Week 1 - Observatie, klachtenanamnese en intelligentieonderzoek
Hoofdstuk Diagnostiek
Inleiding
Diagnostisch proces bestaat uit twee onderdelen
1) Diagnostisch onderzoek: verkrijgen van info over klachten en symptomen
2) Stellen van diagnose: maken van samenvattende conclusie
Meerdere informatiebronnen
Het is belangrijk om informatie vanuit verschillende bronnen te krijgen om een goed beeld te krijgen van de
problemen. De vier belangrijkste zijn
1) Ouders
2) Leerkrachten
3) Kinderen en jeugdigen zelf
4) Hulpverleners
Hoe wordt diagnostische informatie verkregen?
Het is een proces van opsporen van kenmerken die het ene individu onderscheiden van andere individuen (bv
probleemgedrag, cognitieve functies, lichamelijke afwijkingen). Er zijn drie methoden om diagnostische gegevens
te verkrijgen
1) Ongestructureerd methoden: bv een gesprek of observaties
2) Gestructureerde methoden: bv vragenlijsten, gestandaardiseerde interviews of gestandaardiseerde
observaties
3) Gestandaardiseerde tests of onderzoeken: bv algemeen lichamelijk en neurologisch onderzoek,
psychologische test of technisch onderzoek
Onderdelen van het diagnostisch onderzoek
Het onderzoek bestaat uit vijf componenten verdeeld over drie informatiebronnen
Het hulpverleningsproces
● Bespreken van onderdelen en methoden
van het diagnostisch onderzoek
● Volgorde van verschillende stappen van
verzamelen van info en opstellen van
diagnostische formulering
● Evalueren van behandeling en uitkomst
1
,De aanmelding
Het zijn meestal de ouders of de leerkracht die de noodzaak om gespecialiseerde hulp te zoeken aangeven. Voor
kinderen tussen 12-16 jaar is zowel instemming van het kind als van de ouders wettelijk, na 16 jaar kan een
jeugdige geheel zelfstandig hulp zoeken
De hulpvraag en het uitdiepen van de hoofdklacht
Eerst wordt de reden van komst gevraagd (waarom wordt voor dit kind/jeugdige en juist op dit moment hulp
gevraagd?). Het is belangrijk om beeld te krijgen van de ernst en acuutheid van de problemen. Samengevat
komen in een eerste contact de volgende aspecten aan de orde
● Aanleiding voor zoeken van hulp
● Schatten van aard en ernst van problemen
● Hoe acuut zijn de problemen
● Wat is het effect van de problemen op het functioneren van het kind op school, in het gezin en met
leeftijdgenoten
● Reactie van omgeving op probleemgedrag
● Beloop van problemen in de tijd
● Aanwezigheid van eventueel oorzakelijke, luxerende of in stand houdende of bevorderende factoren
● Wat hebben ouders of school al aan de problemen gedaan
● Vragen naar eerdere hulpverleningscontacten
● Vragen wat de verwachtingen zijn van de hulpverlening
● Inwinnen van info bij eerdere hulpverleners of leerkracht
● Uitleg geven over volgende gesprekken of onderzoeken
Vragenlijsten
Over het algemeen hebben hulpverleners een voorkeur voor het directe contact met ouders, gezin, kind of
jeugdige in de vorm van een gesprek. Voor het verkrijgen van betrouwbare en valide informatie hebben
gestandaardiseerde methoden echter de voorkeur
● Voordelen: gemakkelijk af te nemen, goedkoop, snel veel informatie
● Nadeel: er kan niet direct worden doorgevraagd op antwoorden, problemen die niet in de vragenlijst
staan vermeld komen niet aan de orde
Er zijn twee soorten vragenlijsten
1) Generieke vragenlijsten: kan een breed scala aan problemen mee worden vastgesteld
2) Vragenlijsten die gericht zijn op een specifiek gebied van problemen
Twee internationaal veel gebruikte generieke vragenlijsten
1) Achenbach System of Empirically Based Assessment (ASEBA): brengen de vaardigheden in kaart en
bevatten vragen over emotionele en gedragsproblemen
2) Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ)
2
,Diagnostisch onderzoek
Bestaat uit een gesprek met de ouders, een gesprek met het kind of de jeugdige zelf, een gesprek met de
leerkracht en eventueel uit het afnemen van tests
Gesprek met ouders
Wordt gebruikt om drie aspecten uit te diepen
1) Ontwikkelingsanamnese: de meeste problemen ontstaan niet plotseling maar door voorlopers → geeft
info over mogelijke etiologische factoren
2) Huidig functioneren van kind/jeugdige: niet alleen de hoofdklacht staat centraal, maar ook de sterke
kanten van het functioneren worden nagevraagd
3
, 3) Gezins- en familieanamnese
Gesprek met het kind of de jeugdige
Info over functioneren verkrijgen, maar ook zelf de hulpvraag verhelderen. De visie van kind/jeugdige op aard en
oorzaak van de problemen is van belang. Ideeën en verwachtingen over hulp navragen en indruk krijgen van
motivatie van kind/jeugdige om aan behandeling mee te werken
Het gesprek bestaat uit drie componenten
1) Vraaggesprek: hulpvraag, huidig functioneren en motivatie voor behandeling
● School: welke groep? wat vind je het leukst? kun je met je juf/meester opschieten? wat voor
cijfers?
