,Week 1
In het kort: Alternatieve beslechting, beginselen, 6 evrm, hoor en wederhoor en HR Malta
BPR
Het BPR stelt middelen tot handhaving van de privaatrechtelijke rechtsorde ter beschikking
om zo ontoelaatbare eigenrichting tegen te gaan.
- Eigenlijke rechtspraak → geschillen, meestal vermogensrecht =
dagvaardingsprocedure → vonnis (vorderen)
- Oneigenlijke rechtspraak → geen geschil, vooral rechterlijke bemoeienis =
verzoekschriftprocedure → beschikking (verzoeken) = gesloten procedure 261 Rv =
alleen als wet dat zegt.
Materieel en formeel recht
Materiële rechten zijn waardeloos zonder het procesrecht. Het procesrecht bepaalt hoe ver
je rechten kunt afdwingen.
Overheidsrechtspraak
Uitspraak van een civiele rechter levert een executoriale titel op en hiermee kunnen
privaatrechtelijke wordt aangesproken. Overheidsrechtspraak dient meerdere doelen:
- Beoogt eigenrichting te voorkomen
- Bijdragen aan rechtsontwikkeling en rechtseenheid
Procesrechtelijke beginselen zoals hoor en wederhoor (19 Rv), redelijk termijn (20 Rv) en
waarheidsplicht (21 Rv). Partijautonomie en rol van de rechter 23-25 Rv, motiveringsplicht
30 Rv en openbaarheid 27 en 29 Rv.
Fundamentele (procesrechtelijke) beginselen (19-35 Rv)
- Art 6 EVRM geeft recht op een eerlijk proces. Dit geldt tegen de overheid (geen
horizontale werking) bij vaststellen van rechten en plichten. Kernvereisten:
- Toegang tot de rechter
- Eerlijk proces → fair trial
- Hoor en wederhoor 19 Rv
- Equality of arms (gelijke proceskansen, geen partij in het nadeel)
- Motiveringsplicht
- Moet inzicht geven in gedachtegang die aan beslissing ten
grondslag ligt (121 Gw jo 50 RO jo 30,230/287 Rv)
- Openbaarheid
- Redelijk termijn (13 Rv)
- Onafhankelijke/onpartijdige rechter (112Gw jo 116-117 Gw) (anders wraking
36Rv)
- Volledigheids en waarheidsplicht (voor partijen) (21 Rv).
Malta Arrest → (komen we bij kort geding nog terug)
→ EHRM geeft toetsingskader voor 6 EVRM
- Is EVRM van toepassing? Is er toegang tot de rechter? Sprake van eerlijk proces?
Partijautonomie vs rol rechter
Partijen hebben autonomie. Ze starten de procedure, bepalen de omvang van het geschil
en zullen feiten en bewijzen stellen (149 Rv). De rechter heeft het primaat bij aan het
,aanvullen van de rechtsgronden (25 Rv) → partijen behouden hier ook wel autonomie
want rechter mag hun vordering niet op een regel afwijzen die ze niet willen gebruiken. Bij
regels van openbare orde of bescherming moet rechter wel ambtshalve optreden ookal
hebben partijen niet aangevoerd (denk hierbij vooral aan consumentenbescherming).
Rechter kan ook bevelen stukken over te leggen, bewijslevering vragen, het leiden van
getuigenverhoor en onderzoeken bij verstek 22 Rv.
Verboden aanvulling
Hier moet wel expliciet benoemd worden dat de rechter geen feiten mag aanvullen (24
Rv). Wel toegestaan is algemene ervaringsregels en feiten van algemene bekendheid maar
geen feiten en omstandigheden afleiden uit wat in het geding is gebleken die niet ten
grondslag zijn gelegd (wederpartij zou dan ook geen kans hebben tot hoor en wederhoor).
Verplichte procesvertegenwoordiging
- Vaak is advocaat verplicht art 79 Rv om het geordend te laten verlopen.
- Niet verplicht bij bijvoorbeeld kantonrechter 79 lid 1, kort geding bij
voorzieningenrechter (wel voor eiser maar niet voor gedaagde 255 Rv)
ADR = alternatieve geschillenbeslechting
Arbitrage - partijen laten vermogensrechtelijke geschillen beslissen door particuliere
scheidsrechter (arbiters) op basis van de overeenkomst 1020 Rv, niet de wet.
