3.1 Het Chinese keizerrijk (1842-1911)
1842 China nog steeds een keizerrijk met een landbouw stedelijke
samenleving.
Het bestuur van China was gebaseerd op de ideologie van Confucius;
confucianisme.
Het streven naar harmonie en orde en het vermijden van chaos is het
belangrijkste.
Iedereen moet zich houden aan traditionele deugden.
In China komt de Hiërarchisch verhoudingen terug in het bestuur.
Bovenin: Keizer.
- Regeerde met het hemels mandaat; toestemming van de hemel om te
regeren.
- Werd geholpen door een groot ambtenarenapparaat.
Voor een effectieve bureaucratie zijn betrouwbare ambtenaren noodzakelijk
mandarijnen.
Zij zijn staatsambtenaren door een examen te maken over Confucius (Chinese
literatuur).
In de 17e eeuw verloren zwakke Ming-keizers hun greep op het rijk.
1644: een Mantsjoeleger verjoeg de laatste Ming-keizer.
GEVOLG: niet-inheemse dynastie; Qing-Dynastie verovert de keizerlijke troon
vanuit de Mantsjoerije ten noordoosten van China.
Na een periode van achteruitgang onder hun voorgangers beleefde China onder
de Qing opnieuw lange tijd van vrede, rust en welvaart.
Rond 1650 China welvarendste rijk op aarde.
De Chinezen zagen hun land als centrum van alle beschaving en meenden niets
van de buitenwereld te kunnen leren.
Keizer boven alle andere heersers verheven.
1684: buitenlanders kregen toestemming om handel te drijven in vier steden.
Vanaf 1757: Keizer wees de Zuid-Chinese havenstad Kanton aan als enige haven
waar buitenlanders mochten komen en handeldrijven.
Chinese handelaren eisten er geld voor, wat tot afpersing en corruptie
leidde.
Gevolg: China raakte technologisch achterop.
Met Portugese schepen waren missionarissen naar China gekomen, Keizer Kangxi
gaf ze toestemming om kerken te bouwen.
De paus eiste dat de Chinese christenen moesten stoppen met het vereren van
hun voorouders en Confucius deze praktijken waren echter diep geworteld in
de Chinese cultuur.
De keizer van China vond deze tradities essentieel.
GEVOLG: 1721: de keizer (Yongzheng) stuurde alle missionarissen het land uit en
verbood het christendom.
Dit is een voorbeeld van dat China zich afsluit van de buitenwereld.
, Vanaf 19e eeuw: Chinese regering komt in de problemen.
Binnenlandse oorzaken:
- Hongersnoden door natuurgeweld en bevolkingsgroei.
- Corruptie onder hoge ambtenaren (ondanks ambtenarenexamens en
confucianisme)
o Ambtenaren proberen vooral zichzelf te verrijken in plaats van het
land te helpen.
o Het was moeilijk om te slapen, hierdoor gingen rijke families vaak
ambtenarensalarissen ‘’kopen’’ i.p.v. te verdienen. GEVOLG: veel
ambtenaren corrupt.
- Dit leidde tot opstanden en politieke onrust.
Buitenlandse oorzaak:
- Europa heeft zich snel ontwikkeld: wetenschappelijke revolutie, industriële
revolutie. Dat leidde tot een technologische voorsprong op China. China
verliest greep op met wie ze wel en niet handel drijven.
1793: Keizer schreef de Britse koning dat hij geen handel wilde, omdat China
alles wat de Britten te bieden hadden al zelf in weelderige overvloed bezat.
- Hierdoor verbood de Chinese regering opium. Corrupte ambtenaren lieten
opium tegen betaling toe.
De Britsen smokkelden via Kanton steeds meer opium China in. Opium werd
verkocht voor zilver door de Britten.
GEVOLG: 1830: China raakte in geldnood; er ging meer zilver uit China, dan dat
er binnenkwam.
1839: Keizer Daoguang greep in. Kisten opium werden in beslag genomen en
verbrand.
GEVOLG: Britse regering is woedend en stuurt oorlogsschepen.
Eerste opiumoorlog (1939).
Maakte de technologische achterstand van het Hemelse Rijk op het Westen
zichtbaar.
De Chinezen waren kansloos tegen de technologische en organisatorisch
superieure Britten.
INDIRECHTE OORZAAK:
Het handelsoverschot van China ten opzichte van GB en de weigering om Britse
industriële producten te importeren.
Chinezen wilden bijna niet van de Britten kopen.
GEVOLG: smokkeling opium naar China.
DIRECTE OORZAAK:
De smokkeling van opium en de vernietiging ervan door de Chinese overheid in
1839.
1842: Verdrag van Nanking; einde van eerste opiumoorlog.
Er kwamen ongelijke verdragen, die gunstig waren voor westerse landen maar
ongunstig voor China.
- Britten mochten in 5 havensteden handel drijven.
- China stond Hongkong af aan de Britten groeide uit tot een Brits-
Chinese handelsstad.
- China betaalt Groot-Brittannië schadevergoeding.
GEVOLG: verzwakking macht van de Chinese keizer, omdat hij geen controle had
over delen van zijn land.