WC1/2: VERSLAVING EN TERUGVALPREVENTIE
1. Situering van terugvalpreventie: enkele denkkaders
1.1 Waarom terugvalpreventie?
➢ Veranderen is makkelijker gezegd dan gedaan
➢ Goedbedoelde adviezen (van ouders, hulpverleners, PB’s) blijken vaak niet te werken
➢ Wie toch verandert blijkt vaak na korte tijd terug te vallen in z’n oude gedrag
➢ Niet veranderen wordt vaak gezien als een tekort aan inzicht of een tekort aan wilskracht en motivatie
1.2 Cirkel van gedragsverandering
➢ Prochaska en Diclemente (terugvalketen exa! Verder gaan dan hoogrisicosituaties! Alternatieven aangeven)
• Terugval
- Terugval is de terugkeer naar je oude gedragspatroon.
- Terugval maakt wezenlijk deel uit van gedragsverandering, het hoort erbij.
- Een uitschuiver leidt niet per se tot een volledige mislukking (meerdere pogingen zijn vaak nodig)
- Het is daarom belangrijk om terugval als een ervaring met leermogelijkheden te zien: in
welke situatie was het moeilijk om de verandering vol te houden en hoe kan je daar in de
toekomst mee omgaan?
• Verandering = dynamisch en niet-lineair
- Kritische blik op de veranderingscirkel:
▪ Fasen worden te simplistisch en rechtlijnig voorgesteld
▪ Verandering verloopt niet lineair, maar grillig en contextafhankelijk
▪ Mensen kunnen tegelijk tegenstrijdige motivaties ervaren
▪ Terugval is geen aparte fase, maak vaak een geïntegreerd deel van het proces
▪ Herstel = multifactorieel en relationeel → kan niet teruggebracht worden tot enkel
het individu
1.3 Herstel
➢ Persoonlijk herstel (CHIME-model)
• Verbondenheid met anderen
- Steun van lotgenoten en zelfhulpgroepen
- Contact met en steun van familie, vrienden, collega’s…
- Meedoen in de samenleving
• Hoop en optimisme
- Geloof in herstel
- Motivatie tot veranderen
- Hoopgevende relaties
- Doorbreken van stilstand, positief denken en succes waarderen
- Dromen en streefdoelen hebben
• Identiteit
- Een positief zelfbeeld heropbouwen
- Het stigma van verslaafde en gedetineerde overwinnen
- Herdefiniëren van (verslavings) problemen en kwetsbaarheid
• Betekenisverlening
- Toekennen van nieuwe betekenissen aan gebeurtenissen (uit het verleden)
- Aandacht voor zingeving (spiritualiteit)
- Een betekenisvol leven en sociale rollen en doelen
• Grip op eigen leven
- Persoonlijke verantwoordelijk-heid
- Grip op eigen leven
- Gericht op sterktes
- Opnemen van taken en rollen
- Keuzes kunnen maken
1
, 1.4 Automatische en controlerende processen: paard en ruiter metafoor
➢ Automatische processen – gewoontegedrag (Stephen Tiffany)
• Als bepaald gedrag vaak wordt herhaald (getraind) wordt het een automatisme
- Wordt uitgelokt door bepaalde cues/triggers
- Is dan nog moeilijk te stoppen
- Kost weinig moeite
- Verloopt grotendeels onbewust
• Nieuw gedrag = een niet-automatisch proces
- Verloopt traag
- Wordt geremd door cues die automatisch gedrag uitlokken
- Valt gemakkelijk stil
- Vraagt veel energie en aandacht
➢ Impulsieve (automatische) en reflectieve processen (Reinout Wiers)
• Het paard staat voor de impulsieve processen: aangeboren en aangeleerde automatismen
• De ruiter staat voor de reflectieve processen: ons vermogen om na te denken, te plannen (controle)
• Het ‘paard’ is niet sterker dan de ‘ruiter’ maar wel sneller
• De ‘ruiter’ moet dus anticiperen
➢ Automatismen
• Selectieve aandacht
- Bij langdurig regelmatig gebruik → selectieve gevoeligheid: druggerelateerde stimuli
worden opgemerkt zonder bewuste zoekintentie
• Automatische geheugenassociaties
- Bij langdurig regelmatig gebruik → selectieve gevoeligheid: aan druggebruik blijven de
eerste positieve ervaringen kleven ook al is dat door latere ervaringen tegengesproken
• Automatische actietendensen
- Bij langdurig regelmatig gebruik → selectieve gevoeligheid: er is onbewust toenadering tot
druggerelateerde stimuli zonder bewuste toenaderingsintentie
Terugval is belangrijk om op in te
zetten in interventies, maar ook de
sterktes niet vergeten!
