personen een bepaalde relatie hebben
Dus wat is het criterium om te laten bepalen dat een relatie voldoende intiem is om in aanraking te komen
voor het relatievermogensrecht?




C.V 4

, DEEL 1. KLASSIEKE HORIZONTALE AFFECTIEVE RELATIES: HET HUWELIJK

§1. EVOLUTIE VAN HET HUWELIJK: VAN INSTITUUT NAAR PARTNERSCHAP
De klassieke situatie was het huwelijk:
- Het huwelijk was de enige optie en samenlevingsvorm voor affectieve horizontale relaties tussen
man en vrouw
o Het koppel staat o.l.v. van een man, waar men affectieve en seksuele relatie aangaat voor
het leven die er voor is gericht om kinderen in voort te brengen
o Het huwelijk is een instituut dat als hoeksteen van de samenleven een cruciale rol speelt
voor de sociale ordening
o Het is een formele ‘community of need’ samengehouden door een sterke verplichting tot
onderlinge solidariteit
o Rechtspraak maakte het common law marriage: in 19de eeuw -> degene die niet formeel
getrouwd zijn – visie van ze functioneel gelijk te zien omdat ze samenlopen en samen
kinderen hebben
§ Als mechanisme voor vrouwen zodat ze niet op kosten van belastingen kwamen
- De echtscheiding kwam lang niet; want kinderen moesten in geordend gezin komen, maatschappij
geven die in orde,... want instituut visie ging hier anders door kapot
- Als je het bekijkt op niveau hogere klasse (bourgeoisie, heel vermogende, industriële, adel,...) dan
was huwelijk een politiek instrument van familiale consolidatie, verankering van vermogen en
macht door zoon en dochter te koppelen en zo sterkere positie en invloed

De traditionele benadering is vervaagd, vooral vanaf WO2: individualisering, autonomie, vrijheid en
gelijkheid, emancipatie van de vrouw,... maar eerst was er de emancipatie van de arbeider die tegen het
uitbuitende patronaat zich kan verdedigen. Er gebeurt hele democratisering die goed werkt en enorme
correctie doet ontstaat op de vermogensongelijkheid tussen man en vrouw.
Hierdoor wordt het format van het huwelijk gewijzigd van een economisch-maatschappelijke eenheid naar
een meer emotioneel-individuele eenheid – van een transcendent instituut naar een contractuele relatie
tussen twee personen die elk hun eigen autonomie claimen. Zo kwam er ook meer paternalistische
bezorgdheid om individueel contracterende echtgenoten te beschermen tegen overeenkomsten die
onvoorzichtig of onbillijk zouden zijn.

NU: partnerschap is tussen twee gelijkwaardige partners die voluit kiezen om hun individuele geluk en
zelfontplooiing samen te realiseren
- Men wil in het huwelijk zaken opleggen: gelijkheid man en vrouw
o De handelingsbekwaamheid van de vrouw in het huwelijks is sinds 1958
- De individuele zelfontplooiing kan alleen maar ten uitvoer worden gebracht als je zelf kan beslissen
dat je uit het partnerschap wil en dus echtscheiding mogelijk wordt
o De foutnotie van ES verdwijnt. Elk levert een bijdrage aan een relatie, zowel het succes als
het falen ervan. Elk is dan ook na ES verantwoordelijk voor de eigen materiële behoeften
en noden (gevolgen: alimentatie na ES,...)
o Als ES veel gemakkelijker wordt, dan ook makkelijker om gewoon samen te wonen zonder
contract
o Door deze contractualisering en individualisering verliest het huwelijk een deel van zijn
externe functies. Ondanks een blijvende maatschappelijke functie voor de opvoeding van
kinderen, worden ouderlijke functies van SZ en verzorging overgenomen door de OH




C.V 5

,§2. BLIJVENDE BIJZONDERE STATUS VAN HET HUWELIJK: WETTELIJKE BESCHERMING EN
PRIVILEGES
Toch blijft huwelijk een stelsel met enorme bescherming en veel aantrekkingskracht als toongevende
relatievorm met een formele en statutaire regeling. Het huwelijk blijft een wettelijk toetredingscontract met
essentiële gelijkwaardigheid tussen de echtgenoten met een structuur dat regels oplegt bij aanvang, tijdens
en op einde.