- Voordelen: sneller en flexibel, geen verplichte procesvertegenwoordiging,
deskundigheid en vertrouwelijk. De minimumvoorwaarden voor een eerlijke
procedure gelden niet altijd onverkort (zoals openbaarheid wat hier niet is).
- Nadelen: beperkte rechtsmiddelen en minder waarborgen
Institutional: vaste arbtirage colleges 1020 Rv.
Ad hoc: partijen stellen zelf procesregels op.
Arbitrage moet berusten op instemming van de partijen (moet dus in overeenkomst zijn
bepaald) → soms weet de wederpartij niet dat het in contract staat en komen ze er later
achter → kan toegang beperking zijn tot rechter (6 EVRM). Het kan soms daarom worden
gezien als onredelijk bezwarend en op zwarte lijst 6:236 BW.
Dit mag alleen over rechten die partijen vrij mogen bepalen 1020 lid 3. Geschillen die de
openbare orde raken niet onderworpen (die regels zijn zo fundamenteel dat partijen daar
niet zelf over mogen beslissen. Bij slechts vaststelling (niet perse n geschil) kan ook worden
onderworpen (lid 4).
Arbitraal vonnis → nog geen executoriale titel bij de rechter. Wil je het ten uitvoer leggen
dan moet je naar de voorzieningenrechter 1062 Rv en vragen om een verlof tot
tenuitvoerlegging. Rechter kijkt niet NIET inhoudelijk opnieuw naar de zaak.
- Weigering van verlof → wel hoger beroep mogelijk
- Verlening van verlof → geen rechtsmiddel mogelijk
→ dus de verliezende partij kan weinig doen als verlof wordt gegeven maar de winnende
partij kan wel opkomen tegen weigering = asymmetrisch.
, Arbitraal vonnis vernietigen → 1065 Rv. Het geeft gronden waarop een partij een arbitraal
vonnis kan laten vernietigen bij de gewone rechter. Dit wordt geen inhoudelijke toets maar
het gaat alleen om ernstige gebreken in de totstandkoming.
Controle op arbitrage (door de rechter) ook onderworpen aan 6 EVRM. Vangnetfunctie van
de overheid is noodzakelijk omdat arbitrage geen staatsrechtspraak is. Gewone rechter
toetst bij vernietiging en beslist over tenuitvoerlegging. Als hij een beslissing bekrachtigt die
strijdig is met 6 EVRM schendt hij zelf EVRM. Vangnetfunctie respecteert partijautonomie en
voorkomt misbruik van private geschilbeslechting.
Arbitrage itt overheidsrechtspraak
Onafhankelijk en onpartijdigheid kan soms onder druk te komen staan als een van de
partijen zelf een arbiter aanwijst. Bij overheidsrechtspraak zal dat niet het geval zijn. Hier
kan wel een gevaar voor de belangen van de ene partij zijn. Dit zal ook wel tot gevolg
meebrengen dat de deskundigheid bij de rechter lager ligt op dat vlak dan bij de gekozen
arbiters.
Daarnaast is arbitrage vaak digitaal maar indien dat de enige mogelijkheid is is dat wel
strijdig voor mensen die geen toegang hebben tot het internet en kan schending hoor en
wederhoor zijn → HR Assalani
Soms zijn partijen niet gelijkwaardig aangezien ze niet over dezelfde kennis en middelen
beschikken en dit is een belangrijk aandachtspunt.
Bindend advies
Derde geeft beslissing → partijen zijn gebonden.
Vaststellingsovereenkomst 7:900 BW.
- Geen executoriale titel → arbitraal vonnis wordt bijna niet getoetst en krijgt vaak
gelijke executoriale titel. Bindend advies wordt wel eerst getoetst.
Meditation = bemiddeling door derde (7:401).
Vrijwillig proces waarbij mediator helpt gezamenlijke oplossing te vinden → zonder
rechtszaak. Dit kan een methode zijn om de rechtspraak te ontlasten.
CSW mediation en arbitrage → In dit arrest gaat het om een mediationclausule in een
commerciële overeenkomst. Het hof en de Hoge Raad oordeelden dat de clausule niet
bindend was, omdat de formulering (“zullen oplossen via mediation”) onduidelijk was en
PPSB het redelijkerwijs mocht begrijpen als vrijwillig. Belangrijk leerstuk: bij uitleg van
contracten kijk je naar de bedoeling en redelijke verwachtingen van partijen (Haviltex),
niet alleen naar de letterlijke tekst. Daardoor mocht arbitrage plaatsvinden zonder eerst
mediation te proberen.