Hoofdstuk 1: kennismaking met burgerlijk procesrecht
Publiekrecht (strafrecht, bestuursrecht en.) is overheid en burger en privaatrecht (verbintissenrecht,
arbeidsrecht, ondernemingsrecht enz.) gaat over burgers onderling.
- Als Kim een telefoon koopt bij Ben zijn beide partijen gebonden aan rechten en plichten, de rechten
worden bepaald door de overeenkomst en het BW. Het privaatrecht bevat grotendeels regelend
recht, dit betekend dat de rechter bij een geschil eerst kijkt naar de afspraken tussen de partijen en
daarna naar de aanvullende regels van het BW.
Het materiële burgerlijk recht bevat inhoudelijke rechten en plichten: rechtsregels om situaties
juridisch te definiëren en te kwalificeren.
- De rechten en plichten die Kim en Ben hebben. Kim heeft op grond van het materiële recht, recht
op een telefoon die deugdelijk functioneert.
Het formeel burgerlijk recht gaat over welke procedure je moet volgen. Dit recht noem je ook wel
burgerlijk procesrecht.
- Samenvattend: het burgerlijk procesrecht omdat vormvoorschriften en procedureregels waarmee
in een civiele procedure door een persoon diens materiële rechten en plichten kunnen worden
geëffectueerd, vastgesteld, tot stand gebracht, gewijzigd en beëindig.
Het procesrecht heeft een aantal belangrijke functies
1. Het handhaven en beïnvloeden van materiële burgerlijke rechten en plichten: de rechter die een
doe het zelf zaak verplicht iets te leveren zoals het is afgesproken, de rechter kan vaderschap vast
stellen waardoor rechten en plichten ontstaan tussen vader en kind, vruchtgebruik erkennen de
erfgenamen niet de rechter kan dan vaststellen dat dit wel zo is. De rechter kan ook een
koopovereenkomst wijzigen, doordat iemand iets voor een veelste lagen prijs heeft verkocht omdat
hij op dat moment depressief was. De rechter kan de koper dan meer later betalen.
2. Voorkomen van een gerechtelijke procedure: dit is een preventieve functie. Het uitbrengen van
een dagvaarding is zo'n voorbeeld. Onder dreiging van een gerechtelijke procedure zijn burgers vaak
bereid om alsnog vrijwillig hun plichten te vervullen. Rechtsbijstandverleners onderhandelen vaak
over geschillen.
3. Voorkomen van eigenrichting: dit houdt in dat een persoon zelf en met eigen middelen zijn recht
gaat halen zonder hulp van de overheid en zonder dat hem daartoe een wettelijke bevoegdheid is
gegeven. Doordat het procesrecht middelen tot handhaving van de civiele rechtsorde ter beschikking
stelt, wordt eigenrichting zo veel mogelijk voorkomen. Eigenrichting noem je ook wel oog om oog
tand om tand.
Bronnen: de belangrijkste wetten voor het burgerlijk procesrecht zijn het Wetboek van burgerlijke
rechtsvordering (Rv) en de Wet op de rechtelijke organisatie (Wet RO). Verdragen spelen een
belangrijke rol bij de tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken in het buitenland en het
betekenen van dagvaardingen aan een gedaagde die in het buitenland woont. Ook artikel 6 van het
EVRM dat gaat over een eerlijke proces speelt een belangrijke rol.
* Rv beschrijft concrete regels voor het voeren van een procedure bij de burgerlijke rechter. Op
welke wijze je een zaak voor de civiele rechter moet brengen en aan welke regels de betrokken
partijen zich houden. Het Rv geeft een wettelijk kader. Oor het procederen bij de rechtbank, hof en
de hoge raad.
,Boek 1: gaat over de manier waarop bij de rechter moet worden geprocedeerd en aan welke
voorschriften procedures moeten voldoen.
Boek 2: betreft de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke
akten.
Boek 3: gaat over specifieke procedurevoorschriften voor bepaalde zaken, zoals de wijze van
procederen in verkeerszaken, nalatenschapszaken en conservatoir beslag.
Boek 4: regels over arbitrage
- Er bestaan ook procesreglementen bij verschillende gerechtelijke instanties, zoals het landelijk
procesregelement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbank en het landelijk procesregelement
voor civiele rol van de kantonsectoren.
In deze reglementen staan nadere invullingen en praktische toepassingen van bepaalde regels uit de
Rv. De Rv geeft kaders en schept ruimte en de reglementen vullen deze in.
* In de Wet RO staat hoe de rechterlijke macht in Nederland is georganiseerd.
