labo
● parathormoon
○ laag: hypoparathyroïdie
○ hoog: vitamine D deficiëntie, pseudohypoparathyroïdie
● vitamine D
○ 25-OH vit D: laag bij alimentaire deficiëntie, beperkte zon
○ 1,25 OH vit D: laag bij renaal falen, hypoparathyroïdie
● fosfaat
○ laag: hypovitaminose D, anti-epileptica
○ hoog: hypoparathyroïdie, nierinsufficiëntie
● andere
○ RBC magnesium, nierfunctie, bloedgassen (alkalose)
Aanpak
Behandeling van hypocalciëmie
preventief
● bv. sparen parathyroïden of auto-transplantatie bij totale thyroïdectomie
oorzaak corrigeren
● correctie hypomagnesiëmie
● stoppen evt. verantwoordelijke medicatie
● fosfaatbinders bij nierinsufficiëntie
aanpak
● asymptomatisch, milde hypocalcemie
○ geen therapie nodig
● symptomatisch
○ elementair calcium 1-2 g/dag
■ calcium-gluconaat of calciumcarbonaat
■ in acute situaties IV geven (traag)
■ CAVE induceert maagzuurproductie → slecht getolereerd
○ vitamine D preparaten
■ vorm en dosis afhankelijk van etiologie
○ evt. thiazide diuretica (want↓ calciurese)
Vitamine D
Colecalciferol of vit D3 (D-cure ®)→ inactief vitD
● principe: sterk verhoogd alimentair aanbod van vit D3
● CAVE onvoldoende bij hypoparathyroidisme, want 1α-hydroxylase activiteit wordt niet gestimuleerd
door afwezige PTH-activiteit
● druppels: 10 ml met 2400 IE/ml
● drinkbare ampullen 25000 IE in ampulle van 1 ml
● indicatie & dosis
○ alimentaire deficiëntie: start 5000 IE/dag, na 6-12 weken 400 IE/dag
148
, ○ malabsorptie: hogere dosissen (titreren)
goedkoop
●
● lang half-leven (30 dagen)
Alfacalcidol of vit D4 (1-alpha Leo ®)→ actief vitD
● principe: renale 1α-hydroxylatie in vivo niet meernodig (hiervoor normaal PTH en goede
nierwerking nodig)
● capsules: 0.25 of 1 µg
● indicatie & dosis
○ hypoparathyroïdie: 0.25-3 µg/dag
○ nierinsufficiëntie: 0.25-3 µg/dag
○ pseudohypoparathyroïdie: 1-4 µg/dag
○ vitamine D deficiëntie type 1: 0.25-1.0 µg/dag
● duur, maar terugbetaald
● snel effect (2-3 dagen), halfleven van 2-3 dagen
Calcitriol of 1,25-OH vit D (Rocaltrol ®)→ actiefvit D
● principe: renale 1α-hydroxylatie en hepatische 25-hydroxylatiein vivo niet meer nodig
● capsules: 0.25-0.5 µg
● indicaties & dosis
○ hypoparathyroidie: 0,5-2 µg/dag
○ nierinsufficiëntie: 0,5-2 µg/dag
○ pseudohypoparathyroidie: 1-3 µg/dag
○ vitamine D-deficiëntie type 1: 0,25-1,0 µg/dag
○ vitamine D-deficiëntie type 2: 30-60 µg/dag
● sneller effect, halfleven van 2-3 dagen
● CAVE risico op hypercalcemie, hypercalciurie
● duur, maar terugbetaald op indicatie
Calcidiol of 25-OH vit D (Dedroogyl ®)→ actief vitD
● 10 ml ampulle met 0.15 mg/ml
● vooral bij leverfalen, malabsorptie
● trager, lang halfleven (15 dagen)
Conclusie
h
● ypocalcemie komt geregeld voor
● te onderscheiden van pseudohypocalcemie (door eiwit tekort)
● vitamine D deficiëntie, nierinsufficiëntie en hypoparathyroidie na heelkunde meest frequente
oorzaken
● te behandelen met calcium en één van de vitamine D preparaten (actief of inactief, afhankelijk van
onderliggende oorzaak)
149
,Adenohypofyse - NFPA & GH-deficiëntie
Hypofysetumoren
prevalentie
● 35-140 cases / 100 000 populatie
● autopsie studies
○ 11% microadenoom (< 10 mm)
○ 0.03% macroadenoom (> 10 mm)
● meest frequente: NFPA en prolactinoma
Pathogenese
1. normale hypofyse
● steeds MRI, enkel CT indien patiënt pacemaker of ander device heeft dat niet compatibel is
met MRI
2. microadenoom (< 10 mm) = nodule in hypofyse
3. macroadenoma (> 10 mm)
4. aggressive adenoma
● klachten
○ door massa-effecten
■ compressie chiasma opticus → bitemporale hemianopsie → blindheid
(zelden)
■ hoofdpijn
■ invasie van sinus cavernosus → compressie van craniale zenuw III - IV - VI →
aangetast oog(lid)bewegingen
■ rhinoliquorroe: typische metaalsmaak, hoog risico op meningitis
○ functionele effecten: verstoorde hormoonproductie in hypofyse
■ lactotrofe cellen: prolactine (PRL)
■ mammosomatotrofe cellen: prolactine & groeihormoon
■ somatotrofe cellen: groeihormoon
■ thyrotrofe cellen: TSH
■ gonadotrofe cellen: FSH & LH
● evaluatie: gezichtsveld manueel beoordelen
effecten op hypofysaire functie
● microadenomen
○ geen effect
○ uitzonderingen
■ hypogonadisme bij prolactinoom
■ ziekte van Cushing
150
, ● macroadenomen
○ prolactinoma, acromegalie …
○ hypopituitarisme: non-functioning pituitary adenoma (NFPA)
■ geen hormoonproductie door adenoom, maar mogelijks wel effect op hormonale
secretie door blokkade van hypofysesteel
■ vaak hypogonadisme en groeihormoon deficiëntie
Approach van NFPA (belangrijk !!)
