PERSONEN- EN FAMILIERECHT
BA1 SEM 2 AJ 2025-2026
UANTWERPEN-RECHTEN
Prof. Swennen
,Inhoud
Hoofdstuk 1 Wat is personen-en familierecht(+H8).......................................................2
Hoofdstuk 2 Personen.................................................................................................7
Hoofdstuk 3 Belgen en vreemdelingen........................................................................25
Hoofdstuk 4 Onbekwaamheid en bewind....................................................................38
Hoofdstuk 5 Minderjarigen.........................................................................................45
Hoofdstuk 6 Meerderjarige beschermde personen......................................................51
Hoofdstuk 7 Geestelijk zieken....................................................................................63
Hoofdstuk 9 Echtgenoten...........................................................................................69
Hoofdstuk 10 Wettelijk samenwonen.........................................................................89
Hoofdstuk 11 Feitelijk samenwonenden.....................................................................94
Hoofdstuk 12 Ouders.................................................................................................98
Hoofdstuk 13 Opvoeders..........................................................................................127
Hoofdstuk 14 Verwanten..........................................................................................153
1
,Hoofdstuk 1 Wat is personen-en familierecht(+H8)
= Burgerrechtelijke regels over de biologische levensloop (geboorte tot overlijden)van
mensen.
Personenrecht
Personenrecht = regelt juridische positie van een persoon.
1) Algemeen personenrecht: Alle natuurlijke personen. De mens achter de juridische
persoon. Persoonlijkheidsrechten waaronder naam, geslacht, woonplaats.
2) Bijzonder personenrecht: specifieke indeling in bijzondere categorieën (de staat) in
rechtsgemeenschap die meer of minder mogen bv. minderjarig, vreemdeling, zelfstandig
etc.
Het recht deelt alles wat bestaat in drie categorieën:
1. Voorwerpen
2. Dieren
3. Personen
Belangrijk: Alles behoort tot één en slechts één categorie.
Er zijn twee soorten:
1. Natuurlijke personen: Dat zijn echte mensen van vlees en bloed.
2. Rechtspersonen: Dat zijn juridische constructies die door het recht als “persoon”
worden behandeld.
Een belangrijk onderscheid:
Subject = drager van rechten en plichten
Object = iets waar rechten op rusten
Een persoon is een subject.
Een voorwerp is een object.
Traditioneel werd gezegd:
Personen kunnen denken en voelen.
Voorwerpen niet.
Maar:
Dieren kunnen ook voelen.
Toch zijn dieren juridisch meestal geen “personen”.
2
, Gematerialiseerde opvatting= Recht is verbonden aan tastbare dingen (lichamen,
goederen).
Gedematerialiseerde opvatting= Recht kan ook betrekking hebben op:
Data
Digitale goederen
Virtuele identiteiten
Familierecht
Het gezin = partners die met kinderen huishouden vormen.
1) Consenting adults: horizontaal = meerderjarigen die ervoor kiezen om een
levensgemeenschap(tafel en bed delen) met elkaar te vormen. Leidt tot verstrengeling
bv. gemeenschappelijke rekening.
Calqueeroefening huwelijk = minder mensen traden in het huwelijk dus wetgeving ging
over tot wettelijke samenwoning om minder intensief te maken.
! Feitelijk samenwonen= OVH kent aard niet van levensgemeenschap van feitelijk
samenwonenden. Kunnen trouwen, kunnen normaal samenwonen.
Bv. Sociale uitkering hangt hiervan af(samenwonend zonder partner krijgt meer).
Huwelijk-wettelijke samenwoning-feitelijke samenwoning
2) Ouders en be-ouderen: verticaal= Tussen verschillende generaties zoals ouders en
hun kinderen.
Bv. regels over wie over wat instaat, OVH duidt volwassenen (ouders)aan om
verantwoordelijk te zijn voor onzelfstandige kinderen(baby’s).
! Uitzondering: draagmoederschap waarbij men spreekt over biologische ouders en
wensouders(en sociale ouder die voor kind zorgt).
3) Verwanten: transversaal = tot welke familiegroepen je behoort bv. de twee families
van je ouders. Je hebt t.o.v. je verwanten ook verplichtingen zoals het instaan voor
betaling woonzorgcentrum.
Bloedverwanten(familie), aanverwanten(schoonfamilie) en keuzeverwanten(vriendin).
