Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 42 páginas
Resumen

Samenvatting IB niet-winst DGA-onderdeel sammenvatting alle sto

Document preview thumbnail
Vista previa 4 fuera de 42 páginas

Voor het vak 'inkomstenbelasting niet-winst' is dit voor het onderdeel 'DGA' de samenvatting van alle stof. Ik heb de literatuur, collegeaantekeningen en oefenopgaves allemaal in 1 overzichtelijk document gezet.

Vista previa del contenido

Week 1 DGA:
Grondslag en structuur Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang.
Ook wordt aandacht besteed aan de positie van de aanmerkelijkbelanghouder woonachtig in
het buitenland.

Wie is de DGA?
De term ‘DGA’, oftewel directeur-grootaandeelhouder, is niet gedefinieerd in de Wet IB. De term
‘DGA’ is voornamelijk ‘fiscaal spraakgebruik’. De DGA is vaak statutair bestuurder van zijn/een
BV, hij is doorgaans economisch een ondernemer.

De DGA is een specifieke categorie belastingplichtige. Een DGA is iemand die in een BV of NV
(werkt en daarin) een aanmerkelijk belang heeft.

In de ‘Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder 2016’ is een DGA (semi) gedefinieerd als
een bestuurder van een BV of NV die, al dan niet samen met zijn echtgenoot, bloed- of
aanverwanten, over zijn eigen ontslag kan besluiten. Dit is gebaseerd op het aantal aandelen dat hij
of zij bezit. De twee cruciale kenmerken van de DGA zijn dan ook:
- Zeggenschap in de onderneming;
- Belang in de onderneming.
Een aanmerkelijk belang in een vennootschap is een van de belangrijkste criteria voor het zijn van
een DGA. Volgens de Wet IB 2001 (artikel 4.6 en 4.7) heeft iemand een aanmerkelijk belang als
diegene, al dan niet samen met een fiscale partner, direct of indirect:
- Minstens 5% van het geplaatste kapitaal bezit.
- Opties heeft om aandelen te kopen waarmee het belang van 5% wordt overschreden.
- Winstbewijzen of genotsrechten heeft over minstens 5% van de jaarwinst van de
vennootschap.

De positie van een DGA is uniek: hij bevindt zich tussen een gewone werknemer en een zelfstandig
ondernemer in. Een werknemer is verzekerd voor sociale zekerheid en heeft ontslagbescherming,
terwijl een IB-ondernemer recht heeft op fiscale ondernemersfaciliteiten. De DGA valt daar precies
tussen  hij ontvangt (soms) loon uit zijn eigen BV, maar moet zelf voorzieningen treffen voor
arbeidsongeschiktheid en pensioen. Ook is zijn arbeidsrechtelijke positie anders, omdat hij vaak
zijn eigen ontslag kan tegenhouden.

De fiscale behandeling van de DGA kent enkele bijzonderheden:
- Verplicht gebruikelijk loon (box 1/ Wet LB),
- Dividend en waardeontwikkelingen worden belast in box 2.

Ook de zogenoemde ‘lucratief belang-regeling’ kan relevant zijn. Deze anti-misbruikregeling zorgt
ervoor dat voordelen uit bijzondere aandelenrechten of winstbewijzen zwaarder worden belast in
box 1, om te voorkomen dat beloningen langs een fiscaal voordelige route worden uitgekeerd.

Tot slot geldt dat de DGA-positie ook internationale aspecten kent. Wanneer sprake is van een
buitenlands aanmerkelijk belang spelen belastingverdragen en bronbelasting een rol bij de
uiteindelijke heffing.

Plaats van Box 2 in de Wet IB 2001
Box 2 neemt een bijzondere positie in. Het is de scheidslijn tussen box 1 (ondernemer/werk) en box
3 (passief beleggen). De wetgever heeft box 2 ontworpen om een globaal evenwicht te bereiken:
het zou fiscaal niet veel uit moeten maken of iemand rechtstreeks in box 1 belast wordt of via een
BV en vervolgens in box 2.
 Box 1: inkomen uit werk en woning, progressief tarief.
 Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang, met name dividend en vervreemdingsvoordelen
(verkoop aandelen).

1

,  Box 3: inkomen uit sparen en beleggen (kleine belangen onder 5%), belast op basis van een
fictief rendement.

Samenloop met Vpb:
De belastingheffing in box 2 komt altijd boven op de vennootschapsbelasting. Dat leidt tot een
zogenoemde dubbele heffing: eerst betaalt de BV Vpb over haar winst, daarna betaalt de AB-
houder IB in box 2 over de uitgekeerde wint.

Vpb i.c.m. box 2:
 Na Vpb-heffing van 19% wordt de overige 81% aan uitgedeelde winst belast in box 2 tegen
24.5%. Effectief: 38.85%

Box 1:
 Na toepassing van de MKB-winstvrijstelling, wordt over het niet-vrijgestelde deel van 87.3%
belasting geheven tegen 49.5%. Effectief: 43.21%

Dit voorbeeld sluit aan bij het idee van globaal evenwicht: of de winst nu direct in box 1 wordt
belast of via een combinatie van Vpb en box 2, de uiteindelijke belastingdruk is vergelijkbaar.

Daarnaast kent box 2 veel antimisbruikbepalingen omdat het vaak gaat om belastingplichtigen die
invloed hebben in hun eigen vennootschap en dus mogelijkheid hebben om met de belastingdruk te
‘spelen’.

Belastbaar inkomen

Reguliere voordelen verminderd met aftrekbare kosten (4.12(a) Wet IB)
+ Vervreemdingsvoordelen (art. 4.12(b) Wet IB)
-/- Persoonsgebonden aftrek (art. 6.2 Wet IB.
= Inkomen uit Aanmerkelijk Belang
-/- Te verrekenen verliezen uit AB* (art. 4.49 Wet IB)
= Belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang (art. 4.1 Wet IB


*= verlies uit AB: als je bijvoorbeeld aandelen verkoopt met verlies.

Wat valt er onder box 2?
 Reguliere voordelen: dividenduitkeringen en andere winstuitdelingen.
 Vervreemdingsvoordelen: winst bij verkoop van aandelen of andere rechten die
samenhangen met het AB.

Wanneer is er een AB?
Een DGA (directeur-grootaandeelhouder) is doorgaans statutair bestuurder van zijn eigen BV of
NV en heeft in de regel een aanmerkelijk belang. Dit is fiscaal gedefinieerd in artikel 4.6 Wet IB.

Er is sprake van een aanmerkelijk belang als een belastingplichtige, al dan niet samen met zijn
partner, direct of indirect voor ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is.

Een aanmerkelijk belang kan zowel direct als indirect bestaan:
 Direct: de belastingplichtige bezit zelf minstens 5% van het geplaatste kapitaal (zoals
vermeld in de statuten).
 Indirect: via een partner of via een vennootschap die zelf aandelen houdt. Bijvoorbeeld:
iemand bezit 10% in BV X en BV X heeft 30% van de aandelen in BV Y. Indirect bezit die
persoon 3% in BV Y.
Belangrijk daarbij: belangen van partners tellen samen. Zo geldt een gezamenlijk bezit van 3% en

2

,2% aandelen ook als een aanmerkelijk belang van 5%.  Dit samentellen kan echter alleen per
‘categorie’ zoals genoemd in artikel 4.6 Wet IB.

Wettelijke criteria voor een AB (art. 4.6 Wet IB):
Een belastingplichtige heeft een AB indien hij, al dan niet samen met zijn partner, direct of indirect:
a. Ten minste 5% van het geplaatste kapitaal aandeelhouder is in een vennootschap waarvan
het kapitaal geheel of gedeeltelijk in aandelen is verdeeld;
b. Rechten heeft om direct of indirect aandelen te verwerven tot ten minste 5% van het
geplaatste kapitaal (bijvoorbeeld via opties of warrants);
c. Winstbewijzen bezit die betrekking hebben op ten minste 5% van de jaarwinst van een
vennootschap of op ten minste 5% van het liquidatiesaldo;
d. Gerechtigd is om ten minste 5% van de stemmen uit te brengen in de algemene
vergadering;
e. Een belang heeft in een zogenoemd fiscaal transparant lichaam en daardoor voor ten minste
5% meedeelt in de winst.

Dus wanneer AB op basis van art. 4.6 Wet IB? Bij 5% van de:
- Aandelen
- Optierechten
- Winstbewijzen
- Stemrechten

 Aan deze 5%-norm wordt getoetst per ‘categorie’.
 Er geldt een samentelling met de partner binnen iedere categorie (‘al dan niet tezamen met
partner’).
 Ook indirecte belangen, mits het onderliggende directe belang een AB is.

Gelijkstellingen?
- Art. 4.2 Wet IB: aanverwantschap (i.v.m. art. 4.10 Wet IB)
“Aandelen”:
- Art. 4.3 Wet IB: genotsrechten (winstrechten)
- Art. 4.4 Wet IB: koopopties (hebben van koopopties kan gelijkgesteld worden als houden
van aandelen)
I.v.m. gelijke behandeling bv/nv:
- Art. 4.5 Wet IB: open fondsen voor gemene rekening
- Art. 4.5a Wet IB: Coöperaties

Bijzondere ‘spelregels’ bij de AB
Naast de hoofdregel van artikel 4.6 Wet Ib kent de wet een aantal bijzondere bepalingen die ervoor
zorgen dat belangen sneller onder het AB-regime vallen. Deze regels zijn bedoeld als
antimisbruikbepalingen en zorgen ervoor dat belastingplichtigen niet te makkelijk buiten box 2
kunnen blijven door belangen te versnipperen of constructies te gebruiken.

