GEGEVENS, INFORMATIE EN KENNIS
• Gegevens (data): De ruwe feiten of observaties die door een informatiesysteem worden verzameld
- Bv. 15%, 14:00, juli
- Gegevens vormen de basisgrondstoffen van een informatiesysteem
• Informatie: Gegevens worden informatie wanneer ze worden gestructureerd, gecombineerd,
geïnterpreteerd, vergeleken of in relatie gebracht
- Bv. een lichtsensor meet 15%, een klok duidt 14:00 aan
- Informatie ontstaat door verwerking en structurering van de gegevens
• Inzicht: Wanneer je informatie vergelijkt met historische gegevens, patronen of modellen, kun je tot
een inzicht komen
- Bv. 15% lichtsterkte blijkt op een julidag om 14:00 uitzonderlijk laag te zijn
• Kennis: Bestaande inzichten en modellen kunnen worden toegepast om nieuwe observaties te
verklaren of te toetsen
- Bv. Een uitzonderlijk lage lichtsterkte kan verklaard worden door slecht weer
HET IPO
INFORMATIESYSTEEM : Een systeem dat gegevens verzamelt, opslaat en verwerkt. Het doel is om
gegevens om te zetten in informatie en mogelijk kennis en deze vervolgens beschikbaar te stellen
• De verwerking moet systematisch en maximaal geautoriseerd gebeuren met digitale computatie, en
moet waardetoevoeging creëren, economisch of maatschappelijk
INVOER
Invoer hoeft niet afkomstig te zijn van een mens die een toetsenbord gebruikt. moderne
informatiesystemen verzamelen gegevens via bv. camera’s, microfoons, scanners, accelerometers,
touchscreens,….
• De uitvoer van het ene informatiesysteem kan de invoer van een ander informatiesysteem worden
UITVOER
• User interface design (UIX) speelt een belangrijke rol bij het vinden van de juiste communicatievorm
met menselijke gebruikers
• Augmented Reality: De creatie van volledig virtuele omgevingen of het dynamisch toevoegen van
visuele informatie-elementen aan videobeeld creëert een visuele omgeving waarin gebruikers
interactief en immersief gebruik kunnen maken van de verzamelde informatie
• Chatbots: Gebaseerd op LLM, ChatGPT deels gebaseerd op het feit dat deze bots een
taalcommunicatie aangaan die erg natuurlijk aanvoelt voor de mens
,HOOFDSTUK 1 – INLEIDING TOT INFORMATIESYSTEMEN
INFORMATIE- EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE
• Information Technology (IT): Omvat de technische en infrastructurele bouwstenen die het
verzamelen, verwerken en opslaan van informatie ondersteunen → Zowel hardware als software
- Soms verwijst men naar Operationele Technologie (OT): De technische en infrastructurele
bouwstenen die verantwoordelijk zijn voor de fysieke processen van een bedrijf, bv. de diverse
controllers en sensoren → Traditioneel verwijst de term ‘informatietechnologie’ dan eerder naar
infrastructuur
- IT voor informatie-/administratieve processen ↔ OT voor operationele/fysieke processen
• Communication Technology (CT): Heeft betrekking op technologie waarmee informatiesystemen
gegevens met elkaar kunnen uitwisselen.
- Voorbeeld: Modems, bekabeling, 4G/5G, NFC, Communicatieprotocollen
• ICT = IT + CT : Het onderscheid tussen IT en CT wordt vandaag steeds minder scherp omdat moderne
informatiesystemen vrijwel voortdurend met andere systemen communiceren
• Cyberfysieke systemen (CPS): Informatiesystemen waarbij de verwerkingen niet enkel leiden tot
informatie, inzichten en kennis, maar waarbij de systemen zelf ook acties ondernemen in de fysieke
wereld
- Voorbeelden: Regelsysteem voor de verwarming, zelf rijdende auto, drones,..
- Voor deze systemen zijn de vereisten rond beveiliging en veiligheid nog belangrijker
HARDWARE VS. SOFTWARE
• Hardware: De fysieke toestellen en componenten
- Special-purpose hardware: Ontworpen voor een specifieke taak
- General-purpose hardware: Biedt een algemeen platform waarop verschillende
softwaretoepassingen kunnen draaien bv. een smartphone → Door hardware te standaardiseren
en op grote schaal te produceren wordt ze relatief goedkoop en gemakkelijk vervangbaar (=
commodity hardware)
• Software: De programmatuur die instructies en functionaliteit levert
• Firmware: Bevindt zich tussen hardware en software
GEDISTRIBUEERDE SYSTEMEN: De complexe interne organisatie van informatiesystemen als een
combinatie van hardware en software verspreid over verschillende machines, mogelijk op dezelfde
locatie, maar ook in verschillende landen
Technology stack
Belangrijk! Gelaagdheid/abstractie:
Een applicatieontwikkelaar hoeft niet rechtstreeks
te weten hoe een CPU elektrisch werkt. De
applicatie gebruikt diensten van de onderliggende
laag
,HOOFDSTUK 1 – INLEIDING TOT INFORMATIESYSTEMEN
ECONOMISCHE VOORDELEN VOOR ORGANISATIES
Automatisatie: Informatiesystemen kunnen activiteiten die vroeger manueel gebeurden gedeeltelijk of
volledig overnemen → Efficiënter werken en operationele kosten verlagen
Verbeterde beheersing van gegevens: Door gegevens systematisch te verzamelen en te verwerken
kunnen organisaties nieuwe inzichten verkrijgen in hun eigen werking.
Organisational learning: Organisaties kunnen leren uit de gegevens die ze zelf verzamelen. Door trends
en evoluties te analyseren kunnen ze hun processen aanpassen en nieuwe activiteiten ontwikkelen
Organisational strategy: Dezelfde gegevens kunnen worden gebruikt om de bedrijfsstrategie aan te
passen. Als uit gegevens bv. blijkt dat een bepaalde markt sterk groeit, kan een organisatie haar
activiteiten daarop afstemmen
SAMENWERKINGSMODELLEN EN SPECIALISATIE
Communicatietechnologie maakt het mogelijk dat verschillende informatiesystemen met elkaar
communiceren. Daardoor kunnen complexe bedrijfsprocessen over verschillende organisaties worden
verdeeld → Maakt specialisatie mogelijk
• Cloud computing: Gespecialiseerde cloudproviders bouwen en onderhouden ICT-infrastructuur
die configureerbaar + schaalbaar + zeer beschikbaar + performant is
- Andere organisaties kunnen dezelfde infrastructuur gebruiken voor hun eigen applicaties en
diensten, zonder zelf alle onderliggende infrastructuur te moeten bouwen en onderhouden
• Service-oriented architecture (SOA): Een architectuurstijl waarbij verschillende digitale
diensten met elkaar samenwerken op basis van duidelijk gedefinieerde digitale contracten
- Service provider → Levert de dienst, Service consumer → Gebruikt de dienst
- Concurrentie tussen providers: Contracten zijn generiek en gestandaardiseerd, verschillende
dienstverleners kunnen dezelfde soort dienst aanbieden
• Application Programming Interface (API): Een geformaliseerde manier om informatie uit te
wisselen tussen informatiesystemen, bijvoorbeeld via het internet
- Een dienstverlener kan zijn functionaliteit via een API aanbieden. Een ander systeem hoeft
dan niet te weten hoe de dienst intern werkt, het moet enkel weten hoe het de API correct
gebruikt
- Service registry/ service broker / API marketplace: Registers die toelaten om zulke diensten te
vinden
, HOOFDSTUK 1 – INLEIDING TOT INFORMATIESYSTEMEN
DATA MARKETPLACES EN DATA SPACES :
Digitale markten waarin niet zozeer diensten
maar gegevens zelf worden uitgewisseld
Bedrijven beschikken over enorme hoeveelheden
gegevens, maar kunnen die niet altijd zomaar
delen → Veel data verzamelen betekent niet
automatisch dat die data vrij beschikbaar zijn.
Gegevens kunnen waardevol zijn maar beperkt
worden door bv. juridische of strategische
factoren
DE WEBSHOP ALS VOORBEELD VAN EEN ECOSYSTEEM
• De webshop is een geïsoleerd systeem. Rond de webshop bevinden zich verschillende
informatiesystemen:
- Gebruiker, webshop, afleveringsdienst, facturenopmaak, analytics
• De organisatie achter de webshop beheert niet noodzakelijk de volledige waardeketen zelf
- De webshop, vanuit het perspectief van de eindgebruiker is één dienst, maar is in feite een
complexe samenwerking tussen organisaties en hun diensten = Service orchestration
- Het uitvoeren van een bedrijfsproces = Procesorchestratie
• ICT maakt het mogelijk dat verschillende gespecialiseerde organisaties samenwerken
- Combinatie van: Informatiesystemen + Communicatietechnologie + Specialisatie + Digitale
diensten
Maatschappelijke gevolgen: De digitalisering brengt niet alleen economische voordelen, maar ook
nieuwe uitdagingen en maatschappelijke gevolgen
Socio-Technische systemen: ICT-systemen die een duidelijke en aanwijsbare invloed hebben op mens
en maatschappij → Bv. Sociale media
Content Bubbles: Personalisatie kan ervoor zorgen dat gebruikers vooral informatie te zien krijgen die
aansluit bij hun bestaande interesses en overtuigingen → Daarbij kan iemand in een content bubble
terecht komen
• Daarbij wordt de gebruiker minder vaak geconfronteerd met: Andere visies + tegengestelde
perspectieven + alternatieve argumenten