• ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis
  • Escrito por estudiantes que aprobaron
  • Inmediatamente disponible después del pago
  • Leer en línea o como PDF
Vender
¿Dónde estudias?
Tu idioma
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 83 páginas
Resumen

Samenvatting Goederenrecht Week 1 | Algemene leerstukken | Leiden |

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 83 páginas

Studiemateriaal voor Week 1 van Goederenrecht () aan de Universiteit Leiden, gebaseerd op Pitlo hoofdstukken 1, 3, 7, 8 en 10. Behandelt fundamentele concepten zoals goederen en zaken, vermogensrechten, goodwill, onderscheid tussen roerende en onroerende zaken, registergoederen, bestanddelen, natrekking, zaaksvorming en vruchten. Dit materiaal biedt een solide basis voor het volgen van het college en is onmisbaar voor voorbereiding op toetsen in het goederenrecht.

Vista previa del contenido

Week 1
Algemene goederenrechtelijke leerstukken

Pitlo:
H1: volledig
H3: volledig
H7: volledig
H8: volledig
H10: volledig


Hoofdstuk 1: Algemene inleiding

Komt aan orde de inhoud van verschillende absolute rechten op goederen alsmede de
wijzen van verkrijging en verlies van goederen met enkele verwante onderwerpen.

Goederenrecht onderdeel van vermogensrecht oftewel het samenstelsel van rechtsregels
mbt iemands vermogen.
‘Vermogen’ in spraakgebruik meestal iemands activa. In privaatrecht → iemands op geld
waardeerbare rechten en plichten.

Goederen, art. 3:1.
Zaken, art. 3:2.
Uit wetsgeschiedenis dat men gedachten, merken en energie niet als stoffelijke objecten wilt
aanmerken, ook al is in strafrechtelijk opzicht voor diefstal van elektriciteit anders
geoordeeld. Op uitvinding, model of verhaal kan men wel absolute rechten verkrijgen, maar
zaken zijn zij niet. Wel zijn uiteraard zaken de gebruiksvoorwerpen, kledingstukken en
boeken waarin zij worden omgezet en vervolgens op de markt worden gebracht.

Stoffelijk:
1.​ concreet en waarneembaar stoffelijk iets
2.​ voorwerp of onderwerp van gesprek, van gedachten of van rechten.
Iedere poging tot definiëren kent haar bezwaren.
Ook naar maat of gewicht omschreven objecten vallen eronder, mits geïndividualiseerd.
Eigendom van slechts naar de soort of hoeveelheid omschreven zaken wordt niet mogelijk
geacht.

Vermogensrechten; goodwill, art. 3:6.
Ook rechten die de rechthebbende zelf geen stoffelijk voordeel verschaffen maar
waartegenover deze wel een stoffelijk voordeel heeft verschaft of heeft toegezegd, zijn
vermogensrechten.
Hoedanigheid van vermogensrecht uiteindelijk bepaald door vraag of het recht in kwestie
enige eco waarde vertegenwoordigt.

Eigendomsrecht is vermogensrecht. Art. 5:1.

,Bij bedrijven ziet men het verschijnsel dat optelsom van de bij het bedrijf behorende
goederen veelal minder waard is dan het bedrijf als geheel. Meerwaarde van het laatste is
gelegen in de vaste klantenkring, de kwaliteit en ligging van het pand waarin het bedrijf
wordt uitgeoefend, de kwaliteit van het bedrijf zelf en andere materiële en immateriële
factoren die men samen onder de noemer ‘goodwill’ pleegt te brengen. Goodwill heeft
waarde en wordt doorgaans bij bedrijfsovername mee verkocht en ‘overgedragen’. Nochtans
wordt goodwill niet als vermogensrecht beschouwd.
Enerzijds ‘belichaamde’ goodwill, onverbrekelijk is verbonden met vermogensbestanddelen
van de onderneming en tot uitdrukking komt in meerwaarde van vermogensbestanddelen in
hun geheel bij voortzetting van onderneming boven waarde van afzonderlijke
vermogensbestanddelen.
Anderzijds ‘onbelichaamde’ goodwill, waarbij dat niet geval is.
Eerste vorm kan in verdeling van gemeenschap worden betrokken, tweede niet. Laatste
vorm kan ook niet worden beschouwd als ‘goed’ in zin art. 3:1, aldus de HR.

Onroerende en roerende zaken, art. 3:3.
Of gebouw of werk duurzaam met grond is verenigd, is bepalend of het naar aard en
inrichting is bestemd om duurzaam ter plaatse te blijven. Bedoeling van bouwer, doch alleen
voor zover deze naar buiten toe kenbaar is. Verkeersopvatting als hulpbron. Technische
mogelijkheid om het gebouw of werk te verplaatsen speelt geen rol.
Water is nooit onroerend.