Functies van het huwelijk
- Ordenend
o WG wil spelregels ordenen en opleggen omdat het gewone vermogensrecht niet echt
geschikt is om verhoudingen te regelen tussen intieme partners gehuwden. Er komt een
regeling huwelijksvermogensrecht apart. Anders zou het leiden tot onbillijkheid en
rechtsonzekerheid
o Verder in het boek: aanpassend recht voor alle samenwoningsrelatie -> welk recht is
geschikt voor een ongehuwde samenwoning? OH zegt het primair op economisch
handelen gerichte gemene vermogensrecht
- Instrumenteel
o De WG bepaalt doelen en waarden: zoals gelijkwaardigheid van man en vrouw of van
relaties tussen personen van verschillende en eenzelfde gender en belang van kinderen
als openbare orde
§ Wet 1976: de gelijkwaardigheid van man en vrouw om GV te besturen
• Man en vrouw zijn vanaf nu gelijk om het huwelijk en
huwelijksvermogensrecht te besturen
• Dit is maatschappelijk een grote ingrijp voor het juridisch kader (dejure)
o In praktijk is het niet persee opgelost want vaak nog
onwaardigheid vrouw (defacto)
§ Tussen 1998-2003:
• ’98: samenwoning als compromis
• ’99: dioxine crisis
• 2003: gelijkwaardigheid van de genders i.v.m. huwelijk
- Beschermend
o Dit is voor de bescherming van de partners tegen zichzelf en tegen de ander. Ook hier lijkt
het gemene vermogensrecht met zijn individualistisch economisch perspectief niet
adequaat in de context

De status van het huwelijk vormt een toepassing par excellence van de belangrijkste functies van het
familierecht (hoe het in praktijk werkt): omgaan met kwetsbaarheden in familiale verhoudingen, ingevolge
blinde liefde en de daarmee verband houdende socialezekerheidsrechtelijke rol van de familie.
Uit maatschappelijke rechtvaardigheid volgt dat in het familierecht de vrijheid van mensen om zelf
afspraken te maken (=partijautonomie) vaker wordt beperkt dan in andere delen van het privaatrecht.

“Het huwelijk is eerder een zwaar statuut, dat zwaarder doorwerkt dan het individu dat een keuze maakt”
deze visie is geëvalueerd naar partnerschip waar ze samen taken aangaan (moderner huwelijk) maar
desalniettemin blijft dat huwelijk een zeer beschermd statuut te krijgen.




C.V 6

,Bescherming kinderen
Als er kinderen zijn, verschijnt de openbare orde en kan de wettelijke bescherming in het huwelijk niet louter
aan de vrije autonomie van de echtgenoten worden overgelaten. De OH is noodzakelijk betrokken bij elk
aspect van het familierecht en vooral van de kwetsbaren #nottoleavefamiliesalone

De prof zegt dat het criterium “kinderen hebben” niet voor compensatie kan zorgen in de partnerrelatie –
het kan impact hebben maar niet determinerend voor de specifieke vermogensrechtelijke regeling –> dit is
omdat we niet ongelijke behandeling willen geven aan mensen met kinderen en zonder
- =/ de economische afhankelijkheid dat was dat bv moeder minder werkt want dat krijgt wel
compensatie
- Dit heeft niets te maken met de bescherming van het kind zelf dus het kind zelf mag niet direct
gevolg hebben op de partnerrelatie
Kinderen worden beschermd omdat het in het belang van het kind moet/ Men kan de autonomie van
partijen controleren en niet helemaal zelf laten spelen want huwelijk is een domein waar men verregaand
kan tussen komen

Het huwelijk biedt het structurerende format voor het opvoeden van kinderen. Maar het hoeft niet
noodzakelijk het huwelijk te zijn, als er maar een ander rechtszeker kader is dat het lot van kinderen op een
duidelijke en beschermde manier regelt
Huwelijk is didactisch (onderwijzend, lerend, ...)
De instrumentele en structurerende rol is meer aanwezig dan we denken: al zolang mensen samen wonen
met iemand, kinderen hebben,.... we kunnen niet zeggen van het is niet van deze tijd want letterlijk in de
vormen die we niet benoemen als ‘huwelijk’ komt het allemaal terug



Bescherming kwetsbaarheid partner
De morele waarde van intieme relatie volstaat op zichzelf voor de OH om tussen te komen in geval van
kwetsbaarheid en beschermend. De WG moet tussenkomen als er een machtsonevenwicht moet hersteld
worden en het welzijn van het individu beschermen. Maar waarschuwing voor te verregaande interventie
dat de intimiteit van de relatie meer kwaad dan goed kunnen doen



Solidariteit volgend uit het autonomiebeginsel
Wat is dan de bescherming dat huwelijk opdringt aan koppel? De OH mag opdringen op
beschermingsmanier want de verregaande soms dwingende bescherming die het huwelijk oplegt hebben
zij zelf vrij gekozen en toegetreden (regels primair stelsel en huwelijksvermogensrecht). Zij kiezen voor een
wettelijk geregelde commitment: aspecten van samenleving, samenwerking, gemeenschappelijke doelen.
Als gemeenschap van belangen tussen twee gelijkwaardige partners is een zekere mate van solidariteit ook
een noodzakelijke pendant van die commitment.

