De Huid
1. Geef de twee verschillende lagen van de huid
alsook hun verdere onderverdeling van superficieel
naar profundus
a) Epidermis ( onderhuid): uitwendige epitheel
I. stratum corneum= hoornlaag
II. stratum lucidum (komt enkel bij dikkere huid)
III. stratum granulosum
IV. stratum spinosum
V. stratum basale
b) dermis (lederhuid of cutis): onderliggend bindweefsel
I. stratum papillare
II. stratum reticulare
2. Welke factoren zijn van invloed op de kleur van de
huid
a) pigmentatie van de epidermis
I. caroteen: oranje gele kleurstof → kan versterkt worden door veel voeding te eten
die veel caroteen bevat (bv. wortels)
II. melanine: bruin, geelbruin, of zwart pigment. Melanocyten vormen melanine en
slaan dit op in intracellulaire blaasjes. De activiteit van melanocyten neemt
langzaam toe wanneer de huid aan zonlicht wordt blootgesteld.
b) doorbloeding van de epidermis: Bloedvaten in de dermis geven de huid een roodachtige
tint die het meest opvalt bij licht gepigmenteerde mensen. Als de vaten dilateren, wordt
1