2025-2026
S. Timmers
Inhoud
7. Farmacologie
VZC3 | pagina 1
, 7. Farmacologie
7.1 Hemostase
● Hemostase: vasoconstrictie -> aggregatie -> coagulatie -> fibrinolyse.
● Bloedstolsel: trombocyten + fibrine + erytrocyten.
● Aggregatie: vaatcollageen + vWF activeren/ankeren trombocyten; geactiveerde trombocyten
geven o.a. ADP en tromboxaan A2 af en vormen GPIIb/IIIa-receptoren; fibrine vormt netwerk.
● Coagulatie: stollingscascade; factor Xa + Va + fosfolipiden + Ca zetten protrombine om in
trombine; trombine zet fibrinogeen om in fibrine.
● Virchow: verhoogde stolbaarheid, veneuze stase, beschadigde vaatwand. Postop dus verhoogd
tromboserisico.
7.2 Antitrombotica
Anti-aggregantia - acetylsalicylzuur (ASA)
● Indicaties: primaire preventie bij hoog arterieel risico; secundair bij o.a. angor, doorgemaakt
MI/TIA/CVA, perifeer vaatlijden, kleplijden/revascularisatie; acuut MI/onstabiele angor en acuut
ischemisch CVA.
● Werking: remt COX-1 -> minder tromboxaan A2 -> minder stimulatie GPIIb/IIIa en minder stevige
plaatjesprop.
Anticoagulantia
● Heparine: activeert antitrombine -> inactiveert o.a. trombine en factor Xa -> minder omzetting
fibrinogeen naar fibrine.
● Vitamine-K-antagonisten: remmen hepatische synthese van factoren II, VII, IX, X en proteinen C/S.
● Belangrijk: heparines zijn veilig tijdens zwangerschap/borstvoeding; vitamine-K-antagonisten
worden in zwangerschap in principe vermeden.
● Antidotum/beleid bloeding: protamine neutraliseert heparine; bij VKA dosis verminderen, vitamine
K1, PCC/PPSB en vers plasma.
Trombolytica
● Zetten plasminogeen om in plasmine en kunnen recent gevormde stolsels oplossen via
fibrinolyse.
VZC3 | pagina 2