Als je niet trouwt (wettelijk of feitelijk samenwoont, ...) dan kan je er wel aan ontsnappen. Er is dan geen
enkel dwingende solidariteit van bijdragen in de lasten van de relatie (wel voor de kinderen).
- Er is geen financiële hulpverplichting voor de feitelijke samenwoning
- Er is geen verplichting van alimentatie erna
- Er is geen verplichting om te delen
- Geen verplichting van erfrecht bij feitelijke samenwoning
o Bij wettelijke samenwoning wel
=> !!! Hier is dus is geen economische solidariteit




C.V 7

Índice general

  1. 01 PRAKTISCH 1
  2. 02 INLEIDING 1
  3. 03 DEEL 1. KLASSIEKE HORIZONTALE AFFECTIEVE RELATIES: HET HUWELIJK 5
  4. 04 §1. Evolutie van het huwelijk: van instituut naar partnerschap 5
  5. 05 §2. Blijvende bijzondere status van het huwelijk: wettelijke bescherming en privileges 6
  6. 06 §3. Huwelijk naar Belgisch recht 8
  7. 07 DEEL 2. MODERNE HORIZONTALE AFFECTIEVE RELATIES: ONGEHUWDE SAMENWONING 10
  8. 08 ‘ANDERE’ INTIEME SAMENLEVINGSRELATIES 11
  9. 09 §1. Op weg naar een 'post-familiale familie', met 'ontkoppeling' van het familierecht 11
  10. 10 §2. Criteria voor de omschrijving van 'andere' intieme horizontale affectieve relaties 12
  11. 11 §3. Wettelijke solidariteit bij 'andere intieme samenlevingsrelaties' 16
  12. 12 DEEL 4. EVALUATIE EN VOORSTELLEN VOOR INTIEME SAMENLEVINGSRELATIES 17
  13. 13 §1. De vele gradaties van bescherming van intieme samenlevingsrelaties in het Belgische recht 17
  14. 14 §2. Het paradigma van de autonomie als grondslag van bescherming 21
  15. 15 §3. De aannames van het autonomie-paradigma: een vrije en onderhandelde autonomie 23
  16. 16 §4. De onderhandelde autonomie in twijfel getrokken: van paradigma naar tegenbewijs 23
  17. 17 regels met uitstap via een versterkte opt-out 27
  18. 18 onderhandelde autonomie in samenwoningsrelaties 29
  19. 19 §7. Function over Form. Gelijke behandeling van samenwoningsrelaties 32
  20. 20 §8. Naar een inclusief relatievermogensrecht: modulair familierecht of familierecht à la carte 34
  21. 21 opt-in voor 'andere intieme samenlevingsrelaties' 36
  22. 22 domein 41
  23. 23 APPENDIX 1 – SOLIDARITEIT BIJ HUWELIJK, NAAR VIGEREND BELGISCH RECHT 44
  24. 24 §1. Solidariteit tijdens het huwelijk 44
  25. 25 §2. Solidariteit bij echtscheiding 51
  26. 26 §3. Solidariteit bij overlijden 53
  27. 27 APPENDIX 2 – SOLIDARITEIT BIJ ONGEHUWDE SAMENWONING, NAAR VIGEREND BELGISCH RECHT 62
  28. 28 §1. Solidariteit tijdens de relatie 62
  29. 29 §2. Solidariteit bij relatiebreuk 63
  30. 30 §3. Solidariteit bij overlijden 65
  31. 31 DEEL 5. VIJVENTWINTIG SAMENVATTENDE STELLINGEN 68
  32. 32 GASTCOLLEGE 1: VERREKENING VAN AANWINSTEN 72
  33. 33 Inleiding 72
  34. 34 Nadere analyse van het verrekenregime 73
  35. 35 SAMENWONERS 82
  36. 36 Inleiding 82
  37. 37 Vergoedingen in een gemeenschapsstelsel 82
  38. 38 Vergoedingen in een scheidingsstelsel 85
  39. 39 GASTCOLLEGE 3: SCHENKEN EN VERERVEN VAN DIGITALE ASSETS 89
  40. 40 Inleiding 89
  41. 41 Feitelijk-functioneel 90
  42. 42 Juridisch-functioneel 93
  43. 43 Conclusie 97
  44. 44 seminar) 98
  45. 45 GASTCOLLEGE 4: SOLIDARITEIT IN AANWINSTENSTELSELS 102
  46. 46 Inleiding 102
  47. 47 Analyse van 4 stelsels Belgisch GS (1) en optioneel stelsel (2), Duits WS (3) en NL WS (4) 103
  48. 48 Globaal overzicht 114
  49. 49 C.V 1
  50. 50 C.V 2
  51. 51 C.V 3
  52. 52 C.V 4
  53. 53 C.V 5
  54. 54 C.V 6
  55. 55 C.V 7

Libro relacionado
 image
Editorial: Desconocido ISBN: 9789464662719 Edición: 1

Información del documento

Estudio
¿Un libro?
Sí
Subido en
28 de septiembre de 2026
Número de páginas
118
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$19.14

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
cvLAW
5.0
(2)
Vendido
41
Seguidores
1
Artículos
8
Última venta
1 semana hace



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes