• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 65 páginas
Resumen

Samenvatting Personen- en familierecht RB3702

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 65 páginas

Deze samenvatting van Personen- en familierecht (RB3702) aan de Open Universiteit is een volledige weergave van het handboek en Brightspace. Ik heb ook een arrestenbundel van de arresten gemaakt en een apart document met de oefenvragen. Ik heb zelf een 8,5 gehaald.

Vista previa del contenido

Personen- en familierecht

Leereenheid 1 – De plaats van het personen- en familierecht (algemene bepalingen) en de
invloed van verdragen

Hoofdstuk 1 (helemaal)
Hoofdstuk 2 (helemaal)

Hoofdstuk 1: Algemene inleiding
Het personen- en familierecht bestaat uit regels die betrekking hebben op de status van
natuurlijke personen. Persoonlijkheid begint bij de geboorte, vanaf dat moment is men een
rechtssubject.

Art. 1:2 BW bepaalt dat een nog ongeboren kind als reeds geboren wordt aangemerkt, zo
dikwijls zijn belang dit vordert. Let op: denk aan het voor de geboorte erkennen en het
treffen van ondertoezichtstellende maatregelen.

Komt het dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan.

Het merendeel van de regels is terug te vinden in Boek 1 BW, ingevoerd op 1 januari 1970.
Sinds 1 januari 1992 is er sprake van een toenemende integratie van het personen- en
familierecht in het algemene vermogensrecht, door het toedoen van schakelbepalingen.
Voorbeelden zijn: art. 3:15, 3:59, 3:78, 3:79, 3:326 en art. 6:216 BW.

De verhouding tussen het personen- en familierecht enerzijds en het relatievermogens- en
erfrecht anderzijds:
Het personen- en familierecht omvat ook het huwelijksvermogensrecht. Op grond van art.
1:80b BW is het huwelijksvermogensrecht in beginsel tevens het vermogensrecht van het
geregistreerd partnerschap, met uitzondering van het scheiding van tafel en bed bepaalde!

Het erfrecht is geregeld in Boek 4 BW.

Familievermogensrecht bestaat uit:
1. Personen- en familierecht;
2. Relatievermogensrecht;
a. Huwelijksvermogensrecht
b. Partnerschapsvermogensrecht
c. Samenlevingsvermogensrecht
3. Erfrecht.

De betekenis van het verdragenrecht voor het personen- en familierecht:
Het EVRM is het belangrijkste verdrag voor het Nederlandse personen- en familierecht
geworden. Vooral sinds 13 juni 1979 toen het EHRM het Marckx-arrest wees. Het Hof
oordeelde dat het onderscheid tussen wettige en natuurlijke kinderen en dat tussen
gehuwde en ongehuwde moeders in het Belgische recht discriminatoir zijn. Het gaat daarbij
in het bijzonder om art. 8 en 14 EVRM. Daarnaast is art. 12 EVRM van belang.


1

,Nederland heeft het onderscheid tussen wettige en natuurlijke kinderen opgeheven. Het
afstammingsrecht is in 1998 gevolgd.

De werking van het EVRM heeft zowel een positief als een negatief aspect. Positief is dat,
wanneer de Nederlandse wetgeving door maatschappelijk ontwikkelingen is achterhaald dan
wel hiaten vertoont, de Hoge Raad c.q. het EHRM in het concrete geval tot een bevredigende
oplossing kan komen door toepassing van art. 8, al dan niet in verbinding met art. 14 EVRM.

Negatief is dat juist door de abstractie van de begrippen ‘familie- en gezinsleven’ en
‘privéleven’ al snel sprake is van rechtsonzekerheid.

Bijzondere wetten:
Het grootste gedeelte van het personen- en familierecht is neergelegd in Boek 1 BW.
Daarnaast is ook een aantal bijzondere wetten van belang. Denk aan de Pleegkinderenwet,
de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie, de Jeugdwet, de Wet verevening
pensioenrechten bij scheiding, de beide met elkaar samenhangende wetten Wet zorg en
dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en Wet verplichte
geestelijke gezondheidszorg, ter vervanging van de Wet bijzondere opnemingen in
psychiatrische ziekenhuis (oud, de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting en de
Embryowet.

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:
Het familieprocesrecht is neergelegd in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (art.
798-828 Rv). Het familieprocesrecht is vereenvoudigd en gestroomlijnd met ingang van 1
april 1995. Belangrijk is ook de wijziging van 2007. Sinds 2013 is art. 803 Rv gewijzigd in
verband met het beginsel van openbaarheid van de behandeling van zaken betreffende het
personen- en familierecht.

Hoofdstuk 2: Algemene bepalingen
Art. 1:1 lid 1 BW bepaalt dat allen die zich in Nederland bevinden, vrij zijn en bevoegd tot het
genot van de burgerlijke rechten. Dit betekent dat iedereen rechtsbevoegd is (subject van
rechten en plichten). Rechtsbevoegdheid moet worden onderscheiden van
handelingsbevoegdheid en handelingsbekwaamheid:
 Bij handelingsbevoegdheid gaat het om de bevoegdheid tot het zelfstandig verrichten
van rechtshandelingen in concreto.

 Bij handelingsbekwaamheid gaat het om de mogelijkheid tot het zelfstandig
verrichten van rechtshandelingen in abstracto. Bij handelingsonbekwaamheid zijn er
twee categorieën van personen:
o Minderjarigen die zonder toestemming van hun wettelijke vertegenwoordiger
handelen, welke toestemming mag worden verondersteld art. 1:234 BW;
o Onder curatele gestelden art. 1:381 lid 2 BW.

