BTW
DEEL 1: OVERZICHT BTW
INLEIDING
Oude stelsel
• Kernkenmerk: een cumulatieve of cascadewerking.
o Elke taks werd, samen met de taksen die op eerdere schakels al geheven waren, telkens opnieuw in de
vraagprijs van de volgende schakel opgenomen.
§ Voorbeeld met een productie-distributieketen: (Fabrikant van een onderdeel A, fabrikant van het
afgewerkt product B, groothandel C, kleinhandel D)
§ Bij vier opeenvolgende, afzonderlijke belastingplichtigen bedroeg de eindprijs 9.106 (waarvan
1.106 aan taksen),
§ Tegenover 8.560 wanneer één geïntegreerd bedrijf alle schakels zelf zou verrichten, een verschil
van 546 dat uitsluitend aan de cumulatieve heffing te wijten was.
• De vier belangrijkste nadelen van het cascadestelsel
o (1) Geen neutraliteit:
§ Hoe meer leveringen in de keten, hoe hoger de belastingdruk;
§ Dit bevoordeelde grote geïntegreerde bedrijven ten koste van kleinhandelaars en veroorzaakte
concurrentieverstoring.
o (2) Geen doorzichtigheid:
§ Het was onmogelijk exact te achterhalen hoeveel taksen op een product rustten (afhankelijk van het
aantal doorlopen schakels), wat internationale handel bemoeilijkte.
§ Bij invoer werd gewerkt met een forfaitaire compenserende taks (vaak te hoog)
§ Bij uitvoer met een forfaitaire ontheffing, die in de praktijk vaak te hoog was en dus fungeerde
als een verkapte exportsubsidie.
o (3) Nadelig voor investeringen:
§ De investeerder was de laatste schakel en droeg alle voordien gecumuleerde taksen;
§ Door de doorrekening van de investeringskost aan klanten werd een investering feitelijk dubbel belast.
o (4) Voorfinanciering op voorraden:
§ De in de aankoopprijs vervatte taksen bleven geblokkeerd in het werkkapitaal tot de voorraad verkocht
werd, met extra verlies bij diefstal, brand, schade of bederf.
1
,• Ontstaan en Europese verankering van het BTW-stelsel
o Oorsprong: een Franse uitvinding, die concrete vorm kreeg via het Verdrag van Rome (1957) dat de
Europese Economische Gemeenschap stichtte
§ => met als doel een eengemaakte markt zonder concurrentieverstoring
§ Om dit te bereiken moesten de nationale cascadestelsels verdwijnen ten voordele van één
gemeenschappelijk communautair regime: de BTW.
• Tijdlijn
o 1967, eerste twee richtlijnen:
§ Aanzet tot een communautair BTW-regime, met grote autonomie voor de lidstaten
§ Leidde in België tot de basiswet van 3 juli 1969 (het huidige BTW-wetboek, met
inwerkingtreding uitgesteld tot 1 januari 1971).
o 1977, zesde BTW-richtlijn:
§ Superbelangrijke stap, legde strikte, bindende regels vast (btw-plichtige, belastbare handeling,
belastbaar feit, tijdstip van opeisbaarheid, vrijstellingen, maatstaf van heffing).
o 28 november 2006, richtlijn 2006/112 (de "BTW-richtlijn"):
§ Voegde de eerste en zesde richtlijn samen tot één basisrichtlijn met nieuwe nummering;
§ Dit is de richtlijn waarmee vandaag nog gewerkt wordt, en waarnaar op facturen kan verwezen
worden.
o Achtste richtlijn:
§ Regelde de teruggave van BTW aan belastingplichtigen uit andere lidstaten;
§ Vervangen door een richtlijn van februari 2008 met een nieuwe, vereenvoudigde procedure
(VAT refund-applicatie, zonder verplichte originele facturen).
