Inhoudstafel
Sociologie.............................................................................................................. 1
Les 1 — Speelveld 1: Op ontdekkingstocht door een bekend gebied?................2
Inleiding........................................................................................................... 2
1.1 Een beeld van een titel.............................................................................. 3
1.2 Het dagelijkse leven door de sociologische lens........................................5
Tussentijdse conclusie 1:.................................................................................7
1.3 Common sense vs. sociologie....................................................................9
1.4 Een eerste definitie van sociologie..........................................................11
Les 1.a — Toelichting (Q&A)..........................................................................12
Les 2 — Speelveld 2: De samenleving is een veld van tegengestelde krachten
......................................................................................................................... 13
Inleiding......................................................................................................... 13
2.1 Individu versus samenleving...................................................................16
2.2 De samenleving: een vat vol mogelijkheden én beperkingen.................20
2.3 Solidariteit versus strijd...........................................................................23
2.4 Ongelijkheid versus Gelijkheid.................................................................31
Tussentijdse Conclusie 3:............................................................................... 36
Les 2.a — Toelichting (Q&A)..........................................................................36
Les 3 — Speelveld 3: Sociologie is een wetenschap.........................................38
Inleiding......................................................................................................... 38
3.1 De sociologie, een wetenschap als (g)een ander....................................38
3.2 Sociale feiten zijn dingen (Durkheim)......................................................41
3.3 Sociologie is niet normatief.....................................................................43
3.4 Sociologie ontdekt en verruimt................................................................43
3.5 De sociologie: 1 v/d huizen op het plein v/d samenleving, met
verschillende kamers & de bijhorende ramen...............................................44
Tussentijdse conclusie 4................................................................................45
Les 4 — Speelveld 4: De bouwstenen van het menselijk handelen..................45
Inleiding......................................................................................................... 45
4.1 Sociaal handelen..................................................................................... 46
4.2 Interactie en Communicatie....................................................................47
, 4.3 Sociale relaties, posities, status en rol.....................................................51
4.4 Sociale rol................................................................................................ 53
Tussentijdse Conclusie 5................................................................................ 56
Les 5 — Speelveld 5: Netwerken, Groepen en Solidariteit................................57
Inleiding......................................................................................................... 57
5.1 Sociale netwerken................................................................................... 57
5.2 Groepen................................................................................................... 61
5.3 Referentiegroepen................................................................................... 66
5.4 Groepen tussen conflict en solidariteit....................................................67
Tussentijdse conclusie 6................................................................................68
Les 6 — Speelveld 6: Moderne samenlevingen zijn altijd multicultureel...........68
Inleiding......................................................................................................... 68
6.1 Door de ogen van anderen......................................................................69
6.2 Waarvoor staat cultuur?..........................................................................69
6.3 Cultuur en cultuur....................................................................................70
6.4 Cultuur is een patroon van waarden, normen, doeleinden en
verwachtingen............................................................................................... 72
6.5 Cultuur en beschaving.............................................................................74
6.6 Instituties en institutionalisering.............................................................75
6.7 Het gezin: een primaire groep én een institutie......................................76
Tussentijdse conclusie 7................................................................................77
Les 1 — Speelveld 1: Op ontdekkingstocht door een
bekend gebied?
Inleiding
Etymologie: socius (metgezel; LAT); societas (samenleving; LAT) + logos
(kennis, leer, kunde; GR) samenlevingskunde / maatschappijkunde.
Ibn Khaldun (1332–1406)
Tunesië
Econoom/filosoof/eerste socioloog
Schreef de ‘Muqaddima’ (1377)
Eerste systematische onderzoek naar ‘wetten’ van de maatschappij,
sociale cohesie en opkomst en val van beschavingen
Emmanuel Joseph Sieyès (1749 – 1836) rond 1780 – 1785:
Qu’est-ce que le tiers état? (revolutiejaar 1789) “Wat is de 3de stand?”
Doel: inrichting v. nieuwe sv. ten tijde v/d Franse Revolutie.
, Normatieve wetenschap: hoe kan de sv het beste worden ingericht?
Hoe ziet ‘het goede leven’ eruit in zo’n nieuwe sv.?
Auguste Comte (1798 – 1857) in 1830:
Cours de philosophie positive: sociologie als hoogste & meest
complexe wetenschap;
Definieert sociologie als empirische wetenschap;
In navolging v. natuurwetenschappen: beschrijvend, objectief &
empirisch;
Op zoek naar wetmatigheden in de sv. a.d.h.v. empirisch onderzoek.
1.1 Een beeld van een titel
Metafoor: samenleving = speelveld spelers, spelregels, posities, rollen,
verwachtingen, tribune.
Belangrijke vragen:
o Wie neemt deel? Wie niet?
o Welke regels gelden er? (méér dan recht!)
o Waar gelden die regels? (verschillende zones binnen het speelveld)
o Wat bij overtreding?
o Welke (veranderlijke) posities bekleden de spelers?
o Welke verwachtingen (= rol) & waarderingen (= status) gaan samen
met deze posities?
o Hoe communiceren / interageren de spelers met elkaar?
o Wat is het doel van het spel? Wat is de rol v/d spelers daarin?
o Wie bevindt zich in de ruimte rond het speelveld, in de tribune? De
socioloog
Positionaliteit: het besef dat iemands identiteit, gevormd door sociale
factoren (vb. etniciteit, klasse, gender & culturele achtergrond), de manier
beïnvloedt waarop hij / zij de wereld waarneemt & interpreteert.
o De wetenschapper moet zich bewust zijn v. zijn eigen positie /
identiteit, omdat dit een mogelijke impact heeft op de neutraliteit v.
zijn onderzoek
o Positionality statement: maakt duidelijk hoe de identiteiten v/d
auteur zich verhouden tot het onderzoeksonderwerp & tot de
identiteit v/d deelnemers, & hoe deze identiteiten worden
gerepresenteerd.
o Centrale vraag: wie ben jij als onderzoeker?
Dimensies v. positionaliteit Reflectievragen
1. Onderzoekstopic Hoe heeft je positionaliteit een impact
op het onderzoek dat je wenst te
doen?
2. Epistemologie Hoe heeft je positionaliteit een impact
op datgene wat je weet?
, 3. Ontologie Hoe heeft je positionaliteit een impact
op wat je kan observeren als
onderzoeker?
4. Methodologie Hoe heeft je positionaliteit een impact
op de methodologische keuzes die je
maakt?
5. Onderzoeker-als-instrument Hoe heeft je positionaliteit een impact
op je relatie met de
onderzoekparticipanten?
6. Communicatie Hoe heeft je positionaliteit een impact
op hoe je jezelf vertegenwoordigt in
geschreven & andere communicaties?
Positionaliteit ≠ intersectionaliteit (verwant maar niet gelijk).
Intersectionaliteit = concept dat beschrijft hoe verschillende sociale
identiteitskenmerken (zoals gender, etniciteit, klasse, seksuele oriëntatie,
religie, handicap, etc.) gelijktijdig & in samenhang invloed hebben op hoe
mensen privileges ervaren / worden onderdrukt.
Kimberlé Crenshaw
Juriste in de VS
Demarginalizing the Intersection of Race and Sex (1989)
Introductie term ‘intersectionaliteit’ en ‘intersectionele discriminatie’
Stelt vast hoe verschillende sociale categorieën interageren
Hoe het recht hier wel/niet op ingaat
De meest kwetsbaren worden niet beschermd
Kelderanalogie van Crenshaw
Crenshaw vergelijkt intersectionaliteit met een kelder waarin verschillende
groepen samenkomen
Onderaan bevinden zich mensen die op meerdere gronden worden
gediscrimineerd (bv. zwarte vrouwen)
Discriminatierecht beschermt vaak mensen die op één grond worden
gediscrimineerd
Daardoor vallen mensen op het kruispunt van meerdere gronden tussen
de bestaande beschermingscategorieën
Kelder = mensen die op meerdere gronden tegelijk worden
gemarginaliseerd en daardoor het minst zichtbaar/beschermd zijn.
, General Motors – DeGraffenreid v. General Motors (1976)
Zaak over discriminatie van zwarte vrouwen
Zwarte mannen werden wél aangenomen geen duidelijke
rassendiscriminatie
Witte vrouwen werden wél aangenomen geen duidelijke
seksediscriminatie
Zwarte vrouwen werden echter benadeeld door de combinatie van ras +
geslacht
Toont het probleem van intersectionele discriminatie: discriminatie kan
ontstaan op het kruispunt van meerdere gronden, terwijl het recht die gronden
vaak afzonderlijk bekijkt.
1.2 Het dagelijkse leven door de sociologische lens
Doel: achterliggende regelmatigheden & werkelijkheid achter onze 1 ste
waarnemingen ‘lezen’.
Hoe?: a.d.h.v. praktische werkinstrumenten (zoals surveys, observaties...).
Beelden moeten wel nog geïnterpreteerd worden: de socioloog
beschikt over kennis & ervaring om dat te doen sociologische
verbeelding (Charles Wright Mills):
“The vivid awareness of the relationship between experience and the wider
society.” = het vermogen om te begrijpen dat iemands persoonlijke situatie
i.v.m. maatschappelijke krachten & de ruimere historische context staat.