ALGEMENE VOEDINGSLEER
INLEIDENDE BEGRIPPEN:
1. Belang van voeding voor een vroedvrouw
Moeder:
- Vruchtbaarheid
- Verwikkeling tijdens zwangerschap en bevalling
- Herstel na de bevalling
Kind:
- Groei (geboortegewicht)
- Aanleg hart - & vaatziekten
- Programmering organen en lichaamsfuncties
- Immuniteit
2. Invloed voeding tijdens de zwangerschap
Veel factoren die meespelen & invloed
hebben op de ontwikkeling v/d foetus
Niet enkel de fysieke groei
Ook ontwikkeling v/d hersenen en
DNA
3. Definities voeding
Voeding: het proces van kiezen en het
nuttigen van voedsel, het verwerken ervan door het menselijke lichaam en
het effect op de gezondheid, het voeden of gevoed worden
(= keuzes die wij maken, ons voedingspatroon)
Voedsel: alles wat gegeten en gedronken kan worden als dusdanig of na
bewerking. Een geheel van voedingsmiddelen.
(= wat we eten)
,Gezondheid: een toestand van volkomen fysiek, psychisch en sociaal
welbevinden
(= ons hele lichaam functioneert goed)
Optimale voeding: een evenwichtige voeding die alle noodzakelijke
voedingsstoffen bevat in een juiste hoeveelheid om een lichaam optimaal
te laten functioneren
(= voeding die aan al onze behoefte voldoet)
Voedingsstatus: het resultaat in het lichaam v/d samenstelling en
hoeveelheid van ingenomen voedsel en de vertering, resorptie, verwerking
en excretie ervan. Hoe beter de hoeveelheid en kwaliteit van de voeding
afgestemd zijn op de behoefte van het lichaam.
(=hoe we bepalen of een persoon goed gevoed is)
Voedingsmiddel: = levensmiddel
Een product dat bestemd is om gegeten of gedronken te worden,
onverschillig of het gaat om een oorspronkelijk product of om een bewerkt
of samengesteld product. Het is opgebouwd uit voedingsstoffen.
(= een voedingsproduct, iets wat we eten, heel natuurlijk of heel bewerkt)
Voedingsstof: = nutriënt
Chemisch definieerbare bestanddelen van voedingsmiddelen die door het
lichaam kunnen worden opgenomen en gebruikt voor:
- Opbouw & herstel
- Leveren van energie
- Goed verloop van levensprocessen
(= een meetbaar chemisch deel van onze voeding, onze nutriënten)
Voorbeelden:
voedingsmiddel Voedingsstof (nutriënt)
Pasta Koolhydraten
Groenten Voedingsvezels
Vlees Proteïnen
Aardappelen Vetten
noedels water
,4. Voedingsstoffen
Macronutriënten:
o In grote hoeveelheden in een voedingsmiddel
o Meestal in gram
o Koolhydraten, vezels, proteïnen & vetten
Micronutriënten:
o In kleine hoeveelheden in een voedingsmiddel
o Meestal in mg of µg uitgedrukt
o Vitaminen, mineralen en spoorelementen
Essentiële voedingsstoffen:
o Niet in lichaam aangemaakt
o ENKEL via voeding
Niet-essentiële voedingsstoffen:
o Lichaam kan ze aanmaken
o Voeding ook belangrijk !
5. Andere chemische stoffen in voeding
Non- Nutriënten:
o Geen nutriënten en geen gekend nadelig effect
o Bioactieve stoffen
o Vb: fytonutriënten in plantaardige voedingsmiddelen
Neutraal of positief
Xeno- biotica:
o Geen nutriënten en potentieel toxisch van mens
o Intentioneel of niet-intentioneel
o Natuurlijke toxines
Neutraal of negatief
6. Functies van voedingstoffen
Energieleveranciers (of brandstoffen):
- Koolhydraten
- Vetten
- Proteïnen
- Alcohol
Leveren van warmte: behoud van lichaamstemp.
Leveren van arbeid:
, o Fysieke arbeid (uitwendige arbeid)
o Arbeid in volledige rust (inwendige arbeid)
- Voedingstoffen die voor deze functies instaan zijn voornamelijk
koolhydraten & vetten. In mindere maten ook eiwitten
- Vitamines & minderalen leveren GEEN energie, maar zijn nodig voor
het vrijmaken van energie uit macronutriënten
- Alcohol levert ook energie, maar is niet essentiëel
Bouwstoffen:
- Proteïnen
- Water
- Mineralen
Opbouw en instandhouding van de lichaamscellen:
Cellen & weefsels
Gebit & skelet
Herstel & wederopbouw
- Ons lichaam is voornamelijk opgebouwd uit water & eiwitten
- Bot bevat veel calcium
Regulerende of beschermende functie:
- Voedingsvezels
- Vitamines
- Mineralen
- Spoorelementen
= hulpstoffen om stofwisselingsreacties in het lichaam mogelijk te maken:
Vertering van voedingsmiddelen
Absorptie en verbranding van voedingsstoffen
Anabolisme & katabolisme
Uitscheiding van afbraakproducten
- De nutriënten die instaan voor deze functies zijn vitamines,
mineralen, spoorelementen en voedingsvezels
7. Voedingswaarde
Voedingswaarde:
o Gehalte aan voedingstoffen en energie