Sociale Wetgeving
MODULE I – INTRODUCTIE
Algemene arbeidsrechtelijke beschouwingen
Historiek
19de eeuw: ° laissez faire -> overheid was terughoudend tov opstellen regels over
tewerkstelling
° werkgevers mochten arbeidsverhoudingen zelf bepalen
° bestaande regels waren vaak repressief tov werknemers
vb. om van baas te veranderen moesten ze werkmansboekje hebben
-> vaak gaf vorige baas werkmansboekje niet terug aan werknemer
20ste eeuw: ° eerste sociale wetgevingen gestart met Leopold II en later verder uitgewerkt
° in begin vooral focus op tewerkstelling van vrouwen en kinderen
° toename opgelegde bescherming voor werknemers door de overheid
vb. arbeidsduur
° aandacht voor grondrechten
vb. vrijheid van mening, recht op privacy…
21ste eeuw: ° moeilijk om een globaal zicht te behouden over alle regelgevingen
° grote vraag naar modernisering van bestaande regelgevingen
-> zijn grotendeels niet aangepast aan technologische evoluties
° vraag naar codificatie = bundelen van regels die soortgelijke domeinen
omvatten
vb. wetboek van sociaal strafrecht is onlangs gebundeld geweest
Toepassingsgebied
Ratione personae (= personele toepassingsgebied)
Wij leggen de focus in dit vak op de particuliere sector
werken met arbeidsovereenkomsten
≠ publieke sector
ambtenaren worden aangesteld door de overheid
! belangrijk om te weten !
over de laatste jaren werkt de overheid steeds meer met contractuelen
MAW er is dan wèl sprake van een arbeidsovereenkomst
-> het verschil tussen private en publieke sector wordt steeds
onduidelijker
Ookal ligt de focus op de particuliere sector, regelgevingen die er betrekking op hebben
kunnen ook een ruimere toepassingsgebied hebben
vb. regels mbt loonbescherming
-> geldt zowel voor ambtenaren als werknemers
Ratione materiae (= componenten van arbeidsrecht)
1
,° individuele arbeidsrecht vb. arbeidsovereenkomstenrecht
° collectief arbeidsrecht vb. collectief arbeidsovereenkomstrecht
° arbeidsreglementering vb. welzijnsreglementering
° sociaal handhavingsrecht vb. sociaal strafrecht
= hoe de overheid de naleving van sociale wetten afdwingt
Ratione loci (= territoriaal toepassingsgebied)
wij leggen uitsluitend de focus op tewerkstelling in België
MAAR
er zijn instrumenten die bepalen welke regels gevolgd moeten worden wanneer een Belg
bijvoorbeeld in een naburig land tewerkgesteld wordt
vb. Rome I-Verordeningen = Europees niveau
Rechtsbronnen
Hiërarchie der normen
Algemeen: alle rechtsregels en normen zijn afdwingbaar en moeten worden nageleefd
MAAR in België zijn er veel regelgevers
DUS er ontstaan soms tegenstrijdigheden tussen normen =
normenconflict
-> gaan hiervoor grijpen naar de hiërarchie der normen
Internationaal recht (met directe werking) ! belangrijk om te weten !
lagere normen mogen hogere
Grondwet
normen niet schenden!
MAAR
Wet, Decreten en Ordonnanties
de normen moeten over
-> uitgegeven door wetgevende macht
eenzelfde voorwerp betrekking
Uitvoeringsbesluiten vb. KB hebben en tegenstrijdig zijn
-> uitgegeven door uitvoerende macht
Normen van provincies en gemeenten
Internationale rechtsbronnen
Naast nationale rechtsbronnen zijn er ook internationale rechtsbronnen van toepassing
° VN (Verenigde Natie)
° IAO (Internationale Arbeidsorganisatie)
° Raad van Europa
≠
° Europese Raad – EU
Nationale rechtsbronnen
° Grondwet
° de Wet
2
,° rechtspraak: eerdere beslissingen en vonnissen van rechtbanken en hoven
° rechtsleer: opvattingen en analyse van juristen, academici en andere rechtsgeleerden
° eigen rechtsvorming: wat er onderling afgesproken is geweest in arbeidsovereenkomst
en arbeidsreglement (dient nageleefd te worden)
Arbeidsrechtelijke bronnen: specifieke hiërarchie
Omdat er zoveel verschillende rechtsbronnen zijn, is er nood aan een duidelijk hiërarchie
1. Dwingende bepalingen van de wet
2. De algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)
3. De niet algemeen verbindend verklaarde CAO
4. De geschreven individuele overeenkomst
5. De niet algemeen verbindend CAO
6. Het arbeidsreglement
7. Aanvullende bepalingen van de wet
8. Mondelinge individuele overeenkomsten
9. Het gebruik = gewoontes binnen een onderneming
! normenhiërarchie is niet volledig, mag het niet te strikt interpreteren !
Sociaal handhavingsrecht
Rechtscolleges
In de sociale wetgeving zijn er 3 colleges van belang
° Arbeidsrechtbank
-> eerste waar je naartoe treedt indien er een geschil is en zal vonnis uitspreken
° Arbeidshof
-> indien je niet tevreden bent met het vonnis, kan er een beroep worden gedaan en zal
het
arbeidshof een arrest uitspreken
° Hof van Cassatie
-> kijkt enkel of het recht correct werd toegepast en of de rechtsregels correct
geïnterpreteerd
zijn
! belangrijk om te weten !
het Hof van Cassatie kan een arrest of vonnis nietig verklaren als er fouten in de
rechtsregels of procedures zitten
? Wat zijn arbeidsgerechten ?
3
, Arbeidsrechtbanken behandelen alle geschillen tussen werknemers en werkgevers
vb. arbeidsovereenkomsten, sociale zekerheid, arbeidsongevallen…
! arbeidsrechtbanken zijn bevoegd in de regio van de exploitatiezetel van de werkgever !
Rechtbank heeft een zeer specifieke samenstelling
-> 1 beroepsmagistraat + 2 lekenrechters
Elk zijn vertegenwoordigers van WG/WN
kant
reden
° hebben praktijkervaring
! belangrijk om te weten ! ° pariteit in vertegenwoordiging
naast WN en WG kunnen ook afgevaardigden van representatieve werknemersorganisaties
optreden vb. vakbonden
Inspectiediensten
Verschillende soorten inspectiediensten gaan na of de wetgeving correct wordt toegepast
vb. FOD WASO, FOD Sociale Zekerheid, RVA…
Wanneer er tijdens een controle een inbreuk wordt gedetecteerd
DAN proces verbaal wordt opgesteld en arbeidsauditeur bepaald of er strafrechtelijke
gevolgen
zijn of niet
-> er zijn verschillende sanctieniveaus
! let op !
° opdeciemen moeten worden toegepast op de cijfers (x8)
° wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokkenen
In ernstige gevallen kan de rechter beslissen om bijvoorbeeld een onderneming verplicht te
laten sluiten of een bedrijf uitsluiten van overheidsopdrachten
Arbeidsmarktrecht
4
MODULE I – INTRODUCTIE
Algemene arbeidsrechtelijke beschouwingen
Historiek
19de eeuw: ° laissez faire -> overheid was terughoudend tov opstellen regels over
tewerkstelling
° werkgevers mochten arbeidsverhoudingen zelf bepalen
° bestaande regels waren vaak repressief tov werknemers
vb. om van baas te veranderen moesten ze werkmansboekje hebben
-> vaak gaf vorige baas werkmansboekje niet terug aan werknemer
20ste eeuw: ° eerste sociale wetgevingen gestart met Leopold II en later verder uitgewerkt
° in begin vooral focus op tewerkstelling van vrouwen en kinderen
° toename opgelegde bescherming voor werknemers door de overheid
vb. arbeidsduur
° aandacht voor grondrechten
vb. vrijheid van mening, recht op privacy…
21ste eeuw: ° moeilijk om een globaal zicht te behouden over alle regelgevingen
° grote vraag naar modernisering van bestaande regelgevingen
-> zijn grotendeels niet aangepast aan technologische evoluties
° vraag naar codificatie = bundelen van regels die soortgelijke domeinen
omvatten
vb. wetboek van sociaal strafrecht is onlangs gebundeld geweest
Toepassingsgebied
Ratione personae (= personele toepassingsgebied)
Wij leggen de focus in dit vak op de particuliere sector
werken met arbeidsovereenkomsten
≠ publieke sector
ambtenaren worden aangesteld door de overheid
! belangrijk om te weten !
over de laatste jaren werkt de overheid steeds meer met contractuelen
MAW er is dan wèl sprake van een arbeidsovereenkomst
-> het verschil tussen private en publieke sector wordt steeds
onduidelijker
Ookal ligt de focus op de particuliere sector, regelgevingen die er betrekking op hebben
kunnen ook een ruimere toepassingsgebied hebben
vb. regels mbt loonbescherming
-> geldt zowel voor ambtenaren als werknemers
Ratione materiae (= componenten van arbeidsrecht)
1
,° individuele arbeidsrecht vb. arbeidsovereenkomstenrecht
° collectief arbeidsrecht vb. collectief arbeidsovereenkomstrecht
° arbeidsreglementering vb. welzijnsreglementering
° sociaal handhavingsrecht vb. sociaal strafrecht
= hoe de overheid de naleving van sociale wetten afdwingt
Ratione loci (= territoriaal toepassingsgebied)
wij leggen uitsluitend de focus op tewerkstelling in België
MAAR
er zijn instrumenten die bepalen welke regels gevolgd moeten worden wanneer een Belg
bijvoorbeeld in een naburig land tewerkgesteld wordt
vb. Rome I-Verordeningen = Europees niveau
Rechtsbronnen
Hiërarchie der normen
Algemeen: alle rechtsregels en normen zijn afdwingbaar en moeten worden nageleefd
MAAR in België zijn er veel regelgevers
DUS er ontstaan soms tegenstrijdigheden tussen normen =
normenconflict
-> gaan hiervoor grijpen naar de hiërarchie der normen
Internationaal recht (met directe werking) ! belangrijk om te weten !