1. patiënt met pituitary mass
● incidentele MRI-bevinding
● neurologisch
○ bitemporale hemianopsie, hoofdpijn, extraoculaire spierverlamming (n. III, IV, VI)
● endocrien
○ amenorrhea, verminderd libido, infertiliteit, diabetes insipidus, apoplexie (= grote
hemorrhage waardoor hypofyse vernietigd is → hypopituitarism)
● hypofyse hormoon deficiëntie
2. aanpak
● screening van hormoon hypersecretie en hypofyse (dys)functie
● MRI differentiaal diagnose
○ cyste: Rathke cyste, craniopharyngioma, arachnoid / epidermoid …
○ neoplasma: meningioma, chordoma, lymfoma, sarcoma …
○ vasculair: aneurysma, angioma, hematoma …
○ inflammatoir: hypophysitis, amyloïdose, sarcoïdose …
○ infecties: bacterieel, syfilis, tuberculose
○ metastases: borst, long, prostaat …
○ miscellaneous: ectopische hypofyse, fibreuze dysplasie
⇒ zeker zijn dat het een probleem is van de hypofyse
3. non-secreting adenoom
● micro-adenoom
○ observatie indien geen compressieve massa-effecten
○ follow-up met MRI na 6 maand - 1 jaar - 2 jaar - 5 jaar → blijvende follow-up !
○ reassessment indien symptomatisch
● macro-adenoom
○ transsfenoïdale chirurgie
○ jaarlijkse MRI: persisterende / recurrence van massa controleren
○ hormoon replacement indien nodig
151
● parathormoon
○ laag: hypoparathyroïdie
○ hoog: vitamine D deficiëntie, pseudohypoparathyroïdie
● vitamine D
○ 25-OH vit D: laag bij alimentaire deficiëntie, beperkte zon
○ 1,25 OH vit D: laag bij renaal falen, hypoparathyroïdie
● fosfaat
○ laag: hypovitaminose D, anti-epileptica
○ hoog: hypoparathyroïdie, nierinsufficiëntie
● andere
○ RBC magnesium, nierfunctie, bloedgassen (alkalose)
Aanpak
Behandeling van hypocalciëmie
preventief
● bv. sparen parathyroïden of auto-transplantatie bij totale thyroïdectomie
oorzaak corrigeren
● correctie hypomagnesiëmie
● stoppen evt. verantwoordelijke medicatie
● fosfaatbinders bij nierinsufficiëntie
aanpak
● asymptomatisch, milde hypocalcemie
○ geen therapie nodig
● symptomatisch
○ elementair calcium 1-2 g/dag
■ calcium-gluconaat of calciumcarbonaat
■ in acute situaties IV geven (traag)
■ CAVE induceert maagzuurproductie → slecht getolereerd
○ vitamine D preparaten
■ vorm en dosis afhankelijk van etiologie
○ evt. thiazide diuretica (want↓ calciurese)
Vitamine D
Colecalciferol of vit D3 (D-cure ®)→ inactief vitD
● principe: sterk verhoogd alimentair aanbod van vit D3
● CAVE onvoldoende bij hypoparathyroidisme, want 1α-hydroxylase activiteit wordt niet gestimuleerd
door afwezige PTH-activiteit
● druppels: 10 ml met 2400 IE/ml
● drinkbare ampullen 25000 IE in ampulle van 1 ml
● indicatie & dosis
○ alimentaire deficiëntie: start 5000 IE/dag, na 6-12 weken 400 IE/dag
148
, ○ malabsorptie: hogere dosissen (titreren)
goedkoop
●
● lang half-leven (30 dagen)
Alfacalcidol of vit D4 (1-alpha Leo ®)→ actief vitD
● principe: renale 1α-hydroxylatie in vivo niet meernodig (hiervoor normaal PTH en goede
nierwerking nodig)
● capsules: 0.25 of 1 µg
● indicatie & dosis
○ hypoparathyroïdie: 0.25-3 µg/dag
○ nierinsufficiëntie: 0.25-3 µg/dag
○ pseudohypoparathyroïdie: 1-4 µg/dag
○ vitamine D deficiëntie type 1: 0.25-1.0 µg/dag
● duur, maar terugbetaald
● snel effect (2-3 dagen), halfleven van 2-3 dagen
Calcitriol of 1,25-OH vit D (Rocaltrol ®)→ actiefvit D
● principe: renale 1α-hydroxylatie en hepatische 25-hydroxylatiein vivo niet meer nodig
● capsules: 0.25-0.5 µg
● indicaties & dosis
○ hypoparathyroidie: 0,5-2 µg/dag
○ nierinsufficiëntie: 0,5-2 µg/dag
