Priscillia Angela Cosentino
HOOFDSTUK 11: COÖRDINATIE TRAINING – MOTOR SKILL LEARNING 22/10
1. INLEIDING
• Motorische controle & variabiliteit
o Hoe gaan we bewegen? Waarom gaan we zo bewegen? En wat is er typisch aan het menselijke en
bewegen van levenssystemen
• Motorisch leren
o Tyische coördinatietraining
• REDUCTIONISME
o Determinisme (LINEAIRE-effecten)
o Mens opdelen in subsystemen
o ‘Basis motorische eigenschappen’
o Essentiële bouwstenen
o Vertekend beeld realiteit
• COMPLEXITEIT
o Stochastisch (NIET LINEAIRE-effecten)
o Holisme
o Interacties tussen systemen
o Totaal functioneren, bewegen, ...
o Minder voorspelbaar
• Reductionistische deelaspecten
o Lichamelijke/ motorische basiseigenschappen
o Bewegingsvaardigheden
▪ Kracht
▪ Lenigheid
▪ Snelheid
▪ Uithouding
• Overlap basiseigenschappen
,Priscillia Angela Cosentino
1.1. COÖRDINATIE – MOTOR SKILL LEARNING:
Waarom trainen van beweging (coördinatie; motorische
controle)?
➔ Reductionistisch trainen volstaat niet
➔ Complexe manier om training te benaderen
➔ fysiologisch: Hersenen geen map van elk intern bewegingselement
(vb. spieren, ligamenten, ...)
• dwz dat de hersenen niet exact weten welke spieren,
ligamenten, … aan het bewegen zijn; onze hersenen zijn heel goed i/h herkennen van veranderingen
i/d omgevingen, maar ze zijn niet goed in het herkennen van veranderingen binnen ons lichaam
➔ BEHALEN DOEL DMV BEWEGING!! (Meer extern)
KINESITHERAPIE → Grieks = kinesis = beweging
Kinesitherapie = focus op bewegingstherapie
Beweging = gedrag ➔ kinesitherapeut = gedragstherapeut (biopsychosociale benadering)
o Gedrag veranderen bv passieve levenstijl tot actieve levenstijl
KNGF: VISIE OP BEWEGEN:
• Vorm van intentioneel gedrag.
• Meer dan verplaatsen van lichaam(sdelen) volgens vaste anatomische beschrijving & (arthro)kinematica.
• Bewegingsgedrag vertoont zekere stabiliteit.
• Het is echter voldoende flexibel om adequaat te reageren op veranderende omgeving
o Bvb op rempedaal duwen wanneer het nodig is
• Optimaal bewegen kenmerkt zich door functionele variabiliteit
o Bvb iedereen stapt op een andere manier
Concreet: een doel kan met verschillende bewegingen bereikt worden.
• Beweging bepaald door situationele, bewegings- en sociale context plus aanwezige stoornissen.
• Bewegingen kunnen telkens met verschillende structuren en/of lichaamsfuncties gerealiseerd worden.
o Men ziet bij mensen met ALRP dat hun activatiepatroon van lage rugspieren veel minder variabel,
dwz dat er veel minder opties zijn om problemen op te lossen.