3
BA1 SEM 2 AJ 2025-2026
UANTWERPEN-RECHTEN
Prof. Swennen
,Inhoud
Hoofdstuk 1 Wat is personen-en familierecht(+H8).......................................................2
Hoofdstuk 2 Personen.................................................................................................7
Hoofdstuk 3 Belgen en vreemdelingen........................................................................25
Hoofdstuk 4 Onbekwaamheid en bewind....................................................................38
Hoofdstuk 5 Minderjarigen.........................................................................................45
Hoofdstuk 6 Meerderjarige beschermde personen......................................................51
Hoofdstuk 7 Geestelijk zieken....................................................................................63
Hoofdstuk 9 Echtgenoten...........................................................................................69
Hoofdstuk 10 Wettelijk samenwonen.........................................................................89
Hoofdstuk 11 Feitelijk samenwonenden.....................................................................94
Hoofdstuk 12 Ouders.................................................................................................98
Hoofdstuk 13 Opvoeders..........................................................................................127
Hoofdstuk 14 Verwanten..........................................................................................153
1
,Hoofdstuk 1 Wat is personen-en familierecht(+H8)
= Burgerrechtelijke regels over de biologische levensloop (geboorte tot overlijden)van
mensen.
Personenrecht
Personenrecht = regelt juridische positie van een persoon.
1) Algemeen personenrecht: Alle natuurlijke personen. De mens achter de juridische
persoon. Persoonlijkheidsrechten waaronder naam, geslacht, woonplaats.
2) Bijzonder personenrecht: specifieke indeling in bijzondere categorieën (de staat) in
rechtsgemeenschap die meer of minder mogen bv. minderjarig, vreemdeling, zelfstandig
etc.
Het recht deelt alles wat bestaat in drie categorieën:
1. Voorwerpen
2. Dieren
3. Personen
Belangrijk: Alles behoort tot één en slechts één categorie.
Er zijn twee soorten:
1. Natuurlijke personen: Dat zijn echte mensen van vlees en bloed.
2. Rechtspersonen: Dat zijn juridische constructies die door het recht als “persoon”
worden behandeld.
Een belangrijk onderscheid:
Subject = drager van rechten en plichten
Object = iets waar rechten op rusten
Een persoon is een subject.
Een voorwerp is een object.
Traditioneel werd gezegd:
Personen kunnen denken en voelen.
Voorwerpen niet.
Maar:
Dieren kunnen ook voelen.
Toch zijn dieren juridisch meestal geen “personen”.
2
, Gematerialiseerde opvatting= Recht is verbonden aan tastbare dingen (lichamen,
goederen).
Gedematerialiseerde opvatting= Recht kan ook betrekking hebben op:
Data
Digitale goederen
Virtuele identiteiten
Familierecht
Het gezin = partners die met kinderen huishouden vormen.
1) Consenting adults: horizontaal = meerderjarigen die ervoor kiezen om een
levensgemeenschap(tafel en bed delen) met elkaar te vormen. Leidt tot verstrengeling
bv. gemeenschappelijke rekening.
Calqueeroefening huwelijk = minder mensen traden in het huwelijk dus wetgeving ging
over tot wettelijke samenwoning om minder intensief te maken.
! Feitelijk samenwonen= OVH kent aard niet van levensgemeenschap van feitelijk
samenwonenden. Kunnen trouwen, kunnen normaal samenwonen.
Bv. Sociale uitkering hangt hiervan af(samenwonend zonder partner krijgt meer).
Huwelijk-wettelijke samenwoning-feitelijke samenwoning
2) Ouders en be-ouderen: verticaal= Tussen verschillende generaties zoals ouders en
hun kinderen.
Bv. regels over wie over wat instaat, OVH duidt volwassenen (ouders)aan om
verantwoordelijk te zijn voor onzelfstandige kinderen(baby’s).
! Uitzondering: draagmoederschap waarbij men spreekt over biologische ouders en
wensouders(en sociale ouder die voor kind zorgt).
3) Verwanten: transversaal = tot welke familiegroepen je behoort bv. de twee families
van je ouders. Je hebt t.o.v. je verwanten ook verplichtingen zoals het instaan voor
betaling woonzorgcentrum.
Bloedverwanten(familie), aanverwanten(schoonfamilie) en keuzeverwanten(vriendin).
3