* De EEX-verordening is van de EU. Een besluit hiervan is rechtstreeks van toepassing in alle
lidstaten en is algemeen verbindend van kracht. In de verordening staat welke rechter in burgerlijke
en handelszaken in een Europees conflict bevoegd is en op welke manier uitspraken van
buitenlandse rechters in andere lidstaten erkend en uitgevoerd worden.
* Het bewijsverdrag is een verdrag waarbij 43 landen partij zijn en dat tot stand is gekomen in het
kader van de Haagse Conferentie inzake Internationaal Privaatrecht. Het doel is de wederzijdse
samenwerking op het gebied van rechtshulpverlening in burgerlijke en handelszaken te verbeteren.
* De EG-Bewijsverordening ziet op dezelfde materie als het bewijsverdrag. Hij gaat alleen specifiek
over de verkrijging van bewijs. Een ander verschil is de werkingssfeer, hij geldt namelijk alleen voor
EU lidstaten.
* Het doel van het Haagse Betekeningsverdrag is de onderlinge rechtshulp, vooral op het gebied van
de betekening of kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken, te verbeteren.
* EG-Betekenisverordening ziet op dezelfde materie toe ala het Haagse verdrag, alleen geldt deze
alleen binnen de EU.
* Het EVRM is tot stand gekomen binnen de raad van Europa met als doel het bereiken van een
grotere eenheid tussen lidstaten door het handhaven en verder verwezenlijken van de rechten van
de mens en de fundamentele vrijheden. Als uitgangspunt voor het EVRM heeft de raad van Europa
de universele verklaring van de rechten van de mens gekozen. (Artikel 6)
De algemene uitgangspunten worden gevormd door algemene rechtsbeginselen en voorschriften
voor procedures. Het is een leidraad voor de rechter en voor de procespartij zorgen ze voor een
eerlijk proces.
- Recht op rechtspraak en rechtsbijstand: iedereen moet een geschil kunnen voorleggen aan een
overheidsrechter en iedereen heeft recht op juridische bijstand. Gevolg is het toegangsprincipe:
iedereen moet hier toegang tot hebben. Minder daadkrachtige hebben daarom recht op
gesubsidieerde rechtsbijstand, de overheid zegt hun een advocaat toe. De staat betaald hem en de
burger doet slechts een eigen bijdrage.
- Onafhankelijke en onpartijdige rechter: de rechter is geen verantwoording verschuldigd aan de
overheid of collega rechter. Onpartijdig houdt in dat de rechter oordeelt zonder zich te laten leiden
door een persoon. Hij moet objectief en onbevooroordeeld oordelen.
Als een partij denkt dat die niet het geval is kan hij een wraking doen. Is de rechter zelf van mening
dat hij in een zaak niet onpartijdig kan zijn, kan hij zich laten vervangen door een andere rechter. Dit
noem je verschoning.
- Hoor en wederhoor: beide partijen moeten de gelegenheid krijgen om hun standpunten naar voren
te brengen. Schending van het beginsel levert essentieel vormverzuim op, volgens rechtspraak van
, de hoge raad. Dit kan er toe leiden dat een partij die niet in hoger beroep kon aangezien de vordering
minder was dan 1.750 dit toch kan wegens schending van het beginsel.
- Behandeling en beslissing binnen redelijke termijn: de rechter en partijen waken tegen onredelijke
vertraging van de procedure. Voor het indienen van processtukken heb je bij civiele zaken 6 weken
en bij kanton 4.
- Openbaarheid van zitting en uitspraak: een uitzondering kan worden gemaakt wanneer de goede
zeden, de openbare orde, de nationale veiligheid, de belangen van minderjarige of de bescherming
van het privéleven van de partijen besloten behandeling noodzakelijk maakt. Ook moet de uitspraak
in het openbaar plaatsvinden, hier kan geen uitzondering op worden gemaakt. Doen van uitspraak
betekend dat de rechter schriftelijk uitspraak heeft gedaan en dat deze beschikbaar zijn voor de
betrokken partijen.
- Motiveringsbeginsel: de rechter moet zijn uitspraak motiveren. Art 30 Rv, art 121 Gw en art 5 lid 1
wet RO
- Geen rechtsweigering en volledige beslissing: de rechter moet beslissing over het voorgelegde
geschil. Hij mag niet weigeren uitspraak te doen. Ook moet de eindbeslissing volledig zijn en ingaan
op alle geschilpunten.
