RECHTSFILOSOFISCHE
STROMINGEN
INLEIDING TOT ETHIEK EN RECHTSFILOSOFIE
Ethiek is het rationeel innemen van een houding tegenover een moreel
probleem. Het gaat dus niet gewoon om wat je voelt of denkt, maar om een
standpunt dat je kan onderbouwen met argumenten.
WAT IS EEN MOREEL PROBLEEM?
Een moreel probleem is een normatief probleem: het draait rond wat
we moeten, mogen of niet mogen doen.
Kenmerken:
zorgt vaak voor twijfel en spanning
niet vrijblijvend → er wordt een mening
verwacht
weinig consensus → verschillende
visies mogelijk
Voorbeelden:
Moet je een vriend financieel helpen?
Mag je via genetische selectie een doof kind kiezen?
Moet er een verplichte maatschappelijke dienst zijn?
WELKE HOUDING NEEM JE AAN?
Ethiek gaat niet enkel over antwoorden, maar ook over hoe je met het
probleem omgaat.
Mogelijke houdingen:
een oplossing formuleren
kritisch reflecteren
een probleem herdefiniëren
aantonen dat iets geen probleem (meer) is
WAAROM ETHIEK BELANGRIJK IS
1
,In een samenleving waar soms het “recht van de sterkste” dreigt, vormt ethiek
een noodzakelijk tegengewicht.
Morele vermogens zijn al vroeg aanwezig
Maar bij complexe problemen is rationeel nadenken noodzakelijk
Ethiek is dus onmisbaar, zeker in recht en samenleving
RATIONELE BENADERING VAN ETHIEK – RATIONELE WIJZE
Een ethische houding moet altijd rationeel onderbouwd zijn.
Dit betekent:
argumenten geven
keuzes motiveren
kritisch nadenken
NIET-RATIONELE BENADERINGEN (VERMIJDEN!)
1. Religie / theologie
verwijzen naar God is geen geldig argument
Euthyphro-dilemma (Plato):
o is iets goed omdat God het wil?
o of wil God het omdat het goed is?
→ conclusie: ethiek moet onafhankelijk zijn van religie
2. Emoties en intuïtie
emoties zijn belangrijk, maar niet voldoende
kunnen leiden tot foute acties
Voorbeeld:
eigenrichting (bv. dief straffen) → emotioneel begrijpelijk, maar ethisch
fout in een rechtsstaat
3. Feiten = naturalistische drogreden
Belangrijk onderscheid:
Feiten (zijn) → beschrijven, verklaren
Normen (moeten) → beoordelen
Fout = van feit naar norm springen
→ naturalistische drogreden
Voorbeelden:
2
, “Het is natuurlijk” ≠ “het is goed” (bv. asbest)
“Het is walgelijk” ≠ “het is moreel fout”
CASUS: INCEST ALS ETHISCH DILEMMA
Deze casus gaat over een volwassen broer en zus (Patrick en
Susan) die niet samen zijn opgegroeid en elkaar pas later in hun leven leren
kennen. Omdat ze niet samen zijn opgegroeid, speelt de
zogenaamde Westermarck-hypothese(natuurlijke afkeer tegenover mensen
met wie je bent opgegroeid) hier niet.
Ze krijgen een liefdesrelatie en beslissen om seks te hebben. Daarbij nemen
ze voorzorgsmaatregelen om zwangerschap te vermijden, en ze geven ook
aan dat ze geen kinderen willen.
DE ETHISCHE VRAAG
De centrale vraag is:
IS DEZE RELATIE MOREEL AANVAARDBAAR, ONDANKS HET FEIT DAT HET OM
BROER EN ZUS GAAT?
ARGUMENTEN DIE HET MOEILIJK MAKEN
Rationele (mogelijke) argumenten vóór aanvaardbaarheid:
beide personen zijn meerderjarig
er is wederzijdse toestemming
er is geen sprake van dwang of misbruik
genetische risico’s spelen geen rol als ze geen kinderen willen
Argumenten tegen (vaak intuïtief):
mensen ervaren dit als “vies” of walgelijk
het is in bijna alle culturen een sterk taboe
mogelijke bezorgdheid over maatschappelijke impact
ONZE MORELE ONTWIKKELING
Hoewel ethiek rationeel is, beschikken mensen al vroeg over morele
vermogens, vooral empathie.
Morele vermogens zijn al vroeg aanwezig en zelfs zichtbaar bij dieren.
ONTWIKKELING VAN EMPATHIE (HOFFMAN)
Empathie ontwikkelt zich in fases:
1. Emotionele besmetting – global distress (0 – 0,5 jaar)
3
, baby huilt mee met andere baby
automatische reactie
je neemt emoties over
2. Egocentrische empathie (± 0,5 – 1 jaar) – reactive crying
voelt dat ander pijn heeft
reageert vanuit eigen beleving (bv. weggaan)
3. Quasi-egocentrische empathie (1 – 2 jaar)
helpt, maar vanuit eigen perspectief -> hulpreflex
bv. eigen knuffel geven
4. Ware empathie (2 – 4 jaar) – theory of mind
begrijpt dat anderen anders voelen
helpt op gepaste manier
5. Verdere ontwikkeling (4 – 7 jaar)
complexere emoties begrijpen
THEORY OF MIND
Cruciaal voor echte empathie
begrijpen dat anderen andere gedachten en gevoelens hebben
helpt bij sociale interactie en moreel gedrag
FAIRNESS (RECHTVAARDIGHEID) – FRANS DE WAAL
= Fairness betekent verdelende rechtvaardigheid: hoe worden middelen (bv.
eten, geld, beloningen) eerlijk verdeeld?
Belangrijk inzicht van Frans de Waal:
→ mensen zijn niet de enigen met een rechtvaardigheidsgevoel
→ ook dieren (zoals apen) reageren op oneerlijke situaties
Bekend experiment:
twee apen doen dezelfde taak
één krijgt een druif (lekker), de andere een komkommer (minder lekker)
de aap met komkommer weigert → protest tegen ongelijkheid
Dit toont: gevoel voor fairness is deels aangeboren
DE 6 VORMEN VAN FAIRNESS
4