Inhoud document: zo kort mogelijk heel de theorie van de cursus (!!) uitgeschreven. Maximum 2
pagina’s per hoofdstuk/onderdeel.
Doel document: een hulp voor zij die de bomen door het bos niet meer zien van deze toch wel
stevige cursus.
Dit betekent dat het geen volledig document is want dat kan ook niet met zo weinig pagina’s, maar
het is wel zo volledig mogelijk. Leer zeker niet alleen dit document en neem de leerdoelen er zeker
bij!
Extra tips:
1. In deze versie is in de tekst expres niet aangeduid, zodat je dit zelf kan doen, dan ben je
actiever met de tekst bezig. Ga helemaal los en kies kleuren per soort ding dat je aanduid
(bijvoorbeeld alle definities in het groen, opsommingen in het geel, belangrijke extra
onderlijnen, extra nummering) 😉
2. Je hoeft het document niet chronologisch te lezen. Je kan bv. ook achteraan beginnen.
3. maak een mindmap van de leerstof in dat je gratis kan downloaden op je
pc. (xmind.com)
4. Gebruik mijn flashkaarten op Quizlet: klik hier
Heel veel succes! xx
H1 Het diagnostisch proces telt volgens De Bruyn en collega’s 5 fasen: de aanmelding, de reflectie
van de diagnosticus, diagnostisch scenario, diagnostisch onderzoek en integratie en rapportering . Het
is een uitwerking van de empirische cyclus, die 5 fasen kent: observatie (gegevens verzamelen),
inductie (theorie formuleren), deductie (toetsbare voorspellingen of hypothesen opstellen), toetsing
(met nieuwe gegevens) en evaluatie (resultaten afzetten ten opzichte van de eerder opgestelde
hypothesen).
Het is belangrijk om mee te zijn met de terminologie. Vandaar dat we een paar begrippen toelichten.
Diagnostiek is een overkoepelende term die staat voor ‘proces van de verzameling, ordening en
verwerking van de beschikbare relevante gegevens vanuit de hulp- of zorgvraag van een natuurlijk
persoon ten behoeve van de zorg’. Indicatiestelling wil zeggen: ‘het inschatten of iemand in
aanmerking komt voor bepaalde zorg’. Assessment betekent taxatie of beoordeling en verwijst
afhankelijk van de context naar de volledige diagnostische cyclus of naar een specifiek onderdeel. En
tot slot, classificatie, houdt in: ‘het indelen van personen obv overeenkomsten met anderen’ en is
louter beschrijvend. Het verschil tussen diagnostiek en classificatie is dat diagnostiek ook verklarend
is. Classificatie kan een onderdeel van diagnostiek zijn maar is er nooit gelijk aan.
Waarom is het belangrijk om aan diagnostiek te doen? Omdat men moeilijkheden kan ervaren die de
levenskwaliteit en het functioneren belemmeren, omdat men niet tegemoet kan komen aan de
(normatieve) verwachtingen van de omgeving, omdat er vraag is naar aangepaste zorg, …
Er zijn drie soorten diagnostiek: beschrijvende – het beschrijven van moeilijkheden, context,
protectieve factoren uit verschillende bronnen, verklarende – streven naar begrijpen en verklaring
van hoe klachten ontwikkeld zijn, hypothesen opstellen en tot slot ook voorschrijvende – dit is de
brug tussen het diagnostisch proces en de behandeling/interventie.
Bron afbeelding: Chat GPT.
1
, Diagnostiek zal er anders uitzien binnen de verschillende werkvelden (forensisch, gezin- en
leefomgeving, klinisch, arbeid- en organisatie, onderwijs).
Het model van handelingsgerichte diagnostiek (HGD) is de vertaling van de psychodiagnostische
cyclus in de praktijk. Ze vertrekt vanuit de indicerende vraagstelling “Hoe kan deze persoon het best
geholpen worden?” en telt volgens Pamijer & Van Beukering (2015) 6 fasen en 7 uitgangspunten.
De 6 fasen van HGD kan je onthouden door de volgende zin “In Sprookjesland Ontmoet Ik Altijd
Heldere Elfen” : (1) intakefase, (2) strategiefase (3) onderzoeksfase, (4) integratie-en
aanbevelingsfase, (5) adviesfase (6) handelen en evalueren. Elke fase heeft zijn eigen doel en inhoud.
Zie hiervoor tabel met overzicht op volgende pagina. Sommige fasen (1,3,5 en 6) zijn met de cliënt,
terwijl de andere (2 en 4) zonder de cliënt plaatsvinden.
De 7 uitgangspunten HGD zijn de volgende: (1)doelgericht, (2)transactioneel, (3)de behoefte van de
zorgvrager staat centraal, (4)ook positieve aspecten benoemen, (5)alle actoren zijn van belang,
(6)diagnosticus werkt samen met alle betrokkenen, (7) systematisch en transparant.
Kwaliteitsvolle diagnostiek telt 7 pijlers. Deze zijn de volgende: (1)biopsychosociaal kader,
(2)idiografisch kader, dit betekent wat een persoon uniek maakt, in tegenstelling tot een
nomothetisch kader, dat zich richt op gelijkenissen, (3)integratief beeld, (4)kwaliteitsvolle
meetinstrumenten en methodieken gebruiken, (5) participatie van de cliënt en omgeving,
(6)reflexiviteit van de diagnosticus, (7) interdisciplinair samenwerken. Interdisciplinair samenwerken
onderscheid zich van multidisciplinair samenwerken omdat er spraken is van interactie i.p.v. het
naast elkaar leggen van de gegevens.
Belangrijk om te blijven onthouden is dat diagnostiek nooit een doel op zich is, maar een middel voor
het waarmaken van zorg.
Fase Doel Inhoud
Intakefase Vraag, zorg of nood verduidelijken info verzamelen
cliënt informeren over verdere verloop
Met cliënt Wat maakt dat cliënt vandaag
Type vraagstelling bepalen:
komt/dat het vandaag zo lastig is?
- Onderkenning
- Verklaring
- Predictie
- Indicatie
- Evaluatie
Strategiefase Reflectie over verzamelde info + Info clusteren
vervolgtraject bepalen Ernsttaxatie
Zonder cliënt
Inschatting aanwezige info
Voldoende integratie/aanbeveling
Onvoldoende hypothese en oz-vragen
opstellen
Bevindingen en vervolgtraject bespreken met
cliënt
Doorverwijzen indien nodig
Onderzoeksfase Onderzoeksvragen beantwoorden Te onderzoeken factoren beschrijven
Methodieken, instrumenten en informanten
Met cliënt
bepalen = testing uitvoeren
Criteria bepalen waaraan voldaan moet zijn om
hypothese te bevestigen
Onderzoek uitvoeren, scoren, interpreteren
Integratie- en aanbevelingsfase Reflectie onderzoeksresultaten Getoetst integratief beeld opmaken
Aanbevelingen formuleren
Zonder cliënt
2