o 17 november 1986, dertiende richtlijn:
§ Regelt BTW-teruggave voor niet-EU-bedrijven (bv. Amerikaanse firma’s met Belgische btw op een
aankoop, kan deze dan recupereren), en bestaat vandaag nog steeds.
o 16 december 1991, richtlijn afschaffing fiscale controles aan binnengrenzen:
§ Schaft fiscale controles aan de binnengrenzen af,
§ Herdefinieert invoer/uitvoer (voortaan enkel van/naar landen buiten de EU)
§ => Introduceert intracommunautaire handelingen (leveringen, diensten, verwervingen);
§ Creëert het overgangsregime, omgezet in België bij wet van 28 december 1992, van kracht sinds 1
januari 1993
o 28 november 2006 (BTW-richtlijn 2006/112)
§ Samenvoeging van de eerste en zesde richtlijn plus alle latere wijzigingen, met een volledig nieuwe
artikelnummering (geen bis/ter meer); dit is de huidige basisrichtlijn
o VAT package van 2008 (12 februari):
§ Hervormt de plaatsbepaling van diensten en vervangt de achtste richtlijn door een nieuwe
teruggaafprocedure (VAT refund-applicatie); beide in werking sinds 1 januari 2010
o 21 november 2019, e-commerce-richtlijn:
2
, § Nieuwe regelgeving rond e-commerce, uitgesteld door corona tot 1 juli 2021
§ Vervangt het complexe stelsel van verkoop op afstand en maakt elektronische interfaces (Bol.com,
Amazon, Alibaba) in bepaalde gevallen verantwoordelijk voor de btw-afdracht.
o Vanaf 8 december 2022, uitgewerkt sinds 11 maart 2025: VIDA (VAT in the Digital Age)
§ Modernisering via e-invoicing, uitbreiding van de platformeconomie en van het one-stop-shopsysteem
→ gefaseerde inwerkingtreding tussen 2028 en 2035
§ Drie pijlers van VIDA
§ (1) Digitale rapportageverplichtingen en verplichte e-facturering
§ In België al vanaf 1 januari 2026 verplicht tussen Belgische bedrijven voor zuiver nationale
handelingen, sneller dan de Europese timing
§ (2) Uitbreiding van de platformeconomie-regeling
§ Naar kortetermijn verhuur van vervoer met bestuurder (bv. Uber) en toeristische
accommodatie (bv. Airbnb): facultatief vanaf 2028, verplicht vanaf 2030.
§ (3) Uitbreiding van het one-stop-shopsysteem
§ Vandaag enkel voor B2C-handelingen
§ => uitbreiding onder voor de rapportering van goederenverplaatsingen zonder
eigendomsoverdracht (bv. consignatiezendingen/verkoop van goederen op voorraad)
• Het overgangsregime (sinds 1993) en de nooit gerealiseerde definitieve regeling
o Reden voor het uitblijven: de definitieve regeling vereist unanimiteit onder alle EU-lidstaten, wat tot op
vandaag niet bereikt is.
o Vandaar blijft het overgangsregime van kracht "totdat een consensus bereikt wordt" – een clausule die
dertig jaar later nog steeds actueel is.
§ Kernidee van de beoogde definitieve regeling:
• Vandaag bij een intracommunautaire levering (bv. België naar Nederland) zijn er twee
handelingen:
o Een vrijgestelde intracommunautaire levering (België)
o EN een belastbare intracommunautaire verwerving (Nederland, waar de koper zelf de
BTW moet voldoen, eventueel met aftrek).
• In de definitieve regeling verdwijnt het begrip "verwerving":
o De levering wordt de enige belaste handeling, met de Nederlandse BTW aangerekend
door de Belgische leverancier.
o Om te vermijden dat de leverancier daardoor in elk land van bestemming een BTW-
nummer nodig heeft, zou dit worden afgedragen via een uitgebreide één-loketregeling
(OSS), vandaag reeds bestaand maar enkel voor B2C-handelingen
3
, • Rechtsbronnen van de BTW
o Europese richtlijnen (vooral de BTW-richtlijn van 2006):
§ De belangrijkste bron → bij conflict met nationaal recht primeert de richtlijn,
• bp kan zich er rechtstreeks op beroepen (omgekeerd kan de overheid dit niet tegen de bp
inroepen, als zij de richtlijn niet correct heeft omgezet).
o Uitvoeringsverordening van 2011:
§ Bevat detailkwesties en uitvoeringsbepalingen, is rechtstreeks van toepassing in de lidstaten zonder
omzetting nodig (bv. welke diensten onder de afwijkende lokalisatieregel voor onroerende
goederen vallen).
o Nationale wetgeving:
§ Het Belgische BTW-wetboek (basiswet van 3 juli 1969), aangevuld met koninklijke besluiten en
ministeriële besluiten (MB, nr.1. art. 1)
o Pseudowetgeving:
§ Aanschrijvingen en circulaires, parlementaire antwoorden van de minister van Financiën, en
voorafgaande beslissingen (rulings), die in BTW-zaken ook voor bepaalde internationale
handelingen mogelijk zijn via een pilootproject.
o Rechtspraak: de gewone rechtsgang en het Hof van Justitie van de EU, wiens uitspraken alle lidstaten
binden, niet enkel de betrokken lidstaat.
§ Bv. Vroeger kon de fiscus het recht op aftrek volledig weigeren wanneer een factuur een formeel
gebrek vertoonde (bv. een ontbrekend volgnummer), ook als de onderliggende transactie reëel
was => gevolgd door het Hof van Cassatie.
• MAAR hervormd door Hvj (Barlis/ Senatex-zaak): het recht op aftrek mag niet volledig
geweigerd zolang de materiële voorwaarden vervuld zijn, zelfs al vertoont de factuur formele
gebreken.
o → er kan wel een boete worden opgelegd → De Belgische administratie heeft haar
standpunt sindsdien aangepast aan deze rechtspraak.
4
DEEL 1: OVERZICHT BTW
INLEIDING
Oude stelsel
• Kernkenmerk: een cumulatieve of cascadewerking.
o Elke taks werd, samen met de taksen die op eerdere schakels al geheven waren, telkens opnieuw in de
vraagprijs van de volgende schakel opgenomen.
§ Voorbeeld met een productie-distributieketen: (Fabrikant van een onderdeel A, fabrikant van het
afgewerkt product B, groothandel C, kleinhandel D)
§ Bij vier opeenvolgende, afzonderlijke belastingplichtigen bedroeg de eindprijs 9.106 (waarvan
1.106 aan taksen),
§ Tegenover 8.560 wanneer één geïntegreerd bedrijf alle schakels zelf zou verrichten, een verschil
van 546 dat uitsluitend aan de cumulatieve heffing te wijten was.
• De vier belangrijkste nadelen van het cascadestelsel
o (1) Geen neutraliteit:
§ Hoe meer leveringen in de keten, hoe hoger de belastingdruk;
§ Dit bevoordeelde grote geïntegreerde bedrijven ten koste van kleinhandelaars en veroorzaakte
concurrentieverstoring.
o (2) Geen doorzichtigheid:
§ Het was onmogelijk exact te achterhalen hoeveel taksen op een product rustten (afhankelijk van het
aantal doorlopen schakels), wat internationale handel bemoeilijkte.
§ Bij invoer werd gewerkt met een forfaitaire compenserende taks (vaak te hoog)
§ Bij uitvoer met een forfaitaire ontheffing, die in de praktijk vaak te hoog was en dus fungeerde
als een verkapte exportsubsidie.
o (3) Nadelig voor investeringen:
§ De investeerder was de laatste schakel en droeg alle voordien gecumuleerde taksen;
§ Door de doorrekening van de investeringskost aan klanten werd een investering feitelijk dubbel belast.
o (4) Voorfinanciering op voorraden:
§ De in de aankoopprijs vervatte taksen bleven geblokkeerd in het werkkapitaal tot de voorraad verkocht
werd, met extra verlies bij diefstal, brand, schade of bederf.
1
,• Ontstaan en Europese verankering van het BTW-stelsel
o Oorsprong: een Franse uitvinding, die concrete vorm kreeg via het Verdrag van Rome (1957) dat de
Europese Economische Gemeenschap stichtte
§ => met als doel een eengemaakte markt zonder concurrentieverstoring
§ Om dit te bereiken moesten de nationale cascadestelsels verdwijnen ten voordele van één
gemeenschappelijk communautair regime: de BTW.
• Tijdlijn
o 1967, eerste twee richtlijnen:
§ Aanzet tot een communautair BTW-regime, met grote autonomie voor de lidstaten
§ Leidde in België tot de basiswet van 3 juli 1969 (het huidige BTW-wetboek, met
inwerkingtreding uitgesteld tot 1 januari 1971).
o 1977, zesde BTW-richtlijn:
§ Superbelangrijke stap, legde strikte, bindende regels vast (btw-plichtige, belastbare handeling,
belastbaar feit, tijdstip van opeisbaarheid, vrijstellingen, maatstaf van heffing).
o 28 november 2006, richtlijn 2006/112 (de "BTW-richtlijn"):
§ Voegde de eerste en zesde richtlijn samen tot één basisrichtlijn met nieuwe nummering;
§ Dit is de richtlijn waarmee vandaag nog gewerkt wordt, en waarnaar op facturen kan verwezen
worden.
o Achtste richtlijn:
§ Regelde de teruggave van BTW aan belastingplichtigen uit andere lidstaten;
§ Vervangen door een richtlijn van februari 2008 met een nieuwe, vereenvoudigde procedure
(VAT refund-applicatie, zonder verplichte originele facturen).
o 17 november 1986, dertiende richtlijn:
§ Regelt BTW-teruggave voor niet-EU-bedrijven (bv. Amerikaanse firma’s met Belgische btw op een
aankoop, kan deze dan recupereren), en bestaat vandaag nog steeds.
o 16 december 1991, richtlijn afschaffing fiscale controles aan binnengrenzen:
§ Schaft fiscale controles aan de binnengrenzen af,
§ Herdefinieert invoer/uitvoer (voortaan enkel van/naar landen buiten de EU)
§ => Introduceert intracommunautaire handelingen (leveringen, diensten, verwervingen);
§ Creëert het overgangsregime, omgezet in België bij wet van 28 december 1992, van kracht sinds 1
januari 1993
o 28 november 2006 (BTW-richtlijn 2006/112)
§ Samenvoeging van de eerste en zesde richtlijn plus alle latere wijzigingen, met een volledig nieuwe
artikelnummering (geen bis/ter meer); dit is de huidige basisrichtlijn
o VAT package van 2008 (12 februari):
§ Hervormt de plaatsbepaling van diensten en vervangt de achtste richtlijn door een nieuwe
teruggaafprocedure (VAT refund-applicatie); beide in werking sinds 1 januari 2010
o 21 november 2019, e-commerce-richtlijn:
2
, § Nieuwe regelgeving rond e-commerce, uitgesteld door corona tot 1 juli 2021
§ Vervangt het complexe stelsel van verkoop op afstand en maakt elektronische interfaces (Bol.com,
Amazon, Alibaba) in bepaalde gevallen verantwoordelijk voor de btw-afdracht.
o Vanaf 8 december 2022, uitgewerkt sinds 11 maart 2025: VIDA (VAT in the Digital Age)
§ Modernisering via e-invoicing, uitbreiding van de platformeconomie en van het one-stop-shopsysteem
→ gefaseerde inwerkingtreding tussen 2028 en 2035
§ Drie pijlers van VIDA
§ (1) Digitale rapportageverplichtingen en verplichte e-facturering
§ In België al vanaf 1 januari 2026 verplicht tussen Belgische bedrijven voor zuiver nationale
handelingen, sneller dan de Europese timing
§ (2) Uitbreiding van de platformeconomie-regeling
§ Naar kortetermijn verhuur van vervoer met bestuurder (bv. Uber) en toeristische
accommodatie (bv. Airbnb): facultatief vanaf 2028, verplicht vanaf 2030.
§ (3) Uitbreiding van het one-stop-shopsysteem
§ Vandaag enkel voor B2C-handelingen
§ => uitbreiding onder voor de rapportering van goederenverplaatsingen zonder
eigendomsoverdracht (bv. consignatiezendingen/verkoop van goederen op voorraad)
• Het overgangsregime (sinds 1993) en de nooit gerealiseerde definitieve regeling
o Reden voor het uitblijven: de definitieve regeling vereist unanimiteit onder alle EU-lidstaten, wat tot op
vandaag niet bereikt is.
o Vandaar blijft het overgangsregime van kracht "totdat een consensus bereikt wordt" – een clausule die
dertig jaar later nog steeds actueel is.
§ Kernidee van de beoogde definitieve regeling:
• Vandaag bij een intracommunautaire levering (bv. België naar Nederland) zijn er twee
handelingen:
o Een vrijgestelde intracommunautaire levering (België)
o EN een belastbare intracommunautaire verwerving (Nederland, waar de koper zelf de
BTW moet voldoen, eventueel met aftrek).
• In de definitieve regeling verdwijnt het begrip "verwerving":
o De levering wordt de enige belaste handeling, met de Nederlandse BTW aangerekend
door de Belgische leverancier.
o Om te vermijden dat de leverancier daardoor in elk land van bestemming een BTW-
nummer nodig heeft, zou dit worden afgedragen via een uitgebreide één-loketregeling
(OSS), vandaag reeds bestaand maar enkel voor B2C-handelingen
3
, • Rechtsbronnen van de BTW
o Europese richtlijnen (vooral de BTW-richtlijn van 2006):
§ De belangrijkste bron → bij conflict met nationaal recht primeert de richtlijn,
• bp kan zich er rechtstreeks op beroepen (omgekeerd kan de overheid dit niet tegen de bp
inroepen, als zij de richtlijn niet correct heeft omgezet).
o Uitvoeringsverordening van 2011:
§ Bevat detailkwesties en uitvoeringsbepalingen, is rechtstreeks van toepassing in de lidstaten zonder
omzetting nodig (bv. welke diensten onder de afwijkende lokalisatieregel voor onroerende
goederen vallen).
o Nationale wetgeving:
§ Het Belgische BTW-wetboek (basiswet van 3 juli 1969), aangevuld met koninklijke besluiten en
ministeriële besluiten (MB, nr.1. art. 1)
o Pseudowetgeving:
§ Aanschrijvingen en circulaires, parlementaire antwoorden van de minister van Financiën, en
voorafgaande beslissingen (rulings), die in BTW-zaken ook voor bepaalde internationale
handelingen mogelijk zijn via een pilootproject.
o Rechtspraak: de gewone rechtsgang en het Hof van Justitie van de EU, wiens uitspraken alle lidstaten
binden, niet enkel de betrokken lidstaat.
§ Bv. Vroeger kon de fiscus het recht op aftrek volledig weigeren wanneer een factuur een formeel
gebrek vertoonde (bv. een ontbrekend volgnummer), ook als de onderliggende transactie reëel
was => gevolgd door het Hof van Cassatie.
• MAAR hervormd door Hvj (Barlis/ Senatex-zaak): het recht op aftrek mag niet volledig
geweigerd zolang de materiële voorwaarden vervuld zijn, zelfs al vertoont de factuur formele
gebreken.
o → er kan wel een boete worden opgelegd → De Belgische administratie heeft haar
standpunt sindsdien aangepast aan deze rechtspraak.
4