(paard sneller dan ruiter, dus ruiter
voorbereiden)
2
1. Situering van terugvalpreventie: enkele denkkaders
1.1 Waarom terugvalpreventie?
➢ Veranderen is makkelijker gezegd dan gedaan
➢ Goedbedoelde adviezen (van ouders, hulpverleners, PB’s) blijken vaak niet te werken
➢ Wie toch verandert blijkt vaak na korte tijd terug te vallen in z’n oude gedrag
➢ Niet veranderen wordt vaak gezien als een tekort aan inzicht of een tekort aan wilskracht en motivatie
1.2 Cirkel van gedragsverandering
➢ Prochaska en Diclemente (terugvalketen exa! Verder gaan dan hoogrisicosituaties! Alternatieven aangeven)
• Terugval
- Terugval is de terugkeer naar je oude gedragspatroon.
- Terugval maakt wezenlijk deel uit van gedragsverandering, het hoort erbij.
- Een uitschuiver leidt niet per se tot een volledige mislukking (meerdere pogingen zijn vaak nodig)
- Het is daarom belangrijk om terugval als een ervaring met leermogelijkheden te zien: in
welke situatie was het moeilijk om de verandering vol te houden en hoe kan je daar in de
toekomst mee omgaan?
• Verandering = dynamisch en niet-lineair
- Kritische blik op de veranderingscirkel:
▪ Fasen worden te simplistisch en rechtlijnig voorgesteld
▪ Verandering verloopt niet lineair, maar grillig en contextafhankelijk
▪ Mensen kunnen tegelijk tegenstrijdige motivaties ervaren
▪ Terugval is geen aparte fase, maak vaak een geïntegreerd deel van het proces
▪ Herstel = multifactorieel en relationeel → kan niet teruggebracht worden tot enkel
het individu
1.3 Herstel
➢ Persoonlijk herstel (CHIME-model)
• Verbondenheid met anderen
- Steun van lotgenoten en zelfhulpgroepen
- Contact met en steun van familie, vrienden, collega’s…
- Meedoen in de samenleving
• Hoop en optimisme
- Geloof in herstel
- Motivatie tot veranderen
- Hoopgevende relaties
- Doorbreken van stilstand, positief denken en succes waarderen
- Dromen en streefdoelen hebben
• Identiteit
- Een positief zelfbeeld heropbouwen
- Het stigma van verslaafde en gedetineerde overwinnen
- Herdefiniëren van (verslavings) problemen en kwetsbaarheid
• Betekenisverlening
- Toekennen van nieuwe betekenissen aan gebeurtenissen (uit het verleden)
- Aandacht voor zingeving (spiritualiteit)
- Een betekenisvol leven en sociale rollen en doelen
• Grip op eigen leven
- Persoonlijke verantwoordelijk-heid
- Grip op eigen leven
- Gericht op sterktes
- Opnemen van taken en rollen
- Keuzes kunnen maken
1
, 1.4 Automatische en controlerende processen: paard en ruiter metafoor
➢ Automatische processen – gewoontegedrag (Stephen Tiffany)
• Als bepaald gedrag vaak wordt herhaald (getraind) wordt het een automatisme
- Wordt uitgelokt door bepaalde cues/triggers
- Is dan nog moeilijk te stoppen
- Kost weinig moeite
- Verloopt grotendeels onbewust
• Nieuw gedrag = een niet-automatisch proces
- Verloopt traag
- Wordt geremd door cues die automatisch gedrag uitlokken
- Valt gemakkelijk stil
- Vraagt veel energie en aandacht
➢ Impulsieve (automatische) en reflectieve processen (Reinout Wiers)
• Het paard staat voor de impulsieve processen: aangeboren en aangeleerde automatismen
• De ruiter staat voor de reflectieve processen: ons vermogen om na te denken, te plannen (controle)
• Het ‘paard’ is niet sterker dan de ‘ruiter’ maar wel sneller
• De ‘ruiter’ moet dus anticiperen
➢ Automatismen
• Selectieve aandacht
- Bij langdurig regelmatig gebruik → selectieve gevoeligheid: druggerelateerde stimuli
worden opgemerkt zonder bewuste zoekintentie
• Automatische geheugenassociaties
- Bij langdurig regelmatig gebruik → selectieve gevoeligheid: aan druggebruik blijven de
eerste positieve ervaringen kleven ook al is dat door latere ervaringen tegengesproken
• Automatische actietendensen
- Bij langdurig regelmatig gebruik → selectieve gevoeligheid: er is onbewust toenadering tot
druggerelateerde stimuli zonder bewuste toenaderingsintentie
Terugval is belangrijk om op in te
zetten in interventies, maar ook de
sterktes niet vergeten!
(paard sneller dan ruiter, dus ruiter
voorbereiden)
2