DEEL 2 : WELBEVINDEN VAN DE LERENDE
6. Inleidende beschouwingen
6.1. Belang van relaties met leerlingen
Hoe kan je werken aan goede relaties met de lerende?
1. Gelukkige klas, gelukkige leerkracht
2. 3 basisbehoeften
3. Leraarsstijl
4. Een goede relatie is het halve werk
6.1.1. Gelukkige klas, gelukkige leraar
- Goede relaties zijn net zo belangrijk voor jou als voor leerlingen.
- Wat jij denkt en voelt, beïnvloedt je interacties met leerlingen.
- Niet het gedrag zelf, maar jouw interpretatie ervan bepaalt de
impact op welbevinden.
- Reflectie op je emoties helpt om stroeve relaties te verbeteren.
Goede relaties
Zorgen bij de kinderen voor :
- Meer betrokkenheid
- Betere leerprestaties
Goed voor de leerkracht :
- Hoger welbevinden
Verklaring
- Zelfdeterminatietheorie (Deci & Ryan) : belang van verbondeheid.
- Gehechtheidstheory (Bowbly) ; basisbehoefte van verbinding
Zelfdeterminatie theorie : psychologische theorie over motivatie die stelt
dat mensen intrinsiek gemotiveerd zijn wanneer er aan drie psychologische
basisbehoeften wordt voldaan: autonomie (de behoefte om zelf beslissingen
te nemen), competentie (de behoefte om je bekwaam en effectief te voelen)
en verbondenheid (de behoefte om je verbonden te voelen met anderen)
De hechtingstheorie van John Bowlby :stelt dat vroege, biologisch
1
,Welbevinden in de school
bepaalde banden tussen een kind en een primaire verzorger essentieel zijn
voor overleving en emotionele ontwikkeling.
Belang van verbondenheid
- ABC (ZDT) : voor kinderen, maar ook voor de leraar belangrijk.
Stroeve relaties met lln staan haaks op 2 vd 3 psychologische
basisbehoeften, nl. verbondenheid en competentie
- Gehechtheidstheorie van Bowbly : Basisbehoefte aan verbinding,
relatie met anderen
Schept emotionele veiligheid en vertrouwen in de ander (speelt sterk
in opvoedingsrelaties)
Het mentale plaatje in ons hoofd
Taak leerkracht :
Wees je bewust van eigen
emoties en gedachten én de
impact op relaties.
Wat helpt?
Achterliggende verklaringen
blootleggen en positiever
kijken impact op het
welbevinden
Mentale plaatje stuurt de interacties met de leerlingen.
6.1.2. Drie basisbehoeftes sturen ons gedrag
(zelfdeterminatietheorie)
- Autonomie
- Competentie
- Verbondenheid
Resultaat :
- zelfontplooiing en hoog welbevinden
2
,Welbevinden in de school
- Intrinsieke motivatie
Intrinsieke motivatie
- Leerlingen die hun leraar als warm en attent ervaren, zijn vaker
intrinsiek gemotiveerd dan wanneer de leraar volgens hen
nauwelijks in hen geïnteresseerd is.
- Beloningen hebben een averechts effect op de intrinsieke
motivatie.
Basisbehoeften sturen ons gedrag
- Elke leerling heeft behoefte aan een gevoel van competentie,
verbondenheid en autonomie.
- Door tegemoet te komen aan de drie basisbehoeftes versterk je de
intrinsieke motivatie.
- Een leerling kan te veel zelfstandigheid krijgen of te weinig sturing,
maar nooit te veel autonomie.
- Positieve, opbouwende feedback vergroot het gevoel van
competentie.
6.1.3.Wat voor lerarenstijl heb je?
3
, Welbevinden in de school
Gouden combinatie: leraren die hoog scoren op invloed (controle,
touwtjes stevig in handen) en nabijheid (warmte in het contact,
vriendelijk).
Impact op betrokkenheid en leerprestaties (evidence,informed,practice)
Betrokkenheid :
- Nabijheid zorgt voor meer betrokkenheid
- Sturing heeft ook een impact op betrokkenheid, maar minder sterk
Leerprestaties :
- Sturend gedrag vergroot leerprestaties
- Nabijheid: vriendelijk zijn op zich is niet voldoende; onvriendelijk zijn
zorgt voor slechtere prestaties
Het gedrag van je leerlingen is een spiegel van jouw eigen
gedrag.
- Nabijheid: je woorden, hoe je praat, kijkt, reageert, …
- Invloed: sturing biedt duidelijkheid
Te veel sturing = dwang
Te weinig sturing = onduidelijkheid
Belangrijke bevindingen:
- Leider tijdens de klassikale momenten : Jouw gedrag en dat van
leerlingen staan in een voortdurende wisselwerking.
4