2. MOTORISCHE CONTROLE & VARIABILITEIT:
2.1 CONSTRAINTS LED APPROACH: BELANGRIJK
➢ Verstoring of constraint niet altijd negatieve factor kan ook positief zijn
➢ Als therapeut mogelijk om verstoringen aan te brengen
➢ Doel: zinvol & functioneel trainen
➢ Weglaten onzinnige & afunctionele bewegingen
Motorische controle = poging om hoe we beweging coördineren te verklaren en hoe we het
vrijheidsgradenprobleem kunnen reduceren
, Priscillia Angela Cosentino
2.2 VRIJHEIDSGRADENPROBLEEM:
• I/d schouder: bv= abductie en adductie zijn 2 vrijheidsgraden, anteflexie en retroflexie zijn 2
vrijheidsgraden en exorotatie en endorotatie zijn ook 2 vrijheidsgraden ➔ in totaal: 6
vrijheidsgraden
• BV: Hoeveel mogelijkheden zijn er (vrijheidsgraden) om je neus aan te raken? Oneindig veel
manieren de neus gaan aanraken
• Vrijheidsgradenprobleem oplossen = Van begin tot einde moet lichaam in staat zijn een beweging te
controleren (in elke situatie)
• Doel motorische controle theorieën = Proberen verklaren hoe zenuwstelsel
vrijheidsgradenprobleem oplost
1.2.1. 2 VEREENVOUDIGINGSSTRATEGIEËN:
1. Synergiën
• Concept dat verschillende spiergroepen simultaan en afgestemd op elkaar contraheren om 1
functionele entiteit (= beweging) te creëren
• Zorgt voor systematische covariatie tussen de verschillende vrijheidsgraden (DOF)
• VB: synergie schouder-elleboog-hand: 1 of meerdere opties mogelijk voor een stelsel met 3
DOFs?? ➔ 1 oplossing kan niet het juiste zijn
• VB: wandelen:
o We zien dat bepaalde motor modules instaan om:
▪ Ons gewicht op te vangen
▪ Ons voor te bewegen
▪ Ons been te gaan buigen
▪ Been te laten zwaaien
o Blauwe grafiek: gewicht op te vangen
▪ Activatie gluteus maximus & quadriceps & hamstrings
▪ Voornamelijk i/h begin van stappatroon
o Rode grafiek: voet is op de grond en we gaan verder
bewegen
▪ Activatie gluteus maximus, kuiten en soleus
o Groene grafiek: flexie
▪ Activatie hamstrings en dorsiflexoren
o Paarse grafiek: zwaaifase
▪ Activatie en dorsiflexoren & hasmtrings & quadriceps
• Schematische voorstelling hoe via hersenen spieren worden gestimuleerd tot contractie
o Premotor neuronen = neuronen die in onze hersenen zich bevinden
o Zwarte neuronen = inhibitieneuronen
o Witte neuronen = zorgen voor excitatie
HOOFDSTUK 11: COÖRDINATIE TRAINING – MOTOR SKILL LEARNING 22/10
1. INLEIDING
• Motorische controle & variabiliteit
o Hoe gaan we bewegen? Waarom gaan we zo bewegen? En wat is er typisch aan het menselijke en
bewegen van levenssystemen
• Motorisch leren
o Tyische coördinatietraining
• REDUCTIONISME
o Determinisme (LINEAIRE-effecten)
o Mens opdelen in subsystemen
o ‘Basis motorische eigenschappen’
o Essentiële bouwstenen
o Vertekend beeld realiteit
• COMPLEXITEIT
o Stochastisch (NIET LINEAIRE-effecten)
o Holisme
o Interacties tussen systemen
o Totaal functioneren, bewegen, ...
o Minder voorspelbaar
• Reductionistische deelaspecten
o Lichamelijke/ motorische basiseigenschappen
o Bewegingsvaardigheden
▪ Kracht
▪ Lenigheid
▪ Snelheid
▪ Uithouding
• Overlap basiseigenschappen
,Priscillia Angela Cosentino
1.1. COÖRDINATIE – MOTOR SKILL LEARNING:
Waarom trainen van beweging (coördinatie; motorische
controle)?
➔ Reductionistisch trainen volstaat niet
➔ Complexe manier om training te benaderen
➔ fysiologisch: Hersenen geen map van elk intern bewegingselement
(vb. spieren, ligamenten, ...)
• dwz dat de hersenen niet exact weten welke spieren,
ligamenten, … aan het bewegen zijn; onze hersenen zijn heel goed i/h herkennen van veranderingen
i/d omgevingen, maar ze zijn niet goed in het herkennen van veranderingen binnen ons lichaam
➔ BEHALEN DOEL DMV BEWEGING!! (Meer extern)
KINESITHERAPIE → Grieks = kinesis = beweging
Kinesitherapie = focus op bewegingstherapie
Beweging = gedrag ➔ kinesitherapeut = gedragstherapeut (biopsychosociale benadering)
o Gedrag veranderen bv passieve levenstijl tot actieve levenstijl
KNGF: VISIE OP BEWEGEN:
• Vorm van intentioneel gedrag.
• Meer dan verplaatsen van lichaam(sdelen) volgens vaste anatomische beschrijving & (arthro)kinematica.
• Bewegingsgedrag vertoont zekere stabiliteit.
• Het is echter voldoende flexibel om adequaat te reageren op veranderende omgeving
o Bvb op rempedaal duwen wanneer het nodig is
• Optimaal bewegen kenmerkt zich door functionele variabiliteit
o Bvb iedereen stapt op een andere manier
Concreet: een doel kan met verschillende bewegingen bereikt worden.
• Beweging bepaald door situationele, bewegings- en sociale context plus aanwezige stoornissen.
• Bewegingen kunnen telkens met verschillende structuren en/of lichaamsfuncties gerealiseerd worden.
o Men ziet bij mensen met ALRP dat hun activatiepatroon van lage rugspieren veel minder variabel,
dwz dat er veel minder opties zijn om problemen op te lossen.
2. MOTORISCHE CONTROLE & VARIABILITEIT:
2.1 CONSTRAINTS LED APPROACH: BELANGRIJK
➢ Verstoring of constraint niet altijd negatieve factor kan ook positief zijn
➢ Als therapeut mogelijk om verstoringen aan te brengen
➢ Doel: zinvol & functioneel trainen
➢ Weglaten onzinnige & afunctionele bewegingen
Motorische controle = poging om hoe we beweging coördineren te verklaren en hoe we het
vrijheidsgradenprobleem kunnen reduceren
, Priscillia Angela Cosentino
2.2 VRIJHEIDSGRADENPROBLEEM:
• I/d schouder: bv= abductie en adductie zijn 2 vrijheidsgraden, anteflexie en retroflexie zijn 2
vrijheidsgraden en exorotatie en endorotatie zijn ook 2 vrijheidsgraden ➔ in totaal: 6
vrijheidsgraden
• BV: Hoeveel mogelijkheden zijn er (vrijheidsgraden) om je neus aan te raken? Oneindig veel
manieren de neus gaan aanraken
• Vrijheidsgradenprobleem oplossen = Van begin tot einde moet lichaam in staat zijn een beweging te
controleren (in elke situatie)
• Doel motorische controle theorieën = Proberen verklaren hoe zenuwstelsel
vrijheidsgradenprobleem oplost
1.2.1. 2 VEREENVOUDIGINGSSTRATEGIEËN:
1. Synergiën
• Concept dat verschillende spiergroepen simultaan en afgestemd op elkaar contraheren om 1
functionele entiteit (= beweging) te creëren
• Zorgt voor systematische covariatie tussen de verschillende vrijheidsgraden (DOF)
• VB: synergie schouder-elleboog-hand: 1 of meerdere opties mogelijk voor een stelsel met 3
DOFs?? ➔ 1 oplossing kan niet het juiste zijn
• VB: wandelen:
o We zien dat bepaalde motor modules instaan om:
▪ Ons gewicht op te vangen
▪ Ons voor te bewegen
▪ Ons been te gaan buigen
▪ Been te laten zwaaien
o Blauwe grafiek: gewicht op te vangen
▪ Activatie gluteus maximus & quadriceps & hamstrings
▪ Voornamelijk i/h begin van stappatroon
o Rode grafiek: voet is op de grond en we gaan verder
bewegen
▪ Activatie gluteus maximus, kuiten en soleus
o Groene grafiek: flexie
▪ Activatie hamstrings en dorsiflexoren
o Paarse grafiek: zwaaifase
▪ Activatie en dorsiflexoren & hasmtrings & quadriceps
• Schematische voorstelling hoe via hersenen spieren worden gestimuleerd tot contractie
o Premotor neuronen = neuronen die in onze hersenen zich bevinden
o Zwarte neuronen = inhibitieneuronen
o Witte neuronen = zorgen voor excitatie