- Beginsel van partijautonomie: de grondslag voor de beslissing van de rechter wordt gevormd door
de stellingen van de procespartijen. De burgerlijke rechter is lijdelijk. De rechter kan om die reden
ook niet meer of iets anders toewijzen dan hetgeen dat eiser heeft gevorderd. Dit beginsel heet ook
wel lijdelijkheidsbeginsel.
- Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden: als het nodig is moet de rechter de gronden aanvullen.
Als een partij zijn vordering of verweer baseert op een onjuiste rechtsgrondslag, dan moet de rechter
de juiste grond aangeven. Voorwaarde is wel dat de partij voldoende feiten en omstandigheden
aanvoert om de juiste grond te kunnen onderbouwen, de rechter mag geen feiten aanvullen.
Hoofdstuk 2: deelnemers aan het burgerlijk procesrecht
Als er geen dagvaarding wordt uitgebracht door de eisende partij zou er geen procedure zijn. Het
zijn de partijen die bepalen of en waarover wordt geproduceerd.
Aan civiele produceren kunnen natuurlijke en rechtspersonen deelnemen. Ik ben een natuurlijk
persoon en de gemeente of provincie is een rechtspersoon (publiekrechtelijke rechtspersonen) en de
NV's en BV's (privaatrechtelijke rechtspersonen).
- De ondernemingsraad is geen natuurlijke persoon en geen rechtspersoon, heeft hij toch
procesbevoegdheid. Vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschap en de maatschap
hebben ook procesbelang terwijl ze geen rechtspersoon of natuurlijk persoon zijn. (Art 51 Rv)
Als een natuurlijk persoon niet handelingsbekwaam is moet hij worden vertegenwoordigd.
Bijvoorbeeld omdat hij minderjarig is of onder curatele staat.
In geval van vertegenwoordiging noemen we de vertegenwoordig de formele procespartij. De geen
die wordt vertegenwoordigd is de materiële procespartij. De formele partij neemt beslissingen en de
procedure wordt op zijn naam gevoerd.
Een rechtspersoon (papieren constructie) kan niet zelf procederen, daarom moet hij zich laten
vertegenwoordigen door een natuurlijk persoon. Bijvoorbeeld bij de gemeente de burgermeester en
bij een BV de bestuurder hiervan.
De vertegenwoordiger van een rechtspersoon wordt door het verrichten van feitelijke
proceshandelingen geen formele partij. De procedure wordt ondanks de vertegenwoordiging op
Publiekrecht (strafrecht, bestuursrecht en.) is overheid en burger en privaatrecht (verbintissenrecht,
arbeidsrecht, ondernemingsrecht enz.) gaat over burgers onderling.
- Als Kim een telefoon koopt bij Ben zijn beide partijen gebonden aan rechten en plichten, de rechten
worden bepaald door de overeenkomst en het BW. Het privaatrecht bevat grotendeels regelend
recht, dit betekend dat de rechter bij een geschil eerst kijkt naar de afspraken tussen de partijen en
daarna naar de aanvullende regels van het BW.
Het materiële burgerlijk recht bevat inhoudelijke rechten en plichten: rechtsregels om situaties
juridisch te definiëren en te kwalificeren.
- De rechten en plichten die Kim en Ben hebben. Kim heeft op grond van het materiële recht, recht
op een telefoon die deugdelijk functioneert.
Het formeel burgerlijk recht gaat over welke procedure je moet volgen. Dit recht noem je ook wel
burgerlijk procesrecht.
- Samenvattend: het burgerlijk procesrecht omdat vormvoorschriften en procedureregels waarmee
in een civiele procedure door een persoon diens materiële rechten en plichten kunnen worden
geëffectueerd, vastgesteld, tot stand gebracht, gewijzigd en beëindig.
Het procesrecht heeft een aantal belangrijke functies
1. Het handhaven en beïnvloeden van materiële burgerlijke rechten en plichten: de rechter die een
doe het zelf zaak verplicht iets te leveren zoals het is afgesproken, de rechter kan vaderschap vast
stellen waardoor rechten en plichten ontstaan tussen vader en kind, vruchtgebruik erkennen de
erfgenamen niet de rechter kan dan vaststellen dat dit wel zo is. De rechter kan ook een
koopovereenkomst wijzigen, doordat iemand iets voor een veelste lagen prijs heeft verkocht omdat
hij op dat moment depressief was. De rechter kan de koper dan meer later betalen.
2. Voorkomen van een gerechtelijke procedure: dit is een preventieve functie. Het uitbrengen van
een dagvaarding is zo'n voorbeeld. Onder dreiging van een gerechtelijke procedure zijn burgers vaak
bereid om alsnog vrijwillig hun plichten te vervullen. Rechtsbijstandverleners onderhandelen vaak
over geschillen.
