Boek 1 - Instellingen in de Bourgondische en Habsburgse Nederlanden
DEEL I. de centrale instellingen in de
Bourgondische Nederlanden
Hoofdstuk I. Staatsvorming en institutionele
ontwikkelingen
Algemene ontwikkelingen:
1) Centralisatie/machtsconcentratie door landsheer
o Zo veel mogelijk publieke macht concentreren bij de landsheer
o Pogingen om binnenlandse concurrerende machten (bv. Kerk,
adel, machtige steden) te neutraliseren
o Via netwerk van instellingen en beleidsorganen bemand door
ambtenaren
Supra-centrale instellingen: bevoegdheden over geheel
van samengestelde staat (bv. Heel Spaans imperium)
Centrale instellingen: voor bepaald deel van
samengestelde staat (bv. Nederlanden)
Gewestelijke instellingen: voor deel van een deel
samengestelde staat (bv. Vlaanderen)
= vorstelijke instellingen: door de vorst gecreëerd en geleid
2) Politieke modernisering: steeds grotere interne en externe
effectiviteit van de staatsinstellingen
3) Bureaucratisering functionarissen (leden van de derde stand die
hun positie te danken hadden aan de landsheer
↔ situatie in de Middeleeuwen (hoge functies bij edelen)
4) Juridisering
5) Uniformisering vh costumier- /gewoonterecht
6) Specialisering: elke vorstelijke instelling had haar bijzondere
opdrachten, specifieke bevoegdheden en taken
efficiënt bestuur kan ingrijpen op alle niveaus van de samenleving
7) Hogere fiscale druk (betalen van ambtenaren, verschriftelijking…)
- Opm 1: ook bottom-up proces
o Nieuwe maatschappelijke behoeften
o Nood aan professioneel werkende vorstelijke instellingen voor
complexere problemen en verwachtingen
o Lokale mechanismen niet altijd voldoende om disputen op te
lossen of orde te bewaren vorstelijke rechtbanken
- Opm 2: uitzonderingen/tempoverschillen ...
1
,Hoofdstuk II. De centrale instellingen van 1385 tot 1473
2.1 De kanselier van Bourgondië
- Eerste kanselier in 1385 door Filips de Stoute aangesteld
- Bevoegdheden:
o Nooit nauwkeurig omschreven
o Hoofd kanselarij: bewaring groot zegel (stond op alle
belangrijke oorkonden opgemaakt in de hertogelijke kanselarij)
o Zat Hofraad voor
o Belangrijk raadgever/vertrouwenspersoon/ woordvoerder van
de vorst (met dus grote mate van invloed op beleid)
- Zes kanseliers tussen 1385-1477:
o Juridisch geschoold
o Afkomstig uit Frankrijk of Bourgondië (nooit uit de
Nederlanden)
o Geestelijke stand of lage adel
o bv. Nicolas Rolin (1422-1457) dia 13
2.2 De Hofraad (Grand Conseil Ducal)
- Regeren, samen met de hertog:
o Binnenlands beleid: handhaven van het vorstelijk gezag
tegenover de onderdanen
o Buitenlands beleid: het uitstippelen van een gedragslijn
tegenover vreemde vorsten
o Financiën
o Rechtspraak
- Samenstelling: hoge edelen, maar ook juristen (raadsheer-
rekwestmeester) o.l.v. kanselier of plaatsvervanger
- Interne evolutie: dia 16
o 1385-1445: vanaf 1435 groeiende taakverdeling tussen edelen
en juristen
o 1445-1473:
Ontstaan van aparte juridische commissie binnen de
Hofraad
(De Grote Raad) door groeiend aantal rechtsgedingen
Algemeen beleid = zaak voor hoge edelen-raadsheren
Inkomsten en uitgaven = zaak voor ambtenaren-
raadheren
2
, MAAR vormden nog geen autonome afdelingen
o 1473-1477: na de ordonnanties van Thionville opdeling in
afzonderlijke instellingen Hofraad enkel nog algemene
politiek
Hoofdstuk III. De ordonnanties van Thionville (1473)
Grondige wijzigingen in Bourgondische centrale administratie door Karel
de Stoute
- Creatie Parlement van Mechelen
o Opvolger van de Grote Raad (opperst gerechtshof)
o Eerste aanleg:
ratione personae: personen en instellingen onder
vorstelijke sauvegarde (vorstelijke bescherming) +
personen met privilegium fori (hofhouding, raadsheren,
ridders vh Gulden Vlies…)
ratione materiae: geschillen rond wetgeving,
bestuursdaden, vorstelijke rechten,
bevoegdheidsconflicten…
ratione loci
o Hoger beroep
Civiele vonissen van gewestelijke vorstelijke
gerechtshoven
appelatie of reformatie
beroep omisso medio: dwz. zonder intermediaire
procedure voor gewestelijke Raad
o Evocatie: zaken onttrokken aan gewestelijk raad en
toevertrouwd aan Parlement van Mechelen
o Revisie (aanwijsbare fout in vonnis of arrest)
- Centrale Rekenkamer:
o Samensmelting van Rekenkamer van Vlaanderen (1386) en
Rekenkamer van Brabant (1404)
o Voornamelijk verificatie van de boekhouding van de
rekenplichtige
ambtenaren en van een groot aantal steden en kasselrijen
- Kamer van de Schatkist: beheer van gewone financiën of het domein
- Kamer van de Beden: beheer van de beden
Hoofdstuk IV. De reactie van 1477 en de verdere evolutie
3
, - “Groot privilegie” van Maria van Bourgondië, 11 februari 1477 (dia
20)
o Beperkte de hertogelijke macht + einde centraliserende
werking van een aantal Bourgondische instellingen
o Afschaffing Parlement van Mechelen + Kamer van de Schatkist
en Kamer van de Beden
o Rekenkamer opgesplitst
Hofraad enige centrale instelling die bleef
- Heroprichting van het Parlement in 1504: Grote Raad van Mechelen
- 1487: oprichting Raad van Financiën
Na 1477 snelle terugkeer van toestand onder Karel de Stoute
Hofraad enkel nog voor politieke aangelegenheden
DEEL II. instellingen bevoegd voor de
Habsburgse Nederlanden (XVIe-XVIIe eeuw)
Hoofdstuk I. De vorst en de adviesinstellingen a latere
principis
1.1 De vorst
- Geschiedenis
o Dynastieën: Habsburgse Monarchie van 1477 (Maximiliaan
van Oostenrijk X Maria van Bourgondië) tot Brabantse
omwenteling (1789/1790) en Franse verovering (1794-95)
o Gezag van ‘natuurlijke vorst’ betwist in 16de eeuw
o Placcaet van Verlatinghe (1581): opstandige gewesten
scheuren zich af en zetten Filips II af
o Naamgeving: niet één algemene naamgeving, maar
verschillende titels (hertog van Brabant, Luxemburg, graaf
van Vlaanderen, van Holland…)
Samengebracht in personele unie
- Organisatie
o Successie (erfelijk)
Pragmatieke Sanctie 1549: Bourgondisch-Habsburgs
patrimonium één en ondeelbaar verklaard +
dynastiek-rechtelijke en erfrechtelijke
opvolgingscostuimen uniform gemaakt (invoering
eenvoudig eerstgeborenerecht)
In uitzonderlijke gevallen opvolgingsrecht door
testament of gift overdragen (bv. In 1598:
Nederlanden door Filips II overgedragen aan Isabella
en Albert)
4
DEEL I. de centrale instellingen in de
Bourgondische Nederlanden
Hoofdstuk I. Staatsvorming en institutionele
ontwikkelingen
Algemene ontwikkelingen:
1) Centralisatie/machtsconcentratie door landsheer
o Zo veel mogelijk publieke macht concentreren bij de landsheer
o Pogingen om binnenlandse concurrerende machten (bv. Kerk,
adel, machtige steden) te neutraliseren
o Via netwerk van instellingen en beleidsorganen bemand door
ambtenaren
Supra-centrale instellingen: bevoegdheden over geheel
van samengestelde staat (bv. Heel Spaans imperium)
Centrale instellingen: voor bepaald deel van
samengestelde staat (bv. Nederlanden)
Gewestelijke instellingen: voor deel van een deel
samengestelde staat (bv. Vlaanderen)
= vorstelijke instellingen: door de vorst gecreëerd en geleid
2) Politieke modernisering: steeds grotere interne en externe
effectiviteit van de staatsinstellingen
3) Bureaucratisering functionarissen (leden van de derde stand die
hun positie te danken hadden aan de landsheer
↔ situatie in de Middeleeuwen (hoge functies bij edelen)
4) Juridisering
5) Uniformisering vh costumier- /gewoonterecht
6) Specialisering: elke vorstelijke instelling had haar bijzondere
opdrachten, specifieke bevoegdheden en taken
efficiënt bestuur kan ingrijpen op alle niveaus van de samenleving
7) Hogere fiscale druk (betalen van ambtenaren, verschriftelijking…)
- Opm 1: ook bottom-up proces
o Nieuwe maatschappelijke behoeften
o Nood aan professioneel werkende vorstelijke instellingen voor
complexere problemen en verwachtingen
o Lokale mechanismen niet altijd voldoende om disputen op te
lossen of orde te bewaren vorstelijke rechtbanken
- Opm 2: uitzonderingen/tempoverschillen ...
1
,Hoofdstuk II. De centrale instellingen van 1385 tot 1473
2.1 De kanselier van Bourgondië
- Eerste kanselier in 1385 door Filips de Stoute aangesteld
- Bevoegdheden:
o Nooit nauwkeurig omschreven
o Hoofd kanselarij: bewaring groot zegel (stond op alle
belangrijke oorkonden opgemaakt in de hertogelijke kanselarij)
o Zat Hofraad voor
o Belangrijk raadgever/vertrouwenspersoon/ woordvoerder van
de vorst (met dus grote mate van invloed op beleid)
- Zes kanseliers tussen 1385-1477:
o Juridisch geschoold
o Afkomstig uit Frankrijk of Bourgondië (nooit uit de
Nederlanden)
o Geestelijke stand of lage adel
o bv. Nicolas Rolin (1422-1457) dia 13
2.2 De Hofraad (Grand Conseil Ducal)
- Regeren, samen met de hertog:
o Binnenlands beleid: handhaven van het vorstelijk gezag
tegenover de onderdanen
o Buitenlands beleid: het uitstippelen van een gedragslijn
tegenover vreemde vorsten
o Financiën
o Rechtspraak
- Samenstelling: hoge edelen, maar ook juristen (raadsheer-
rekwestmeester) o.l.v. kanselier of plaatsvervanger
- Interne evolutie: dia 16
o 1385-1445: vanaf 1435 groeiende taakverdeling tussen edelen
en juristen
o 1445-1473:
Ontstaan van aparte juridische commissie binnen de
Hofraad
(De Grote Raad) door groeiend aantal rechtsgedingen
Algemeen beleid = zaak voor hoge edelen-raadsheren
Inkomsten en uitgaven = zaak voor ambtenaren-
raadheren
2
, MAAR vormden nog geen autonome afdelingen
o 1473-1477: na de ordonnanties van Thionville opdeling in
afzonderlijke instellingen Hofraad enkel nog algemene
politiek
Hoofdstuk III. De ordonnanties van Thionville (1473)
Grondige wijzigingen in Bourgondische centrale administratie door Karel
de Stoute
- Creatie Parlement van Mechelen
o Opvolger van de Grote Raad (opperst gerechtshof)
o Eerste aanleg:
ratione personae: personen en instellingen onder
vorstelijke sauvegarde (vorstelijke bescherming) +
personen met privilegium fori (hofhouding, raadsheren,
ridders vh Gulden Vlies…)
ratione materiae: geschillen rond wetgeving,
bestuursdaden, vorstelijke rechten,
bevoegdheidsconflicten…
ratione loci
o Hoger beroep
Civiele vonissen van gewestelijke vorstelijke
gerechtshoven
appelatie of reformatie
beroep omisso medio: dwz. zonder intermediaire
procedure voor gewestelijke Raad
o Evocatie: zaken onttrokken aan gewestelijk raad en
toevertrouwd aan Parlement van Mechelen
o Revisie (aanwijsbare fout in vonnis of arrest)
- Centrale Rekenkamer:
o Samensmelting van Rekenkamer van Vlaanderen (1386) en
Rekenkamer van Brabant (1404)
o Voornamelijk verificatie van de boekhouding van de
rekenplichtige
ambtenaren en van een groot aantal steden en kasselrijen
- Kamer van de Schatkist: beheer van gewone financiën of het domein
- Kamer van de Beden: beheer van de beden
Hoofdstuk IV. De reactie van 1477 en de verdere evolutie
3
, - “Groot privilegie” van Maria van Bourgondië, 11 februari 1477 (dia
20)
o Beperkte de hertogelijke macht + einde centraliserende
werking van een aantal Bourgondische instellingen
o Afschaffing Parlement van Mechelen + Kamer van de Schatkist
en Kamer van de Beden
o Rekenkamer opgesplitst
Hofraad enige centrale instelling die bleef
- Heroprichting van het Parlement in 1504: Grote Raad van Mechelen
- 1487: oprichting Raad van Financiën
Na 1477 snelle terugkeer van toestand onder Karel de Stoute
Hofraad enkel nog voor politieke aangelegenheden
DEEL II. instellingen bevoegd voor de
Habsburgse Nederlanden (XVIe-XVIIe eeuw)
Hoofdstuk I. De vorst en de adviesinstellingen a latere
principis
1.1 De vorst
- Geschiedenis
o Dynastieën: Habsburgse Monarchie van 1477 (Maximiliaan
van Oostenrijk X Maria van Bourgondië) tot Brabantse
omwenteling (1789/1790) en Franse verovering (1794-95)
o Gezag van ‘natuurlijke vorst’ betwist in 16de eeuw
o Placcaet van Verlatinghe (1581): opstandige gewesten
scheuren zich af en zetten Filips II af
o Naamgeving: niet één algemene naamgeving, maar
verschillende titels (hertog van Brabant, Luxemburg, graaf
van Vlaanderen, van Holland…)
Samengebracht in personele unie
- Organisatie
o Successie (erfelijk)
Pragmatieke Sanctie 1549: Bourgondisch-Habsburgs
patrimonium één en ondeelbaar verklaard +
dynastiek-rechtelijke en erfrechtelijke
opvolgingscostuimen uniform gemaakt (invoering
eenvoudig eerstgeborenerecht)
In uitzonderlijke gevallen opvolgingsrecht door
testament of gift overdragen (bv. In 1598:
Nederlanden door Filips II overgedragen aan Isabella
en Albert)
4