2025-
2026
Pedagogiek en
gezinsondersteunin
g
1E BACH ORTHOPEDAGOGIE HOGENT
MAARTEN BLOMME
,HOOFDSTUK 1: INLEIDING: EEN BEELD
VAN EEN KIND
1. PEDAGOGIEK VS PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN
Pedagogiek = wetenschappelijke studie van opvoeding, onderwijs en vorming (=
traditionele omschrijving)
Pedagogische wetenschappen verwijst naar:
o Meerdere sub disciplines (bv orthopedagogiek)
o Meerdere pedagogische kaders
o Meerdere onderzoeksmethodes
→ pedagogiek: kwestie op zich
1.1 TWEE WETENSCHAPSBENADERINGEN
Evidence based pedagogiek Fundamentele pedagogiek
‘wat werkt?’ ‘Wat bedoelen we met ‘werken’?’
Meten is weten: handvaten voor de Trage fundamentele vraagstukken: de
praktijk betekenis achter dingen
Voorschrijvend Beschrijvend
Gestimuleerd door 2 tendensen: Normatief en ethisch: waarden en normen
Risico reducerend denken van de samenleving in vraag stellen (=
Individualiserend denken onderliggende ideologische kwesties)
Stellingen:
1) Pedagogiek gaat vooral over kinderen en hun (al dan niet problematische
ontwikkeling
Fout: het gaat over kinderen en jongeren, maar ook over volwassenen die willen
helpen bij de opvoeding en over de onderlinge pedagogische relatie
2) Het belangrijkste aan opvoeden is het stimuleren van alle ontwikkelingsdomeinen
of bijdragen aan een goede hersenontwikkeling
Fout: opvoeden gaat over veel meer. In de pedagogische relatie wordt ‘de wereld’
binnengebracht
1.2 DE WERELD IS PEDAGOGIEK EN PEDAGOGIEK IS DE WERELD
Opvoeden is meer dan stimuleren van hersenontwikkeling of andere
ontwikkelingsdomeinen
We moeten aan kinderen de wereld uitleggen en initiëren zodat ze
o De wereld verder zetten
o Maar ook de wereld vernieuwen
In die zin vindt opvoeden plaats tussen generaties
1.3 ONTDEKKING VAN HET CONCEPT ‘KIND’
Kind is een aparte categorie
o In de oudheid: kind krijgt aandacht
o Tot laat in de middeleeuwen: kind afgebeeld als onaf of mini-volwassene
o Renaissance (18e eeuw) met Rousseau: de ziel van het kind
o Geïndustrialiseerde samenleving: kind is kwetsbaar en moet beschermd
worden
1
, o 1960 tot vandaag: jeugdland, grootbrengen door kleinhouden
(buitenwereld weghouden: verbloemen/ verzwijgen, je brengt ze groot
maar houdt ze klein)
Uit zich in verschillende contexten
o Juridisch: minderjarig vs meerderjarig
o Sociologisch: afhankelijk vs onafhankelijk
o Ontwikkelingspsychologie: jongvolwassene vs volwassene, uitgerekte
kindertijd
Ontwikkeling van het concept (kindertijd)
o Niet enkel gebaseerd op biologische kenmerken
o De kindertijd is een sociaal geconstrueerde periode → iets wat we hebben
meegemaakt, geconstrueerd door de SL en erop gebaseerd
o Is gebaseerd op de maatschappelijke context van dat moment
1.4 ZES KINDBEELDEN
Ontstaan kindbeelden:
o Ze zijn een weerspiegeling van de maatschappij
o Wanneer de maatschappij verandert, veranderen ook de kindbeelden
o De kindbeelden hebben een ideologische basis. Ze zijn een weerspiegeling
van de opvattingen in de maatschappij
Religieuze opvattingen
Politieke opvattingen
Filosofische opvattingen
Hoe wijzigen de kindbeelden doorheen de tijd?
o Ze wijzigen niet plots maar vullen elkaar aan
o Verschillende kindbeelden kunnen naast elkaar staan in één periode
Kindbeelden hebben invloed op:
o Hoe het kind naar zichzelf kijkt
o De verwachtingen van ouders en leerkrachten
o De relatie tussen kind en opvoeder en de manier van handelen
o Op de manier waarop men spreekt en de verwachtingen van de
maatschappij
o Het beleid en de acties die men opzet (sociaal, economisch en cultureel)
De 6 kindbeelden
Het voorspelbare kind
o Het kind is voorspelbaar in zijn ontwikkeling
o De volwassenen houdt de ontwikkeling in de hand door vroegtijdige
opsporing, diagnose en classificatie. In die zin is het kind ‘maakbaar’