● Vrienden: hoeveel vrienden? waar ken je ze van? wat doen jullie samen? zijn er ook vrienden die
je niet aardig vindt? word je wel eens geplaagd? voel je je wel eens buitengesloten?
● Hobby’s
● Gezin: wie wonen er bij jullie thuis? dieren? hoeveel kamers? krijg je wel eens straf? wat doe je
samen met je ouders?
● Angsten
● Zorgen (piekeren)
● Zelfbeeld: wat vind je van jezelf? waarover ben je het meest trots?
● Stemming: voel je je wel eens rot/verdrietig? wat doe je als je je zo voelt?
● Lichamelijke klachten: heb je wel eens moeilijkheden met slapen? hoe gaat het met eten?
● Agressie en antisociaal gedrag: wat doe je als je je boos voelt? kun jij je moeilijk aan de regels
houden?
● Alcohol, drugs, gokken, gamen: zo ja, hoe vaak? vind je het zelf een probleem?
● Seksualiteit
● Traumata/psychosociale stressoren: heb je ooit iets heel ergs/naars meegemaakt?
2) Geven van opdrachten: bv motoriekopdrachten, laten maken van een tekening of puzzel
4
Hoofdstuk Diagnostiek
Inleiding
Diagnostisch proces bestaat uit twee onderdelen
1) Diagnostisch onderzoek: verkrijgen van info over klachten en symptomen
2) Stellen van diagnose: maken van samenvattende conclusie
Meerdere informatiebronnen
Het is belangrijk om informatie vanuit verschillende bronnen te krijgen om een goed beeld te krijgen van de
problemen. De vier belangrijkste zijn
1) Ouders
2) Leerkrachten
3) Kinderen en jeugdigen zelf
4) Hulpverleners
Hoe wordt diagnostische informatie verkregen?
Het is een proces van opsporen van kenmerken die het ene individu onderscheiden van andere individuen (bv
probleemgedrag, cognitieve functies, lichamelijke afwijkingen). Er zijn drie methoden om diagnostische gegevens
te verkrijgen
1) Ongestructureerd methoden: bv een gesprek of observaties
2) Gestructureerde methoden: bv vragenlijsten, gestandaardiseerde interviews of gestandaardiseerde
observaties
3) Gestandaardiseerde tests of onderzoeken: bv algemeen lichamelijk en neurologisch onderzoek,
psychologische test of technisch onderzoek
Onderdelen van het diagnostisch onderzoek
Het onderzoek bestaat uit vijf componenten verdeeld over drie informatiebronnen
Het hulpverleningsproces
● Bespreken van onderdelen en methoden
van het diagnostisch onderzoek
● Volgorde van verschillende stappen van
verzamelen van info en opstellen van
diagnostische formulering
● Evalueren van behandeling en uitkomst
1
,De aanmelding
Het zijn meestal de ouders of de leerkracht die de noodzaak om gespecialiseerde hulp te zoeken aangeven. Voor
kinderen tussen 12-16 jaar is zowel instemming van het kind als van de ouders wettelijk, na 16 jaar kan een
jeugdige geheel zelfstandig hulp zoeken
De hulpvraag en het uitdiepen van de hoofdklacht
Eerst wordt de reden van komst gevraagd (waarom wordt voor dit kind/jeugdige en juist op dit moment hulp
gevraagd?). Het is belangrijk om beeld te krijgen van de ernst en acuutheid van de problemen. Samengevat
komen in een eerste contact de volgende aspecten aan de orde
● Aanleiding voor zoeken van hulp
● Schatten van aard en ernst van problemen
● Hoe acuut zijn de problemen
● Wat is het effect van de problemen op het functioneren van het kind op school, in het gezin en met
leeftijdgenoten
● Reactie van omgeving op probleemgedrag
● Beloop van problemen in de tijd
● Aanwezigheid van eventueel oorzakelijke, luxerende of in stand houdende of bevorderende factoren
