Inhoud
DEEL 1 : DIVERSE ONDERWIJSCONTEXTEN...................................4
1. Diverse onderwijscontexten...................................................4
1.1 De leefwereld van kinderen en hun omgeving.......................................4
1.2 Eigen referentiekader en sociaal – cultureel bewustzijn........................6
1.2.1 Referentiekader...................................................................................6
1.2.2 Ijsberg model van McClelland.............................................................7
1.2.3 Het onderwijs moet jongeren en kinderen voorbereiden op het leven
vanuit 3 perspectieven................................................................................7
1.2.4 Bewust worden van elkaar maatschappelijk cultureel perspectief.....8
1.3 Diversiteit...............................................................................................8
1.3.1 Diversiteitresponsiviteit......................................................................9
1.3.1.1 Intercultureel competent.................................................................9
1.3.2 Internationaliteit en privilege – kruispuntdenken..............................11
1.3.3 Diversiteitsmodellen.........................................................................12
1.3.5. Microagressie...................................................................................13
DEEL 2 : ONDERWIJS EN WELZIJN..............................................15
HOOFDSTUK: BRUG TUSSEN ONDERWIJS EN WELZIJN.................15
2.1. Brug tussen onderwijs en welzijn........................................................15
HOOFDSTUK: ARMOEDE EN SOCIALE UITING..............................15
2.2. Armoede en sociale uitsluiting............................................................15
2.2.1. Armoede in cijfers (weetjes)............................................................16
2.2.2. Begripsomschrijving.........................................................................17
2.2.2.1. Begripsomschrijving volgens kind en gezin..................................17
2.2.5. Model Vranken.................................................................................19
2.2.6. Armoedeweb....................................................................................21
2.2.6.1. De buitenkant van armoede..........................................................21
2.2.6.2. De binnenkant van armoede.........................................................22
PANO REPORTAGE ARM VLAANDEREN........................................24
1
,2.2.7. Hoe kijk jij naar armoede? 12 brillen om naar armoede te kijken....27
2.2.7.1. De 12 brillen..................................................................................28
HOOFDSTUK : NETWERKEN VAN GEZINNEN................................31
2.3. Netwerken van gezinnen.....................................................................31
2.3.1. Rol van een leerkracht.....................................................................31
2.3.1. Gezinnen met een migratie achtergrond.........................................31
2.3.3. Empowered werken..........................................................................32
2.3.3. Houding van een leerkracht tov kwetsbare gezinnen......................33
HOOFDSTUK : BRUGFIGUREN....................................................33
2.4.1. Rollen van een brugfiguur................................................................33
Documentaire brugfiguren.........................................................................33
Met de brugfigurenwerking willen we vier kernwaarden bereiken:
vertrouwen opbouwen, verbinden, versterken en positief communiceren.
...................................................................................................................34
Interview brugfiguren en ouder..................................................................34
Criteria om brugfiguren aan scholen toe te wijzen....................................35
HOOFDSTUK: DE BREDE SCHOOL...............................................36
Leerpad : Concept Brede School................................................................36
2.5. De brede school..................................................................................36
2.5.1. Wat is een brede school?.................................................................36
Wat is het doel?..........................................................................................36
Wat is de inhoud?.......................................................................................36
Wat is de organisatie?................................................................................36
2.5.2.Toetsstenen van diversiteit...............................................................36
Integrale aanpak........................................................................................37
Kwaliteitsvol aanbod..................................................................................37
Succesfactoren...........................................................................................37
Uitdagingen................................................................................................38
2.5.3. Breed samenwerkingsverband.........................................................38
Wat is de rol van de bredeschoolcoördinator?...........................................38
Wat is de rol van de school , de leerkracht, de jongere/het kind in de Brede
School? (blik ook eens terug naar de voorgaande voorbeelden?...............38
Integrale aanpak........................................................................................39
Kwaliteitsvol aanbod..................................................................................39
2
,2.5.4.Kader van Brede School....................................................................39
Een kwalitatieve bredeschoolwerking heeft oog voor diversiteit,
verbindingen en participatie......................................................................40
2.5.5.Het doel van een Brede School is:....................................................40
De inhoud van de brede school : een breder leer- en leefomgeving creëren
en ondersteunen........................................................................................41
3 toetsen voor kwaliteit.............................................................................42
HOOFDSTUK : OUDERSCHOOL SAMENWEKRING..........................43
3.1. Ouderschoolsamenwerking ................................................................43
3.2. Het participatiehuis.............................................................................45
3.3. Wat hebben scholen te winnen bij die samenwerking? .....................50
3
, DEEL 1 : DIVERSE
ONDERWIJSCONTEXTEN
Inleiding
Kleine ontmoetingen maken het verschil
Een plek waar je zonder reden gewoon mag zijn, waar niets moment, waar je
mag zeggen wat in je opkomt, doet iets met een mens. De mogelijkheid tot
smalltalk, contact met bekenden en onbekenden, het vele kleine wisselen van
ervaringen is een zeer belangrijke bron van steun voor alle ouders (én
kinderen)
Smalltalk: gesprek die voorkomt uit een knik, een begroeting of een
oorzaak
Kenmerken
- Verwachtingen
- doel
Uit onderzoek blijkt dat :
- kinderen zich sneller thuis voelen op een plek als ook hun gezin
welkom is.
- De buurt wordt een aangenamere plek om te leven als mensen zich
er op diverse manieren (tijdelijk) verbonden voelen met elkaar.
De school heeft een positieve bijdrage op de buurt : De koffiekar >
ouders gaan in gesprek (ontmoeten elkaar op school) > ouders
bespreken opvang/ ouders bespreken vuil in park> ouders plannen/
ouders gaan tot actie.
1.DIVERSE ONDERWIJSCONTEXTEN
1.1 DE LEEFWERELD VAN KINDEREN EN HUN OMGEVING
= de omgeving waarmee de kleuter in aanraking komt, behoort tot de
dagelijkse route/routine naar de school.
De kinderen (her)kennen de buurt : de speeltuin, de bakker, de buurman,
de bib
De buurt is een verlengde van de beginsituatie van de kinderen.
Welke kennis hebben de kinderen geleerd buiten de school?
4