lagere normen mogen hogere
Grondwet
normen niet schenden!
MAAR
Wet, Decreten en Ordonnanties
de normen moeten over
-> uitgegeven door wetgevende macht
eenzelfde voorwerp betrekking
Uitvoeringsbesluiten vb. KB hebben en tegenstrijdig zijn
-> uitgegeven door uitvoerende macht
Normen van provincies en gemeenten
Internationale rechtsbronnen
Naast nationale rechtsbronnen zijn er ook internationale rechtsbronnen van toepassing
° VN (Verenigde Natie)
° IAO (Internationale Arbeidsorganisatie)
° Raad van Europa
≠
° Europese Raad – EU
Nationale rechtsbronnen
° Grondwet
° de Wet
2
,° rechtspraak: eerdere beslissingen en vonnissen van rechtbanken en hoven
° rechtsleer: opvattingen en analyse van juristen, academici en andere rechtsgeleerden
° eigen rechtsvorming: wat er onderling afgesproken is geweest in arbeidsovereenkomst
en arbeidsreglement (dient nageleefd te worden)
Arbeidsrechtelijke bronnen: specifieke hiërarchie
Omdat er zoveel verschillende rechtsbronnen zijn, is er nood aan een duidelijk hiërarchie
1. Dwingende bepalingen van de wet
2. De algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst (CAO)
3. De niet algemeen verbindend verklaarde CAO
4. De geschreven individuele overeenkomst
5. De niet algemeen verbindend CAO
6. Het arbeidsreglement
7. Aanvullende bepalingen van de wet
8. Mondelinge individuele overeenkomsten
9. Het gebruik = gewoontes binnen een onderneming
! normenhiërarchie is niet volledig, mag het niet te strikt interpreteren !
Sociaal handhavingsrecht
Rechtscolleges
In de sociale wetgeving zijn er 3 colleges van belang
° Arbeidsrechtbank
-> eerste waar je naartoe treedt indien er een geschil is en zal vonnis uitspreken
° Arbeidshof
-> indien je niet tevreden bent met het vonnis, kan er een beroep worden gedaan en zal
het
arbeidshof een arrest uitspreken
° Hof van Cassatie
-> kijkt enkel of het recht correct werd toegepast en of de rechtsregels correct
geïnterpreteerd
zijn
! belangrijk om te weten !
het Hof van Cassatie kan een arrest of vonnis nietig verklaren als er fouten in de
rechtsregels of procedures zitten
? Wat zijn arbeidsgerechten ?
3
, Arbeidsrechtbanken behandelen alle geschillen tussen werknemers en werkgevers
vb. arbeidsovereenkomsten, sociale zekerheid, arbeidsongevallen…
! arbeidsrechtbanken zijn bevoegd in de regio van de exploitatiezetel van de werkgever !
Rechtbank heeft een zeer specifieke samenstelling
-> 1 beroepsmagistraat + 2 lekenrechters
Elk zijn vertegenwoordigers van WG/WN
kant
reden
° hebben praktijkervaring
! belangrijk om te weten ! ° pariteit in vertegenwoordiging
naast WN en WG kunnen ook afgevaardigden van representatieve werknemersorganisaties
optreden vb. vakbonden
Inspectiediensten
Verschillende soorten inspectiediensten gaan na of de wetgeving correct wordt toegepast
vb. FOD WASO, FOD Sociale Zekerheid, RVA…
Wanneer er tijdens een controle een inbreuk wordt gedetecteerd
DAN proces verbaal wordt opgesteld en arbeidsauditeur bepaald of er strafrechtelijke
gevolgen
zijn of niet
-> er zijn verschillende sanctieniveaus
! let op !
° opdeciemen moeten worden toegepast op de cijfers (x8)
° wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokkenen
In ernstige gevallen kan de rechter beslissen om bijvoorbeeld een onderneming verplicht te
laten sluiten of een bedrijf uitsluiten van overheidsopdrachten
Arbeidsmarktrecht
4