Het kind als burger
o Het kind is een burger met rechten en plichten
o De volwassene beschouwt het kind als nog-niet-burger en voedt het op tot
burgerschap
Het witte kind
o Het kind is wit, niet meertalig en heeft christelijke tradities
o De volwassene houdt geen rekening met diversiteit en structurele
discriminatie
Het kind als risico
o Het kind loopt gevaar of is zelf een gevaar voor de maatschappij
o De volwassene beschermt het kind tegen de gevaren van de samenleving
en omgekeerd
Het kind als held
o Het kind is weerbaar, inventief, flexibel, onconventioneel en vrij
o De volwassene waardeert het kind voor zijn potentieel in het hier & nu. Hij
is vooral toeschouwer en biedt enkel hulp waar nodig
Het kind als kapitaal
2
, o Het kind is een investering in de toekomst. Het is menselijk kapitaal dat
rendeert
o De volwassene heeft de verantwoordelijkheid om dit kapitaal te koesteren
2. GEZINSONDERSTEUNING
2.1 WAT IS EEN GEZIN?
Niet eenvoudig te definiëren
Definiëring op basis van:
o Gezinssamenstelling of organisatievorm
o Het engagement dat mensen met elkaar opnemen (materieel, financieel,
emotioneel, affectief…)
o Wat mensen zelf als gezin beschouwen
“Een gezin is elke leefgemeenschap die als dusdanig wordt erkend en/of als dusdanig
wordt ervaren.” (Vandenbroeck, 2014)
2.1.1 GEZINSVORMEN
Kerngezin of traditioneel gezin
Nieuw samengesteld gezin
Eenoudergezin
Regenbooggezin
Pleeggezin
Adoptiegezin
Co-ouderschap na scheiding
Generatiegezin
Tienergezin
Woongroep/ leefgemeenschap
Begeleid wonen, residentiële jeugdhulp
Gezinshuis
LAT-gezin
…
2.2 WAT IS GEZINSONDERSTEUNING?
= wat voor gezinnen ondersteunend is bij het opvoeden van kinderen
2.2.1 OPVOEDING IN HET VIZIER
Jaren ’90 – 00: parenting turn
o = veranderingen in ouderschap/ andere visie
o Opvallende aandacht voor ouderschap en opvoeding(sondersteuning)
Redenen:
Teloorgang (= verdwijnen) van het traditionele gezin
o ‘Heilige drievuldigheid’ van biologisch, juridisch en pedagogisch
ouderschap is minder vanzelfsprekend
o ‘Het gezin’ verdwijnt → individuele ouder verschijnt
Crisis van de welvaartstaat
o Focus op activering en risicobeheersing
o ‘Geen rechten zonder plichten’
3
2026
Pedagogiek en
gezinsondersteunin
g
1E BACH ORTHOPEDAGOGIE HOGENT
MAARTEN BLOMME
,HOOFDSTUK 1: INLEIDING: EEN BEELD
VAN EEN KIND
1. PEDAGOGIEK VS PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN
Pedagogiek = wetenschappelijke studie van opvoeding, onderwijs en vorming (=
traditionele omschrijving)
Pedagogische wetenschappen verwijst naar:
o Meerdere sub disciplines (bv orthopedagogiek)
o Meerdere pedagogische kaders
o Meerdere onderzoeksmethodes
→ pedagogiek: kwestie op zich
1.1 TWEE WETENSCHAPSBENADERINGEN
Evidence based pedagogiek Fundamentele pedagogiek
‘wat werkt?’ ‘Wat bedoelen we met ‘werken’?’
Meten is weten: handvaten voor de Trage fundamentele vraagstukken: de
praktijk betekenis achter dingen
Voorschrijvend Beschrijvend
Gestimuleerd door 2 tendensen: Normatief en ethisch: waarden en normen
Risico reducerend denken van de samenleving in vraag stellen (=
Individualiserend denken onderliggende ideologische kwesties)
Stellingen:
1) Pedagogiek gaat vooral over kinderen en hun (al dan niet problematische
ontwikkeling
Fout: het gaat over kinderen en jongeren, maar ook over volwassenen die willen
helpen bij de opvoeding en over de onderlinge pedagogische relatie
2) Het belangrijkste aan opvoeden is het stimuleren van alle ontwikkelingsdomeinen
of bijdragen aan een goede hersenontwikkeling
Fout: opvoeden gaat over veel meer. In de pedagogische relatie wordt ‘de wereld’
binnengebracht
1.2 DE WERELD IS PEDAGOGIEK EN PEDAGOGIEK IS DE WERELD
Opvoeden is meer dan stimuleren van hersenontwikkeling of andere
ontwikkelingsdomeinen
We moeten aan kinderen de wereld uitleggen en initiëren zodat ze
o De wereld verder zetten
o Maar ook de wereld vernieuwen
In die zin vindt opvoeden plaats tussen generaties
1.3 ONTDEKKING VAN HET CONCEPT ‘KIND’
Kind is een aparte categorie
o In de oudheid: kind krijgt aandacht
o Tot laat in de middeleeuwen: kind afgebeeld als onaf of mini-volwassene
o Renaissance (18e eeuw) met Rousseau: de ziel van het kind
o Geïndustrialiseerde samenleving: kind is kwetsbaar en moet beschermd
worden
1
, o 1960 tot vandaag: jeugdland, grootbrengen door kleinhouden
(buitenwereld weghouden: verbloemen/ verzwijgen, je brengt ze groot
maar houdt ze klein)
Uit zich in verschillende contexten
o Juridisch: minderjarig vs meerderjarig
o Sociologisch: afhankelijk vs onafhankelijk
o Ontwikkelingspsychologie: jongvolwassene vs volwassene, uitgerekte
kindertijd
Ontwikkeling van het concept (kindertijd)
o Niet enkel gebaseerd op biologische kenmerken
o De kindertijd is een sociaal geconstrueerde periode → iets wat we hebben
meegemaakt, geconstrueerd door de SL en erop gebaseerd
o Is gebaseerd op de maatschappelijke context van dat moment
1.4 ZES KINDBEELDEN
Ontstaan kindbeelden:
o Ze zijn een weerspiegeling van de maatschappij
o Wanneer de maatschappij verandert, veranderen ook de kindbeelden
o De kindbeelden hebben een ideologische basis. Ze zijn een weerspiegeling
van de opvattingen in de maatschappij
Religieuze opvattingen
Politieke opvattingen
Filosofische opvattingen
Hoe wijzigen de kindbeelden doorheen de tijd?
