organisatieniveau
1. Terminologie
Terminologie Uitleg
Proton ( kation) Positief geladen deeltje
Neutron Neutraal deeltje
Elektron ( anion) Negatief deeltje
Instabiele atoom Zijn atomen waar de buitenste schil niet volledig
gevuld is
Stabiele atoom Zijn atomen waar de buitenste schil volledig
gevuld is
Teken en bespreek de algemene atoomstructuur via het
elektronenschilmodel
In het midden heb je de protonen en de neutronen. Daarna heb je telkens de schillen die rond de
protonen en neutronen liggen
o Op de eerste schil rond de protonen en neutronen heb je maximaal 2 elektronen.
o Op de tweede schil heb je maximaal 8 elektronen
o Op de derde schil heb je maximaal 8 elektronen
Teken de elektronen op een elektronenschilmodel van volgende atomen:
Waterstofatoom (1 elektron)
1
, Koolstofatomen ( 6 elektronen)
Zuurstofatomen ( 8 elektronen )
Natruimatomen (11 elektronen)
Chlooratomen (17 elektronen)
IJzeratomen ( 26 elektronen)
Welk vier chemische bindingen tussen atomen of moleculen ken je? Bespreek van elke chemische
binding hoe de atomen of moleculen bij elkaar blijven
1. Ion bindingen
Ion binding zijn chemische bindingen die ontstaan door chemische aantrekkingskracht tussen
anionen en kationen
Bv.
Een natruimatoom staat een elektron af aan een chlooratoom
2