3. Voorkomen van eigenrichting: dit houdt in dat een persoon zelf en met eigen middelen zijn recht
gaat halen zonder hulp van de overheid en zonder dat hem daartoe een wettelijke bevoegdheid is
gegeven. Doordat het procesrecht middelen tot handhaving van de civiele rechtsorde ter beschikking
stelt, wordt eigenrichting zo veel mogelijk voorkomen. Eigenrichting noem je ook wel oog om oog
tand om tand.
Bronnen: de belangrijkste wetten voor het burgerlijk procesrecht zijn het Wetboek van burgerlijke
rechtsvordering (Rv) en de Wet op de rechtelijke organisatie (Wet RO). Verdragen spelen een
belangrijke rol bij de tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken in het buitenland en het
betekenen van dagvaardingen aan een gedaagde die in het buitenland woont. Ook artikel 6 van het
EVRM dat gaat over een eerlijke proces speelt een belangrijke rol.
* Rv beschrijft concrete regels voor het voeren van een procedure bij de burgerlijke rechter. Op
welke wijze je een zaak voor de civiele rechter moet brengen en aan welke regels de betrokken
partijen zich houden. Het Rv geeft een wettelijk kader. Oor het procederen bij de rechtbank, hof en
de hoge raad.
,Boek 1: gaat over de manier waarop bij de rechter moet worden geprocedeerd en aan welke
voorschriften procedures moeten voldoen.
Boek 2: betreft de gerechtelijke tenuitvoerlegging van vonnissen, beschikkingen en authentieke
akten.
Boek 3: gaat over specifieke procedurevoorschriften voor bepaalde zaken, zoals de wijze van
procederen in verkeerszaken, nalatenschapszaken en conservatoir beslag.
Boek 4: regels over arbitrage
- Er bestaan ook procesreglementen bij verschillende gerechtelijke instanties, zoals het landelijk
procesregelement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbank en het landelijk procesregelement
voor civiele rol van de kantonsectoren.
In deze reglementen staan nadere invullingen en praktische toepassingen van bepaalde regels uit de
Rv. De Rv geeft kaders en schept ruimte en de reglementen vullen deze in.
* In de Wet RO staat hoe de rechterlijke macht in Nederland is georganiseerd.
* De EEX-verordening is van de EU. Een besluit hiervan is rechtstreeks van toepassing in alle
lidstaten en is algemeen verbindend van kracht. In de verordening staat welke rechter in burgerlijke
en handelszaken in een Europees conflict bevoegd is en op welke manier uitspraken van
buitenlandse rechters in andere lidstaten erkend en uitgevoerd worden.
* Het bewijsverdrag is een verdrag waarbij 43 landen partij zijn en dat tot stand is gekomen in het
kader van de Haagse Conferentie inzake Internationaal Privaatrecht. Het doel is de wederzijdse
samenwerking op het gebied van rechtshulpverlening in burgerlijke en handelszaken te verbeteren.
* De EG-Bewijsverordening ziet op dezelfde materie als het bewijsverdrag. Hij gaat alleen specifiek
over de verkrijging van bewijs. Een ander verschil is de werkingssfeer, hij geldt namelijk alleen voor
EU lidstaten.
* Het doel van het Haagse Betekeningsverdrag is de onderlinge rechtshulp, vooral op het gebied van
de betekening of kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken, te verbeteren.
* EG-Betekenisverordening ziet op dezelfde materie toe ala het Haagse verdrag, alleen geldt deze
alleen binnen de EU.
* Het EVRM is tot stand gekomen binnen de raad van Europa met als doel het bereiken van een
grotere eenheid tussen lidstaten door het handhaven en verder verwezenlijken van de rechten van
de mens en de fundamentele vrijheden. Als uitgangspunt voor het EVRM heeft de raad van Europa
de universele verklaring van de rechten van de mens gekozen. (Artikel 6)
De algemene uitgangspunten worden gevormd door algemene rechtsbeginselen en voorschriften
voor procedures. Het is een leidraad voor de rechter en voor de procespartij zorgen ze voor een
eerlijk proces.
- Recht op rechtspraak en rechtsbijstand: iedereen moet een geschil kunnen voorleggen aan een
overheidsrechter en iedereen heeft recht op juridische bijstand. Gevolg is het toegangsprincipe:
iedereen moet hier toegang tot hebben. Minder daadkrachtige hebben daarom recht op
gesubsidieerde rechtsbijstand, de overheid zegt hun een advocaat toe. De staat betaald hem en de
burger doet slechts een eigen bijdrage.
