2026
Filosofie |Arrezina Pletinckx
Arrezina Pletinckx
UGent
2025-2026
, Filosofie |Arrezina Pletinckx
Inhoud
1.0 Denken over denken..................................................................................................... 2
1.1. Drie kenmerken: attitude, methodologie, domein........................................................3
1.1.1. Attitude.................................................................................................................. 3
1.1.2. Methodologie......................................................................................................... 4
1. Intuïties of common sense........................................................................................4
2. Conceptuele analyse................................................................................................6
3. Conceptuele constructie........................................................................................... 6
4. Gedachtenexperimenten.......................................................................................... 8
1.1.3. Domein.................................................................................................................. 9
1.2. Vier deeldomeinen..................................................................................................... 10
1.2.1. Deeldomein 1: metafysica...................................................................................10
Zijn wij ons brein? (H3)............................................................................................... 10
Filosofische debat over wilsvrijheid (H6).....................................................................11
1.2.2. Deeldomein 2: logica........................................................................................... 13
1.2.3. Deeldomein 3: epistemologie, kennisleer............................................................13
1.2.4. deeldomein 4: ethiek/moraalfilosofie...................................................................14
1.3. Een zeer korte geschiedenis van de westerse filosofie..............................................15
1.3.1. Plato.................................................................................................................... 16
1.3.2. Aristoteles............................................................................................................ 16
1.3.3. Opkomst Christendom......................................................................................... 16
1.4. Besluit........................................................................................................................ 17
VOORWOORD
2
, Filosofie |Arrezina Pletinckx
1.0 DENKEN OVER DENKEN
̶ “De wetenschappen ontlenen hun tomeloze energie aan het ideaalbeeld van een
kennis die is afgerond of voltooid. Volgens sommigen zal er ooit een moment zijn
waarop wetenschappers alles weten, dat wil zeggen een moment waarop de
wetenschap al onze vragen zal kunnen beantwoorden.”
We worden voortdurend verleid om te denken dat we voleindigheid hebben
bereikt
Wetenschap is niet de oplossing voor alles
̶ “… In haar huidige staat is de wetenschap geen fabriek die aan de lopende band
absolute zekerheden produceert. Die gedachte is een gevaarlijke illusie.
Wanneer we ons zeker wanen, hoeven we immers niet verder te zoeken.”
Wet kennis is waar tot het tegendeel is bewezen dus geen absolute zekerheden
Moraalwetenschappen: afvragen wat goed en fout is in menselijk gedrag, wat keuren we
af/goed?
=> sommige denkers: beweren dat we iets hebben als morele zekerheden dat we kunnen
afleiden vd natuur = denkfout!
WANT: de natuur is nog goed nog slecht: het krijgt de waarde die mens eraan toekent
dus de mens bepaalt wat slecht is en niet de natuur
ANDERS drogrede: naturalistic fallacy
Vb dierenwereld (natuur): leeuwen eten vlees oke om vlees te eten als mens=
denkfout
Vb dierenwereld: dieren vertonen geen homoseksualiteit dus het is ‘niet’ oke om dat voor
de mens wel te doen want het is ‘onnatuurlijk’
De natuur is voor veel mensen een moreel kompas
̶ “Als filosofen al iets kunnen, is het dit: onzekerheid zaaien en koesteren. Ze doen
dat, met veel plezier, in zowel wetenschappelijke als morele kwesties.”
̶ Filosoof Bertrand Russell (1872-1970): de mens te leren leven met onzekerheid
zonder zich erdoor te laten verlammen
Filosofie : leert mens leven met onzekerheden: het is oke om te leven met zaken
dat je (nog) niet weet
Vb. wat is de zin vh leven? kan verlammend werken
2