Week 1: introductie
Staten zijn soeverein: de ene staat mag geen macht over de andere staat uitoefenen
Soevereine gelijkheid in juridische zin, niet in feitelijke zin (in bijvoorbeeld macht of invloed)
Soevereiniteit beperkt tot zijn eigen grond gebied; een staat heeft het hoogste gezag binnen zijn eigen grenzen
hierdoor kan hij zich niet bemoeien met de interne aangelegenheden van een andere staat zonder het
internationaal recht te schenden
Recht van co-existentie = regelt de grenzen van de staatsmacht (zoals jurisdictie, staatsaansprakelijkheid en
geschillenbeslechting)
Recht van samenwerking = omvat de internationale handel, milieurecht en buitenlandse investeringen
Lotus-case: “De rechtsregels die bindend zijn voor staten komen voort uit eigen wil, zoals uitgedrukt in
conventies en gebruiken die algemeen worden aanvaard als uitdrukking van rechtsbeginselen en die zijn
vastgesteld om de betrekkingen tussen deze naast elkaar bestaande onafhankelijke gemeenschappen te
reguleren of met het oog op het bereiken van gemeenschappelijke doelen.” consent
Consent (toestemming) = handeling om akkoord te gaan met gebondenheid aan een internationale rechtsregel
of aan de autoriteit van een andere entiteit, zoals een internationale organisatie
Horizontale karakter internationaal recht = regelt relaties tussen staten, die allemaal soeverein gelijk zijn en
dus dezelfde status hebben op hetzelfde niveau bestaan
Verticale karakter internationaal recht = het internationale recht creëert in beperkte mate rechten en plichten
voor bepaalde niet-statelijke actoren
Feitelijk geschil = staten zijn het oneens over wat is gebeurd tijdens een bepaald incident of in de loop van een
reeks incidenten
Juridisch geschil = staten kunnen het eens zijn over wat is gebeurd, maar het oneens zijn over de wet – wat de
inhoud van een wet is, of een bepaalde wet überhaupt bestaat of hoe de wet moet worden toegepast
Bilaterale geschillen hebben betrekking op twee staten, terwijl multilaterale geschillen betrekking hebben op
drie of meer staten
Gerechtelijke schikking/arbitrage = een procedure voor de bindende beslechting van een geschil door
toepassing van wettelijke regels
Ius ad bellum = regels die reguleren wanneer en met welk doel een staat geweld mag gebruiken tegen een
andere staat. Ius ad bellum heeft betrekking op de eerste politieke beslissing van een staat om geweld te
gebruiken in een andere staat
Ius in bello = regels die reguleren hoe militaire vijandelijkheden moeten worden uitgevoerd. Ius in bello gaat
over de manier waarop die politieke beslissing wordt uitgevoerd
Het IGH stelde in de Nicaragua-zaak dat de inhoud van het gebruik van geweld in het Handvest van de VN en in
het gewoonterecht niet identiek is
, Een rechtmatige zelfverdediging moet noodzakelijk & proportioneel zijn
Internationaal Gerechtshof (IGH)
International Court of Justice (ICJ)
Contentious cases
o Geschillenbeslechting tussen Staten
o Bindend
o Rechtsmacht: art. 36 IGH Statuut: instemmming van de Staten
Advisory Opinions
o Op aanvraag van VN organen of gespecialiseerde organisaties
o Niet-bindend
Week 2: rechtsbronnen
Art. 38 IGH bronnen van het internationaal recht:
Verdragen
Gewoonterecht
Algemene rechtsbeginselen
Rechterlijke uitspraken van academische stukken van de meest gekwalificeerde volkenrecht juristen
buiten beschouwing voor dit vak
Ondanks dat art. 38 puur gericht is aan het ICJ, wordt het toch beschouwd als algemene relevantie
Rechtsbronnen nationale recht:
De wet
Jurisprudentie
Gewoonte
Verdragen en sommige besluoiten van volkenrechtelijke organisaties
Soft law = niet-bindend recht.
IGH
Legal disputes between states
Advisory opinions on legal questions niet bindend
Judgement bindend (staat er letterlijk in)
Het international recht heeft een decentrale structuur
Geen centrale wetgever
Geen centrale uitvoerende macht
Geen verplichte rechtspraak
Staten zijn de centrale wetgever
Primair recht = verdragen, gewoonterecht en algemene beginselen rechtscheppend
Secundair recht = rechterlijke beslissingen en wetenschappelijke bijdragen rechtidentificerend
Definitie verdrag = art. 2 Verdrag van Wenen