Bloed- en aanverwantschap:
In art. 1:3 BW staat of er sprake is van bloed- of aanverwantschap. In het alimentatierecht is
geregeld dat bepaalde personen op grond van bloed- of aanverwantschap tot het
verstrekken van levensonderhoud zijn gehouden art. 1:392 BW.

2

,Curatele kan niet alleen worden verzocht door de betrokken persoon, maar ook door zijn
bloedverwanten in de rechte lijn en in de zijlijn tot en met de vierde graad art. 1:379 lid 1
BW. Hetzelfde geldt voor het verzoek tot onderbewindstelling van het vermogen van een
meerderjarige art. 1:432 lid 1 BW en voor het verzoek tot instelling van een mentorschap
t.b.v. een meerderjarige art. 1:451 lid 1 BW.

Ook in het erfrecht is het van belang om te weten of men met bloedverwanten dan wel met
aanverwanten heeft te maken. Voor het testamentaire erfrecht is de uitlegregel van art 4:53
BW van belang.

Met de term familierechtelijke betrekking geeft de wetgever aan dat in juridische zin sprake
is van bloedverwantschap: een kind, zijn ouders en hun bloedverwanten staan in
familierechtelijke betrekking tot elkaar art. 1:197 BW. Let op: Adoptanten zijn doorgaans
geen biologische bloedverwanten van de geadopteerde, maar zij zijn wel diens juridische
bloedverwanten art. 1:229 lid 1 BW.

De graad van bloedverwantschap wordt bepaald door het geval der geboorten die de
bloedverwantschap hebben veroorzaakt. Hierbij telt een erkenning, een gerechtelijke
vaststelling van het ouderschap of een adoptie als een geboorte.

Bloedverwanten in:
 De rechte opgaande lijn worden ascendenten genoemd.
 De rechte nederdalende lijn, afstammelingen, worden descendenten genoemd.
 In de zijlijn worden zijverwanten genoemd.




Aanverwantschap; graag van aanverwantschap:
Aanverwantschap ontstaat door huwelijk of door geregistreerd partnerschap art. 1:3 lid 2
BW. Door het eindigen van het huwelijk of geregistreerd partnerschap wordt de
aanverwantschap NIET opgeheven art. 1:3 lid 3 BW.

De wetgever heeft in 2014 het geregistreerd partnerschap gelijkgesteld met het huwelijk.

3

, Leereenheid 2 – Het recht op naam en woonplaats

Hoofdstuk 3 (helemaal)
Hoofdstuk 4 (helemaal)
Hoofdstuk 5 (helemaal)

Hoofdstuk 3: Het recht op de naam
Het recht op naam is een persoonlijkheidsrecht. In 1998 is het naamrecht ingrijpend
gewijzigd. Deze wetswijziging heeft betrekking op art. 1:5 en 9, die de geslachtsnaam van het
kind van de echtgenoot of geregistreerde partner regelen.

In het naamrecht moet steeds onderscheid worden gemaakt tussen de voornamen en de
geslachtsnaam.

Bij de geslachtsnaam moet onderscheid gemaakt worden tussen de geslachtsnaam van het
kind en die van de echtgenoot of geregistreerde partner.

Voornamen:
Eenieder heeft de voornamen die in zijn geboorteakte zijn gegeven art. 1:4 lid 1 BW. Er zijn
slechts twee beperkingen:
 De ambtenaar van de burgerlijke stand weigert voornamen op te nemen die ongepast
zijn of;
 Overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke
voornamen zijn art. 1:4 lid 2 BW.

Geeft de aangever geen voornamen op of worden deze geweigerd zonder dat de aangever
deze vervangt? Dan geeft de ambtenaar ambtshalve het kind een of meer voornamen en
vermeldt dit in de akte art. 1:4 lid 3 BW.

Wijziging van voornamen:
De Kroon is de bevoegde instantie art. 1:7 BW bij de procedure die moet worden gevolgd
voor wijziging van de geslachtsnaam. Wijziging van de voornamen kan op verzoek van de
betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger worden gelast door de rechtbank. De
wijziging geschiedt doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van
geboorte wordt toegevoegd art. 1:20a lid 1 BW.

Geslachtsnaam:
De uitgangspunten voor de herziening van het naamrecht zijn de volgende:
1. De gelijke behandeling van man en vrouw en van kinderen staande en buiten
huwelijk geboren;
 Let op: het eerste uitgangspunt is niet volledig tot zijn recht gekomen. Stel dat een
man en een vrouw niet met elkaar zijn gehuwd of geregistreerd en uit hun relatie een
kind wordt geboren. Indien de man het kind niet erkent, komt het kind alleen in
familierechtelijke betrekking tot de moeder te staan en heeft het haar geslachtsnaam
art. 1:5 lid 1 eerste volzin.
 Indien de man het kind wel erkent, staat het kind ook in familierechtelijke betrekking
tot de moeder en heeft het haar geslachtsnaam maar de moeder en de erkenner
kunnen gezamenlijk verklaren dat het kind de geslachtsnaam van de erkenner of de
4

Información del documento

Estudio
Subido en
24 de septiembre de 2026
Número de páginas
65
Escrito en
2026/2027
Tipo
Resumen
$12.68

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Vendido
101
Seguidores
1
Artículos
26
Última venta
4 horas hace




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes