VI Marktintegratiebeleid
Inleiding.
De Europese integratie, die verscheidene beleidsterreinen bestrijkt, is het verst gevorderd
wat de economische integratie betreft. Marktintegratie grotendeels plaats obv het
Werkingsverdrag, VWEU. 4 fundamentele vrijheden. Harmonisatiemaatregelen. EMU
(Economische en Monetaire Unie). Aanvult en ondersteund, wordt flankerend beleid
genoemd. Economische integratie over te gaan naar politieke integratie.
Marktintegratie
Term omvat alle EU-beleidsmaatregelen die tot doel hebben de economieën van de lidstaten
samen te voegen tot een grote interne markt waarin de economische activiteit niet langer
wordt beperkt door nationale grenzen. Art. 3 lid 3 VEU “de Unie een interne markt tot stand
brengt”. Verdragen. Positieve en negatieve integratie. Maatregelen inzake positieve
integratie worden vaak harmonisatiemaatregelen genoemd, omdat zij tot doel hebben de
nationale maatregelen van de lidstaten te harmoniseren en in overeenstemming te brengen
met de op EU-niveau vastgestelde normen.
Uiteindelijke doel van Unie - het bevorderen van de vrede, haar waarden en het welzijn van
haar volkeren - art. 3 lid 1 VEU.
In eerste plaats zijn er instrumenten die ervoor moeten zorgen dat die 3 productiefactoren en
de producten die het resultaat zijn van de tewerkstelling ervan, in de gehele Unie vrij kunnen
worden gebruikt en verhandeld. Goederen, diensten, arbeid en kapitaal moeten kunnen
profiteren van het beginsel van het vrije verkeer, waardoor zij kunnen worden ingezet waar
zij de beste resultaten opleveren.
Deze resultaten moeten ook vrij in de gehele Unie kunnen worden verhandeld, zonder aan
elke nationale grens opnieuw te worden gecontroleerd en/of te worden onderworpen aan
douanerechten. In dezelfde geest mag de marktwerking binnen deze interne markt niet
worden verstoord door overheidsingrijpen, of bedrijven zoals marktverdelingsafspraken.
Art. 26 lid 1 VWEU. Deze samensmelting van de markten van de lidstaten verloopt in
verschillende fasen.
Fasen van marktintegratie
Eerste fase van marktintegratie is een vrijhandelszone waarin de deelnemende staten
overeenkomen de handel in goederen van oorsprong uit die staten te liberaliseren.
Goederen uit derde landen vallen niet onder deze regeling en stuiten derhalve op het
afzonderlijke handelsbeleid van de verschillende deelnemende staten. De Europese
Vrijhandelsassociatie (EVA) is voorbeeld van vrijhandelszone.
Douane-unie, verder gevorderde vorm van marktintegratie waarbij lidstaten niet alleen
overeenkomen om de handel in goederen van oorsprong uit die staten te liberaliseren, maar
ook om een gemeenschappelijk handelsbeleid ten aanzien van derde landen te voeren. Als
gevolg beleid genieten goederen uit derde landen vrij verkeer binnen de douane-unie zodra
zij door een van de lidstaten zijn ingevoerd. Vrijhandelszone met een gemeenschappelijke
buitengrens. Art. 30-36 VWEU. Art. 28-29 VWEU. Art. 206-207 VWEU.
,Interne markt gaat ook van bestaan van gelijke concurrentievoorwaarden. Regeringen geen
voorkeursbehandelingen aan nationale industrieën. Verboden beperkende overeenkomsten
te sluiten.
In eerste plaats onzekerheden die voortvloeienden uit wisselkoersschommelingen een
remmende invloed konden hebben op het vrije verkeer. Verdrag van Maastricht. Monetaire
Unie, invoering van een gemeenschappelijke Europese munt (de euro) en de overdracht van
alle verantwoordelijkheid voor het monetaire beleid aan het Europees Stelsel van Centrale
Banken en de Europese Centrale Bank. Daarnaast houdt de EMU de coördinatie van het
eco beleid van de lidstaten in.
Gemeenschappelijke munt op lange termijn wellicht niet houdbaar is zonder scherper
Europees toezicht op het eco beleid van de lidstaten en zonder de totstandbrenging van een
(robuustere) supranationale begrotingscapaciteit.
