Substadium (6) Betekenis Voorbeeld
Ongecoördineerde = actief gebruiken van aangeboren Een baby zuigt automatisch wanneer iets
reflexhandelingen reflexen/handelingen zijn mond raakt.
(0-1m)
Primaire circulaire = herhaalt toevallig ontdekte bewegingen Een baby ontdekt dat hij op zijn handje
reacties die prettig zijn en die met het eigen kan zuigen en doet dit steeds opnieuw.
(1-4m) lichaam te maken hebben
Secundaire circulaire = herhaalt toevallig handelingen omdat er Een baby schudt met een rammelaar
reacties een interessant effect op de omgeving rammelgeluid blijft ermee schudden
(4-8m) ontstaat
Intentioneel handelen = gaat bewust een handeling uitvoeren om Een baby trekt bewust een dekentje naar
(8-12m) een doel te bereiken zich toe om het speeltje dichterbij te
krijgen.
Tertiaire circulaire = gaat experimenteren, probeert Het kind laat een lepel eerst van de tafel
reacties verschillende manieren uit om te ontdekken vallen, daarna een blokje en vervolgens
(12-18m) wat er gebeurt een bal, om te kijken wat er gebeurt.
Geïnterioriseerde = gaat handelingen in gedachten Het kind draait het puzzelstukje eerst in
teriaire circulaire uitproberen, zonder ze eerst daadwerkelijk gedachten om en probeert het daarna op
reacties uit te voeren (mentale voorstelling) de juiste manier.
(18-24m)
, PRE-OPERATIONEEL STADIUM – peuter & kleuter
Verwarring fantasie en werkelijkheid
Peute Animisme of = levensloze objecten lijken Mijn knuffel heeft pijn.
r antropomorfisme gevoelens te hebben
Fysiognomisch = dingen hebben een gezicht, Die wolk is boos, want hij kijkt donker.
waarnemen vaak met duidelijk emotionele
geladenheid
Artificialisme = alles is door iemand De sterren zijn gemaakt door engeltjes.
gemaakt
Kleut Finalisme = alles heeft een bedoeling, Waarom is de maan er? Het regent zodat de
er wie, wat ,waarom, … bloemen kunnen drinken.
Intuïtief denken = hebben direct een Ik ben aan het wenen, maar weet nog niet
Fenomenalistisch antwoord zonder logisch te waarom. Zwarte olijven groeien bij zwarte
e causaliteit redeneren, doet dit op basis mensen.
Vreemde wat het direct ziet of aanvoelt
associatie
Magisch denken = geloven dat Als ik mijn knuffel onder mijn kussen leg, zorgt
gedachten/hanelingen/wensen hij ervoor dat ik goed slaap.
‘bovennatuurlijke’ gevolgen
kunnen hebben (bijgeloof)