○ pseudohypoparathyroidie: 1-3 µg/dag
○ vitamine D-deficiëntie type 1: 0,25-1,0 µg/dag
○ vitamine D-deficiëntie type 2: 30-60 µg/dag
● sneller effect, halfleven van 2-3 dagen
● CAVE risico op hypercalcemie, hypercalciurie
● duur, maar terugbetaald op indicatie
Calcidiol of 25-OH vit D (Dedroogyl ®)→ actief vitD
● 10 ml ampulle met 0.15 mg/ml
● vooral bij leverfalen, malabsorptie
● trager, lang halfleven (15 dagen)
Conclusie
h
● ypocalcemie komt geregeld voor
● te onderscheiden van pseudohypocalcemie (door eiwit tekort)
● vitamine D deficiëntie, nierinsufficiëntie en hypoparathyroidie na heelkunde meest frequente
oorzaken
● te behandelen met calcium en één van de vitamine D preparaten (actief of inactief, afhankelijk van
onderliggende oorzaak)
149
,Adenohypofyse - NFPA & GH-deficiëntie
Hypofysetumoren
prevalentie
● 35-140 cases / 100 000 populatie
● autopsie studies
○ 11% microadenoom (< 10 mm)
○ 0.03% macroadenoom (> 10 mm)
● meest frequente: NFPA en prolactinoma
Pathogenese
1. normale hypofyse
● steeds MRI, enkel CT indien patiënt pacemaker of ander device heeft dat niet compatibel is
met MRI
2. microadenoom (< 10 mm) = nodule in hypofyse
3. macroadenoma (> 10 mm)
4. aggressive adenoma
● klachten
○ door massa-effecten
■ compressie chiasma opticus → bitemporale hemianopsie → blindheid
(zelden)
■ hoofdpijn
■ invasie van sinus cavernosus → compressie van craniale zenuw III - IV - VI →
aangetast oog(lid)bewegingen
■ rhinoliquorroe: typische metaalsmaak, hoog risico op meningitis
○ functionele effecten: verstoorde hormoonproductie in hypofyse
■ lactotrofe cellen: prolactine (PRL)
■ mammosomatotrofe cellen: prolactine & groeihormoon
■ somatotrofe cellen: groeihormoon
■ thyrotrofe cellen: TSH
■ gonadotrofe cellen: FSH & LH
● evaluatie: gezichtsveld manueel beoordelen
effecten op hypofysaire functie
● microadenomen
○ geen effect
○ uitzonderingen
■ hypogonadisme bij prolactinoom
■ ziekte van Cushing
150
, ● macroadenomen
○ prolactinoma, acromegalie …
○ hypopituitarisme: non-functioning pituitary adenoma (NFPA)
■ geen hormoonproductie door adenoom, maar mogelijks wel effect op hormonale
secretie door blokkade van hypofysesteel
■ vaak hypogonadisme en groeihormoon deficiëntie
Approach van NFPA (belangrijk !!)
1. patiënt met pituitary mass
● incidentele MRI-bevinding
● neurologisch
○ bitemporale hemianopsie, hoofdpijn, extraoculaire spierverlamming (n. III, IV, VI)
● endocrien
○ amenorrhea, verminderd libido, infertiliteit, diabetes insipidus, apoplexie (= grote
hemorrhage waardoor hypofyse vernietigd is → hypopituitarism)
● hypofyse hormoon deficiëntie
2. aanpak
● screening van hormoon hypersecretie en hypofyse (dys)functie
● MRI differentiaal diagnose
○ cyste: Rathke cyste, craniopharyngioma, arachnoid / epidermoid …
○ neoplasma: meningioma, chordoma, lymfoma, sarcoma …
○ vasculair: aneurysma, angioma, hematoma …
○ inflammatoir: hypophysitis, amyloïdose, sarcoïdose …
○ infecties: bacterieel, syfilis, tuberculose
○ metastases: borst, long, prostaat …
○ miscellaneous: ectopische hypofyse, fibreuze dysplasie
⇒ zeker zijn dat het een probleem is van de hypofyse
3. non-secreting adenoom
● micro-adenoom
○ observatie indien geen compressieve massa-effecten
○ follow-up met MRI na 6 maand - 1 jaar - 2 jaar - 5 jaar → blijvende follow-up !
○ reassessment indien symptomatisch
● macro-adenoom
○ transsfenoïdale chirurgie
○ jaarlijkse MRI: persisterende / recurrence van massa controleren
○ hormoon replacement indien nodig
151