1. Meesleepregeling (art. 4.9 Wet IB)
De meesleepregeling zorgt ervoor dat een belang in de ene categorie ook een belang in een andere
categorie meesleept.
 Als je een aanmerkelijk belang hebt in aandelen, wordt jouw bezit van andere rechten
(bijvoorbeeld winstbewijzen of opties) bij dezelfde vennootschap automatisch ook
aangemerkt als aanmerkelijk belang.
 Voorbeeld: iemand bezit 6% gewone aandelen én daarnaast 4% winstbewijzen. Door de
meesleepregeling behoren ook de winstbewijzen tot het aanmerkelijk belang.
 Belangrijk: de regeling werkt maar één kant op. Een indirect belang kan een direct belang
meeslepen, maar niet andersom.



3

, 2. Meetrekregeling (art. 4.10 Wet IB)
De meetrekregeling breidt het aanmerkelijk belang uit naar familieleden in de rechte lijn.
 Als de partner of een bloed- of aanverwant in de rechte lijn (ouders, kinderen,
kleinkinderen) een aanmerkelijk belang heeft, wordt het bezit van de belastingplichtige zelf
in dezelfde vennootschap óók als aanmerkelijk belang aangemerkt.
 Dit geldt ook voor schoonkinderen en partners van familieleden in rechte lijn.
 Voorwaarde: de belastingplichtige moet zelf al enig belang in de vennootschap hebben.

3. Fictief aanmerkelijk belang (art. 4.11 Wet IB)
In sommige situaties wordt iemand geacht een aanmerkelijk belang te hebben, ook al is dat strikt
genomen niet (meer) zo. Voorbeelden zijn:
 Bij doorschuifregelingen wanneer het belang wordt overgedragen, maar de belastingheffing
wordt uitgesteld (bijv. bij overlijden of echtscheiding, zie o.a. art. 4.40 Wet IB).
 Bij fusies of splitsingen, waarbij belangen worden omgezet.
 Bij bepaalde herstructureringen, om te voorkomen dat belastingclaims verloren gaan.

4. Economisch eigendom en certificaten
Een belastingplichtige hoeft niet altijd juridisch eigenaar te zijn om een aanmerkelijk belang te
hebben. Het gaat erom of hij de rechten kan uitoefenen en of het belang voor zijn rekening en risico
komt.
 Dit geldt ook voor economisch eigendom en voor certificaathouders.
 Bij een STAK ligt het juridische eigendom (en vaak het stemrecht) bij de stichting, terwijl
de certificaathouders het economische belang (dividendrechten, vermogensgroei) hebben.
Ook dit kan leiden tot een aanmerkelijk belang.

Soort-AB
De 5%-toets geldt niet alleen voor het geplaatste kapitaal als geheel, maar ook afzonderlijk per
soort aandelen.
 Van een "soort" is sprake zodra de aan aandelen verbonden rechten niet identiek zijn (met
name vermogensrechten).
 Voorbeelden: preferente aandelen, aandelen met beperkt stemrecht of certificaten via een
STAK (Stichting Administratiekantoor).
 Hierdoor kan ook een relatief klein pakket aandelen (bijv. 5% van de preferente aandelen)
leiden tot een aanmerkelijk belang.

Jurisprudentie:
- Volgens de wetsgeschiedenis is sprake van een “soort” indien de aan aandelen verbonden
rechten niet identiek zijn.
- In BNB 2012/80 en 81 stond de uitleg van het begrip “soort” centraal. Uit deze arresten
volgt dat al snel sprake is van een afzonderlijke soort aandeel.
- Let op: voordat getoetst wordt of er sprake is van een “soort aanmerkelijk belang”, moet
eerst worden bekeken of er al een regulier aanmerkelijk belang aanwezig is.

Inkomen uit AB
Art. 4.12 Wet IB: Inkomen uit aanmerkelijk belang:
a. Reguliere voordelen: Voordelen getrokken uit de AB-aandelen of winstbewijzen
verminderd met kosten.
b. Vervreemdingsvoordelen: voordelen behaald bij de vervreemding van (een gedeelte van de
rechten besloten in) de AB-aandelen of winstbewijzen.




Economisch uitgangspunt: Vermogenswinstbelasting
De heffing over het aanmerkelijk belang is in essentie een vermogenswinstbelasting. Er wordt pas

4

Información del documento

Estudio
Subido en
30 de agosto de 2026
Número de páginas
42
Escrito en
2026/2027
Tipo
Resumen
$9.50

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
mischr
3.8
(4)
Vendido
35
Seguidores
0
Artículos
17
Última venta
1 mes hace



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes