2025-2026
ONTWIKKELINGSGERICHT-
WERKEN MET KINDEREN,
JONGEREN EN GEZINNEN
SARAH DE PAUW
,H1: BASISPRINCIPES VAN ONTWIKKELINGSGERICHT WERKEN
Doelen thema 1:
1. Wat is ontwikkelingsgericht werken en ontwikkelingsgerichte theorievorming?
2. Hoe verhoudt ontwikkelingsgericht werken zich tot integratieve handelingsorthopedagogiek?
3. Opfrissing en verdieping van belangrijke ontwikkelingsgerichte kaders en premissen ‘along the way’
1. Ontwikkelingsgericht werken: What’s in a name?
1.1 Ontwikkelingsgericht werken bouwt op …
1) Ontwikkelingspsychologie
• Beschrijven van verandering mens-in-ontwikkeling, groei, rijping
• Verklaren van ontwikkeling (oorzaak en gevolg) vanuit een ecobiopsychosociaal perspectief
• Ontwikkelingskenmerken geven mogelijkheden en beperkingen in opvoeding en socialisatie aan.
• Wat belemmert/bevordert ontwikkeling doorheen de tijd?
2) Ontwikkelingspedagogiek
• Opvoeding is proces om kinderen te begeleiden naar ‘volwassenheid’ (‘zelfverantwoordelijke
zelfbepaling’ - Langeveld)
• Opvoeding is nooit ‘waardenvrij’ –
• Doel is ‘socialisatie’ = processen waarbij een naief individu vaardigheden, gedragspatronen, waarden
en motivaties leert nodig om competent te functioneren in cultuur en samenleving (Grusec, 2008)
• Reflectie op waarden, keuzes en opvoedingsmilieus (1e, 2e, 3e)
3) Klinische ontwikkelingspsychologie
• Wat is ‘normaal’ vs. ‘abnormaal’ gedrag bij kinderen en jongeren?
• Verklaren van problemen (oorzaak en gevolg) vanuit een ecobiopsychosociaal perspectief
• Wat versterkt/vermindert problemen doorheen de tijd? Wat zijn langetermijn gevolgen?
• Ontwikkelen en evalueren van interventie en/of preventie
4) (klinische) orthopedagogiek
• “Complexe en maatschappelijk kwetsbare leefsituaties”
• Samen mét en voor alle betrokkenen in deze situaties – integratief en HANDELINGSGERICHT
• Mogelijkheden en kwetsbaarheden van persoon én context (EBPS-perspectief)
• Doel: ondersteunen van kwaliteitsvol leven, volwaardig burgerschap, inclusie, participatie en
sociale rechtvaardigheid
Wat zijn gelijkenissen/verschillen?
- Integratieve handelingsorthopedagogiek
▪ De orthopedagoog werkt met de geest en staat met de voeten in de praktijk – E. Broekaert
▪ “Voedsel voor de praktische toepassing binnen orthopedagogiek”
▪ We hebben ze allemaal nodig → elkaar beïnvloeden en inspireren
2. Basispremissen
2.1 Ontwikkelingsgericht werken vertrekt vanuit organismisch-dialectische mensvisie
2.1.1 Mensbeelden
➢ Mens als machine – Mens als computer
• Hoe wordt deze machine geprogrammeerd?
• Hoe kan je van buitenaf deze machine besturen?
• Wat zit er in de black box?
• Doel: Controle uitoefenen (over de mens), ‘maakbaarheid’
Behaviouristische theorieën
▪ 1930: Klassieke conditionering
o Associatieleren = S(timulus) – R(espons) associaties (‘wet van het effect’)
o Nadruk op ‘overt’ gedrag = observeerbaar
▪ 1960: Operante Conditionering
o Functie-analyse: ABC-schema’s
o Beloning en straf ==> Gedragstherapie
o Uitoefenen van ‘controle’
o Aanleren van ‘gewenst’ en ‘ongewenst gedrag’
1
, ➢ Mens als levend organisme
• Verschillend van levenloze objecten
• Gekenmerkt door groei en ontwikkeling, assimilatieve en integratieve processen
• Is proactief
• Tendens om te groeien naar een geïntegreerd functioneren
• Doel: Trachten te ‘begrijpen’
Organismische theorieën / Organismisch-dialectische mensvisie
▪ Piaget – organisatie en assimilatie
▪ Freud – synthetische functie
▪ Rogers en Maslow – zelf-actualisatie
▪ Zelf Determinatie Theorie
Gezonde ontwikkeling van het organisme:
▪ Steeds meer organisatie en streven naar integratie – persoonlijke zinvolheid
Groei naar:
▪ Mensen hebben van nature alle ingrediënten in zich om tot groei en bloei
(vitaliteit, integriteit, zelfregulering) te komen.
▪ MAAR: niet automatisch → Steun en voedingsstoffen nodig uit milieu/opvoeding! →
Indien de omgeving hiervoor zorgt, leidt dit tot volle groei…
Groei en bloei:
▪ Cfr. water, zonlicht, mineralen…
▪ => Vitamines, mineralen
▪ Bij mensen => psychische noden
In dialect met omgeving
▪ De sociale omgeving kan de organismische groeitendens stimuleren, dan wel
verhinderen of blokkeren.
• Drie cruciale vragen:
1. Wat zorgt voor optimale groei?
2. Wat zorgt voor gefnuikte groei?
3. Wat zorgt voor veerkracht?
2.2 Voedingsbodem voor ontwikkeling = psychologische basisnoden
➢ Wat zijn psychologische behoeften?
• Noden:
- Iets essentieel voor de groei, integriteit en welzijn van een levend wezen
- Wanneer ontnomen → Bewijs van achteruitgang of schade
- Wanneer voldaan → Bewijs van groei en ontwikkeling
- “Needs motivate us to act” - (Maslow, 1956)
• Psychologische basisbehoefte:
- Iets ESSENTIEEL voor de psychische groei, integriteit en welzijn van een levend wezen
- Niet noodzakelijk bewust gewaardeerd!
• “Hoeveel basisnoden zijn er?” “Welke noden = fundamenteel?”
- Veel verschillen tussen theorieën!
2.2.1 Basisnoden volgens Maslow
➢ Maslow
• Humanistische psychologie
• Experiëntiele - cliëntgerichte psychotherapie
• Samen met Carl Rogers
Weinig tot geen empirisch bewijs voor ‘hiërarchische’ ordening
▪ Wifi → Psychologisch → Veiligheid → Liefde en belonging → Esteem → Self-actualisatie
Verschil biologische – sociale – psychologische noden is verwarrend
Zelfactualisatie is moeilijk te operationaliseren
2
, 2.2.2 Basisnoden volgens zelf-determinantietheorie
➢ Richard Ryan & Edward Deci
• Psychologische basisbehoeftes: zijn een aangeboren psychologisch voedingselement,
waarvan de bevrediging essentieel is voor de voortdurende psychologische groei, integriteit
en welzijn van mensen (autonomie, competentie, verbondenheid)
• Basisnoden moeten voldoen aan volgende eisen:
- Fundamenteel
- Eerder psychologisch dan fysiologisch
- Eerder universeel dan gebonden aan cultuur of leeftijd
- Eerder aangeboren dan verworven
- Niet noodzakelijk uitgesproken verlangen ernaar
1) Competentie
- Het gevoel hebben bekwaam te zijn om een activiteit uit te voeren, gewenste
doelen te bereiken en de eigen vaardigheden te ontplooien.
2) Relationele verbondenheid
- Ervaring van een warme, hechte en authentieke band met anderen, voor anderen
zorg dragen en geliefd worden, gevoel van het waard te zijn om geliefd te zijn.
3) Autonomie
- De ervaring jezelf te mogen zijn en vrijwillig te mogen handelen, denken en voelen;
ervaring van psychologische vrijheid, keuze en authenticiteit
- “Whole-heartedly” => ervaren van flow, intrinsieke motivatie
➢ ZDT Als integratief kader voor ontwikkelingstheorie
• Hoe kan je noodondersteunend opvoeden?
• Hoe kunnen we noodondersteunende contexten creëren?
➢ Kritische reflectie
• Hoe verbind je de 3 ZDT-noden aan dit model binnen de orthopedagogiek?
• Wat zijn gelijkenissen? Verschillen? Onderliggende mensvisie? Integreren/assimileren?
Mark Freado
▪ Werken met jongeren met GES en trauma (LSCI)
▪ Circle of courage
Bob Schalock
▪ Ondersteuning van personen met verstandelijke beperking
▪ DoL- 8 domeinen
Tony Ward
▪ 11 primary goods
▪ The Good Lives Model of Offender Rehabilitation
3
ONTWIKKELINGSGERICHT-
WERKEN MET KINDEREN,
JONGEREN EN GEZINNEN
SARAH DE PAUW
,H1: BASISPRINCIPES VAN ONTWIKKELINGSGERICHT WERKEN
Doelen thema 1:
1. Wat is ontwikkelingsgericht werken en ontwikkelingsgerichte theorievorming?
2. Hoe verhoudt ontwikkelingsgericht werken zich tot integratieve handelingsorthopedagogiek?
3. Opfrissing en verdieping van belangrijke ontwikkelingsgerichte kaders en premissen ‘along the way’
1. Ontwikkelingsgericht werken: What’s in a name?
1.1 Ontwikkelingsgericht werken bouwt op …
1) Ontwikkelingspsychologie
• Beschrijven van verandering mens-in-ontwikkeling, groei, rijping
• Verklaren van ontwikkeling (oorzaak en gevolg) vanuit een ecobiopsychosociaal perspectief
• Ontwikkelingskenmerken geven mogelijkheden en beperkingen in opvoeding en socialisatie aan.
• Wat belemmert/bevordert ontwikkeling doorheen de tijd?
2) Ontwikkelingspedagogiek
• Opvoeding is proces om kinderen te begeleiden naar ‘volwassenheid’ (‘zelfverantwoordelijke
zelfbepaling’ - Langeveld)
• Opvoeding is nooit ‘waardenvrij’ –
• Doel is ‘socialisatie’ = processen waarbij een naief individu vaardigheden, gedragspatronen, waarden
en motivaties leert nodig om competent te functioneren in cultuur en samenleving (Grusec, 2008)
• Reflectie op waarden, keuzes en opvoedingsmilieus (1e, 2e, 3e)
3) Klinische ontwikkelingspsychologie
• Wat is ‘normaal’ vs. ‘abnormaal’ gedrag bij kinderen en jongeren?
• Verklaren van problemen (oorzaak en gevolg) vanuit een ecobiopsychosociaal perspectief
• Wat versterkt/vermindert problemen doorheen de tijd? Wat zijn langetermijn gevolgen?
• Ontwikkelen en evalueren van interventie en/of preventie
4) (klinische) orthopedagogiek
• “Complexe en maatschappelijk kwetsbare leefsituaties”
• Samen mét en voor alle betrokkenen in deze situaties – integratief en HANDELINGSGERICHT
• Mogelijkheden en kwetsbaarheden van persoon én context (EBPS-perspectief)
• Doel: ondersteunen van kwaliteitsvol leven, volwaardig burgerschap, inclusie, participatie en
sociale rechtvaardigheid
Wat zijn gelijkenissen/verschillen?
- Integratieve handelingsorthopedagogiek
▪ De orthopedagoog werkt met de geest en staat met de voeten in de praktijk – E. Broekaert
▪ “Voedsel voor de praktische toepassing binnen orthopedagogiek”
▪ We hebben ze allemaal nodig → elkaar beïnvloeden en inspireren
2. Basispremissen
2.1 Ontwikkelingsgericht werken vertrekt vanuit organismisch-dialectische mensvisie
2.1.1 Mensbeelden
➢ Mens als machine – Mens als computer
• Hoe wordt deze machine geprogrammeerd?
• Hoe kan je van buitenaf deze machine besturen?
• Wat zit er in de black box?
• Doel: Controle uitoefenen (over de mens), ‘maakbaarheid’
Behaviouristische theorieën
▪ 1930: Klassieke conditionering
o Associatieleren = S(timulus) – R(espons) associaties (‘wet van het effect’)
o Nadruk op ‘overt’ gedrag = observeerbaar
▪ 1960: Operante Conditionering
o Functie-analyse: ABC-schema’s
o Beloning en straf ==> Gedragstherapie
o Uitoefenen van ‘controle’
o Aanleren van ‘gewenst’ en ‘ongewenst gedrag’
1
, ➢ Mens als levend organisme
• Verschillend van levenloze objecten
• Gekenmerkt door groei en ontwikkeling, assimilatieve en integratieve processen
• Is proactief
• Tendens om te groeien naar een geïntegreerd functioneren
• Doel: Trachten te ‘begrijpen’
Organismische theorieën / Organismisch-dialectische mensvisie
▪ Piaget – organisatie en assimilatie
▪ Freud – synthetische functie
▪ Rogers en Maslow – zelf-actualisatie
▪ Zelf Determinatie Theorie
Gezonde ontwikkeling van het organisme:
▪ Steeds meer organisatie en streven naar integratie – persoonlijke zinvolheid
Groei naar:
▪ Mensen hebben van nature alle ingrediënten in zich om tot groei en bloei
(vitaliteit, integriteit, zelfregulering) te komen.
▪ MAAR: niet automatisch → Steun en voedingsstoffen nodig uit milieu/opvoeding! →
Indien de omgeving hiervoor zorgt, leidt dit tot volle groei…
Groei en bloei:
▪ Cfr. water, zonlicht, mineralen…
▪ => Vitamines, mineralen
▪ Bij mensen => psychische noden
In dialect met omgeving
▪ De sociale omgeving kan de organismische groeitendens stimuleren, dan wel
verhinderen of blokkeren.
• Drie cruciale vragen:
1. Wat zorgt voor optimale groei?
2. Wat zorgt voor gefnuikte groei?
3. Wat zorgt voor veerkracht?
2.2 Voedingsbodem voor ontwikkeling = psychologische basisnoden
➢ Wat zijn psychologische behoeften?
• Noden:
- Iets essentieel voor de groei, integriteit en welzijn van een levend wezen
- Wanneer ontnomen → Bewijs van achteruitgang of schade
- Wanneer voldaan → Bewijs van groei en ontwikkeling
- “Needs motivate us to act” - (Maslow, 1956)
• Psychologische basisbehoefte:
- Iets ESSENTIEEL voor de psychische groei, integriteit en welzijn van een levend wezen
- Niet noodzakelijk bewust gewaardeerd!
• “Hoeveel basisnoden zijn er?” “Welke noden = fundamenteel?”
- Veel verschillen tussen theorieën!
2.2.1 Basisnoden volgens Maslow
➢ Maslow
• Humanistische psychologie
• Experiëntiele - cliëntgerichte psychotherapie
• Samen met Carl Rogers
Weinig tot geen empirisch bewijs voor ‘hiërarchische’ ordening
▪ Wifi → Psychologisch → Veiligheid → Liefde en belonging → Esteem → Self-actualisatie
Verschil biologische – sociale – psychologische noden is verwarrend
Zelfactualisatie is moeilijk te operationaliseren
2
, 2.2.2 Basisnoden volgens zelf-determinantietheorie
➢ Richard Ryan & Edward Deci
• Psychologische basisbehoeftes: zijn een aangeboren psychologisch voedingselement,
waarvan de bevrediging essentieel is voor de voortdurende psychologische groei, integriteit
en welzijn van mensen (autonomie, competentie, verbondenheid)
• Basisnoden moeten voldoen aan volgende eisen:
- Fundamenteel
- Eerder psychologisch dan fysiologisch
- Eerder universeel dan gebonden aan cultuur of leeftijd
- Eerder aangeboren dan verworven
- Niet noodzakelijk uitgesproken verlangen ernaar
1) Competentie
- Het gevoel hebben bekwaam te zijn om een activiteit uit te voeren, gewenste
doelen te bereiken en de eigen vaardigheden te ontplooien.
2) Relationele verbondenheid
- Ervaring van een warme, hechte en authentieke band met anderen, voor anderen
zorg dragen en geliefd worden, gevoel van het waard te zijn om geliefd te zijn.
3) Autonomie
- De ervaring jezelf te mogen zijn en vrijwillig te mogen handelen, denken en voelen;
ervaring van psychologische vrijheid, keuze en authenticiteit
- “Whole-heartedly” => ervaren van flow, intrinsieke motivatie
➢ ZDT Als integratief kader voor ontwikkelingstheorie
• Hoe kan je noodondersteunend opvoeden?
• Hoe kunnen we noodondersteunende contexten creëren?
➢ Kritische reflectie
• Hoe verbind je de 3 ZDT-noden aan dit model binnen de orthopedagogiek?
• Wat zijn gelijkenissen? Verschillen? Onderliggende mensvisie? Integreren/assimileren?
Mark Freado
▪ Werken met jongeren met GES en trauma (LSCI)
▪ Circle of courage
Bob Schalock
▪ Ondersteuning van personen met verstandelijke beperking
▪ DoL- 8 domeinen
Tony Ward
▪ 11 primary goods
▪ The Good Lives Model of Offender Rehabilitation
3