Het creëren van een interne markt
Inleiding: de overdracht van soevereiniteit en positieve en negatieve integratie
Alle regels tot doel hebben bepaalde waarden te beschermen die bij afwezigheid ervan niet
afdoende zouden worden beschermd. Regels beperken de vrijheid van de actoren teneinde
bepaalde waarden te beschermen die de wetgever beschermenswaardig acht. Wetgevende
en rechterlijke activiteit voortdurend getracht een evenwicht te vinden en te herdefiniëren
tussen waarden en vrijheid van actoren. Afwegingen, onderlinge belangen lidstaten. Voordat
sprake kan zijn van (min of meer specifieke) weging van belangen op EU-niveau, moet de
EU ten eerste de betrokken waarde erkennen en ten tweede bevoegd zijn om zich bezig te
houden met de afweging van de betrokken belangen. Verschillende bevoegdheden van
EU-wetgever hangen af van mate waarin lidstaten hun soevereiniteit op bepaald gebied aan
Unie hebben overgedragen. Gecompliceerd door feit dat nationale regels op gebieden die
worden gekenmerkt door slechts een beperkte overdracht van soevereiniteit en ondanks het
gebrek aan secundaire EU-wetgeving, toch ondergeschikt kunnen zijn aan EU-recht.
Interpretatie van bepalingen van VWEU grenzen stelt aan nationale beleid.
Verdragsbepalingen meestal rechtstreekse werking, kan elke nationale maatregel
aangevochten voor een nationale rechterlijke instantie.
Positieve integratie → verschillende nationale regels vervangen door 1 regel van Europese
oorsprong in harmonisatieproces.
Negatieve integratie → nationale regels die het vrije verkeer beperkten, worden verboden,
omdat in strijd geacht met EU-recht.
Positieve integratie moet uitgangspunt vormen. Bij beoordeling van verenigbaarheid van
nationale en het EU-recht moet eerst worden gekeken naar de positieve
integratiemaatregelen in secundaire EU-recht en pas daarna bepalingen van VWEU die
betrekking hebben op de negatieve integratie.
Positieve integratie door harmonisatie
Houdt in dat de verschillende regels en administratieve praktijken van de lidstaten worden
gewijzigd om ze min of meer in overeenstemming te brengen met een uniforme Europese
regel. Harmonisatie genoemd. Richtlijnen. Implementatieproces. Omdat harmonisatie een
wetgevend optreden van de Unie vergt, moet er een rechtsgrondslag zijn.
- art. 46 VWEU
, - art. 50 en 53 VWEU
- art. 59 VWEU
- art. 83 VWEU
- art. 114 VWEU
- art. 192 VWEU
- art. 352 VWEU
Volgens attributiebeginsel (bevoegdheidstoedeling) is Unie verplicht de passende
rechtsgrondslag te gebruiken wanneer zij harmonisatiemaatregelen aanneemt. Keuze voor
specifieke rechtsgrondslag heeft gevolgen voor de mate van harmonisatie die kan worden
bereikt. Deze mate heeft betrekking op de mate waarin de nationale voorschriften uniform
moeten zijn na de uitvoering van een harmonisatieproces. Volledige of totale harmonisatie
die leidt tot volledig uniforme regels, bestaat ook minimumharmonisatie, hoeven nationale
regels na implementatie alleen te voldoen aan een Europees minimumbeschermingsniveau,
maar ze mogen verder gaan dan dit minimum. EU-wetgever belang dat hij krachtens het
Verdrag wil beschermen, moet afwegen tegen de vrijheid van de lidstaten en de betrokken
actoren. EU-wetgever verboden bepaalde terreinen te harmoniseren. Dergelijke gevallen
van soevereiniteitsbehoud weliswaar de mogelijkheden van positieve integratie beperken,
maar niet in de weg staan aan negatieve integratie.
Interne markt harmonisatie
Lijst van rechtsgrondslagen kan worden opgesplitst in aantal (zeer) specifieke
rechtsgrondslagen met bepaald doel enerzijds en rechtsgrondslagen voor de
totstandbrenging van de interne markt anderzijds. Art. 114-115 VWEU, ruimer. Vraag in
hoeverre de rechtsgrondslag van art. 114 VWEU de Unie onbeperkte bevoegdheid verleent
om op te treden in kader van interne markt en Unie dus carte blanche heeft gegeven. Van
vele verschijnselen kan immers worden gezegd dat zij gevolgen hebben voor de interne
markt en derhalve moeten worden geharmoniseerd. Tegelijkertijd is Unie uitdrukkelijk
verboden om op bepaalde gebieden harmonisatiemaatregelen te nemen. HvJ
Tabaksreclame, verschillende nationale regelingen op dit gebied kunnen leiden tot een
beperking van het vrije verkeer van goederen of diensten. De richtlijn droeg niet bij tot de
verwezenlijking van de doelstellingen van de interne markt op dit gebied.
Indien harmonisatiemaatregel bijdraagt tot totstandbrenging en goede werking van interne
markt, het loutere feit dat een hoog beschermingsniveau een doorslaggevende factor is,
geen belemmering vormt voor het gebruik van art. 114 VWEU. Art. 114 VWEU een geldige
rechtsgrondslag is zolang kan worden aangetoond dat de harmonisatie de interne markt ten
goede komt.
Gevolgen van harmonisatie
Voor lidstaten als particulieren in die lidstaten. Sperrwirkung (blokkerende werking) van het
optreden van de EU. Vanaf dat moment van inwerkingtreding van een
harmonisatiemaatregel moeten de nationale maatregelen op het betrokken gebied
verenigbaar zijn met de harmonisatiemaatregel. Een harmonisatiemaatregel wordt dus eerst
een referentiekader om te beoordelen of een nationale maatregel verenigbaar is met het
EU-recht. Daarvoor eerst vastgesteld wat voorwerp van de harmonisatiemaatregel is.
, Ander gevolg van harmonisatie is dat de daarmee samenhangende maatregelen het
toepassingsgebied van het EU-recht bepalen. Vooral van belang omdat de bepalingen van
het VWEU betreffende de interne markt in eerste plaats van toepassing zijn op gevallen met
een grensoverschrijdend element. Harmonisatiemaatregel kan binnen de werkingssfeer van
een particulier vallen, die er beroep op kan doen, ook al wordt de grens niet overgestoken
naar een andere lidstaat en is er geen sprake van de in- of uitvoer van goederen, diensten of
kapitaal. Zodra voorwerp vastgesteld, van belang de mate van harmonisatie te onderzoeken
waarin de maatregel voorziet, die bepaalt in hoeverre de nationale voorschriften mogen
afwijken van de Europese voorschriften.
Harmonisatietechnieken
Volledige of totale harmonisatie
Uitgangspunt harmonisatie is dat zij moet leiden tot de toepassing van één uniform stelsel
van regels in alle lidstaten. Zodra dit geval is, zijn alle goederen, diensten, natuurlijke of
rechtspersonen en kapitaalbewegingen die aan eisen van harmonisatiemaatregel voldoen,
niet langer aan beperkingen onderworpen. Volledige (maximale/totale) harmonisatie
genoemd. In dergelijke situaties mogen lidstaten geen regels meer toepassen die op
enigerlei wijze afwijken van EU-regel. Volledige harmonisatie kan worden bewerkstelligd
door in HM een zogenoemde vrij verkeerclausule op te nemen, die bepaalt dat de lidstaten
het in de handel brengen van producten die aan de eisen van de betrokken maatregel
voldoen, niet mogen verbieden, beperken of verhinderen.
Gallaher e.a, kan één harmonisatiemaatregel leiden tot volledige harmonisatie op bepaalde
gebieden en tot minimumharmonisatie op andere.
Minimumharmonisatie
Komst van gekwalificeerde meerderheidsstemming van VWEU heeft voor individuele
lidstaten moeilijker gemaakt om wetgevingsvoorstellen te verwerpen. In veel gevallen geleid
tot invoering minimumharmonisatie, waardoor lidstaten die niet in staat waren hun eigen
hoge beschermingsnormen op EU-niveau vast te leggen, in staat worden gesteld hun
hogere normen te handhaven of nieuwe strengere regels in te voeren, zelfs nadat
harmonisatie heeft plaatsgevonden. Minimumharmonisatie kan verankerd zijn in een
verdragsbepaling, maar vloeit vaak voort uit tekst van HM zelf. Dergelijke maatregelen
kunnen nog steeds in strijd zijn met de regels van interne markt of met andere bepalingen
van primair EU-recht.
Wederzijdse erkenning, optionele harmonisatie en spontane harmonisatie
Als harmonisatiemethode is de wederzijdse erkenning een uitvloeisel van jurisprudentie van
het HvJ. Lidstaten ogv deze rechtspreek in eerste plaats verplicht elkaars voorschriften te
erkennen, zodat producenten die aan de voorschriften van hun ‘thuisstaat’ voldoen,
ongehinderd naar andere lidstaten kunnen exporteren.
Van optionele harmonisatie is sprake in situaties waarin een Europees voorschrift parallel
met nationale voorschriften wordt vastgesteld.
Spontane harmonisatie fenomeen dat zich volledig zonder rechtsgrondslag in Verdragen
voordoet. Voorbeelden: eigen mededingingsregels van lidstaten, die alle gebaseerd zijn op
het EU-mededingingsrecht, zonder dat er ook maar één harmonisatiemaatregel van de
EU-wetgever voor nodig was. Spontane harmonisatie in gang gezet door lidstaten toont
flexibiliteit van Europese integratieproces aan, waarbij politieke overeenstemming tussen de