Rechtswetenschap
John Locke en Jean-Jacques Rousseau behandelen het maatschappelijk verdrag
als centraal begrip. Zij vinden dat Hobbes een te hoge prijs betaalt voor de
stabiliteit van de staat door alle rechten over te dragen. Daarom komen ze allebei
met een andere theorie, waarbij de mens zijn positie in de natuurtoestand en in
de staat anders is dan bij Hobbes. Ook willen ze allebei dat niet alle rechten
worden overgedragen aan de soeverein. Ze beschrijven waarom vrije individuen
zijn gebonden aan het recht van de staat
Locke
Locke is een natuurrechtsleeraanhanger. Vanuit de natuurtoestand zijn er al
rechten die eenieder, waaronder ook de overheid, dient te respecteren. Als de
regering zich er niet aanhoudt en een inbreuk pleegt op deze onvervreemdbare
natuurlijke rechten, dan mag het volk in opstand komen. Natuurrecht gaat voor
positieve recht en zodoende is hij een natuurrechtsleeraanhanger
Locke’s mensbeeld = volgens Locke bezit de mens, onafhankelijk van enig
staatsverband, al van nature onvervreemdbare en vervreemdbare rechten
De onvervreemdbare (zijn niet overdraagbaar!) rechten die de mens bezit
zijn:
Het recht op leven
Het recht op vrijheid
Het recht op eigendom (bezit)
Deze onvervreemdbare natuurlijke rechten zijn beperkt, want ze eindigen waar
de natuurlijke rechten van leven, vrijheid en bezit van een ander begint
Volgens Locke mag iedereen de natuurlijke rechten handhaven. Dus niet alleen je
eigen natuurlijke rechten, maar ook die van een ander. Als een ander de
natuurwet overtreedt, mag je diegene dus straffen
De vervreemdbare rechten die de mens bezit zijn:
Het recht tot zelfverdediging (tegen degene die de natuurlijke rechten wil
aantasten)
Het recht om te straffen (van de overtreder die de natuurlijke rechten wil
aantasten)
Het recht op schadevergoeding (tegen degene die de natuurlijke rechten
wil aantasten)
Locke’s natuurtoestand, contract & statelijke toestand =
Fase 1 – De natuurtoestand:
De mens beschikt over beperkte onvervreemdbare rechten & over
vervreemdbare rechten. De onvervreemdbare rechten zijn dus beperkt, want
ze eindigen waar de natuurlijke rechten van leven, vrijheid en eigendom van een
ander begint
, In Locke’s natuurtoestand is er dus een natuurwet die zegt dat allen gelijk en
onafhankelijk zijn en dat niemand andermans onvervreemdbare rechten mag
aantasten of inperken
Het recht op leven geldt zolang je anderen niet beperkt in dit recht. Het recht op
vrijheid houdt op zodra die van een ander begint. En het recht op eigendom
(bezit) houdt in dat je genoeg voor anderen moet overlaten.
Binnen de drie onvervreemdbare rechten is er het recht op eigendom (bezit).
Volgens Locke kunnen mensen, in tegenstelling tot Hobbes, al in de natuurrecht
dus eigendom hebben
Locke stelt dat de aarde toebehoort aan de gehele mensengemeenschap, dus
aan iedereen. Eigendom verkrijgen we volgens hem door een stukje van de
aarde te vermengen met arbeid. De arbeid is van jou, want het lichaam
waarmee je de arbeid verricht is van jou. Zodoende, als de mens een appel uit
een boom plukt (arbeid uit eigen lichaam), vermengt hij zijn arbeid met de aarde,
en is de appel zijn eigendom geworden. Dit wordt particulier eigendom
genoemd. Hierbij geldt wel als voorwaarde dat de mens voor anderen “enough
and as good” overlaat
De natuurtoestand kent drie ongemakken. Zij vormen een menselijk
probleem en geen juridisch probleem, want volgens Locke interpreteren de
mensen de natuurwet niet correct. Zij interpreteren het naar eigen voordeel en
zijn dus partijdig. De natuurwet zelf is goed
De drie ongemakken (inconveniences) die zich in de natuurtoestand voordoen
zijn:
1. Mensen weten niet goed wat de natuurwet zegt; er ontbreekt een
wetgever
o De natuurwet moet uitgewerkt worden in echte wetten
2. Er ontbreekt een rechterlijke macht die de natuurwet kan
uitleggen
o Mensen interpreteren de natuurwet in hun eigen voordeel en in
nadeel van een ander; daarom is er een objectieve onpartijdige
uitleginstantie nodig
3. Het is gevaarlijk om de natuurwet te handhaven
o Er ontbreekt een uitvoerende macht
De trias politica (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht) ontbreekt,
waardoor er “ongemakken” zijn. Deze hebben betrekking op het interpreteren,
toepassen en ten uitvoer leggen van het recht. Eenieder bezit de vervreemdbare
rechten en eenieder mag deze dus handhaven. Hierdoor kan je de volle zekerheid
van je leven niet hebben, want de rechten worden niet goed (partijdig)
gehandhaafd
De vervreemdbare rechten kunnen wél worden overgedragen. Hoewel de
natuurtoestand bij Locke geen permanente oorlogstoestand is, kent zij dus wel
ongemakken (“inconveniences”); De waarborging van rechten is onzeker
Er kunnen conflicten ontstaan over de inteperpretatie van het natuurrecht. Het is
onduidelijk welke straf passend is bij een overtreding, en het afdwingen van