o Ze wijzigen niet plots maar vullen elkaar aan
o Verschillende kindbeelden kunnen naast elkaar staan in één periode
Kindbeelden hebben invloed op:
o Hoe het kind naar zichzelf kijkt
o De verwachtingen van ouders en leerkrachten
o De relatie tussen kind en opvoeder en de manier van handelen
o Op de manier waarop men spreekt en de verwachtingen van de
maatschappij
o Het beleid en de acties die men opzet (sociaal, economisch en cultureel)
De 6 kindbeelden
Het voorspelbare kind
o Het kind is voorspelbaar in zijn ontwikkeling
o De volwassenen houdt de ontwikkeling in de hand door vroegtijdige
opsporing, diagnose en classificatie. In die zin is het kind ‘maakbaar’
Het kind als burger
o Het kind is een burger met rechten en plichten
o De volwassene beschouwt het kind als nog-niet-burger en voedt het op tot
burgerschap
Het witte kind
o Het kind is wit, niet meertalig en heeft christelijke tradities
o De volwassene houdt geen rekening met diversiteit en structurele
discriminatie
Het kind als risico
o Het kind loopt gevaar of is zelf een gevaar voor de maatschappij
o De volwassene beschermt het kind tegen de gevaren van de samenleving
en omgekeerd
Het kind als held
o Het kind is weerbaar, inventief, flexibel, onconventioneel en vrij
o De volwassene waardeert het kind voor zijn potentieel in het hier & nu. Hij
is vooral toeschouwer en biedt enkel hulp waar nodig
Het kind als kapitaal
2
, o Het kind is een investering in de toekomst. Het is menselijk kapitaal dat
rendeert
o De volwassene heeft de verantwoordelijkheid om dit kapitaal te koesteren
2. GEZINSONDERSTEUNING
2.1 WAT IS EEN GEZIN?
Niet eenvoudig te definiëren
Definiëring op basis van:
o Gezinssamenstelling of organisatievorm
o Het engagement dat mensen met elkaar opnemen (materieel, financieel,
emotioneel, affectief…)
o Wat mensen zelf als gezin beschouwen
“Een gezin is elke leefgemeenschap die als dusdanig wordt erkend en/of als dusdanig
wordt ervaren.” (Vandenbroeck, 2014)
2.1.1 GEZINSVORMEN
Kerngezin of traditioneel gezin
Nieuw samengesteld gezin
Eenoudergezin
Regenbooggezin
Pleeggezin
Adoptiegezin
Co-ouderschap na scheiding
Generatiegezin
Tienergezin
Woongroep/ leefgemeenschap
Begeleid wonen, residentiële jeugdhulp
Gezinshuis
LAT-gezin
…
2.2 WAT IS GEZINSONDERSTEUNING?
= wat voor gezinnen ondersteunend is bij het opvoeden van kinderen
2.2.1 OPVOEDING IN HET VIZIER
Jaren ’90 – 00: parenting turn
o = veranderingen in ouderschap/ andere visie
o Opvallende aandacht voor ouderschap en opvoeding(sondersteuning)
Redenen:
Teloorgang (= verdwijnen) van het traditionele gezin
o ‘Heilige drievuldigheid’ van biologisch, juridisch en pedagogisch
ouderschap is minder vanzelfsprekend
o ‘Het gezin’ verdwijnt → individuele ouder verschijnt
Crisis van de welvaartstaat
o Focus op activering en risicobeheersing
o ‘Geen rechten zonder plichten’
3