Registergoederen, art. 3:10.
Categorisering vooral van belang voor bepalingen over overdracht en verjaring, afd. 3.4.
3 vereisten registergoed:
1.​ register bestaan
2.​ openbaar zijn
3.​ constitutief zijn.

Bestanddelen, art. 3:4.
Geen zaken omdat zij geen zelfstandig bestaan leiden. Bepaald door verkeersopvatting. Wat
de verkeersopvatting tav de feitelijke samenhang tussen gebouw en machine meebrengt: of
gebouw en machine in constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd dan wel of het
gebouw - als fabrieksgebouw in het algemeen - bij ontbreken van de machine als onvoltooid
moet worden beschouwd. Antwoord of iets bestanddeel is, berust grotendeels op waardering
van omstandigheden en is in zoverre feitelijk.
Lid 2, fysieke criterium.
Art. 5:14 lid 3. Art. 5:20.

Natrekking → voorwerp zijn zakenrechtelijke zelfstandigheid verliest doordat het
bestanddeel wordt van andere zaak.
Zaaksvorming → meerdere voorwerpen een voorwerp met een geheel nieuwe identiteit.
Heeft leverancier zich eigendom van zaak voorbehouden, dan vervalt zijn recht op moment
dat de zaak door een andere - als hoofdzaak aan te merken - zaak wordt nagetrokken.

Bij roerende zaken kan natrekking niet worden doorbroken. Kan voorkomen dat geen van
zaken als hoofdzaak wordt aangewezen; ontstaat mede-eigendom als samengevoegde
zaken verschillende eigenaars hadden, art. 5:14 lid 2.

,Onroerende zaken juridische scheidng van eigendom wel mogelijk. Art. 5:20. Art. 5:101 e.v.

Vruchten, art. 3:9.
Natuurlijke vruchten, lid 1.
Burgerlijke vruchten, lid 2.
Vraag wat wat is overgelaten aan verkeersopvattingen. Alleen bij termijnen van lijfrente
geregeld, lid 3.
Zelfstandig worden, lid 4.
Vervreemding van het goed behelst vervreemding van de toekomstige vruchten.

Soms kunnen meerdere zaken of goederen een eenheid vormen omdat zij een
gemeenschappelijke bestemming hebben. Wet bepaalt niets over of dergelijke
vermogenscomplex ook juridisch als eenheid wordt behandeld.
Voldoende is dat kan worden bepaald waartoe men zich verbindt, art. 6:227.
Goederenrechtelijk is situatie anders.
Hoofdregel: vermogenscomplex niet meer is dan een verzameling goederen en eventueel
schulden. De individuele goederen moeten dan ook ieder afzonderlijk worden geleverd naar
eigen vereisten van afd. 3.4.2.
Art. 4:183 erfgenamen, hereditatis petitio. Nalatenschap als geheel kunnen opvorderen.
Art. 5:2, 3:125. Afzonderlijke oplossing gekozen omdat opeisen van
vermogensbestanddelen afzonderlijk praktisch niet goed mogelijk is.

Gemeenschappen → een vermogenscomplex dat in bepaalde opzichten als geheel wordt
behandeld. Regels toegespitst op positie van gerechtigden tot vermogen; de regeling
veronderstelt dat er van meerdere gerechtigden - deelgenoten - sprake is. Afd. 3.7.2.
Ook hier moet steeds ieder (aandeel in een) goed afzonderlijk worden geleverd. Bijzondere
van deze regels is vooral gelegen in pluraliteit van gerechtigden en niet in algemeenheid van
goederen.

Rechtspersoon; bedrijf. Pas indien men het vermogen ook juridisch aan ander wil doen
toekomen moet men het voor de levering weer in afzonderlijke goederen en verplichtingen
onderverdelen. Aantal wetten indruk krijgen bedrijf als eenheid voorwerp van overdracht kan
zijn, Rijksoctrooiwet, Handelsnaamwet.. Reden meer om bedrijf als goederenrechtelijke
eenheid te beschouwen is gelegen in het feit dat de waarde ervan door de aanwezigheid
van goodwill doorgaans hoger is dan optelsom der goederen. In eco verkeer en in
verbintenisrechtelijk opzicht kan bedrijf als entiteit figureren, maar goederenrechtelijk pleegt
men het bedrijf niet als eenheid te beschouwen.

Inboedel, art. 3:5.

Van toekomstige goederen spreekt men in eerste plaats indien men het oog heeft op
goederen die als zodanig nog in het geheel niet bestaan, zoals fruitopbrengst van een
boomgaard van het volgende jaar. Ook zaken die (nog) bestanddeel van een andere zaak
uitmaken, zijn in deze zin toekomstig.
In tweede plaats spreekt men indien betreft bestaande goederen waarover men nog niet
beschikking heeft, terwijl men wel verwacht die beschikking te eniger tijd te zullen krijgen.
1e geval ‘absoluut toekomstige’ goederen.
2e geval ‘relatief toekomstige’ goederen.

, Afgezien algemene beperkingen uit bepaalbaarheidseis, art. 6:227, bevat wet enkele
uitzonderingen zoals art. 4:4. Goederenrechtelijk is situatie evenwel anders.

Absolute en zakelijke rechten.
Boek 3 en 5 rechten op goederen. In beginsel gemeenschappelijke kenmerken: werken
tegen iedereen en verschaffen gerechtigde een separatistpositie in faillissement. Dergelijke
kenmerken onderscheiden van relatieve rechten, slechts tegen een afgebakende groep
personen gelden en in faillissement in regel een gelijke rang innemen.
Onderdeel van absolute rechten zijn zakelijke rechten Boek 5, gemeen hebben dat steeds
op zaak rusten. Boek 3 enige absolute rechten die op ieder goed kunnen worden gevestigd.
Ook absoluut bepaalde rechten op geestesproducten als octrooirecht, auteursrecht,
merkenrecht en kwekersrecht. Bijzondere wetten ondergebracht.

Absoluut vs relatief.
Kern van absolute recht op een goed is, dat iedereen het moet respecteren; de gerechtigde
kan ook met speciale acties tegen iedere schending optreden.
Relatief recht als vordering geldt slechts tegen een of enkele personen en alleen de
wederpartij(en) van gerechtigden kan dit schenden.

Absolute werking, ‘droit de suite’, goederenrechtelijke werking, zakelijke werking,
zaaksgevolg.

Verschil in faillissement. Art. 3:227, maar wet enkele uitzonderingen. Absoluut gerechtigde
recht dat hij niet alleen tegen deze failliet, maar tegen iedereen kan inroepen; hij kan zich
gedragen alsof er geen faillissement is en zijn eigendom opvorderen, zijn recht van
vruchtgebruik blijven uitoefenen, enz. ‘Separatistpositie’ van absoluut gerechtigde. Hierom
uitlener van zaak bij faillissement van lener altijd beroepen op (absolute) eigendomsrecht en
niet (relatieve) verbintenis tot teruggave van uitgeleende zaak.

Vordering kan voorwerp van absoluut recht zijn. Vordering zelf geeft crediteur een (relatief)
recht tegen persoon, de absoluut gerechtigde heeft een recht op de vordering.

Beperkte rechten, art. 3:8.
Meest bekende beperkte in Boek 3 en 5. De beperkte zakelijke rechten uit Boek 5 kunnen
slechts rusten op zaken; daar is moederrecht steeds de eigendom. Het zijn van
rechthebbende op die vordering.
‘Gestapelde’ beperkte rechten bestaanbaar: beperkte rechten die van andere beperkte
rechten zijn afgeleid. Ook hier hoofdgerechtigde goederenrechtelijk de ‘rechthebbende’ op
het desbetreffende recht.

Afhankelijke rechten, art. 3:7.
Uit goederenrecht zijn rechten van pand en hypotheek, erfdienstbaarheden, en indien
bedongen het recht van opstal.
Deze rechten steeds uitgeoefend door dezelfde rechthebbende als het recht waarvan zij
afhankelijk zijn en gaan dus ook mee over op iedere nieuwe rechthebbende.
Onderscheidende element bij afhankelijke rechten is niet zozeer dat zij voor hun bestaan
afhankelijk zijn van hoofdrechten, maar dat zij geen eigen goederenrechtelijk bestaan
kunnen leiden: zij volgen automatisch het recht waaraan zij zijn verbonden, art. 3:82, en

Índice general

  1. 01 Week 1 1
  2. 02 Week 2 23
  3. 03 Week 3 42
  4. 04 Week 4 50
  5. 05 Week 5 65
  6. 06 Week 6 73

Libro relacionado
 image
W.H.M. Reehuis A.H.T. Heisterkamp Pitlo 3 Goederenrecht
Editorial: augustus 2019 ISBN: 9789013143874 Edición: 14

Información del documento

Estudio
¿Un libro?
Sí
Subido en
14 de septiembre de 2026
Número de páginas
83
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$4.57

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
6
Última venta
-




Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes