Lecture 1: Introduction
Origins of organisation & management
Video over Taylor
Questions
1. Wat is de kernvraag van organiseren?
Volgens Taylor:
- hoe maak je van grote doelen, kleinere taken die door individuele werkers
kunnen worden uitgevoerd op een rationele manier? (decompose/ontleden
van taken).
- hoe coördineren van de decomposed tasks (hoe zorg je dat iedereen
samenwerkt)?
- gaat om rationeel gedrag, zo efficiënt mogelijk.
- dit zou volgens Taylor ook in het voordeel zijn van de individu op lange
termijn.
2. In welke mate zijn de kwesties uit de video vandaag de dag nog relevant?
- in zekere mate nog relevant, denk aan fast food restaurant.
Klassieke kijk op organisatie en management/klassieke PA paradigma;
bureaucratie.
Max Weber, Frederick Taylor en Henri Fayol.
Organisatie als belichaming van rationeel-legale autoriteit, berekenbaar gedrag, equity,
verantwoording.
- organisatie als mechanisme om traditionele en charismatische autoriteit uit te sluiten.
- verantwoording; laten zien wat er plaatsvindt in organisaties, wie is er
verantwoordelijk voor fouten en deze fouten corrigeren.
Manifestations of organisation & management
Bureaucratie over de hele wereld;
- Klassiek beeld; papieren, documenten; alles opgeschreven, regels, berekenbaarheid.
- Maar ook zichtbaar in fast food restaurant; gestandaardiseerde producten, geen
creativiteit, de manier van productie hamburgers is volgens bepaalde regels, het gaat
om verantwoording (je kunt de ingrediënten opzoeken), strikte scheiding van taken in
restaurant, doel is efficiëntie en verantwoording.
Storyline 1: afwijkingen van klassieke kijk op organisatie en management.
Naam Kenmerken Management
Klassiek model, Focus op stabiliteit, Interne werving op basis van
bureaucratie. ontbinding van taken, verdienste, interne
formalisatie (regels en oriëntatie.
regulering), interne
oriëntatie.
4 rival views on the classical bureaucratic model
, Naam Kenmerken Management
New Public Management. Focus op stimulering & Ondernemend (risico’s
performance management nemen, zoeken naar nieuwe
(meten van outcome en uitdagingen), interne of
output). externe werving.
Managerialism. Focus op manageriële Emancipatie van
vaardigheden en management (management
competenties (managers als als belangrijker gezien dan
‘hero,’ meer dan alleen in bureaucratie en NPM),
ontwerpen van processen). ondernemende oriëntatie.
Change management. Focus op hoe structuren, Manager als agent van
processen en gedrag te verandering (ipv als
veranderen in organisaties. ontwerper vast proces).
External orientation, strategy Oriëntatie op externe Manager als power broker
& governance. omgeving, partnerschappen (politicus),
en samenwerking. onderhandelingsskills.
Storyline 2: inzoomen op organisaties: leidende vragen.
Macro: organisaties als hele Meso: organisatorische Micro: gedrag in
entiteiten. componenten. organisaties.
Waarom bestaan Hoe en waarom zijn Wat voor soort leiderschap
organisaties? organisaties gestructureerd gedrag kan worden
in specifieke geobserveerd?
Marktfalen en niet- departementen, divisies,
marktfalen. eenheden? Hoe vindt Leiderschap types.
coördinatie van werk plaats?
Configuraties en structuren.
Hoe vindt governance van Wat voor soort Waarom verzetten mensen
organisaties plaats? informaliteiten en normen zich tegen verandering in
kunnen worden organisaties?
Performance meting en geobserveerd in
performance management. organisaties? Change management.
Culturen.
Waarom en hoe werken Wat zijn relevante gebieden Hoe bereik je
organisaties samen? van leidinggevende organisatorische
aandacht? verandering?
Strategiseren en public
governance. HRM, financieel Change management.
management, performance
management. (ook leadership vraag).
Puzzle 1: New Public Management: privatization & incentivization.
,NPM hervormingen publieke sector inclusief, maar niet beperkt tot,
➔ magere en gedecentraliseerde structuren.
➔ samenwerking binnen publieke sector en met private sector organisaties.
➔ gebruik van contracten en markt-type mechanismen.
➔ focus op kwantificeerbare uitkomsten en outputs (performance is key).
‘’In de afgelopen twintig jaar hebben overheden hele grote veranderingen gemaakt in de
manier waarop ze de publieke sector managen. De meeste OECD overheidsdiensten zijn
efficiënter, transparanter, klantgerichter, flexibeler en meer gericht op performance.’’ OECD,
2005.
Er is dus veel veranderd door NPM sinds de jaren ‘80.
Questions video
1. Welke views on privatisering worden uitgedrukt?
- goed of geen goed idee hangt af van lengte contract, hoe controle is
georganiseerd, hoe om te gaan met monopolies, burgers een stem te geven
in welke diensten ze willen, vragen over verantwoording.
- who is in the driving seat bij privatisering?
2. Wat vind jij van deze views?
- doet er niet toe, deze course gaat niet in op ideologie/politiek.
Puzzle 2: organisational change.
Video
1. Hoe reageren de medewerkers op organisatorische verandering?
2. Hoe reageren ze op de nieuwe leider en haar leiderschap? Waarom?
- clash, miscommunicatie, niet gemotiveerd om te veranderen, sabotage, veel
weerstand.
Werk is belangrijk voor mensen; verandering is moeilijk; gedragsveranderingen, weerstand,
stress, omzet.
Change management, human resource management, leiderschap theorieën.
Puzzle 3: role of leadership.
Leiderschap.
- Training of geboren leiders?
- Interne werving en interne oriëntatie?
- Hoe organisaties te maken, mensen te motiveren en publieke waarde te creëren?
Video questions
Wat zijn de 5 elementen die volgens Thad Allen essentieel zijn voor leiderschap?
1. Leading up
interactie tussen managers/technici en politieke leiders.
2. Leading down
hoe je omgaat met de mensen die het werk doen.
3. Collaborate, networking partners.
, 4. Understanding the problem you’re dealing with.
5. Understanding yourself as a leader.
emotionele intelligentie, waarden zetten voor je personeel, sympathie, compassie,
personeel op de goede weg houden, team effort.
Samenwerken, teams creëren, het begrijpen van de uitdagingen waar organisaties voor
staan, het begrijpen van mechanismen binnen de organisatie maar ook ontwikkelingen
buiten de organisatie, ook belangrijk om je in te leven in je personeel.
Storylines en puzzels komen terug in lectures en PBL.
Lecture 2: Bureaucracy and New Public Management
Where are we?
Drie perspectieven op organisaties
➔ Macro: organisatie als hele entiteiten (deze lecture).
➔ Meso: kijken naar aspecten en delen binnen in organisaties.
➔ Micro: kijken naar het gedrag van individuen (verandering, leiderschap).
Origins of organisation & management
Video over Taylor
Questions
1. Wat is de kernvraag van organiseren?
Volgens Taylor:
- hoe maak je van grote doelen, kleinere taken die door individuele werkers
kunnen worden uitgevoerd op een rationele manier? (decompose/ontleden
van taken).
- hoe coördineren van de decomposed tasks (hoe zorg je dat iedereen
samenwerkt)?
- gaat om rationeel gedrag, zo efficiënt mogelijk.
- dit zou volgens Taylor ook in het voordeel zijn van de individu op lange
termijn.
2. In welke mate zijn de kwesties uit de video vandaag de dag nog relevant?
- in zekere mate nog relevant, denk aan fast food restaurant.
Klassieke kijk op organisatie en management/klassieke PA paradigma;
bureaucratie.
Max Weber, Frederick Taylor en Henri Fayol.
Organisatie als belichaming van rationeel-legale autoriteit, berekenbaar gedrag, equity,
verantwoording.
- organisatie als mechanisme om traditionele en charismatische autoriteit uit te sluiten.
- verantwoording; laten zien wat er plaatsvindt in organisaties, wie is er
verantwoordelijk voor fouten en deze fouten corrigeren.
Manifestations of organisation & management
Bureaucratie over de hele wereld;
- Klassiek beeld; papieren, documenten; alles opgeschreven, regels, berekenbaarheid.
- Maar ook zichtbaar in fast food restaurant; gestandaardiseerde producten, geen
creativiteit, de manier van productie hamburgers is volgens bepaalde regels, het gaat
om verantwoording (je kunt de ingrediënten opzoeken), strikte scheiding van taken in
restaurant, doel is efficiëntie en verantwoording.
Storyline 1: afwijkingen van klassieke kijk op organisatie en management.
Naam Kenmerken Management
Klassiek model, Focus op stabiliteit, Interne werving op basis van
bureaucratie. ontbinding van taken, verdienste, interne
formalisatie (regels en oriëntatie.
regulering), interne
oriëntatie.
4 rival views on the classical bureaucratic model
, Naam Kenmerken Management
New Public Management. Focus op stimulering & Ondernemend (risico’s
performance management nemen, zoeken naar nieuwe
(meten van outcome en uitdagingen), interne of
output). externe werving.
Managerialism. Focus op manageriële Emancipatie van
vaardigheden en management (management
competenties (managers als als belangrijker gezien dan
‘hero,’ meer dan alleen in bureaucratie en NPM),
ontwerpen van processen). ondernemende oriëntatie.
Change management. Focus op hoe structuren, Manager als agent van
processen en gedrag te verandering (ipv als
veranderen in organisaties. ontwerper vast proces).
External orientation, strategy Oriëntatie op externe Manager als power broker
& governance. omgeving, partnerschappen (politicus),
en samenwerking. onderhandelingsskills.
Storyline 2: inzoomen op organisaties: leidende vragen.
Macro: organisaties als hele Meso: organisatorische Micro: gedrag in
entiteiten. componenten. organisaties.
Waarom bestaan Hoe en waarom zijn Wat voor soort leiderschap
organisaties? organisaties gestructureerd gedrag kan worden
in specifieke geobserveerd?
Marktfalen en niet- departementen, divisies,
marktfalen. eenheden? Hoe vindt Leiderschap types.
coördinatie van werk plaats?
Configuraties en structuren.
Hoe vindt governance van Wat voor soort Waarom verzetten mensen
organisaties plaats? informaliteiten en normen zich tegen verandering in
kunnen worden organisaties?
Performance meting en geobserveerd in
performance management. organisaties? Change management.
Culturen.
Waarom en hoe werken Wat zijn relevante gebieden Hoe bereik je
organisaties samen? van leidinggevende organisatorische
aandacht? verandering?
Strategiseren en public
governance. HRM, financieel Change management.
management, performance
management. (ook leadership vraag).
Puzzle 1: New Public Management: privatization & incentivization.
,NPM hervormingen publieke sector inclusief, maar niet beperkt tot,
➔ magere en gedecentraliseerde structuren.
➔ samenwerking binnen publieke sector en met private sector organisaties.
➔ gebruik van contracten en markt-type mechanismen.
➔ focus op kwantificeerbare uitkomsten en outputs (performance is key).
‘’In de afgelopen twintig jaar hebben overheden hele grote veranderingen gemaakt in de
manier waarop ze de publieke sector managen. De meeste OECD overheidsdiensten zijn
efficiënter, transparanter, klantgerichter, flexibeler en meer gericht op performance.’’ OECD,
2005.
Er is dus veel veranderd door NPM sinds de jaren ‘80.
Questions video
1. Welke views on privatisering worden uitgedrukt?
- goed of geen goed idee hangt af van lengte contract, hoe controle is
georganiseerd, hoe om te gaan met monopolies, burgers een stem te geven
in welke diensten ze willen, vragen over verantwoording.
- who is in the driving seat bij privatisering?
2. Wat vind jij van deze views?
- doet er niet toe, deze course gaat niet in op ideologie/politiek.
Puzzle 2: organisational change.
Video
1. Hoe reageren de medewerkers op organisatorische verandering?
2. Hoe reageren ze op de nieuwe leider en haar leiderschap? Waarom?
- clash, miscommunicatie, niet gemotiveerd om te veranderen, sabotage, veel
weerstand.
Werk is belangrijk voor mensen; verandering is moeilijk; gedragsveranderingen, weerstand,
stress, omzet.
Change management, human resource management, leiderschap theorieën.
Puzzle 3: role of leadership.
Leiderschap.
- Training of geboren leiders?
- Interne werving en interne oriëntatie?
- Hoe organisaties te maken, mensen te motiveren en publieke waarde te creëren?
Video questions
Wat zijn de 5 elementen die volgens Thad Allen essentieel zijn voor leiderschap?
1. Leading up
interactie tussen managers/technici en politieke leiders.
2. Leading down
hoe je omgaat met de mensen die het werk doen.
3. Collaborate, networking partners.
, 4. Understanding the problem you’re dealing with.
5. Understanding yourself as a leader.
emotionele intelligentie, waarden zetten voor je personeel, sympathie, compassie,
personeel op de goede weg houden, team effort.
Samenwerken, teams creëren, het begrijpen van de uitdagingen waar organisaties voor
staan, het begrijpen van mechanismen binnen de organisatie maar ook ontwikkelingen
buiten de organisatie, ook belangrijk om je in te leven in je personeel.
Storylines en puzzels komen terug in lectures en PBL.
Lecture 2: Bureaucracy and New Public Management
Where are we?
Drie perspectieven op organisaties
➔ Macro: organisatie als hele entiteiten (deze lecture).
➔ Meso: kijken naar aspecten en delen binnen in organisaties.
➔ Micro: kijken naar het gedrag van individuen (verandering, leiderschap).