● Wat hebben ouders of school al aan de problemen gedaan
● Vragen naar eerdere hulpverleningscontacten
● Vragen wat de verwachtingen zijn van de hulpverlening
● Inwinnen van info bij eerdere hulpverleners of leerkracht
● Uitleg geven over volgende gesprekken of onderzoeken
Vragenlijsten
Over het algemeen hebben hulpverleners een voorkeur voor het directe contact met ouders, gezin, kind of
jeugdige in de vorm van een gesprek. Voor het verkrijgen van betrouwbare en valide informatie hebben
gestandaardiseerde methoden echter de voorkeur
● Voordelen: gemakkelijk af te nemen, goedkoop, snel veel informatie
● Nadeel: er kan niet direct worden doorgevraagd op antwoorden, problemen die niet in de vragenlijst
staan vermeld komen niet aan de orde
Er zijn twee soorten vragenlijsten
1) Generieke vragenlijsten: kan een breed scala aan problemen mee worden vastgesteld
2) Vragenlijsten die gericht zijn op een specifiek gebied van problemen
Twee internationaal veel gebruikte generieke vragenlijsten
1) Achenbach System of Empirically Based Assessment (ASEBA): brengen de vaardigheden in kaart en
bevatten vragen over emotionele en gedragsproblemen
2) Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ)
2
,Diagnostisch onderzoek
Bestaat uit een gesprek met de ouders, een gesprek met het kind of de jeugdige zelf, een gesprek met de
leerkracht en eventueel uit het afnemen van tests
Gesprek met ouders
Wordt gebruikt om drie aspecten uit te diepen
1) Ontwikkelingsanamnese: de meeste problemen ontstaan niet plotseling maar door voorlopers → geeft
info over mogelijke etiologische factoren
2) Huidig functioneren van kind/jeugdige: niet alleen de hoofdklacht staat centraal, maar ook de sterke
kanten van het functioneren worden nagevraagd
3
, 3) Gezins- en familieanamnese
Gesprek met het kind of de jeugdige
Info over functioneren verkrijgen, maar ook zelf de hulpvraag verhelderen. De visie van kind/jeugdige op aard en
oorzaak van de problemen is van belang. Ideeën en verwachtingen over hulp navragen en indruk krijgen van
motivatie van kind/jeugdige om aan behandeling mee te werken
Het gesprek bestaat uit drie componenten
1) Vraaggesprek: hulpvraag, huidig functioneren en motivatie voor behandeling
● School: welke groep? wat vind je het leukst? kun je met je juf/meester opschieten? wat voor
cijfers?
● Vrienden: hoeveel vrienden? waar ken je ze van? wat doen jullie samen? zijn er ook vrienden die
je niet aardig vindt? word je wel eens geplaagd? voel je je wel eens buitengesloten?
● Hobby’s
● Gezin: wie wonen er bij jullie thuis? dieren? hoeveel kamers? krijg je wel eens straf? wat doe je
samen met je ouders?
● Angsten
● Zorgen (piekeren)
● Zelfbeeld: wat vind je van jezelf? waarover ben je het meest trots?
● Stemming: voel je je wel eens rot/verdrietig? wat doe je als je je zo voelt?
● Lichamelijke klachten: heb je wel eens moeilijkheden met slapen? hoe gaat het met eten?
● Agressie en antisociaal gedrag: wat doe je als je je boos voelt? kun jij je moeilijk aan de regels
houden?
● Alcohol, drugs, gokken, gamen: zo ja, hoe vaak? vind je het zelf een probleem?
● Seksualiteit
● Traumata/psychosociale stressoren: heb je ooit iets heel ergs/naars meegemaakt?
2) Geven van opdrachten: bv motoriekopdrachten, laten maken van een tekening of puzzel
4