FACE = FACILITATING ADJUSTMENT OF COGNITION & EMOTION
I. WAT IS KINDDIAGNOSTIEK?
1. WAT IS KINDDIAGNOSTIEK? PROFESSIONEEL OORDELEN
KINDDIAGNOSTIEK = VAKKUNDIGE
OORDEELSVORMING:
▪ Vanuit vakkennis over kind & context
▪ Met welomschreven professioneel doel
om te:
- Onderkennen/beschrijven (dia)
- Verklaren (gignoskein)
▪ Volgens professionele kwaliteitseisen
evidence-based:
- Transparant
- Toetsbaar
- Reproduceerbaar
2. WELKE VORMEN VAN OORDELEN OMVAT DE DIAGNOSTIEK? IMPLICIET & EXPLICIET
OORDELEN
▪ Definitie expliciet oordelen: Het bewuste proces van denken waarbij je gericht informatie verzamelt, met
professionele technieken, om vragen over de situatie van het kind te beantwoorden.
Voorbeeld: Na de intake formuleert de diagnosticus gerichte hypothesen en kiest ze de CBCL en BRIEF om die te
toetsen.
▪ Definitie impliciet oordelen: Oordelen waarbij je niet verwoordt wat je denkt en hoe je voelt over de
kindsituatie, en waarom.
Voorbeeld: Toon gaat meteen over tot een gedragscontract voor Bram zonder te onderzoeken of de school of het
gezin een rol speelt. Hij oordeelt impliciet dat het kind het probleem ís.
IMPLICIETE OORDELEN EXPLICIETE OORDELEN
Vrij oordelen Systematisch oordelen
≠ planmatig Planmatig
Impliciete informatieverzameling- en verwerking Expliciete informatieverzameling- en verwerking
Welke betrouwbaarheid en validiteit? Betrouwbaar & valide (professioneel)
Impliciet en expliciet oordelen vullen elkaar meestal aan; je kan impliciete oordelen niet uitschakelen.
1
, NIET-PARTICIPERENDE DIAGNOSTIEK PARTICIPERENDE DIAGNOSTIEK
Enkel rol van diagnosticus Rol van diagnosticus + behandelaar (extra
uitdagingen!)
Enkel wanneer je planmatig informatie (systematisch) verzamelt om bewust vragen te beantwoorden kan je
diagnostiek transparant verantwoorden. Deze planmatigheid wordt bevorderd door een niet-participerende rol.
3. WELKE VORMEN VAN MAATSTAVEN OMVAT DE DIAGNOSTIEK?
A. CATEGORISCHE & DIMENSIONELE ORDENING
Beschrijvend = Onderkennend/begrijpend/
DIA verklarend = GIGNOSKEIN
CATEGORISCHE ORDENING:
BVB ADHD DIMENSIONELE ORDENING:
BVB CBCL
▪ Voordelen:
- Totaalbeeld ▪ Voordelen: SKIN
- Communicatie tussen professionals - Subklinische problemen
- Bepalen behandelprotocollen - Inzicht in krachten krachtgericht
werken (veranderingsgericht)
▪ Nadelen: - Inzicht in intensiteit
- Beperkte aandacht context - Gebalanceerd/genuanceerd beeld
- Beperkte aandacht
CORIN
ontwikkelingsvariabiliteit ▪ Nadelen:
- Rekenkundige benadering subklinische - Verlies van overzicht
symptomen worden niet onderkend - Verantwoording nodig (gesprek &
- ≠ Interventiebehoeften observatie)
- Verlies complexiteit & nuance
2
, TRANSCATEGORISCH:
Je gebruikt categorische
diagnostiek wél, maar je
pint je er niet op vast.
Letterlijk betekent "trans-
categorisch" dat je dóór
en over de categorische
labels heen kijkt — naar
het begrip van het kind en
zijn situatie, in plaats van
naar het label alleen.
▪ Definitie transcategorische ordening: Focus op processen bij het kind en zijn omgeving die over individuele
klinische categorieën heen problemen verklaren en bijsturing verdienen in interventie.
Combineert categorische en dimensionele aanpak.
Voorbeeld: Diagnose ODD (categorisch) + CBCL-profiel (dimensioneel) + FACEogram-analyse (transcategorisch)
geven samen een volledig handelingsgericht beeld.
Het stressbalansmodel leert dat een categorische diagnose op zichzelf nooit voldoende is. De zuiver categorische
benadering ("aan/uit"-denken, statisch denken — "PsychoPATHOLOGIE") mist nuance, dynamiek en oog voor
het unieke kind. De transcategorische benadering vangt die beperking op door het label in een breder,
dimensioneel en handelingsgericht kader te plaatsen dat ook context en krachten meeneemt. Het sluit aan bij
neurodiversiteit: neurotypische én atypische ontwikkeling worden gezien als variaties, niet enkel als stoornis-
of-niet.
B. IDEOGRAFISCHE & NOMOTHETISCHE VERGELIJKING
Ipsatief/sign-in
NOMOTHETISCHE VERGELIJKING statistisch IDEOGRAFISCHE VERGELIJKING contextgebonden
criterium criterium
Gestandaardiseerde testen e.d. Belevingsproeven, observaties,
interviews, kindtekeningen, …
▪ Voordelen:
- Bepalen of ontwikkeling/gedrag ▪ Voordelen:
significant afwijkt van norm(aal) - Functioneren kind in eigen context
- Onderbouwen noodzaak interventie - Unieke verhaal v/h kind
▪ Nadelen: ▪ Nadelen:
- Mist unieke context v/h kind - Afwezigheid van vaste/geijkte normen –
- Normgroep moet (demografisch) standaard vergelijkingspunt
representatief zijn - Cognitief-emotionele bias & culturele
bias
▪ Hoe gaan we te werk in de praktijk?
(1) We starten in principe steeds met een ideografische instap = het kind/het gezin dat zich aanmeldt met
specifieke klachten en moeilijkheden.
(2) In de loop v/d diagnostiek gaan we proberen om onze oordelen te objectiveren a.d.h.v. nomothetische
oordelen (~testonderzoek)
(3) Vervolgens nomothetische oordelen (uitslagen testonderzoek) terugkoppelen naar het ideografische
(functioneren van het individuele kind in zijn/haar context)
3