Klas: Vwo 5
Stof: Hoofdstuk 9
, Hoofdstuk 9: Kansverdelingen
Voorkennis Kansberekeningen
Theorie A Kansen
Productregel: Bij twee onafhankelijke kans experimenten geldt P(G1 en G2) = P(G1) x P(G2).
Somregel: Voor elkaar uitsluitende gebeurtenissen G1 en G2 geldt P(G1 of G2) = P(G1) + P(G2).
Complementregel: P(gebeurtenis) = 1 – P(complement-gebeurtenis).
Komt in de omschrijving van een gebeurtenis, minstens, hoogstens, niet meer dan of niet
minder dan voor, dan kan de complementregel veel rekenwerk besparen.
Je rondt kansen af op drie decimalen, tenzij anders gemeld.
Theorie B Pakken met en zonder terugleggen
Pak je drie knikkers uit een vaas met 3 rode en 4 witte knikkers, dan kan dat met
terugleggen, maar ook zonder terugleggen. Voor P(één rode knikker) geldt:
Met terugleggen:
3 4 2
3c1 x x( )
7 7
De productregel.
Zonder terugleggen:
3 4 3
3c1 x x x
7 6 5
De productregel, maar de noem telkens één kleiner.
3c1 x4 c2
7c3
De kansdefinitie van Laplace.
9.1 Toevalsvariabelen en verwachtingswaarde
Theorie A Toevalsvariabelen