- Onafhankelijke en onpartijdige rechter: de rechter is geen verantwoording verschuldigd aan de
overheid of collega rechter. Onpartijdig houdt in dat de rechter oordeelt zonder zich te laten leiden
door een persoon. Hij moet objectief en onbevooroordeeld oordelen.
Als een partij denkt dat die niet het geval is kan hij een wraking doen. Is de rechter zelf van mening
dat hij in een zaak niet onpartijdig kan zijn, kan hij zich laten vervangen door een andere rechter. Dit
noem je verschoning.
- Hoor en wederhoor: beide partijen moeten de gelegenheid krijgen om hun standpunten naar voren
te brengen. Schending van het beginsel levert essentieel vormverzuim op, volgens rechtspraak van
, de hoge raad. Dit kan er toe leiden dat een partij die niet in hoger beroep kon aangezien de vordering
minder was dan 1.750 dit toch kan wegens schending van het beginsel.
- Behandeling en beslissing binnen redelijke termijn: de rechter en partijen waken tegen onredelijke
vertraging van de procedure. Voor het indienen van processtukken heb je bij civiele zaken 6 weken
en bij kanton 4.
- Openbaarheid van zitting en uitspraak: een uitzondering kan worden gemaakt wanneer de goede
zeden, de openbare orde, de nationale veiligheid, de belangen van minderjarige of de bescherming
van het privéleven van de partijen besloten behandeling noodzakelijk maakt. Ook moet de uitspraak
in het openbaar plaatsvinden, hier kan geen uitzondering op worden gemaakt. Doen van uitspraak
betekend dat de rechter schriftelijk uitspraak heeft gedaan en dat deze beschikbaar zijn voor de
betrokken partijen.
- Motiveringsbeginsel: de rechter moet zijn uitspraak motiveren. Art 30 Rv, art 121 Gw en art 5 lid 1
wet RO
- Geen rechtsweigering en volledige beslissing: de rechter moet beslissing over het voorgelegde
geschil. Hij mag niet weigeren uitspraak te doen. Ook moet de eindbeslissing volledig zijn en ingaan
op alle geschilpunten.
- Beginsel van partijautonomie: de grondslag voor de beslissing van de rechter wordt gevormd door
de stellingen van de procespartijen. De burgerlijke rechter is lijdelijk. De rechter kan om die reden
ook niet meer of iets anders toewijzen dan hetgeen dat eiser heeft gevorderd. Dit beginsel heet ook
wel lijdelijkheidsbeginsel.
- Ambtshalve aanvulling van rechtsgronden: als het nodig is moet de rechter de gronden aanvullen.
Als een partij zijn vordering of verweer baseert op een onjuiste rechtsgrondslag, dan moet de rechter
de juiste grond aangeven. Voorwaarde is wel dat de partij voldoende feiten en omstandigheden
aanvoert om de juiste grond te kunnen onderbouwen, de rechter mag geen feiten aanvullen.
Hoofdstuk 2: deelnemers aan het burgerlijk procesrecht
Als er geen dagvaarding wordt uitgebracht door de eisende partij zou er geen procedure zijn. Het
zijn de partijen die bepalen of en waarover wordt geproduceerd.
Aan civiele produceren kunnen natuurlijke en rechtspersonen deelnemen. Ik ben een natuurlijk
persoon en de gemeente of provincie is een rechtspersoon (publiekrechtelijke rechtspersonen) en de
NV's en BV's (privaatrechtelijke rechtspersonen).
- De ondernemingsraad is geen natuurlijke persoon en geen rechtspersoon, heeft hij toch
procesbevoegdheid. Vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschap en de maatschap
hebben ook procesbelang terwijl ze geen rechtspersoon of natuurlijk persoon zijn. (Art 51 Rv)
Als een natuurlijk persoon niet handelingsbekwaam is moet hij worden vertegenwoordigd.
Bijvoorbeeld omdat hij minderjarig is of onder curatele staat.
In geval van vertegenwoordiging noemen we de vertegenwoordig de formele procespartij. De geen
die wordt vertegenwoordigd is de materiële procespartij. De formele partij neemt beslissingen en de
procedure wordt op zijn naam gevoerd.
Een rechtspersoon (papieren constructie) kan niet zelf procederen, daarom moet hij zich laten
vertegenwoordigen door een natuurlijk persoon. Bijvoorbeeld bij de gemeente de burgermeester en
bij een BV de bestuurder hiervan.
De vertegenwoordiger van een rechtspersoon wordt door het verrichten van feitelijke
proceshandelingen geen formele partij. De procedure wordt ondanks de vertegenwoordiging op